OPGEHEVEN : Ministerieel besluit in uitvoering van het koninklijk besluit van 12 februari 1976, houdende maatregelen tot vaststelling van de voorwaarden waaronder onderwijsinrichtingen geproduceerde voorwerpen of verleende diensten kunnen vervreemden of verhuren. (niet gepubliceerd in B.S.)

  • goedkeuringsdatum
    14 APRIL 1978
  • publicatiedatum
  • datum laatste wijziging
    27/11/2001

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 13-7-2001 - B.S. 27-11-2001

De Minister van Nationale Opvoeding,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zoals gewijzigd inzonderheid in artikel 12ter en de artikelen 41 en 44;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid het eerste lid;

Gelet op het koninklijk besluit dd. 12 februari 1976 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de door onderwijsinrichtingen geproduceerde voorwerpen of verleende diensten kunnen vervreemd of verhuurd worden, bijzonder in artikel 5, laatste alinea;

Gelet op het advies van de pedagogische inspectie;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Besluit :

Artikel 1.

De gekende handelsprijzen van de geproduceerde goederen of verleende diensten zijn deze vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken.

Art. 2.

In geval de normale handelswaarde van de geproduceerde goederen of verleende diensten niet gekend is, zal voor de berekening van de vergoeding, waarvan sprake is in artikel 5 van het koninklijk besluit dd. 12 februari 1976, worden uitgegaan van de fictieve handelswaarde, die vastgesteld wordt op driemaal de prijs van de aangewende grondstoffen.

Art. 3.

In de afdeling "Haartooi en Schoonheidsverzorging" wordt de gewone handelsprijs vastgesteld op basis van de laagste categorie bepaald door de Minister van Economische Zaken.

Art. 4.

In de afdeling "Hotelwezen" worden de gewone handelsprijzen der middagmalen in de dagscholen en de avondscholen voor sociale promotie vastgesteld op 200 F.

Van 1 september 1976 af worden deze prijzen gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen in overheidsdienst.

De leerlingen die de maaltijden helpen bereiden betalen de prijs van het in voege zijnde refterticket. De andere leerlingen en de in artikel 4c, d, e en f van het koninklijk besluit dd. 12 februari 1976 vermelde personen betalen tenminste 40% van de handelsprijs of 80 F., geïndexeerd van 1 september 1976 af, zoals hierboven vermeld.

De in artikel 4g van het koninklijk besluit dd. 12 februari 1976 vermelde personen betalen tenminste 60% van de handelsprijs of 120 F., geïndexeerd op 1 september 1976, zoals hierboven vermeld.

Art. 5.

De verkoop van de voedingswaren en andere goederen geproduceerd of verwerkt door de afdelingen land- en tuinbouw en beenhouwerij-spekslagerij valt niet onder toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 februari 1976.

Voor deze goederen zal de verkoopprijs worden bepaald in functie van de gangbare marktprijzen.

Art. 6.

Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 februari 1976, worden de in de afdeling "Kleding" vervaardigde voorwerpen afgestaan tegen de betaling van een maakloon overeenkomstig onderstaand tarief. De prijs van de gebruikte grondstoffen valt ten laste van de afnemers.

(1)

(2)

- blouse

50

75

- rok

60

90

- pantalon

65

95

- jurk

100

150

- mantel

200

300

- tailleur

200

300

- vest

30

45

- nachtjurk of pyjama

45

65

- kamerjas

100

150

- kinderblouse

30

45

- kinderpantalon

40

60

- kinderjurk

40

60

- kindermantel

100

150

Deze maaklonen worden met 30% verminderd in geval van seriewerk.

N.B. (1) Tarief voor de personen vermeld in artikel 4, b, c, d, e en f van het koninklijk besluit van 12 februari 1976;

(2) Tarief voor de personen vermeld in art. 4 g van voornoemd besluit.

Deze prijzen worden van 1 januari 1978 af gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen in overheidsdienst.

Art. 7.

Bij iedere indexaanpassing van de lonen in overheidsdienst worden de in artikels 4 en 6 vermelde basisbedragen vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,02 verheven tot een macht gelijk aan het aantal sinds 1 september 1976 resp. 1 januari 1978 ingetreden indexaanpassingen. Het bekomen resultaat zal telkens worden afgerond naar het hogere veelvoud van vijf.

Art. 8.

Onderhavig besluit wordt van kracht vanaf 1 januari 1978 en vervangt vanaf die datum het ministerieel besluit van 3 november 1976.

Art. 9.

De administratie is belast met de uitvoering, de toepassing en de organisatie van de controle van deze beslissingen.