Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de toepassingsregels van de sancties inzake programmatie of rationalisatie.

  • goedkeuringsdatum
    07 JANUARI 1992
  • publicatiedatum
    B.S.02/04/1992
  • datum laatste wijziging
    24/06/2011

(opschrift gewijzigd door B.Vl.R. 17-12-2010)

COORDINATIE

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 3, § 9, ingevoegd bij het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 25 november 1991;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd en gesubsidieerd onderwijs.

Art. 2.

§ 1. Voor de toepassing van de sancties, [inzake reglementaire programmatie- en rationalisatienormen opgenomen in de codificatie betreffende het secundair onderwijs] geschiedt de definitieve vaststelling dat een nieuwe instelling, vestigingsplaats, niveau, type, opleidingsvorm, cyclus, leerjaar, afdeling, basisoptie, beroepenveld, optie, studierichting, specialisatiejaar of vervolmakingsjaar werd opgericht in strijd met de rationalisatie- en programmatieregelen [...], slechts na onderzoek ter plaatse door twee ambtenaren van niveau 1 van de administratie van het departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waaronder de betrokken onderwijsinstelling ressorteert. De Gemeenschapsminister van Onderwijs wijst die ambtenaren aan.

§ 2. In afwijking op § 1, gebeurt het genoemde onderzoek niet ter plaatse als de oprichtingen, in strijd met voornoemde rationalisatie- en programmatieregelen, plaats hadden tussen 25 oktober 1981 en 31 augustus 1991, maar wel op basis van stukken.

B.Vl.R. 17-12-2010

Art. 3.

§ 1. De vaststelling, bedoeld in artikel 2, wordt bij aangetekend schrijven aan de betrokken inrichtende macht betekend. De inrichtende macht kan binnen de twee weken na ontvangst van dit schrijven een verweerschrift indienen.

§ 2. Op basis van het verslag van de administratie en het eventuele verweerschrift van de betrokken inrichtende macht, neemt de Gemeenschapsminister van Onderwijs een definitieve beslissing.

§ 3. Indien de Gemeenschapsminister van Onderwijs beslist dat er een inbreuk is op de reglementering inzake rationalisatie en programmatie heeft dit de onmiddellijke stopzetting van de financiering tot gevolg en de terugvordering van de gedane uitgaven, verbonden aan de ongeoorloofde oprichting en dit met ingang van 1 september van het schooljaar tijdens hetwelk de overtreding plaatshad.

Art. 4.

Het koninklijk besluit van 27 april 1982 houdende toepassing van de sancties bepaald in artikel 24, § 3, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zoals gewijzigd door de wet van 18 september 1981, wordt ingetrokken.

Art. 5.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 oktober 1981.

Art. 6.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.