OPGEHEVEN : Koninklijk besluit waarbij het voordeel van de wet van 19 juli 1971, betreffende de toekenning van studietoelagen en -leningen, wordt uitgebreid tot leerlingen en studenten die in het buitenland onderwijs volgen.

  • goedkeuringsdatum
    01 FEBRUARI 1978
  • publicatiedatum
    B.S.08/04/1978
  • datum laatste wijziging
    19/07/2007

COORDINATIE

B.Vl.R. 5-12-1990 - B.S. 31-1-1991

B.Vl.R. 22-7-1993 - B.S. 10-11-1993

B.Vl.R. 9-2-1994 - B.S. 21-4-1994

impliciet opgeheven door Decr. 8-6-2007 - B.S. 19-7-2007

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen en -leningen, inzonderheid op artikel 2, 3e lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1972, waarbij het voordeel van de wet van 19 juli 1971, betreffende de toekenning van de studietoelagen en -leningen, wordt uitgebreid tot Belgische leerlingen en studenten die in het buitenland onderwijs volgen;

Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Studietoelagen;

Gelet op het akkoord van Onze Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 30 december 1977;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, eerste lid;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Nationale Opvoeding,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

[§ 1. ]² Het voordeel van de hogervermelde wet van 19 juli 1971 wordt uitgebreid tot de volgende categorieën van leerlingen en studenten die in het buitenland onderwijs volgen :

[a) de Belgen die met hun gezin hun woonplaats hebben in een lid-Staat van de Europese Gemeenschap, indien zij zich niet kunnen beroepen op artikel 12 van de verordening (EEG) 1612/68 van de Raad, van 15 oktober 1968, betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap;]³

b) de in België woonachtige Belgen en de in België verblijvende kinderen van onderdanen van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap die zich kunnen beroepen op artikel 12 van de verordening (E.E.G.) 1612/68, van de Raad, van 15 oktober 1968, betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, wanneer zij

- hetzij in het buitenland onderwijs volgen waarvan het equivalent in België niet bestaat;

- hetzij woonachtig zijn in het Duitse taalgebied en hogere studiën willen volgen met het Duits als voertaal;

[- hetzij in het buitenland onderwijs volgen in toepassing van het besluit van de Europese Raad van Ministers van 28 juli 1989 tot vaststelling van het communautaire actieprogramma ter bevordering van de kennis van vreemde talen in de Europese Gemeenschap;

- hetzij in het buitenland onderwijs volgen in toepassing van het besluit van de Europese Raad van Ministers van 16 december 1988 (COMET II) tot vaststelling van het gemeenschapsprogramma inzake opleiding en onderwijs op het gebied van technologie;

- hetzij in het buitenland onderwijs volgen in toepassing van het besluit van de Europese Raad van Ministers van 7 mei 1990 tot instelling van een Transeuropees Mobiliteitsprogramma van universiteitsstudies (TEMPUS).

De toegekende studietoelage blijft behouden, ook indien aan de betrokken student een beurs wordt toegekend in toepassing van de voornoemde besluiten van de Europese Raad van Ministers van ofwel 28 juli 1989, ofwel 16 december 1989, ofwel 7 mei 1990;]¹

c) de Belgen regelmatig ingeschreven in de Belgische scholen op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-1990; [ ]² B.Vl.R. 22-7-1993; [ ]³ B.Vl.R.9-2-1994

[§ 2. Het voordeel van de bovenvermelde wet van 19 juli 1971 wordt uitgebreid tot de volgende categorie van studenten die in Nederland hoger onderwijs volgen : de in België woonachtige Belgen en de in België verblijvende kinderen van onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap die zich kunnen beroepen op artikel 12 van de verordening (EEG) 1612/68 van de Raad, van 15 oktober 1968, betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap.]

B.Vl.R.22-7-1993

Art. 2.

Dit besluit is van toepassing op de kandidaten wier aanvraag door de Dienst voor Studietoelagen van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur behandeld wordt.

Art. 3.

Het voormelde koninklijk besluit van 16 november 1972 wordt opgeheven.

Art. 4.

Dit besluit treedt in werking met ingang van het school- en academiejaar 1976-1977.

Art. 5.

Onze Minister van Nationale Opvoeding is belast met de uitvoering van dit besluit.