OPGEHEVEN : Koninklijk besluit tot vaststelling van de gevallen waarin mag afgeweken worden van de bepalingen van artikel 3 van de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen en -leningen.

  • goedkeuringsdatum
    05 DECEMBER 1973
  • publicatiedatum
    B.S.09/01/1974
  • datum laatste wijziging
    19/07/2007

COORDINATIE

K.B. 7-3-1978 - B.S. 24-6-1978

impliciet opgeheven door Decr. 8-6-2007 - B.S. 19-7-2007

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 19 juli 1971 betreffende de toeken-ning van studietoelagen en -leningen, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1972 tot vaststelling van de verschillende onderwijsniveaus;

Gelet op het advies van de Hoge Raad voor studietoelagen;

Gelet op het akkoord van Onze Staatssecretaris voor Begroting dd. 8 november 1972;

Gelet op de wet van 23 december 1946 houdende instelling van een Raad van State, inzonderheid op artikel 2, 2e lid;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Nationale Opvoeding,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

Kunnen een studietoelage genieten voor secundair onderwijs, de leerlingen die tijdens het vorige schooljaar een studiecyclus in dit onderwijs beëindigd hebben en die de lessen volgen van een aanvullend jaar wiskunde of een voorbereidend jaar tot het hoger onderwijs.

[De kandidaten die, na studiën te hebben gevolgd in het paramedisch hoger onderwijs van het korte type, deze studiën hebben stopgezet of ononderbroken om aanvullend secundair beroepsonderwijs voor verpleegassistenten te volgen, kunnen eveneens een studietoelage voor secundair onderwijs genieten, zelfs nog voor het school- of academiejaar waarin deze overgang gebeurt.]

K.B.7-3-1978

Art. 2.

[De kandidaten die, na hogere studiën te hebben gevolgd, deze studiën hebben stopgezet of onderbroken om hoger onderwijs te volgen dat krachtens de bepalingen van artikel 2 van het voormelde koninklijk besluit van 16 november 1972 op een lager niveau gerangschikt wordt, kunnen studietoelagen genieten indien zij hun laatste academiejaar in dat hogere niveau met vrucht beëindigd hebben of indien zij in dat lagere niveau reeds een jaar met vrucht beëindigd hebben.

Deze bepaling geldt niet voor de studenten die reeds een volledige studiecyclus in het hoger onderwijs doorlopen hebben.]

K.B.7-3-1978

Art. 3.

Dit besluit is van toepassing op de kandidaten waar-van de aanvraag door de Dienst voor Studietoelagen van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur behandeld wordt.

Art. 4.

Onze Minister van Nationale Opvoeding is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in werking treedt met ingang van het school- of academiejaar 1972-1973.