Decreet houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelverenigingen.

  • goedkeuringsdatum
    30 MAART 1999
  • publicatiedatum
    B.S.15/09/1999
  • datum laatste wijziging
    30/06/2004

COORDINATIE

Decr. 19-3-2004 - B.S. 10-6-2004

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :

1° koepelvereniging : een studentenkoepelvereniging of een leerlingenkoepelvereniging;

2° studentenkoepelvereniging : de koepelvereniging van aan Vlaamse universiteiten en/of hogescholen verbonden plaatselijke studentenraden;

3° leerlingenkoepelvereniging : de koepelvereniging van aan Vlaamse secundaire onderwijsinstellingen verbonden plaatselijke leerlingenraden;

4° vorming : een qua onderwijsbeleid relevante opleiding en begeleiding van studenten en/of leerlingen van ten minste drie uur en voor ten minste tien deelnemers;

5° leerlingen : personen, ingeschreven in het stamboek van een onderwijsinstelling voor secundair onderwijs die een gedeelte van de vakken of alle vakken volgen, gedurende het volledige schooljaar of een deel van het schooljaar;

6° studenten : personen, ingeschreven in een instelling voor hoger onderwijs.

Art. 3.

Onder de in dit decreet vastgelegde voorwaarden, verleent de Vlaamse regering subsidies aan studenten- en leerlingenkoepelverenigingen.

HOOFDSTUK II. - Subsidiëringsvoorwaarden

Art. 4.

Alleen koepelverenigingen, werkzaam voor en geleid door leerlingen en studenten aan onderwijsinstellingen, erkend door de Vlaamse Gemeenschap, komen in aanmerking voor de toepassing van dit decreet.

Art. 5.

De koepelvereniging moet blijkens haar statuten tot doel hebben studenten en leerlingen vorming en ondersteuning te bieden, met het oog op participatie in de diverse inspraak- en beheersorganen op het gebied van onderwijs.

Art. 6.

Uit de statuten en werking moet blijken dat de koepelvereniging de principes en de regels van de democratie aanvaardt en tevens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Internationaal verdrag betreffende de Rechten van het Kind onderschrijft.

Art. 7.

De koepelvereniging moet verder :

1° opgericht zijn op particulier initiatief in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921;

2° haar zetel hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Op de zetel moeten in het Nederlands de nodige bewijsstukken en documenten waaruit blijkt dat aan de subsidiëringsvoorwaarden is voldaan voorhanden zijn en ter beschikking gesteld worden voor onderzoek door de administratie;

3° een boekhouding voeren volgens een model dat door de Vlaamse regering wordt goedgekeurd;

4° jaarlijks een door de algemene vergadering goedgekeurd werkingsverslag bij de administratie indienen.

Art. 8.

Inzake representativiteit voldoen de koepelverenigingen aan de volgende voorwaarden :

- [studentenkoepelvereniging : overkoepelt ten minste studentenraden van tien instellingen en van twee associaties;]

- leerlingenkoepelvereniging : overkoepelt ten minste vijftig leerlingenraden van een secundaire school uit ten minste vier Vlaamse provincies met inbegrip van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Alle onderwijsvormen dienen daarin vertegenwoordigd te zijn.

Decr.19-3-2004

HOOFDSTUK III. - Subsidies

Art. 9.

De subsidie wordt toegekend voor de werkingsuitgaven en de personeelsuitgaven en voor uitgaven inzake projecten.

De Vlaamse regering bepaalt de subsidiëringsnormen en -voorwaarden.

HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten

Art. 10.

Met het oog op de ondersteuning en vorming van leerlingen en studenten zorgen de gesubsidieerde koepelverenigingen voor :

- bijdragen in een kader- of ledenblad;

- bijdragen in afzonderlijke publicaties, brochures of documentatie;

- vormingsactiviteiten en initiatieven van deskundigheidsbevordering.

Art. 11.

Op verzoek van de Vlaamse regering werkt de gesubsidieerde koepelvereniging mee aan onderzoeken, gericht op deelname aan of evaluatie van het participatiebeleid inzake onderwijs.

Art. 12.

Op verzoek van de Vlaamse regering brengt de koepelvereniging advies uit.

Art. 13.

In artikel 153, 1°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II, gewijzigd door de decreten van 23 oktober 1991 en 8 juli 1996, wordt na littera f) het volgende toegevoegd :

"g) twee vaste en twee plaatsvervangende leden die de representatieve leerlingenkoepelverenigingen vertegenwoordigen;

h) twee vaste en twee plaatsvervangende leden die de representatieve studentenkoepelverenigingen vertegenwoordigen."

Art. 14.

In artikel 153, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd door de decreten van 23 oktober 1991 en 8 juli 1996, wordt het woord "zevenendertig" telkens vervangen door het woord "eenenveertig".

Art. 15.

In artikel 153, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd door de decreten van 23 oktober 1991 en 8 juli 1996, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

"De kandidaat-vertegenwoordigers van de inrichtende machten, het personeel, de ouderverenigingen en de studenten- en leerlingenkoepelverenigingen worden voorgedragen door de desbetreffende representatieve organisaties van inrichtende machten, vakorganisaties, ouderverenigingen en studenten- en leerlingenkoepelverenigingen. De vertegenwoordigers van de sociale en economische organisaties worden voorgedragen door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen."

Art. 16.

De onder dit decreet erkende koepelverenigingen hebben een volledig informatierecht. De Vlaamse regering bezorgt de koepelvereniging alle documenten die zij nodig heeft voor haar werking.

HOOFDSTUK V. - Controle en sancties

Art. 17.

Onverminderd de controle, zoals bepaald bij de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid de artikelen 55 tot 58, oefenen de bevoegde verificatiediensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Onderwijs, het toezicht en de controle uit op de aanwending van de subsidies door de koepelverenigingen.

Art. 18.

De ten onrechte verkregen subsidies of subsidies die niet correct werden aangewend, worden na een procedure, vastgelegd door de Vlaamse regering, door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Onderwijs teruggevorderd van de betrokken koepelverenigingen.

Een terugvordering verjaart na verloop van één jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op de betalingsdatum, tenzij de terugbetaling binnen die termijn werd gevraagd.

In afwijking van het tweede lid is de verjaringstermijn dertig jaar in geval van valse verklaringen die de berekening van de subsidies beïnvloed hebben.

HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 19.

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2000.