OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering betreffende de taken van commissaris-coördinator en commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen.

  • goedkeuringsdatum
    05 APRIL 1995
  • publicatiedatum
    B.S.16/06/1995
  • datum laatste wijziging
    15/05/2014

COORDINATIE

B.Vl.R. 9-9-2011 - B.S. 16-11-2011

opgeheven door Decr. 21-3-2014 - B.S. 15-5-2014

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 248;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 tot regeling van de begrotingscontrole, inzonderheid op artikel 8, § 2;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de bepalingen van dit besluit het de commissarissen en de commissaris-coördinator van de Vlaamse regering bij de hogescholen dringend mogelijk moeten maken de hen opgelegde taken uit te voeren en dat deze taken bij de voorbereiding van de omvangrijke en ingrijpende wijzigingen voor het academiejaar 1995-1996 van essentieel belang zijn;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° het decreet : het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse gemeenschap;

2° de commissarissen : de commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen;

3° de commissaris-coördinator : de commissaris-coördinator van de Vlaamse regering bij de hogescholen.

Art. 2.

De commissaris-coördinator en de commissarissen hebben de volgende gemeenschappelijke taken :

1° de controle op de wettelijkheid en de regelmatigheid van alle ontvangsten en uitgaven. Deze omvat onder meer :

- controle van het aantal financierbare studenten;

- controle op het naleven van de bij decreet ingestelde percentages inzake personeelsformatie en aantal benoemingen;

- thema-controle van de personeelsdossiers o.a. inzake vereiste bekwaamheidsbewijzen;

- controle van de jaarlijkse naamlijst en de individuele afwijkingen inzake cumulatie;

- controle op naleving van de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten;

2° de controle van de rekeningen en financiële staten van de hogeschool en de bewaking van het financiële evenwicht ervan. Deze omvat onder meer :

- advisering van de begroting;

- advisering van meerjarenbegroting en analyse van de meerjarenprognose rond haalbaarheid van bepaalde initiatieven;

- financiële analyse van de jaarrekeningen;

- analyse van het jaarverslag;

- controle op de toepassing van artikel 232 van het decreet inzake het maximumpercentage van de jaarlijkse werkingsuitkering dat aan bezoldigingskosten besteed mag worden;

- participatie in het comité van toezicht belast met de voortgangsbewaking van de uitgavenontwikkeling van de hogescholen;

3° de controle van de rekeningen en financiële staten van de VZW's opgericht voor het beheer van de sociale voorzieningen en het bewaken van het financiële evenwicht ervan. Deze omvat onder meer :

- advisering van het begroting;

- advisering van meerjarenbegroting en analyse van de meerjarenprognose rond haalbaarheid van bepaalde initiatieven;

- financiële analyse van de jaarrekeningen;

- analyse van het jaarverslag;

4° het bijhouden van een fysische inventaris van alle onroerende goederen van de hogeschool, met vermelding van hun oorsprong en bestemming en van alle aanpassingen hiervan;

5° het formele toezicht op de naleving van de decretale bepalingen betreffende de medezeggenschap en van de daartoe opgerichte organen binnen de hogeschool, alsmede op de naleving van de decretale bepalingen betreffende de onderhandelingscomités;

6° het kunnen bijwonen met raadgevende stem van alle vergaderingen van het hogeschoolbestuur waarop punten behandeld worden waarvoor de commissarissen bevoegd zijn;

[7° de controle op de naleving van de onderhandelingsplicht met de representatieve vakorganisaties.]

B.Vl.R. 9-9-2011

Art. 3.

§ 1. Met betrekking tot de uitbetaling van de salarissen van het personeel van alle hogescholen, ook deze welke behoren tot het ambtsgebied van de commissaris-coördinator, hebben de commissarissen de volgende specifieke taken :

1° medeverantwoordelijkheid om het betalingssysteem te ontwerpen in concept, processen en procedures;

2° medeverantwoordelijkheid om de betalingen uit te voeren door middel van advies bij complexere dossiers, onder meer bij rekenhofdossiers en geschillen.

§ 2. De administratie is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de betalingen van de salarissen van de personeelsleden van de hogescholen. Zij ziet ook toe op het beheer van het betalingssysteem en op alles wat daaruit voortvloeit.

§ 3. De commissaris-coördinator en de commissarissen zijn verantwoordelijk voor de externe controle van de juistheid van de gegevens die de hogescholen aan het sociaal secretariaat geven.

Art. 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan op voorstel van het college van commissarissen beslissen bijkomende taken toe te voegen aan het takenpakket van de commissarissen en de commissaris-coördinator.

Art. 5.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1995.

Art. 6.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.