OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende bijzondere maatregelen ten gunste van de personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs tewerkgesteld in Duitsland.

  • goedkeuringsdatum
    12 JULI 1995
  • publicatiedatum
    B.S.15/09/1995
  • datum laatste wijziging
    24/10/2003

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 10-11-2000)

COORDINATIE

B.Vl.R. 10-11-2000 - B.S. 9-1-2001

opgeheven door B.Vl.R. 12-9-2003 - B.S. 24-10-2003

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 96;

Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, inzonderheid op artikel 4, § 4;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1994;

Gelet op het protocol van 1 juni 1995 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 26 januari 1995;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het absoluut noodzakelijk is dat aan de betrokken personeelsleden vóór de aanvang van het nieuwe schooljaar rechtszekerheid wordt geboden in verband met maatregelen die reeds de facto worden toegepast;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

§ 1.[de personeelsleden, onderworpen aan het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs die :

a) vast benoemd zijn;

b) overeenkomstig artikel 39 en 49 van hetzelfde decreet van 27 maart 1991 geaffecteerd zijn aan een instelling van het Gemeenschapsonderwijs, gevestigd in Duitsland;]

2° de instellingen van het [Gemeenschapsonderwijs] gevestigd in Duitsland die de sub 1° bedoelde personeelsleden tewerkstellen;

3° [de inrichtende machten van het door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding, bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.]

B.Vl.R. 10-11-2000

§ 2. Dit besluit is echter niet van toepassing op de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel onderworpen aan voormeld decreet van 27 maart 1991.

Art. 2.

§ 1. De keuze die de in artikel 1 bedoelde personeelsleden voor 17 augustus 1993 op het daartoe bestemde formulier gemaakt hebben om :

1° hetzij onmiddellijk naar België terug te keren;

2° hetzij nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren;

is definitief.

In afwijking van voorgaand lid kan een personeelslid evenwel, in uitzonderlijke omstandigheden en met een degelijk gefundeerde motivering, aan de minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde de herziening van zijn keuze vragen.

§ 2. [De keuze van een personeelslid om onmiddellijk naar Belgie terug te keren, zoals bedoeld in § 1, 1°, kan :

1° tot en met 31 december 1999 allen maar worden ingewilligd na goedkeuring door het tussenoverlegcomité, opgericht overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 1992 houdende oprichting en samenstelling van de basisoverlegcomités en het tussenoverlegcomité voor de personeelsleden van het onderwijs georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap;

° met ingang van 1 januari 2000 alleen maar worden ingewilligd na goedkeuring door het tussencomité van de scholengroep Duitsland, opgericht overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

Voormeld tussenoverlegcomité of met ingang van l januari 2000 voormeld tussencomité kan zijn goedkeuring slechts weigeren als het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld kan worden in een instelling of in instellingen in Duitsland.

Als het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld kan worden in een instelling of in instellingen in Duitsland, kan de onmiddellijke terugkeer alleen maar geweigerd worden met het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs]

B.Vl.R. 10-11-2000

Art. 3.

§ 1. .[ Onverminderd de bepalingen van artikel 7, § 1, worden, in voorkomend geval, de personeelsleden, bedoeld in artikel 1, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking onder de voorwaarden bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.]

B.Vl.R. 10-11-2000

§ 2. De personeelsleden die op grond van voormeld besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, worden tegen 1 september van het schooljaar gereaffecteerd of weder te werk gesteld in de instellingen in Duitsland.

De wedertewerkstelling is echter beperkt tot de personeelscategorie waartoe zij behoren. Op uitdrukkelijk verzoek van een personeelslid kan het ook weder te werk gesteld worden in een ambt van een andere personeelscategorie.

§ 3. Het personeelslid dat niet kan gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden in een instelling of in instellingen in Duitsland, maar dat, met akkoord van de minister bevoegd voor het onderwijs, beschikbaar moet blijven voor het onderwijs in Duitsland, is in dienstactiviteit.

Art. 4.

Het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, en dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking en niet gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in de instellingen in Duitsland, moet, met het oog op reaffectatie en wedertewerkstelling, onmiddellijk naar België terugkeren, op voorwaarde echter dat het in artikel 2, § 2, bedoelde tussenoverlegcomité [en met ingang van 1 januari 2000 het bedoelde tussencomité] hieraan zijn goedkeuring hecht.

B.Vl.R. 10-11-2000

Art. 5.

§ 1. Het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, maar dat niet ter beschikking gesteld moet worden wegens volledige ontstentenis van betrekking, kan op 1 september ruilen met een personeelslid dat op dezelfde datum ter beschikking is gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking en dat niet kan worden gereaffecteerd of weder te werk gesteld.

§ 2. De in § 1 bedoelde ruil moet steeds gebeuren binnen hetzelfde ambt zoals gedefinieerd in het voormeld besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992.

§ 3. De in § 1 bedoelde ruil wordt schriftelijk vastgelegd overeenkomstig het bij dit besluit gevoegde model van ruilovereenkomst. De beide betrokken personeelsleden ondertekenen en dateren dit document. Elk bewaart een exemplaar en een afschrift ervan wordt toegezonden aan het departement Onderwijs.

§ 4. De overeenkomstig § 3 vastgelegde ruil is definitief.

Art. 6.

De in artikel 5 bedoelde ruil gebeurt volgens de hierna vermelde criteria :

A. Binnen dezelfde instelling :

1° Als in de instelling waar het personeelslid werkt dat gekozen heeft onmiddellijk naar België terug te keren een personeelslid in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking, wordt met dit personeelslid geruild.

2° Als in een instelling verschillende personeelsleden werken die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren, en een personeelslid in hetzelfde ambt aan dezelfde instelling ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking, wordt geruild met het personeelslid dat onmiddellijk naar België wenst terug te keren en dat in hetzelfde ambt de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit met het oudste personeelslid.

3° Als in de instelling waar het personeelslid werkt dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, verschillende personeelsleden in hetzelfde ambt ter beschikking gesteld zijn wegens volledige ontstentenis van betrekking, wordt geruild met het ter beschikking gestelde personeelslid dat in hetzelfde ambt de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit met het oudste personeelslid.

4° Als in een instelling verschillende personeelsleden werken die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren, en verschillende personeelsleden in hetzelfde ambt aan dezelfde instelling ter beschikking gesteld zijn wegens volledige ontstentenis van betrekking, wordt geruild binnen hetzelfde ambt. Hierbij wordt rekening gehouden met de anciënniteit van zowel het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België te keren, als van het ter beschikking gestelde personeelslid, met dien verstande dat de personeelsleden met de grootste dienstanciënniteit voorrang genieten en bij gelijke dienstanciënniteit het oudste personeelslid.

B. Niet binnen dezelfde instelling :

Indien niet geruild kan worden binnen dezelfde instelling, kan worden geruild met een personeelslid van een andere instelling in Duitsland, op basis van de volgende elementen :

1° de voorkeur uitgesproken door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking :

a) Het personeelslid dat gekozen heeft om nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren, en dat ter beschikking is gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking maakt, in volgorde van voorkeur, de lijst op van de instellingen in Duitsland waar het wenst tewerkgesteld te worden.

b) Als in de instelling waarvoor het personeelslid dat gekozen heeft om nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren, en dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking, zijn voorkeur heeft uitgesproken, in hetzelfde ambt een personeelslid werkt dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, wordt geruild met dit laatste personeelslid.

c) Als in de instelling waarvoor het personeelslid dat gekozen heeft om nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren, en dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking zijn voorkeur heeft uitgesproken, verschillende personeelsleden werken die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren, wordt geruild met het personeelslid dat onmiddellijk naar België wenst terug te keren en in hetzelfde ambt de grootste dienstanciënniteit heeft. Bij gelijke dienstanciënniteit wordt geruild met het oudste personeelslid.

d) Als meer dan één personeelslid dat gekozen heeft om nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren, en dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking zijn voorkeur heeft uitgesproken voor één instelling, en als aan deze instelling slechts één personeelslid werkt dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, wordt geruild met het ter beschikking gestelde personeelslid dat in hetzelfde ambt de grootste dienstanciënniteit heeft. Bij gelijke dienstanciënniteit wordt geruild met het oudste personeelslid.

e) Als meer dan één personeelslid dat gekozen heeft om nooit meer naar het onderwijs in België terug te keren, en dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking zijn voorkeur heeft uitgesproken voor één instelling, en als aan deze instelling verschillende personeelsleden werken die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren, wordt geruild binnen hetzelfde ambt. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de dienstanciënniteit van zowel het ter beschikking gestelde personeelslid, als van het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, met dien verstande dat de personeelsleden met de grootste dientanciënniteit voorrang genieten en bij gelijke dienstanciënniteit het oudste personeelslid.

2° met wederzijdse toestemming :

Alle personeelsleden van instellingen in Duitsland die ter beschikking gesteld zijn wegens volledige ontstentenis van betrekking en die niet gereaffecteerd of weder te werk gesteld zijn, kunnen vrijwillig, met wederzijdse toestemming, ruilen met personeelsleden van instellingen in Duitsland die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren.

Art. 7.

§ 1. Het personeelslid dat gekozen heeft om onmiddellijk naar België terug te keren, en dat heeft kunnen ruilen, wordt ter beschikking gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking en keert naar België terug. De verplichtingen inzake reaffectatie en wederterwerkstelling in instellingen in Duitsland moeten op dit personeelslid niet meer worden toegepast.

§ 2. Het personeelslid dat de ruil aanvaard heeft, wordt [geaffecteerd in] de betrekking die verlaten wordt door het personeelslid bedoeld in § 1.

B.Vl.R. 10-11-2000

Art. 8.

Overeenkomstig de keuze die ze op het daartoe bestemde formulier vóór 27 augustus 1993 hebben gemaakt, en overeenkomstig de bepalingen van het voormeld besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992, worden de in de artikelen 4 en 7, § 1, bedoelde personeelsleden gereaffecteerd en wedertewerkgesteld in één van de volgende onderwijsnetten :

1. het gemeenschapsonderwijs;

2. het gesubsidieerd officieel onderwijs;

3. het gesubsidieerd vrij onderwijs.

Voor hun indiensttreding in een instelling van het gekozen onderwijsnet, moeten de personeelsleden het opvoedingsproject van de inrichtende macht van dit net onderschrijven.

Art. 9.

§ 1. [Voor de reaffectatie en wedertewerkstelling in een instelling in België worden de in artikel 4 en 7, § l, bedoelde personeelsleden beschouwd als behorend tot een instelling van :

c) de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs;

d) de scholengemeenschap of de inrichtende macht, als de instelling niet behoort tot een scholengemeenschap, voor wat betreft het gesubsidieerd gewoon secundair onderwijs;

e) de reaffectatiezone, voor wat betreft het gesubsidieerd basisonderwijs, waarvoor ze vóór 27 augustus 1999 op het daartoe bestemde formulier hebben gekozen.]

B.Vl.R. 10-11-2000

§ 2. Een directeur die op 30 juni van een schooljaar een aanstelling heeft in een onderwijsinstelling in België, kan evenwel op 1 september van het daaropvolgende schooljaar niet verdrongen worden door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking in een instelling in Duitsland.

Art. 10.

Naast de bepalingen betreffende de bezoldigingsregeling voor personeelsleden voor personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking vervat in het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992, krijgen de in artikel 1 vermelde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens volledige ontstentenis van betrekking gedurende twee extra jaren een wachtgeld dat te allen tijde gelijk is aan de wedde die zij hadden genoten indien zij in de administratieve stand van dienstactiviteit waren gebleven. Zij behouden hun aanspraak op een selectie- en bevorderingsambt.

Voor de personeelsleden die gekozen hebben om onmiddellijk naar België terug te keren, maar voor wie dit ingevolge artikel 2, § 2, niet mogelijk was, nemen deze twee extra jaar een aanvang op het ogenblik dat zij, na het beëindigen van hun opdracht in Duitsland, daadwerkelijk naar België terugkeren.

De voormelde twee extra jaren worden echter niet opgeschort bij :

- gedeeltelijke of volledige reaffectatie;

- gedeeltelijke of volledige wedertewerkstelling;

[- het volgen of geven van erkende nascholing of navorming;]

- overgang naar een andere administratieve stand;

- overgang naar een andere vorm van terbeschikkingstelling;

[- het volledig afstand doen van wachtgeld of van wachtgeldtoelage.]

B.Vl.R. 10-11-2000

[Art. 11.

De personeelsleden, bedoeld in artikel 4 en 7, § 1, die niet volledig gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, worden belast met pedagogische taken :

1° bij de door hen, overeenkomstig artikel 9, § 1 gekozen scholengroep van het gemeenschapsonderwijs;

2° bij één van de inrichtende machten die behoort tot de scholengemeenschap van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze of bij ontstentenis van een scholengemeenschap bij de inrichtende macht van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze, voor wat betreft het gesubsidieerd gewoon secundair onderwijs;

° bij één van de inrichtende machten van een instelling die behoort tot de reaffectatiezone van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze, voor wat betreft het gesubsidieerd basisonderwijs.

De pedagogische taken worden vervuld overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III.]

B.Vl.R.10-11-2000

[Art. 12.

De personeelsleden, bedoeld in artikel 4 en 7, § 1, die niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, worden gedurende de twee extra jaren, vermeld in artikel 10, belast met pedagogische taken :

1° bij de door hen, overeenkomstig artikel 9, § 1, gekozen scholengroep van het gemeenschapsonderwijs;

2° bij één van de inrichtende machten die behoort tot de scholengemeenschap van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze of bij ontstentenis van een scholengemeenschap bij de inrichtende macht van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze, voor wat betreft het gesubsidieerd gewoon secundair onderwijs;

3° bij één van de inrichtende machten van een instelling die behoort tot de reaffectatiezone van het net van hun overeenkomstig artikel 9, § 1 bepaalde keuze, voor wat betreft het gesubsidieerd basisonderwijs.]

B.Vl.R.10-11-2000

[Art. 13.

Als de inrichtende machten van het net van hun keuze geen pedagogische taken aanbieden, vervullen de in artikel 11 en 12 bedoelde personeelsleden pedagogische taken bij een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs, in functie van hun woon- of verblijfplaats.]

B.Vl.R. 10-11-2000

Art. 14.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1994.

De toestand van de personeelsleden die geregeld werd bij toepassing van de omzendbrieven van 8 juli 1992, kenmerk OND/I/2/NS/NA en 28 juli 1993, kenmerk OND/III/3/3/RM/PL, betreffende de terugtrekking van de troepen uit de B.S.D.-Gevolgen voor onderwijs en voor de personeelsleden uit het onderwijs, wordt beschouwd als zijnde in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

Art. 15.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.