OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling en rangschikking van de ambten in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    27 JUNI 1990
  • publicatiedatum
    B.S.07/11/1990
  • datum laatste wijziging
    18/11/2004

COORDINATIE

B.Vl.R. 29-6-1994 - B.S. 25-10-1994

B.Vl.R. 28-8-2000 - B.S. 20-10-2000

opgeheven door B.Vl.R. 25-6-2004 - B.S. 18-11-2004

De Vlaamse Regering,

Gelet op het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 55, § 1;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 12bis, § 3, a, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1973 en gewijzigd bij het decreet van 5 juli 1989, en op artikel 27, § 1, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1973 en 1 augustus 1985 en bij het decreet van 5 juli 1989;

Gelet op de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 18 februari 1977;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, inzonderheid op artikel 6, A en B, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 maart 1979 en 1 augustus 1984, en op artikel 9;

Gelet op het protocol van 30 mei 1990 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de schoot van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 8 mei 1990;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de instellingen voor gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap [en op de leden van het paramedisch en het sociaal personeel van het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling].

B.Vl.R.28-8-2000

Art. 2.

§ 1. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel mogen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :

A. In het kleuteronderwijs :

a) wervingsambt :

- kleuteronderwijzer;

b) bevorderingsambt :

- directeur van een kleuterschool.

B. In het lager onderwijs :

a) wervingsambten :

- onderwijzer;

- leermeester godsdienst;

- leermeester niet-confessionele zedenleer;

- leermeester lichamelijke opvoeding;

b) bevorderingsambt :

- directuer van een lagere school.

C. In het basisonderwijs :

a) wervingsambten :

- kleuteronderwijzer;

- onderwijzer;

- leermeester godsdienst;

- leermeester niet-confessionele zedenleer;

- leermeester lichamelijke opvoeding;

b) bevorderingsambt :

- directeur van een basisschool.

§ 2. Als een door de Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde basisschool een lagere school wordt, wordt de directeur van de basisschool directeur van een lagere school. Als een door de Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde lagere school aangevuld wordt tot een basisschool, wordt de directeur van de lagere school directeur van een basisschool.

[Art. 2bis.

§ 1. De ambten die de leden van het paramedisch personeel mogen uitoefenen aan het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandregeling worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- verpleger;

- kinderverzorger;

- ergotherapeut.

2° Selectieambten :

nihil.

3° Bevorderingsambten :

nihil.

§ 2. De ambten die de leden van het sociaal personeel mogen uitoefenen aan het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandregeling worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- maatschappelijk werker.

2° Selectieambten :

nihil.

3° Bevorderingsambten :

nihil.]

B.Vl.R. 28-8-2000

Art. 3.

§ 1. Het wervingsambt van kleuteronderwijzer vervangt :

- het wervingsambt van kleuteronderwijzer(es);

- het selectieambt van kleuteronderwijzeres aan een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen.

§ 2. Het wervingsambt van onderwijzer vervangt :

- het wervingsambt van onderwijzer(es);

- het wervingsambt van leermeester artistieke vakken;

- het selectieambt van onderwijzer aan een lagere oefen-school.

§ 3. Het wervingsambt van leermeester godsdienst blijft behouden.

§ 4. Het wervingsambt van leermeester niet-confessionele zedenleer vervangt het wervingsambt van leermeester zedenleer.

§ 5. Het wervingsambt van leermeester lichamelijke opvoeding vervangt :

- het wervingsambt van leermeester bijzondere vakken - specialiteit lichamelijke opvoeding;

- het selectieambt van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool - specialiteit lichamelijke opvoeding.

§ 6. De bevorderingsambten in de linkse kolom worden vervangen door het overeenkomstige bevorderingsambt in de rechter kolom.

a) - hoofdkleuteronderwijzeres van een kleuterschool;

- hoofdkleuteronderwijzeres van een autonome kleuterschool;

- hoofdkleuteronderwijzeres van een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen;

- directeur van een kleuterschool;

b) als de instelling alleen lager onderwijs organiseert :

- hoofdonderwijzer of directeur van een een autonome lagere school;

- hoofdonderwijzer van een lagere oefenschool;

- directeur van een internaat voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben;

- directeur van lagere school;

c) als de instelling kleuter- en lager onderwijs organiseert :

- hoofdonderwijzer of directeur van een autonome lagere school;

- hoofdonderwijzer van een lagere oefenschool;

- directeur van een internaat voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben.

- directeur van basisschool.

§ 7. De op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bestaande betrekkingen van het wervingsambt van leermeester bijzondere vakken, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, en op dezelfde datum bestaande betrekkingen van het selectieambt van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, blijven behouden tot op de dag dat de titularis van het ambt de betrekking definitief verlaat.

Art. 4.

De personeelsleden die op 31 augustus 1990 hetzij stagedoend, hetzij vastbenoemd zijn, hetzij vastbenoemd zijn en als dusdanig erkend, waar deze erkenning vereist is, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in een van de ambten die bij artikel 3 vervangen worden, worden geacht zich in het nieuwe ambt in dezelfde administratieve toestand te bevinden als op dezelfde datum in het ambt dat vervangen wordt.

De personeelsleden die op 31 augustus 1990 hetzij vastbenoemd zijn, hetzij vastbenoemd zijn en als dusdanig erkend, waar deze erkenning vereist is, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in één van de selectieambten van onderwijzer aan een lagere oefenschool, van kleuteronderwijzeres aan een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen of van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool behouden echter het voordeel van de weddeschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 1990 uitgeoefende selectieambt. Zij blijven ertoe gehouden verder de opdrachten te vervullen, verbonden aan dit selectieambt.

De personeelsleden die op 31 augustus 1990 hetzij vastbenoemd zijn, hetzij vastbenoemd zijn en als dusdanig erkend, waar deze erkenning vereist is, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in één van de bevorderingsambten van hoofdkleuteronderwijzeres van een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen of van hoofdonderwijzer van een lagere oefenschool behouden eveneens het voordeel van de weddeschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 1990 uitgeoefende bevorderingsambt, voor zover deze voordeliger is dan de weddeschaal van het nieuwe ambt waarin zij met ingang van 1 september 1990 geacht worden zich te bevinden. Zij blijven ertoe gehouden verder de opdrachten te vervullen, verbonden aan dit bevorderingsambt. [Met ingang van 1 januari 1994 krijgen deze personeelsleden de weddeschaal 210/1 vermeld in de rubriek "Weddeschalen klasse 22 jaar" van de tabel van de weddeschalen gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrich-tingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat.]

B.Vl.R.29-6-1994

Art. 5.

Artikel 6, A en B, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneeel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- een normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 maart 1979 en 1 augustus 1984, wordt opgeheven wat de in artikel 1 van dit besluit vermelde personeelsleden betreft.

Art. 6.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1990.

Art. 7.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.