Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage.

  • goedkeuringsdatum
    29 APRIL 1992
  • publicatiedatum
    B.S.01/07/1992
  • datum laatste wijziging
    01/09/2015

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 31-8-1999)

COORDINATIE

Decr. 21-12-1994 - B.S. 31-12-1994

B.Vl.R. 7-12-1994 - B.S. 9-3-1995

B.Vl.R. 9-7-1996 - B.S. 29-8-1996

B.Vl.R. 25-3-1997 - B.S. 13-5-1997

B.Vl.R. 22-9-1998 - B.S. 6-11-1998

B.Vl.R. 31-8-1999 - B.S. 7-3-2000

B.Vl.R. 4-2-2000 - B.S. 16-5-2000

B.Vl.R. 28-8-2000 - B.S. 20-10-2000

B.Vl.R. 28-8-2000 - B.S. 10-1-2001

B.Vl.R. 1-3-2002 - B.S. 19-6-2002

B.Vl.R. 5-12-2003 - B.S. 2-3-2004

B.Vl.R. 23-9-2005 - B.S. 7-2-2006

B.Vl.R. 8-9-2006 - B.S. 24-11-2006

B.Vl.R. 21-9-2007 - B.S.29-10-2007

B.Vl.R. 17-10-2008 - B.S. 22-12-2008

Decr. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009

B.Vl.R. 28-5-2010 - B.S. 8-7-2010

B.Vl.R. 10-9-2010 - B.S. 21-10-2010

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

B.Vl.R. 7-10-2011 - B.S. 23-11-2011

B.Vl.R. 12-10-2012 - B.S. 4-12-2012

B.Vl.R. 24-10-2014 - B.S. 3-12-2014

B.Vl.R. 21-11-2014 - B.S. 14-1-2015

B.Vl.R. 12-6-2015 - B.S. 6-7-2015

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op hoofdstuk IX, afdeling IV;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op titel II, hoofdstuk VI, afdeling 4;

Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, inzonderheid op titel II;

Gelet op de protocollen van 17 juli 1991 en 18 september 1991 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sector Comité X en van Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van Afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op de beslissing van de Vlaamse Regering van 26 juni 1991 getroffen in uitvoering van art. 15 van het koninklijk besluit van 5 oktober 1961 tot regeling van de administratieve en begrotingscontrole;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

TITEL I. - Algemene bepalingen

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.

[Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, de instellingen, de centra en de inrichtende machten op wie de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd personeel van toepassing zijn, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten en de inrichtende machten die deze personeelsleden tewerkstellen en de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel.]

B.Vl.R.28-5-2010

HOOFDSTUK II. - Algemene begrippen

Art. 2.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit [geldt het volgende]¹, tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald :

1° [de termen "ter beschikking stellen" en "terbeschikkingstelling" moeten respectievelijk worden gelezen als "ter beschikking stellen wegens gedeeltelijke of volledige ontstentenis van betrekking" en "terbeschikkingstelling wegens gedeeltelijke of volledige ontstentenis van betrekking";]¹

2° [er wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende onderwijsniveaus :

1. het basisonderwijs;

2. het secundair onderwijs;

3. het deeltijds kunstonderwijs;

4. het volwassenenonderwijs;

5. de centra voor leerlingenbegeleiding, hierna centra genoemd;]¹

3° [ het basisonderwijs bestaat uit de niveaus :

1. kleuteronderwijs;

2. lager onderwijs;]¹

4° [het volwassenenonderwijs bestaat uit de niveaus :

1. het secundair volwassenenonderwijs;

2. het hoger beroepsonderwijs;]¹

[3. de specifieke lerarenopleiding;]²

5° [het deeltijds kunstonderwijs bestaat uit de niveaus :]¹

1. lager secundair niveau;

2. hoger secundair niveau.

Voor de toepassing van dit besluit worden in het deeltijds kunstonderwijs de volgende graden beschouwd als zijnde te behoren tot :

1) het lager secundair niveau :

- de lagere graad;

- de middelbare graad.

2) het hoger secundair niveau :

- de hogere graad;

- de specialisatiegraad.

[ ]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]² B.Vl.R. 28-5-2010

§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt begrepen onder :

1° "vast benoemd" : vast benoemd zijn, vast benoemd en erkend zijn daar waar de erkenning bestaat, gelijkgesteld zijn met de definitief erkende personeelsleden, gelijkgesteld zijn met de in vast verband benoemde personeelsleden;

2° "volledige ontstentenis van betrekking" : het niet voorhanden zijn van een betrekking waardoor het vastbenoemde personeelslid geen vastbenoemd titularis meer is van enige betrekking in het onderwijs of de centra die recht geeft op een salaris of salaristoelage;

3° "gedeeltelijke ontstentenis van betrekking" : het niet voorhanden zijn van een betrekking waardoor het vastbenoemde personeelslid vastbenoemd titularis blijft van een betrekking in het onderwijs of de centra die recht geeft op een salaris of salaristoelage, maar die in zijnen hoofde als onvolledig dient beschouwd te worden;

4° [vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die vacant is, of waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste tien werkdagen. Elke betrekking die door de overheid financierbaar of subsidieerbaar is, is onderworpen aan de bepalingen van dit besluit;]

B.Vl.R.5-12-2003

5° ["betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling" :

een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren.

Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op :

a) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs, [[de leden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs,]]¹ voor het technisch personeel van de centra, en voor het personeel van de semi-internaten en van de [[internaten van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen]]²;

b) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden.

Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen;]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 8-9-2006; [[ ]]² B.Vl.R. 19-6-2015

6° "ononderbroken periode" : een periode zonder dienstonderbreking.

Wordt niet als dienstonderbreking beschouwd: de vakantieperioden, de militaire dienst, de burgerdienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, [de borstvoedingsverloven, de periode van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging van een beroepsziekte en/of moederschapsbescherming]², de verloven van korte duur met behoud van salaris of salaristoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van salaris of salaristoelage voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar [...]¹ of dienstjaar;

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 17-10-2008

7° [...]

B.Vl.R.5-12-2003

8° [gewoon secundair onderwijs : het voltijds secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;]

B.Vl.R. 17-10-2008

[9° "karakter" : indeling van instellingen en scholen naargelang ze behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheiden godsdiensten of levensbeschouwingen, of tot het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs;]

B.Vl.R.23-9-2005

[10° "basisenveloppe" : de puntenenveloppe voor het bestuurs- en ondersteunend personeel van een centrum voor volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 4, § 2, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;]

B.Vl.R. 17-10-2008

[11° "globale puntenenveloppe" : de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs, vermeld in [[artikel 24 tot en met artikel 31 van de [[[Codex Secundair Onderwijs]]] ]];]

B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]] B.Vl.R. 17-12-2010; [[[ ]]] B.Vl.R. 7-10-2011

[12° "lineaire opleiding" : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs lineair wordt georganiseerd, als vermeld in artikel 179 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

13° "voorlopig modulaire opleiding" : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd, maar nog niet steunt op een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 180 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

14° "definitief modulaire opleiding" : een opleiding die in een centrum voor volwassenenonderwijs modulair wordt georganiseerd op basis van een door de Vlaamse Regering goedgekeurd opleidingsprofiel, als vermeld in artikel 24, 24bis en 179ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;]

B.Vl.R. 10-9-2010

[15° "hbo5" : het hoger beroepsonderwijs als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs;

16° "omvorming van een hbo5-opleiding" : de omvorming van een hbo5-opleiding als vermeld in artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.]

B.Vl.R. 24-10-2014

§ 3. [Voor de toepassing van dit besluit worden de begrippen hoofdambt en bijbetrekking begrepen zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en in het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.]

B.Vl.R.7-12-1994

§ 4. [...]

B.Vl.R.31-8-1999

§ 5. [1° [[...]]¹

2° voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.

3° voor de toepassing van dit besluit moet in het buitengewoon lager onderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal 5 is of meer.

Hierdoor mag het aantal lestijden, bestemd voor onderwijzer algemene en sociale vorming en leermeester lichamelijke opvoeding, berekend volgens de vigerende reglementering, niet overschreden worden.

[[4° Voor de toepassing van dit besluit moet in het gewoon kleuteronderwijs bij een vermindering van het gehele pakket lestijden de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds.

Er wordt afgerond naar de hogere eenheid als de eerste decimaal vijf is of meer. Die afronding mag niet tot gevolg hebben dat het aantal lestijden, bestemd voor kleuteronderwijzer en leermeester lichamelijk opvoeding, berekend volgens de geldende reglementering, overschreven wordt.]]² ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]² B.Vl.R. 12-10-2012

§ 6. [Voor de toepassing van dit besluit mag een leermeester [[...]], godsdienst of niet-confessionele zedenleer van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen, niet ter beschikking gesteld worden om een onderwijzer aan te werven. Ook mag een onderwijzer niet ter beschikking gesteld worden om een leermeester [[...]], godsdienst of niet-confessionele zedenleer aan te werven van wie de lestijden werden vastgesteld volgens de schalen.]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 23-9-2005

§ 7. [Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon secundair onderwijs bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.

Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon [[basisonderwijs]] bij een vermindering van het urenpakket van de leden van het paramedisch personeel, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kinesitherapeut, logopedist, verpleger, ergotherapeut, kinderverzorger, maatschappelijk werker, arts, psycholoog en orthopedagoog niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 23-9-2005

[Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon basisonderwijs bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau, of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.]

B.Vl.R. 23-9-2005

[§ 8. Voor de toepassing van dit besluit worden de autonome internaten beschouwd als instellingen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die niet tot een scholengemeenschap behoren.

§ 9. [[Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten van de globale puntenenveloppe op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité, in welke personeelscategorie of personeelscategorieën en in welke ambten binnen die personeelscategorie of -categorieën ze die vermindering zal toepassen.]]³

§ 10. Voor de toepassing van dit besluit moet in het [[...]]² secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten [[van de globale puntenenveloppe]]³ voor het ondersteunend personeel rekening worden gehouden met het feit dat in een instelling de personeelsleden van het ondersteunend personeel [[ten minste 50 % opvoeders]]¹ moeten bestaan.

§ 11. [[Voor de toepassing van dit besluit wordt onder pedagogische entiteit verstaan : een entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en [[[anderzijds één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen]]].]]¹ ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 8-9-2006; [[ ]]³ B.Vl.R. 28-5-2010; [[[ ]]] B.Vl.R. 24-10-2014

[§ 12. [[Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het volwassenenonderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het bestuurs- en ondersteunend personeel welke betrekking of betrekkingen in de ambten van het bestuurs- en ondersteunend personeel door die vermindering nog in stand kunnen worden gehouden, op basis van de criteria waarover in het lokaal comité wordt onderhandeld.

De inrichtende macht moet daarbij steeds rekening houden met het feit dat ten minste 55 % van de basisenveloppe moet worden aangewend om betrekkingen van 63 en 82 punten in het ambt van administratief medewerker in stand te houden. Als door de vermindering van de beschikbare punten een lid van het bestuurspersoneel ter beschikking dreigt te worden gesteld, mag de inrichtende macht afwijken van die verplichting, met dien verstande dat dan steeds ten minste 50 % van de basisenveloppe moet worden aangewend om betrekkingen van 63 en 82 punten in het ambt van administratief medewerker in stand te houden en dat voormelde vermindering tot 50 % niet tot gevolg mag hebben dat een vastbenoemd administratief medewerker ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking.]] ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 17-10-2008

[§ 13. Voor de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs die met toepassing van artikel 98bis van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II beschikken over één of meer gefinancierde of gesubsidieerde betrekking(en) in het ambt van studiemeester-opvoeder en daarnaast één of meer betrekking(en) in het ambt van opsteller opgericht hebben, geldt wat volgt. Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht bij een vermindering van het aantal uren-opsteller of zij de vermindering volledig ten laste legt van de groep van studiemeester-opvoeder, of volledig ten laste legt van de groep van opsteller of verdeelt over beide groepen, op basis van criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.]

B.Vl.R. 21-9-2007

HOOFDSTUK III. - Bepaling van het begrip "hetzelfde ambt" en het begrip "ander ambt" bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling

Afdeling 1. - Algemene bepaling

Art. 3.

Voor de toepassing van dit besluit hebben de personeelsleden en de inrichtende machten rechten en plichten in een ambt.

§ 1. Het ambt waarop de personeelsleden en de inrichtende machten in toepassing van dit besluit rechten kunnen doen gelden en plichten hebben inzake :

- de aan de terbeschikkingstelling voorafgaande te nemen maatregelen;

- de terbeschikkingstelling;

- de reaffectatie,

wordt "hetzelfde ambt" genoemd. [...]²

§ 2. [Voor de personeelsleden die een erkende nascholing genoten hebben en hierdoor een aanvullende onderwijsbevoegdheid verworven hebben, wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid op basis van deze nieuwe onderwijsbevoegdheid, zowel voor de maatregelen die voorafgaan aan de terbeschikkingstelling als voor de terbeschikkingstelling.]¹

[Als het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies leidt tot een aanvullende onderwijsbevoegdheid wordt "hetzelfde ambt" uitgebreid conform deze paragraaf.]³

[§ 2bis. Voor de personeelsleden van wie de vaste benoeming ingeperkt is in het kader van herinschakeling na definitieve arbeidsongeschiktheid volgens artikel 55vicies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44quinquiesdecies/4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, wordt "hetzelfde ambt" beperkt tot de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die nog tot de ingeperkte vaste benoeming behoren.]³

[§ 3. "Ander ambt" wordt als volgt gedefinieerd : elk ambt, met uitzondering van " hetzelfde ambt " in de verschillende onderwijsniveaus en centra waarvoor het betrokken personeelslid :

1° over het vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;

2° over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikt of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs, mits er een onderlinge overeenkomst is tussen het personeelslid en de inrichtende macht.

Deze bepaling kan niet worden ingeroepen door [[een leermeester niet-confessionele zedenleer en een leraar niet-confessionele zedenleer]]. In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd officieel onderwijs kunnen de leermeester godsdienst en de godsdienstleraar deze bepaling niet inroepen.]¹

[Voor de personeelsleden, vermeld in paragraaf 2bis, behoren de vakken, specialiteiten, opleidingen of modules die als gevolg van de inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming niet meer tot "hetzelfde ambt" behoren, ook niet tot "ander ambt".]³

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]² B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]³ B.Vl.R. 24-10-2014; [[ ]] B.Vl.R. 24-10-2014

Afdeling 2. - [Gewoon basisonderwijs]

B.Vl.R.31-8-1999

Art. 4.

§ 1. [1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen.

2° Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van "hetzelfde ambt" volgende bepalingen :

a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;

b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.]

B.Vl.R. 23-9-2005

§ 2 en § 3. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

Afdeling 3. - [Gewoon secundair onderwijs]

B.Vl.R. 17-10-2008

Art. 5.

[§ 1. [[Voor [[[het gewoon secundair onderwijs]]]¹ wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :]]¹

1° [[Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel, het opvoedend hulp- en administratief personeel in het gewoon secundair onderwijs.

[[[Voor het ambt van directeur moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds het ambt van directeur van een instelling met een derde graad of met enkel hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde en anderzijds het ambt van directeur van een instelling met alleen een eerste graad of alleen een eerste en tweede graad.]]]² Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten en op voorwaarde dat het personeelslid hierdoor niet in een lagere salarisschaal terechtkomt;]]³

2° Als het een ambt van leraar betreft :

a) [[een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op [[[het einde]]]³ van het voorgaande schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.]]² Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;

b) een opdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid :

- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. [[...]]5;

- ofwel dat vak of deze specialiteit als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling geldt voor de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de instelling in kwestie behoort tot een scholengemeenschap, geldt de toepassing van deze bepaling eveneens voor alle instellingen van deze scholengemeenschap.

[[In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]]5

3° [[Een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur, uitgezonderd voor de bepaling in § 1, 1°, tweede lid;]]³

4° [[in afwijking van 1° en 3°, van § 1, wordt in [[[het gewoon secundair onderwijs]]]¹ voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt :

a) de ambten van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";

b) de ambten van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt";]]¹

[[5°]]¹ Voor de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel van [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4 is de overgang naar het algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs :

a) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4 als in de andere onderwijsvormen een vereist bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;

b) verplicht als de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4 en in de andere onderwijsvormen een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is voor dit ambt, vak of deze specialiteit;

c) niet mogelijk als het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken wel een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4, maar niet in de andere onderwijsvormen.

In afwijking van de bepaling onder b) kan de inrichtende macht na onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4 en de drie andere onderwijsvormen, behalve als het betrokken personeelslid reeds in één van deze drie onderwijsvormen fungeert als vastbenoemde in dit leervak.

Als de betrokken partijen het niet eens worden over de vraag of een onderscheid moet worden gemaakt tussen [[het beroepssecundair onderwijs of het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]4 enerzijds en de andere drie onderwijsvormen anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht tegen uiterlijk 15 september van het schooljaar in kwestie een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.

In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van b).

§ 2 en § 3. [[...]]¹ ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]³ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]4 B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]]5 B.Vl.R. 24-10-2014; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]]² B.Vl.R. 28-5-2010; [[[ ]]]³ B.Vl.R. 12-6-2015

Afdeling 4. - Buitengewoon onderwijs

B.Vl.R.31-8-1999

Onderafdeling 1. - [Buitengewoon basisonderwijs]

B.Vl.R.31-8-1999

Art. 6.

§ 1. [Voor het buitengewoon basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :]

B.Vl.R.5-12-2003

1. [Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel, het psychologisch personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel en administratief personeel in het buitengewoon basisonderwijs. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen.]

B.Vl.R. 23-9-2005

2. In het type 6 van het buitengewoon onderwijs wordt het ambt van leermeester ASV compensatietechniek-braille en het ambt van leraar ASV compensatietechniek-braille steeds als "hetzelfde ambt" beschouwd, ongeacht het onderwijsniveau : [...] basis- of secundair onderwijs en ongeacht de opleidingsvorm in het secundair onderwijs.

Deze bepaling is niet van toepassing indien hierdoor een lagere salarisschaal bekomen wordt;

B.Vl.R.31-8-1999

3. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

4. Voor de toepassing van hetzelfde ambt wordt evenwel geen onderscheid gemaakt tussen het ambt van directeur en het ambt van directeur van een medisch pedagogisch instituut.

[5. [[Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van "hetzelfde ambt" volgende bepalingen :

a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;

b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.]] ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 23-9-2005

§ 2 en § 3. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

Onderafdeling 2. - Buitengewoon secundair onderwijs

Art. 7.

§ 1. [Voor het buitengewoon secundair onderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :]

B.Vl.R.5-12-2003

1. [Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, [[ondersteunend personeel,]] opvoedend hulp-, medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch, [[en orthopedagogisch]] personeel van het buitengewoon secundair onderwijs;]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 8-9-2006

2. Wanneer het een ambt van directeur betreft wordt een onderscheid gemaakt tussen het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs zonder opleidingsvorm 4, het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4 zonder derde graad enerzijds en het ambt van directeur van een instelling van buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 4 en met derde graad anderzijds. Dit onderscheid geldt niet wanneer het betrokken personeelslid een [vereist bekwaamheidsbewijs] heeft voor deze ambten;

B.Vl.R. 17-10-2008

3. [en als het een ambt van leraar betreft :

a) [[een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op [[[het einde]]] van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.]]² Voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, de beroepsgerichte vorming die behoort tot dezelfde specialiteit. Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid, voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel voor deze specialiteit;

b) een opdracht in elk vak dat of elke specialiteit, die niet onder a) valt, voor de opleidingsvorm 3 en 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en voor de technische vakken, artistieke vakken of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het personeelslid :

- ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit of bij overgangsmaatregel geacht wordt in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. [[...]]³;

- ofwel dat vak [[of die specialiteit,]]¹ als het hiervoor vast benoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan betrokkene vast benoemd was van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen.

[[In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]]³ ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]³ B.Vl.R. 24-10-2014; [[[ ]]] B.Vl.R. 12-6-2015

4. [Een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur;]

B.Vl.R. 17-10-2008

5. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

[5.] In type 6 van het buitengewoon onderwijs wordt het ambt van leermeester ASV compensatietechniek-braille en het ambt van leraar ASV compensatietechniek-braille steeds als "hetzelfde ambt" beschouwd, ongeacht het onderwijsniveau : kleuter-, lager, basis- of secundair onderwijs en ongeacht de opleidingsvorm in het secundair onderwijs.

B.Vl.R.5-12-2003

Deze bepaling is niet van toepassing wanneer hierdoor een lagere salarisschaal wordt bekomen;

[6.] Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 2 en de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3.

[De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs] kan de gemotiveerde beslissing van de inrichtende macht waarbij de beroepsgerichte vorming in de opleidingsvormen 2 en 3 als "hetzelfde ambt" beschouwd worden, aanvaarden;

B.Vl.R.5-12-2003

[7.] In het buitengewoon secundair onderwijs wordt de beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, waarvan de specialiteit is aangeduid in de linkerkolom van onderstaande tabel als "hetzelfde ambt" beschouwd als de praktische vakken in de eerste graad in opleidingsvorm 4 of in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs die zijn opgenomen in de rechterkolom.

De toepassing van deze bepaling is :

1. verplicht indien de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat zowel in het buitengewoon secundair onderwijs als in het gewoon secundair onderwijs een vereist bekwaamheidsbewijs is;

2. verplicht indien de betrokken personeelsleden een bekwaamheidsbewijs bezitten dat een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het buitengewoon secundair onderwijs en in het gewoon secundair onderwijs een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is;

3. niet mogelijk indien het bekwaamheidsbewijs waarover de betrokken personeelsleden beschikken een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het buitengewoon secundair onderwijs maar noch een vereist, noch een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs is in het gewoon secundair onderwijs.

In afwijking van de bepaling onder 2 hiervoor kan de inrichtende macht in onderling akkoord met het betrokken personeelslid een onderscheid maken tussen het buitengewoon secundair en het gewoon secundair onderwijs, behalve wanneer het betrokken personeelslid reeds in het gewoon secundair onderwijs fungeert als vastbenoemde in het betrokken leervak.

Wanneer de betrokken partijen niet akkoord gaan omtrent het al of niet onderscheid maken tussen het buitengewoon secundair onderwijs enerzijds en het gewoon secundair onderwijs anderzijds, kan de partij die zich benadeeld acht uiterlijk tegen 15 september van het betrokken schooljaar een gefundeerd bezwaarschrift indienen bij de bevoegde Vlaamse reaffectatiecommissie, opgericht krachtens artikel 16 van dit besluit.

In afwachting van de beslissing van de Vlaamse reaffectatiecommissie geldt de verplichting van punt 2 hierboven.

Beroepsgerichte vorming in O.V.3 die behoort tot de volgende specialiteiten :

Praktische vakken in O.V.4 of in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs die behoren tot de volgende specialiteiten :

Agrarische technieken

Agrarische technieken

Autotechniek

Autotechniek

Bakkerij

Bakkerij

Bouw

Bouw

Carrosserie

Carrosserie

Centrale verwarming

Centrale verwarming

Elektriciteit

Elektriciteit

Gezinstechnieken

Gezinstechnieken

Grafische technieken

Grafische technieken

Haartooi- en schoonheidszorgen

Haartooi

Hout

Hout

Huishoudkunde

Huishoudkunde

Kleding

Kleding

Lassen-monteren

Lassen-constructie

Leder

Leder

Mechanica

Mechanica

Metaal

Mechanica

Sanitair

Sanitair

Schilderen en decoratie

Schilderen en decoratie

Sierkunsten

Plastische en decoratieve technieken

Slagerij

Slagerij

Textiel

Textiel

Verkoop- en kantoortechnieken

Dactylografie

Verzorging

Verzorging

Verzorgingstechnieken

Voeding

Voeding

B.Vl.R.5-12-2003

[8. In afwijking van punt 1 en 4 van § 1 wordt in het buitengewoon secundair onderwijs voor de toepassing van "hetzelfde ambt" voor de leden van het ondersteunend personeel het volgende onderscheid gemaakt :

a) de ambten van opvoeder vormen "hetzelfde ambt";

b) de ambten van administratief medewerker vormen "hetzelfde ambt".]

B.Vl.R.8-9-2006

§ 2 en § 3. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

Afdeling 5. - Deeltijds kunstonderwijs

Art. 8.

§ 1. [Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :]

B.Vl.R.5-12-2003

1. Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulp- en administratief personeel in het deeltijds kunstonderwijs;

2. Wanneer het een ambt van directeur [...] betreft moet rekening worden gehouden met de reglementering inzake de vereiste bekwaamheidsbewijzen;

B.Vl.R.5-12-2003

3. en wanneer het een ambt van leraar betreft :

a) [[een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op [[[het einde]]] van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.]] Deze bepaling is enkel geldig als het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel deze specialiteit;]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]] B.Vl.R. 23-9-2005; [[[ ]]] B.Vl.R. 12-6-2015

b) een opdracht in elk vak of elke specialiteit, andere dan bedoeld in a), en wanneer het technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken betreft, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvoor het betrokken personeelslid :

- [ofwel het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit, ofwel geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs in toepassing van artikel 14, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans".

Deze bepaling geldt niet voor de personeelsleden die bij toepassing van andere overgangsmaatregelen geacht worden in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;]

B.Vl.R. 7-12-1994

- ofwel dat vak, indien het hiervoor vastbenoemd was, op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden heeft onderwezen in de loop van de laatste vijf schooljaren voorafgaand aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit.

Deze bepaling is enkel geldig wanneer het personeelslid waarvoor het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dit vak en eventueel specialiteit.

[In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]

B.Vl.R. 24-10-2014

4. [een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal oplevert zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten;]

B.Vl.R. 5-12-2003

5. [...]

B.Vl.R. 5-12-2003

[5.] - Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" in het deeltijds kunstonderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen het lager secundair niveau enerzijds en het hoger secundair niveau anderzijds.

- In afwijking hiervan worden in het deeltijds kunstonderwijs studierichtingen muziek, woordkunst en dans, de ambten en/of opdrachten in dezelfde specialiteit uitgeoefend op het lager secundair niveau en het hoger secundair niveau door de leraars belast met de individuele vakken, beschouwd als één ambt en/of opdracht.

Onder individueel vak dient te worden verstaan, een kunstvak waarbij in toepassing van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans, de leerlingen maximum per 4 worden gegroepeerd. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de bepalingen onder 4 hierboven.

B.Vl.R.5-12-2003

[7.] [in het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans wordt voor de toepassing van "hetzelfde ambt" een onderscheid gemaakt tussen de individuele vakken en de andere vakken.]

B.Vl.R.5-12-2003

§ 2. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

Afdeling 6. - [Volwassenenonderwijs]

B.Vl.R. 17-10-2008

Art. 9.

[§ 1. [[Voor het [[[volwassenenonderwijs]]]², wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :

het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het ondersteunend personeel :

1° voor het ambt van directeur [[[...]]]¹ moet een onderscheid gemaakt worden tussen het ambt van directeur [[[...]]]¹ van een instelling met een derde graad [[[en/of [[[[hoger beroepsonderwijs of specifieke lerarenopleiding]]]]¹ ]]]² en het ambt van directeur [[[...]]]¹ van een instelling zonder derde graad. Dit onderscheid geldt niet als het betrokken personeelslid over een vereiste bekwaamheidsbewijs beschikt voor de beide ambten;

2°[[[2° als het een ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs betreft :

a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op [[[[het einde]]]]³ van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. Deze bepaling is alleen geldig als het personeelslid voor wie het begrip "hetzelfde ambt" moet worden toegepast, een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft of geacht wordt in het bezit te zijn van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor die opleiding of die module;

b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), waarvoor het personeelslid aan een van de volgende voorwaarden voldoet :

1° het personeelslid bezit het vereiste bekwaamheidsbewijs of hij wordt bij overgangsmaatregel geacht in het bezit te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs;

2° het personeelslid heeft die opleiding of die module, als hij daarvoor vastbenoemd was op basis van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat bij overgangsmaatregel beschouwd wordt als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, onderwezen gedurende een periode van ten minste zes maanden in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;".

In afwijking van het eerste lid, a) en b) behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]]]4

3° als het een ambt van [[[lector in een opdracht in een lineaire opleiding]]]³ betreft :

a) een opdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op [[[het einde]]]5 van het voorgaande schooljaar;

b) een opdracht in elk vak dat of elke specialiteit die niet onder a) valt, en voor technische vakken, praktijk of praktische vakken, de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, die het betrokken personeelslid, als het hiervoor vastbenoemd was, rekening houdend met de reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen, heeft onderwezen [[[gedurende een periode van ten minste zes maanden]]]4, in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. [[[De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen;]]]4

[[[In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een vak dat of een specialiteit die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]]]4

[[[3°bis als het een ambt van lector in een opdracht in een voorlopige of definitief modulaire opleiding betreft :

a) een opdracht in dezelfde opleiding of dezelfde module waarvan het personeelslid titularis was op [[[[het einde]]]]³ van het voorgaande schooljaar of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld;

b) een opdracht in elke andere opleiding of elke andere module dan een opleiding of module als vermeld in punt a), die het betrokken personeelslid, als hij daarvoor vastbenoemd was, heeft onderwezen [[[[gedurende een periode van ten minste zes maanden]]]]² in de loop van de laatste vijf schooljaren die voorafgaan aan het ogenblik waarop er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van dit besluit. [[[[De toepassing van deze bepaling wordt beperkt tot de instellingen die afhangen van de inrichtende macht die de vaste benoeming heeft verleend of die de instelling waaraan de betrokkene vast benoemd was, van een andere inrichtende macht heeft overgenomen door gewone overname of door fusie van instellingen.]]]]² ]]]³

[[[In afwijking van het eerste lid, a) en b), behoort een opdracht in een opleiding of module die door inperking van de draagwijdte van de vaste benoeming als vermeld in artikel 3, § 2bis, niet langer tot de draagwijdte van de vaste benoeming behoort, voor dat personeelslid niet tot "hetzelfde ambt";]]]4

4° [[[een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal en een voor die salarisschaal gelijke geldelijke anciënniteit oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling is niet van toepassing op het bevorderingsambt van directeur;]]]²

[[[5° voor het bestuurs- en ondersteunend personeel, met uitzondering van het ambt van directeur, moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.]]]² ]]

§ 2 en § 3. [[...]] ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]] B.Vl.R. 5-12-2003; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[[ ]]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]]³ B.Vl.R. 10-9-2010; [[[ ]]]4 B.Vl.R. 24-10-2014; [[[ ]]]5 B.Vl.R. 12-6-2015; [[[[ ]]]]¹ B.Vl.R. 10-9-2010; [[[[ ]]]]² B.Vl.R. 24-10-2014; [[[[ ]]]]³ B.Vl.R. 12-6-2015

Afdeling 7. - De centra

Art. 10.

§ 1. Voor de centra wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd :

[het ambt zoals opgenomen in artikel 73 van het decreet en na toepassing van de concordantie zoals opgenomen in artikel 182 van het decreet.]

B.Vl.R.4-2-2000

§ 2. [...]

B.Vl.R.23-9-2005

§ 3. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

HOOFDSTUK IV. - Reaffectatie en wedertewerkstelling

Art. 11.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit dient onder "reaffectatie" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in "hetzelfde ambt".

[Voor de toepassing van deze paragraaf wordt voor "hetzelfde ambt" geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs en tussen de verschillende onderwijsniveaus voor de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het orthopedagogisch personeel, het sociaal personeel en het psychologisch personeel.]

B.Vl.R. 17-10-2008

§ 2. [Voor de toepassingen van de bepalingen van dit besluit dient onder "wedertewerkstelling" van een ter beschikking gesteld personeelslid te worden verstaan : [[de toewijzing aan een personeelslid van een betrekking in een "ander ambt"]].

[[Onder voorbehoud van toepassing van de bepalingen, vermeld in artikel 3, § 3, zijn de verplichtingen inzake wedertewerkstelling voor de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in een ambt van de personeelscategorieën in de linkerkolom van onderstaande tabellen beperkt tot de ambten van de personeelscategorieën in de rechterkolom.]]

De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen of als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in een selectieambt, een betrekking in een bevorderingsambt zou moeten worden toegewezen.

[[TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

alle personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel

wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel

- technisch personeel

en daarenboven :

[[[directeur secundair onderwijs met een derde graad of met hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde]]]³

[[[directeur secundair onderwijs met alleen een eerste graad of met alleen een eerste en tweede graad]]]³

en daarenboven :

directeur secundair onderwijs

coördinator

[[[...]]]²

adjunct-directeur

en daarenboven :

technisch adviseur-coördinator

Technisch adviseur

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het opvoedend hulppersoneel/het ambt van opvoeder

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

- ondersteunend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- technisch personeel

[[[...]]]²

[[[...]]]²

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorieën van het paramedisch/medisch/ psychologisch/ sociaal/orthopedagogisch personeel

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- psychologisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- administratief personeel

- opvoedend hulppersoneel

[[[...]]]¹

- het technisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het administratief personeel/het ambt van administratief medewerker [[[met uitzondering van deze in het basisonderwijs]]]², medewerker of administratief werker

Wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- administratief personeel

- opvoedend hulppersoneel

- ondersteunend personeel

- technisch personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het technisch personeel

wervingsambten van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- opvoedend hulppersoneel

- administratief personeel

[[[...]]]¹

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- medisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- technisch personeel

[[[TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie

- wervingsambten van het ondersteunend personeel

- wervingsambten in het kader van taak- en functiedifferentiatie van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel

TERBESCHIKKINGSTELLING

WEDERTEWERKSTELLING

de personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorieën van het paramedisch/medisch/psychologisch/sociaal/orthopedagogisch personeel in het kader van taak- en functiedifferentiatie

- wervingsambten van het ondersteunend personeel

- wervingsambten in het kader van taak- en functiedifferentiatie van het :

- bestuurs- en onderwijzend personeel

- psychologisch personeel

- paramedisch personeel

- sociaal personeel

- orthopedagogisch personeel

- medisch personeel]]]³ ]] ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]] B.Vl.R. 5-12-2003; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 8-9-2006; [[[ ]]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]]³ B.Vl.R. 28-5-2010

[§ 3. Als een ter beschikking gesteld personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs na omvorming van een hbo5-opleiding tewerkgesteld wordt in een hogeschool van het samenwerkingsverband, wordt dat als een wedertewerkstelling beschouwd voor de toepassing van dit besluit.]

B.Vl.R. 24-10-2014

HOOFDSTUK V. - Dienstanciënniteit en ambtsanciënniteit

Art. 12.

§ 1. [Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit worden voor de berekening van de dienstanciënniteit de volgende diensten in aanmerking genomen : alle diensten, gepresteerd in het gemeenschapsonderwijs met uitsluiting van de diensten aan een hogeschool na 1 januari 1999 of aan een universiteit, en berekend zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en alle gesubsidieerde diensten gepresteerd in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra met uitsluiting van het universitair onderwijs en met uitsluiting van de diensten gepresteerd na 1 januari 1999 aan een hogeschool en berekend zoals bepaald in artikel 6 van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

Voor de toepassing van deze bepaling worden de perioden die gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit, gelijkgesteld met gefinancierde of gesubsidieerde diensten.]

B.Vl.R. 31-8-1999

§ 2. De ambtsanciënniteit omvat de dienstanciënniteit verworven in het betrokken ambt. Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt bij gelijke dienstanciënniteit de ambtsanciënniteit in aanmerking genomen. [...]

B.Vl.R. 28-5-2010

§ 3. [De dienst- en ambtsanciënniteit bij de terbeschikkingstelling, de reaffectatie en de wedertewerkstelling worden in aanmerking genomen vanaf :

1° 21 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel, het ondersteunend, [[het beleids- en ondersteunend personeel van het basisonderwijs,]]¹ het paramedisch, het sociaal en het administratief personeel;

2° 21 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het basisonderwijs;

3° 23 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs;

4° 25 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau in het deeltijds kunstonderwijs en voor het psychologisch, het medisch en het orthopedagogisch personeel;

5° [[24 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs;]]²

6° 23 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van maatschappelijk werker, paramedisch werker [[of psycho-pedagogisch werker]]¹ bekleden;

7° 25 jaar voor de leden van het technisch personeel die een ambt van [[arts, consulent of psycho-pedagogisch-consulent]]¹ of een ambt van directeur van de centra bekleden.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008

[HOOFDSTUK Vbis. - De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap

Art. 12bis.

§ 1. [[Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op instellingen van het basisonderwijs [[[en het secundair onderwijs]]]¹ die behoren tot een scholengemeenschap als bedoeld in het decreet van 10 juli 2003 betreffende het landschap basisonderwijs en [[[in de bepalingen van de [[[[Codex Secundair Onderwijs]]]] ]]]².]]²

§ 2. [[Voor de toepassing van dit besluit richt een scholengemeenschap een reaffectatiecommissie op volgens de samenstelling van die scholengemeenschap op 1 september van het schooljaar waarin de toewijzingen van die commissie ingaan.]]4

§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de inrichtende machten van de scholen van de scholengemeenschap enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus. Als de vertegenwoordigers van de inrichtende machten geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, nemen de vertegenwoordigers van de inrichtende machten de uiteindelijke beslissing.

Elke scholengemeenschap stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.

§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. In het gesubsidieerd onderwijs kan aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap op zijn verzoek [[een verlof wegens bijzondere opdracht]]¹ worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september. De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures zoals bepaald in artikel 25bis, § 3, en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de inrichtende machten die erom verzoeken.

§ 5. [[De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden :

1° het verzamelen van gegevens over de vacatures en de ter beschikking gestelde personeelsleden;

2° het reaffecteren van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

3° het weder tewerkstellen binnen dezelfde categorie van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

4° het behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen, uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en zo mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.]]4

[[5°[[[...]]]³ ]]4

§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap doorgestuurd naar de voorzitter van de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, die naar gelang van het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep is, of de [[Vlaamse]]³ reaffectatiecommissie.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]³ B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]4 B.Vl.R. 7-10-2011; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]]² B.Vl.R. 17-12-2010; [[[ ]]]³ B.Vl.R. 24-10-2014; [[[[ ]]]] B.Vl.R. 7-10-2011

[HOOFDSTUK Vter. - De reaffectatiecommissie van de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs

Art. 12ter.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt per scholengroep een reaffectatiecommissie opgericht.

§ 2. [[De reaffectatiecommissie van de scholengroep gaat als volgt te werk :

1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :

a) het gewoon basisonderwijs;

b) het buitengewoon basisonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde instantie wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;

2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :

a) het gewoon secundair onderwijs;

b) het buitengewoon secundair onderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.

In derde instantie wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs;

3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.

In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;

6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.]]³

[[7°[[[...]]] ]]³

§ 3. De reaffectatiecommissie van de scholengroep bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van de scholengroep enerzijds en de representatieve vakorganisaties anderzijds. Deze commissie oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar consensus.

Als de vertegenwoordigers van de scholengroep geen overeenstemming bereiken met de vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties, zijn het de vertegenwoordigers van de scholengroep die de uiteindelijke beslissing nemen.

Elke scholengroep stelt een huishoudelijk reglement op houdende het aantal leden en de werking van haar reaffectatiecommissie.

§ 4. In elke reaffectatiecommissie van de scholengroep fungeert een voorzitter en een secretaris, die beiden door deze reaffectatiecommissie zijn aangewezen. Aan de secretaris van de reaffectatiecommissie van de scholengroep kan op zijn verzoek [[een verlof wegens bijzondere opdracht]]¹ worden toegekend voor de periode vanaf 1 september tot en met 15 september.

De secretaris coördineert de uitwisseling van de gegevens over enerzijds de vacatures en anderzijds de terbeschikkinggestelde personeelsleden. Hij is ertoe gehouden alle beschikbare informatie over de vacatures te verstrekken aan de terbeschikkinggestelde personeelsleden die erom verzoeken en alle beschikbare informatie over de terbeschikkinggestelde personeelsleden mee te delen aan de instellingen van de scholengroep die erom verzoeken.

§ 5. De reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft de volgende bevoegdheden :

1° Verzamelen van gegevens betreffende de vacatures en betreffende de terbeschikkinggestelde personeelsleden;

2° Reaffecteren en wedertewerkstellen zoals bepaald in § 2;

3° Behandelen van de resterende bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, zoals bedoeld in artikel 12bis, § 6;

4° Behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengroep;

5° De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en indien mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling;

6° [[De gegevens over de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben gekregen, doorzenden naar de eerst daaropvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.]]¹

§ 6. De bezwaarschriften van de personeelsleden voor wie de reaffectatiecommissie van de scholengroep geen vervangende toewijzing heeft gevonden, worden samen met het dossier en het advies van de reaffectatiecommissie van de scholengroep doorgestuurd naar de voorzitter van de [[Vlaamse]]² reaffectatiecommissie.

§ 7. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengroep moeten de volgende gegevens doorgestuurd worden naar de voorzitter van de [[Vlaamse]]² reaffectatiecommissie :

1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengroep heeft doorgevoerd;

2° de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengroep;

3° de resterende vacatures in de scholengroep.]

B.Vl.R.31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]³ B.Vl.R. 7-10-2011; [[[ ]]] B.Vl.R. 24-10-2014

HOOFDSTUK VI. - De zonale reaffectatiecommissies

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

HOOFDSTUK VII. - De interprovinciale reaffectatiecommissies

[...]

B.Vl.R. 10-9-2010

HOOFDSTUK VIII. - Samenstelling, werking en bevoegdheid van de Vlaamse reaffectatiecommissie

Art. 15.

Bij [het Ministerie van Onderwijs en Vorming]³ wordt één Vlaamse reaffectatiecommissie opgericht.

De Vlaamse reaffectatiecommissie is samengesteld uit twee kamers. Eén van de kamers is bevoegd voor het gemeenschapsonderwijs, de andere kamer is bevoegd voor het gesubsidieerd onderwijs.

De voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de adjunct-secretaris, en hun plaatsvervangers worden door [de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs]² gekozen onder de ambtenaren van zijn administratie. Een ambtenaar van [de Stafdiensten van het Departement Onderwijs en Vorming]³ en de [inspecteur-generaal of zijn afgevaardigde]4, met raadgevende stem, kunnen ook lid zijn van de Vlaamse reaffectatiecommissie.

De kamer voor het gemeenschapsonderwijs is als volgt samengesteld : 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die [het Gemeenschapsonderwijs]¹ vertegenwoordigen en 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen van het gemeenschapsonderwijs, aangesloten bij een in de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie vertegenwoordigen.

De kamer voor het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra is als volgt samengesteld : 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve verenigingen van de inrichtende machten vertegenwoordigen - het officieel onderwijs en de officiële centra enerzijds en het vrij onderwijs en de vrije centra anderzijds, moeten in gelijk aantal vertegenwoordigd zijn - en 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden die de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra aangesloten bij een in de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie vertegenwoordigen. [Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de representatieve vereniging van de inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs lid zijn van deze reaffectatiecommissie.]¹[Als de Vlaamse reaffectatiecommissie personeelsleden uit of naar een centrum voor leerlingenbegeleiding van het gesubsidieerd vrij onderwijs reaffecteert of wedertewerkstelt, kan een vertegenwoordiger van de vrije VCLB-koepel adviserend lid zijn van deze reaffectatiecommissie.]5

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]³ B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]4 B.Vl.R. 28-5-2010; [ ]5 B.Vl.R. 24-10-2014

Art. 16.

[De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs] regelt de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie en stelt de leden aan.

B.Vl.R.5-12-2003

Art. 17.

[De Vlaamse reaffectatiecommissie heeft de volgende bevoegdheden :

1° in eerste orde het reaffecteren van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze reaffectaties daarenboven per karakter;

2° in tweede orde het wedertewerkstellen van personeelsleden per kamer en in elke kamer per onderwijsniveau. In het gesubsidieerd onderwijs gebeuren deze wedertewerkstellingen daarenboven per karakter;

3° in derde orde het reaffecteren en wedertewerkstellen van personeelsleden over de onderwijsniveaus heen;

4° het beslechten van bezwaarschriften en het beslissen over de moeilijkheden met betrekking tot reaffectaties, wedertewerkstellingen en tewerkstellingen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter;

5° na de toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis. [[Deze bepaling geldt niet voor een personeelslid dat het professionaliseringstraject vermeld in artikel 47quinquies weigert of niet succesvol beëindigt;]]

6° na toepassing van de procedure, vermeld in dit besluit, vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking [[met toepassing van artikel 5, § 1ter van het decreet]] van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III en door de beslissing van Medex nog geschikt worden geacht om een andere functie uit te oefenen en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar stellen als administratieve ondersteuning onder de voorwaarden vermeld in artikel 47bis;

7°[[...]]

De voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie brengt jaarlijks bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, verslag uit over de werking van de Vlaamse reaffectatiecommissie. Dat verslag bevat ook een evaluatie van de werking van de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap en de reaffectatiecommissies van de scholengroep, en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van dit besluit. Daarvoor beschikt de voorzitter over de bevoegdheid om alle nuttige gegevens over reaffectatie en wedertewerkstelling op te vragen bij de bevoegde reaffectatiecommissies.]

B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]] B.Vl.R. 24-10-2014

TITEL II. - De terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Principes

Afdeling 1. - Verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde titularissen

Art. 18.

[§ 1.]¹ [Met uitzondering van de centra, bedoeld in artikel 19, verdeelt, bij het begin van het schooljaar, de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde [[personeelsleden]]¹ op de volgende manier :]²

1. [De inrichtende macht wijst per instelling en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt".]³

2. De inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit. [Als het om een personeelslid van [[het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs]]² gaat, moet de inrichtende macht rekening houden [[met artikel 2, § 10]]³. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld.]² [Als het om een personeelslid van het ondersteunend personeel in het volwassenenonderwijs gaat, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 12. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal betrekkingen van 63 en 82 punten in het ambt van administratief medewerker onder de 55 % van de basisenveloppe dreigt te dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in een ambt van het bestuurspersoneel ter beschikking gesteld, rekening houdend met de criteria die in het lokaal comité werden vastgelegd.]4

3. Wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20 vermelde maatregelen nemen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling.

[Als het om een personeelslid gaat dat titularis is van een betrekking die is opgericht met punten van de globale puntenenveloppe, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9.]5

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]³ B.Vl.R. 23-9-2005; [ ]4 B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]5 B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]³ B.Vl.R. 28-5-2010

[§ 2. [[...]]¹

§ 3. [[Voor de toepassing van dit artikel wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs.]]² ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008

Art. 19.

[§ 1. De inrichtende macht stelt voor de start van de driejaarlijkse omkaderingsperiode voor elk van haar centra de personeelsformatie vast.

§ 2. Binnen de volgens paragraaf 1 bepaalde personeelsformatie verdeelt de inrichtende macht jaarlijks bij het begin van het schooljaar de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier :

1° de inrichtende macht wijst per centrum en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt";

2° de inrichtende macht is verplicht een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ten laste te laten komen van de vastbenoemde titularis in "hetzelfde ambt" met de kleinste dienstanciënniteit;

3° wanneer voor één van de vastbenoemde titularissen een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking dreigt, moet de inrichtende macht vooraleer de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking uit te spreken de in artikel 20bis vermelde maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling nemen.]

B.Vl.R. 24-10-2014

Afdeling 2. - Maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling

Art. 20.

§ 1. [Bij de maatregelen, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling in het onderwijs, wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.

Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking nadat ze, in het [[gemeenschapsonderwijs]] onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling en in het gesubsidieerd onderwijs onder alle personeelsleden die behoren tot dezelfde instelling of tot de instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente [[, en die in voorkomend geval behoren tot eenzelfde scholengemeenschap]], in de opgegeven volgorde en voorzover dat nodig is om een terbeschikkingstelling te vermijden :

1° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet, verminderd heeft tot het minimumaantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;

2° de prestaties van haar personeelsleden die "hetzelfde ambt" in een andere instelling als hoofdambt uitoefenen, verminderd heeft tot het aantal lesuren, vereist voor een betrekking met volledige prestaties;

3° [[een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen. [[[In het secundair onderwijs moet daarbij voor de ambten, ingericht met punten van de globale puntenenveloppe, rekening gehouden worden met artikel 2, § 9 en voor het ondersteunend personeel daarenboven ook met artikel 2, § 10.]]] Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling dreigt te dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld. In het volwassenenonderwijs moet hierbij rekening worden gehouden met artikel 2, § 12. Als door voormelde beëindiging van de tijdelijke aanstelling van een personeelslid het aantal betrekkingen van 63 en 82 punten in het ambt van administratief medewerker onder de 50 % van de basisenveloppe van het centrum dreigt te dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in een ambt van het bestuurspersoneel ter beschikking gesteld, rekening houdend met de criteria die in het lokaal comité werden vastgelegd;]]

4° een einde gesteld heeft aan de diensten van de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;

5° een einde gesteld heeft aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".

[[Voor de toepassing van deze bepaling wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs.]] ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]] B.Vl.R. 28-5-2010

§ 2. [Als een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs in toepassing van § 1 beslist de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling toe te passen op alle instellingen die deze inrichtende macht tot stand gebracht heeft op het grondgebied van dezelfde gemeente en die in voorkomend geval behoren tot eenzelfde scholengemeenschap, behoort een nieuwe affectatie van een vastbenoemd personeelslid ook tot de voorafgaande maatregelen.]

B.Vl.R. 17-10-2008

[§ 3. Het personeelslid dat behoort tot een instelling en centrum van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat niet akkoord gaat met een nieuwe affectatie als gevolg van de toepassing van de maatregelen voorafgaand aan de terbeschikkingstelling, wordt in afwijking van § 1 en § 2 terbeschikkinggesteld aan de instelling of het centrum van affectatie.]¹ [Deze bepalingen zijn niet van toepassing als de nieuwe affectatie gebeurt binnen een pedagogische entiteit.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R.5-12-2003

[§ 4. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling een of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest het schoolbestuur in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.

§ 5. In het buitengewoon secundair onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel.

Als een school of een instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder uren heeft binnen het urenpakket voor het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen minder kan inrichten.

Bij daling van het aantal uren kiest de inrichtende macht in eerste instantie - op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegde lokale comité - een betrekking of betrekkingen uit de ambten van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel die door deze vermindering niet meer kan of kunnen worden instandgehouden. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.]

B.Vl.R.5-12-2003

[§ 6. In het gewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer en/of van leermeester lichamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. [[Het gaat hier steeds om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorgaande schooljaar.]]¹

[[§ 6bis. In het gewoon kleuteronderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van kleuteronderwijzer of van leermeester lcihamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van kleuteronderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Het gaat hier altijd om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorafgaande schooljaar.]]²

§ 7. In het buitengewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer algemene en sociale vorming en/of van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding minder kan inrichten.

Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding anderzijds. [[Het gaat hier steeds om lestijden die in de school of instelling in kwestie werden aangewend op 30 juni van het voorgaande schooljaar.]]¹

§ 8. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau.

Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar een daling van het leerlingenaantal heeft binnen een bepaald niveau kan dit tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming minder kan inrichten.

Bij daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau kiest het schoolbestuur of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegd lokaal comité.

Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar.]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 12-10-2012

[§ 9. In het volwassenenonderwijs geldt de volgende specifieke maatregel bij de omvorming van een hbo5-opleiding. De inrichtende macht van het centrum voor volwassenenonderwijs dat bij de omvorming van een hbo5-opleiding is betrokken, bepaalt de competenties die een personeelslid in het ambt van lector nodig heeft om in de omgevormde opleiding een betrekking op te nemen. Als de inrichtende macht vaststelt dat een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector, over onvoldoende competenties beschikt om dat ambt uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt dat personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan als vermeld in artikel 47quater.]

B.Vl.R. 24-10-2014

[Art. 20bis.

§ 1. In afwijking van artikel 20 gelden volgende bepalingen voor de centra voor leerlingenbegeleiding.

§ 2. Een inrichtende macht stelt een personeelslid pas ter beschikking wegens ontstentenis van betrekking nadat het in voorkomend geval en in volgende volgorde onder alle personeelsleden van het centrum in kwestie :

1° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden, die "hetzelfde ambt" uitoefenen;

2° een einde heeft gesteld aan de diensten van vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" uitoefenen als bijbetrekking;

3° een einde heeft gesteld aan de diensten van de tijdelijke personeelsleden die bij wijze van wedertewerkstelling of bij wijze van reaffectatie in dienst genomen werden in "hetzelfde ambt".

Een inrichtende macht kan een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking ook afwenden door een of meer vastbenoemde personeelsleden te affecteren naar een ander centrum van dezelfde inrichtende macht, voor zover dit gebeurt conform het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.]

B.Vl.R. 24-10-2014

Afdeling 3. - De terbeschikkingstelling

Art. 21.

§ 1. De inrichtende machten spreken de terbeschikkingstellingen uit volgens de voorschriften van dit besluit.

§ 2. De terbeschikkingstelling kan echter enkel worden uitgesproken voor de prestaties die, in het kader van de bezoldigingsregeling die op het betrokken personeelslid van toepassing is, de bezoldiging van een ambt met volledige prestaties niet overschrijden.

Voor het [gemeenschapsonderwijs] geldt, voor de personeelsleden die zowel in hoofdambt als in bijbetrekking in sociale promotie of met beperkt leerplan vastbenoemd zijn, deze bepaling afzonderlijk voor hoofdambt en bijbetrekking.

B.Vl.R.31-8-1999

Art. 22.

§ 1. Bij de terbeschikkingstelling in het onderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen het gewoon onderwijs enerzijds en het buitengewoon onderwijs anderzijds.

§ 2. [Onder de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" als hoofdambt uitoefenen, wordt volgende volgorde van terbeschikkingstelling gehanteerd.

1° In het gewoon basisonderwijs :

a) wordt in het gemeenschapsonderwijs onder de leden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) wordt in het gesubsidieerd onderwijs :

1) eerst onder de leden andere dan die bedoeld in 2), die "hetzelfde ambt" uitoefenen diegene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft :

- voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet;

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën;

2) daarna onder de directeurs van een basisschool die een inrichtende macht heeft ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs en opnieuw in dienstactiviteit heeft geroepen in één van de ambten van onderwijzer, van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester godsdienst, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzondere leermeester diegene met de kleinste dienstanciënniteit :

- voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet;

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën;

2° [[In het secundair onderwijs wordt :]]¹

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

[[Voor de toepassing van dit artikel wordt een pedagogische entiteit beschouwd als één instelling, behalve voor de personeelsleden van het ondersteunend personeel.]]¹

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

In instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

[[Bij de terbeschikkingstelling in een ambt dat wordt ingericht met punten van de globale puntenenveloppe, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9 en voor het ondersteunend personeel daarenboven ook met artikel 2, § 10.]]²

Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld;

3° In het deeltijds kunstonderwijs wordt :

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

4° In het [[volwassenenonderwijs]]¹ wordt :

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.

Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

[[Bij de terbeschikkingstelling in een ambt van het ondersteunend personeel moet de inrichtende macht steeds rekening houden met artikel 2, § 12. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal betrekkingen van 63 en 82 punten in het ambt van administratief medewerker onder de 55 % van de basisenveloppe dreigt te dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in een ambt van het bestuurspersoneel ter beschikking gesteld, rekening houdend met de criteria die in het lokaal comité werden vastgelegd.]]¹

[[De volgorde van terbeschikkingstelling vermeld in het eerste lid, a) en b), geldt niet als een personeelslid ter beschikking gesteld wordt met toepassing van artikel 20, § 9.]]³

5° In het buitengewoon basisonderwijs wordt :

a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;

b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs diegene ter beschikking gesteld met de kleinste dienstanciënniteit - voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

- voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze :

- in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet

of

- in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert.

Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur.

6° In de centra wordt in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 28-5-2010

Art. 23.

§ 1. [De terbeschikkingstellingen gaan in op 1 september.]¹

B.Vl.R.23-9-2005

§ 2. [ [[De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vastgelegd in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en in § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben.]] Indien deze beslissingen uitwerking hebben op de eerste dag van de maand, dan gaan de terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking in op dezelfde dag.]¹

[§ 3. De terbeschikkingstelling van een personeelslid, vermeld in artikel 20, § 9, gaat in op 1 september of op 1 februari.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 25-3-1997; [ ]² B.Vl.R. 24-10-2014; [[ ]] B.Vl.R. 24-10-2014

Art. 24.

De personeelsleden die ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking door hun inrichtende macht en die zich, wat betreft de terbeschikkingstelling benadeeld achten bij de toepassing van dit besluit, kunnen een bezwaarschrift indienen bij hun inrichtende macht. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

HOOFDSTUK II. - Procedures

Afdeling 1. - Melding van terbeschikkingstelling en aanvraag wachtgeld en wachtgeldtoelage

Art. 25.

§ 1. De inrichtende macht is verplicht om jaarlijks de hierna vermelde gegevens van de personeelsleden [die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld zijn of worden,]¹ aan de bevoegde diensten van [het Ministerie van Onderwijs en Vorming]², mede te delen met vermelding van :

- de naam en de voornaam;

- de geboortedatum;

- de dienstanciënniteit;

- de bekwaamheidsbewijzen;

- het ambt waarin betrokkene ter beschikking gesteld is [of wordt]¹ met vermelding van het aantal uren.

Bij deze mededeling wordt het verzoek gevoegd van het ter beschikking gestelde personeelslid tot toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, alsmede een verklaring dat hij onder de voorwaarden van dit besluit wil worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld. Indien geen wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt aangevraagd of bij een laattijdige aanvraag wordt geen wachtgeld of wachtgeldtoelage toegekend.

[Als het personeelslid een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies, voegt de inrichtende macht dat ook toe aan de mededeling. Als het personeelslid het voormelde professionaliseringstraject voortijdig beëindigt, deelt de inrichtende macht dat onmiddellijk mee aan de bevoegde diensten van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming.]³

[ ]¹ B.Vl.R. 22-9-1998; [ ]² B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]³ B.Vl.R. 24-10-2014

§ 2. De gegevens, de aanvraag van wachtgeld of wachtgeldtoelage en de verklaring van het personeelslid worden [...]² meegedeeld voor de hierna vermelde data :

B.Vl.R. 23-9-2005

1. [Het basisonderwijs : [[na 1 juli en vóór 15 augustus]]². In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de [[eerste schooldag van oktober]]¹ als teldag hebben.]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 22-9-1998; [ ]² B.Vl .R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 12-6-2015

[...]

B.Vl.R.22-9-1998

5. Het gewoon secundair onderwijs : vanaf 1 juli en vóór de vijftiende september. [In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.]

B.Vl.R.5-12-2003

6. Het [volwassenenonderwijs]² [...]¹ : vóór de vijftiende oktober.

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]² B.Vl.R. 17-10-2008

7. Het buitengewoon secundair onderwijs : vóór de vijftiende september. [In afwijking hiervan op de vijfde werkdag van oktober voor scholen die 1 oktober als teldag hebben.]

B.Vl.R. 5-12-2003

8. Het deeltijds kunstonderwijs : vóór de vijftiende oktober.

9. [...]

B.Vl.R. 31-8-1999

10. De internaten en semi-internaten : vóór de tiende werkdag van oktober.

11. In de centra : vanaf 1 juli en vóór de vijftiende september.

§ 3. Geen enkele beslissing van terbeschikkingstelling van de inrichtende macht en aanvraag en verklaring van het personeelslid kan worden aanvaard ingeval zij na de gestelde datum wordt medegedeeld.

In uitzonderlijke omstandigheden kan nochtans [de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs] of zijn afgevaardigde hierop, op behoorlijk gemotiveerde aanvraag, afwijking verlenen.

B.Vl.R. 5-12-2003

[§ 4. Bij de aanvang van een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking [[overeenkomstig artikel 23, § 2 of § 3]], moeten in afwijking van § 2 hiervoor, de gegevens en de aanvraag om wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals bepaald in § 1 hiervoor, ingediend worden binnen de 10 werkdagen na de ingangsdatum ervan.]

B.Vl.R. 25-3-1997; [[ ]] B.Vl.R. 24-10-2014

Afdeling 2. - Melding van de nog niet gereaffecteerde of niet weder te werk gestelde personeelsleden en van de vacatures voor de werking van de reaffectatiecommissies

[Art. 25bis.

§ 1. [[Dit artikel geldt voor instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs :

1° die behoren tot een scholengemeenschap;

2° die op 1 september 2014 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2014 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;

3° die op of na 1 september 2014 fuseren met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort.]]7

§ 2. [[Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten [[[van de instellingen vermeld in paragraaf 1]]]4, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren :

de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren [[[of het aantal punten]]]¹, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.

Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type [[[of de opleidingsvorm]]]¹, [[[...]]]³ in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het [[[volwassenenonderwijs]]]² of in het deeltijds kunstonderwijs.]]¹

§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap [[...]]³ de betrekkingen meedelen, die uitgeoefend worden of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. [[Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.]]²

Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.

§ 4. [[De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld :

a) voor het basisonderwijs : [[[na 1 juli en vóór 15 augustus]]]5. In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

b) voor het [[[secundair onderwijs]]]² : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 5 september.]]³

§ 5. De voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap van de in de § 2 en § 3 vermelde gegevens.

§ 6. Na de werkzaamheden van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de volgende gegevens worden doorgestuurd naar de voor het net bevoegde reaffectatiecommissie, zijnde al naar gelang het geval de reaffectatiecommissie van de scholengroep of de [[Vlaamse]]5 reaffectatiecommissie :

1° de reaffectaties en wedertewerkstellingen die de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft doorgevoerd;

2° [[de nog niet volledig gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden van de scholengemeenschap;]]4

3° de vacatures in de scholengemeenschap die worden ingenomen door personeelsleden die niet vrij zijn van reaffectatie. [[Deze bepaling geldt niet voor vacatures in ambten van het ondersteunend personeel.]]²

Als het gaat om een net overschrijdende scholengemeenschap worden per net de hiervoor vermelde gegevens aan de voor dat net bevoegde reaffectatiecommissie doorgestuurd.

[[§ 7. [[[Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend niet tot een andere scholengemeenschap zal behoren, moet de inrichtende macht van die instelling het eerste schooljaar volgend op de uittreding de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, nog meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Vanaf het tweede schooljaar geldt artikel 25ter.

Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt en op 1 september daaropvolgend toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren.

De gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4.]]]4 ]]6

Art 25ter.

§ 1. [[Dit artikel geldt voor de instellingen die niet ressorteren onder artikel 25bis, § 1.]]³

[[...]]7

§ 2. [[Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten [[[van de in § 1 [[[[...]]]], genoemde instellingen]]]¹ aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap :

de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren [[[of het aantal punten]]]¹, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.

Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type [[[of de opleidingsvorm]]]¹, [[[...]]]² in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het [[[volwassenenonderwijs]]]² of in het deeltijds kunstonderwijs.]]¹

§ 3. De inrichtende machten moeten tevens aan de bevoegde reaffectatiecommissie [[...]]³ de betrekkingen meedelen, die worden uitgeoefend of die vanaf 1 september zullen worden uitgeoefend door tijdelijke personeelsleden. [[Dat geldt niet als het gaat om de betrekkingen die zijn ingenomen door personeelsleden die bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling door de inrichtende macht in het kader van de verplichtingen en vrijheden werden aangenomen.]]²

Als op de uiterste datum van indienen van de voormelde gegevens er vacatures zijn waarvoor nog geen tijdelijk personeelslid is aangesteld, dan moeten ook de gegevens betreffende deze vacatures worden meegedeeld.

§ 4. [[De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld :

a) voor het basisonderwijs : [[[na 1 juli en vóór 15 augustus]]]5. In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

b) voor het [[[secundair onderwijs]]]² : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 15 september.

In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;

c) voor het deeltijds kunstonderwijs en het [[[volwassenenonderwijs]]]² voor de vijfde werkdag van oktober;

d) voor de centra in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september.]]³

§ 5. De voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie levert een ondertekend en gedateerd document af, dat in de instelling bewaard wordt en dat geldt als bewijs voor het tijdig indienen aan de bevoegde reaffectatiecommissie van de in § 2 en § 3 vermelde gegevens.

§ 6. De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gemeenschapsonderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep.

De inrichtende macht van in § 1 vermelde instellingen van het gesubsidieerd onderwijs moet de in § 2 en § 3 vermelde gegevens meedelen aan de voorzitter van de [[Vlaamse]]5 reaffectatiecommissie.

[[...]]5

Art. 25quater.

[[...]]³ ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 1-3-2002; [[ ]]² B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]³ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]4 B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]]5 B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]6 B.Vl.R. 7-10-2011; [[ ]]7 B.Vl.R. 24-10-2014; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[[ ]]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[[ ]]]³ B.Vl.R. 28-5-2010; [[[ ]]]4 B.Vl.R. 24-10-2014; [[[ ]]]5 B.Vl.R. 12-6-2015; [[[[ ]]]] B.Vl.R. 24-10-2014

Art. 26.

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

Afdeling 3. - De ingangsdatum van de reaffectaties en de wedertewerkstelling

Art. 27.

[De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs en aan de inrichtende macht met een gewone brief, gaan in uiterlijk op :

a) 1 september voor het basisonderwijs;

b) 15 september voor de andere.

In uitzonderlijke omstandigheden kan van deze datum worden afgeweken.]

B.Vl.R. 23-9-2005

[Art. 27bis.

De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, gaan in uiterlijk op de volgende data en in uitzonderlijke omstandigheden op een latere datum :

1° Het basisonderwijs : reaffectatie en wedertewerkstelling binnen het zelfde niveau op 1 september. Wedertewerkstelling over de niveaus heen op 15 september;

2° Het [[...]]² secundair onderwijs : op 15 september;

3° [[...]]²

4° Het [[volwassenenonderwijs]]² : [[op 1 oktober;]]¹

5° Het deeltijds kunstonderwijs : [[op 1 oktober;]]¹

6° De centra : op 15 september.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008

Art. 28.

[De toewijzingen van de Vlaamse reaffectatiecommissie, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen afgifte van een ontvangstbewijs, gaan in op 1 oktober of op een latere datum.]

B.Vl.R. 10-9-2010

TITEL III. - Bezoldigingsregeling voor personeelsleden terbeschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Volledige ontstentenis van betrekking

Art. 29.

§ 1. Het wegens volledige ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid bekomt op zijn aanvraag een wachtgeld of wachtgeldtoelage dat de eerste twee jaren gelijk is aan het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage, die betrokkene genoot voor de terbeschikkingstelling.

Het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

Vanaf het derde jaar wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage elk jaar met 20% verminderd. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag evenwel niet lager zijn dan zoveel maal 1/30 van voormelde activiteitssalaris of activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt. De opeenvolgende verminderingen worden berekend met het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage voor de volledige ontstentenis van betrekking als basis.

Voor het personeelslid dat oorlogsinvalide is, is het wachtgeld of de wachtgeldtoelage gedurende de eerste drie jaren gelijk aan het laatste activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage. Vanaf het vierde jaar wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage op de hierboven bepaalde wijze verminderd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder dienstjaren verstaan deze welke in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee.

De militaire dienst of burgerdienst, vervuld voor de indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst wordt slechts meegerekend voor zijn gewone duur, onverminderd de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende prioriteiten.

§ 2. De duur van de volledige terbeschikkingstelling met genot van wachtgeld of wachtgeldtoelage mag in één of in verscheidene malen de duur niet overschrijden van de diensten die voor de berekening van het rustpensioen in aanmerking komen. De periodes van terbeschikkingstelling worden niet in aanmerking genomen.

§ 3. De periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage wordt opgeschort bij de volgende gelegenheden :

- gedeeltelijke of volledige reaffectatie;

- gedeeltelijke of volledige wedertewerkstelling;

- [het volgen of geven van erkende nascholing of navorming;]¹

- overgang naar een andere administratieve stand;

- overgang naar een andere vorm van terbeschikkingstelling;

[- het volledig afstand doen van wachtgeld of van wachtgeldtoelage;]¹

[- het volgen van een professionaliseringstraject als vermeld in artikel 47quinquies.]²

[De ziekten of gebrekkigheden of het feit dat op het personeelslid de bepalingen van toepassing zijn van artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 schorten de periode voor het berekenen van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage niet op.]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 24-10-2014

§ 4. [Na de hierboven opgesomde periodes van opschorting wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage berekend op grond van het initiële activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage. Behoudens bij volledige afstand van wachtgeld of wachtgeldtoelage wordt het initiële activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage evenwel verhoogd met de nieuw verworven anciënniteit gedurende deze periode van opschorting.]

B.Vl.R. 31-8-1999

§ 5. Wanneer een personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ziekte en wanneer dit personeelslid ter beschikking moet gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking heeft het personeelslid slechts recht op een wachtgeld of op een wachtgeldtoelage ingevolge zijn ontstentenis van betrekking, op het ogenblik dat dit personeelslid door [Medex] geschikt verklaard wordt om zijn functies op normale en regelmatige wijze te vervullen.

B.Vl.R. 17-10-2008

§ 6. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige ontstentenis van betrekking en dat volledig of gedeeltelijk gereaffecteerd of weder te werk gesteld is of dat opnieuw aangesteld is, heeft gedurende de periode van reaffectatie of wedertewerkstelling of aanstelling recht op het salaris of op de salaristoelage verbonden aan de verrichte prestaties. Wanneer echter het bedrag van dit salaris of deze salaristoelage lager is dan het bedrag van het salaris of de salaristoelage die het als vastbenoemde titularis genoot of zou genoten hebben indien het in dienstactiviteit was gebleven, dan heeft het personeelslid in ieder geval recht op die laatste salaris of salaristoelage.

§ 7. Wanneer een terbeschikkingstelling wegens volledige ontstentenis van betrekking beëindigd wordt doordat het personeelslid opnieuw vastbenoemd titularis wordt van een betrekking [of een nieuwe affectatie of mutatie krijgt], heeft het personeelslid bij een volgende terbeschikkingstelling opnieuw recht op de regeling van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage zoals berekend in § 1.

B.Vl.R.5-12-2003

§ 8. Bij afwijking van de hierboven vermelde bepalingen, hebben de directeurs van een kleuter- of lagere of basisschool, de onderwijzers, de leermeesters niet-confessionele zedenleer, de leermeesters godsdienst, de leermeesters lichamelijke opvoeding en de bijzondere leermeesters, ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, littera a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs, van toepassing vanaf het schooljaar 1975-1976, zonder tijdsbeperking en op hun aanvraag recht :

- op een salaris of salaristoelage, indien ze gereaffecteerd zijn in hetzelfde ambt of indien zij opnieuw in dienst treden ofwel tijdelijk, ofwel in vast verband in een ander ambt;

- op een wachtgeld of wachtgeldtoelage in de andere gevallen.

Zowel de salaristoelage als de wachtgeldtoelage moeten ten minste gelijk zijn aan de salaristoelage die zij zouden genoten hebben indien zij in dienstactiviteit waren gebleven in het ambt dat zij uitoefenden op het ogenblik van hun terbeschikkingstelling.

§ 9. De personeelsleden die op 31 augustus 1984 van de bijzondere bescherming genoten met betrekking tot de terbeschikkingstelling, voorzien bij koninklijk besluit van 8 oktober 1975 houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs en tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 oktober 1966, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juli 1982 en 3 augustus 1983, blijven hun rechten behouden.

§ 10. [...]

B.Vl.R.5-12-2003

[§ 11. [[Voor de directeur in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs die sinds 1 september 2002 volledig is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, geldt als laatste activiteitssalaris het salaris of de salaristoelage zoals bepaald in de salarisschaal 479 of in de salarisschaal 498 als het gaat om een directeur van een oefenschool.]] ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 17-10-2008

HOOFDSTUK II. - Gedeeltelijke ontstentenis van betrekking

Art. 30.

§ 1. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking behoudt op zijn aanvraag en onder de in dit besluit gestelde voorwaarden het voordeel van het salaris of van de salaristoelage verbonden aan de prestaties die het uitoefende voor zijn terbeschikkingstelling.

Dit salaris of deze salaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

§ 2. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking en dat volledig of gedeeltelijk gereaffecteerd is of weder te werk gesteld is of dat opnieuw aangesteld is, heeft gedurende de periode van reaffectatie of wedertewerkstelling of aanstelling recht op het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage verbonden aan de effectief verrichte prestaties. Wanneer echter het globale bedrag van dit activiteitssalaris of deze activiteitssalaristoelage van de effectief verrichte prestaties lager is dan het globale bedrag van het salaris of de salaristoelage, die het personeelslid zou genieten op basis van zijn gedeeltelijke ontstentenis van betrekking, dan heeft het personeelslid in ieder geval recht op het bedrag van het salaris of de salaristoelage, verbonden aan de prestaties die het uitoefende vóór zijn terbeschikkingstelling.

Dit salaris of deze salaristoelage is het salaris of de salaristoelage die betrokkene genoot of zou genoten hebben voor de betrekking waarvan hij vastbenoemd titularis was.

HOOFDSTUK III. - Afstand van wachtgeld of van wachtgeldtoelage

Art. 31.

§ 1. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat tijdelijk afstand doet van zijn recht op de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30 wordt zonder dat hierdoor afbreuk gedaan wordt aan de terbeschikkingstelling, op zijn verzoek, voor de duur van deze afstand ontslagen van elke verplichting inzake reaffectatie en wedertewerkstelling. [Wanneer er echter in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die tot dezelfde scholengemeenschap [[...]] behoort of in een instelling van de inrichtende macht of het schoolbestuur die niet tot een scholengemeenschap [[...]] behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen.]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 23-9-2005

§ 2. De verklaring van afstand van het recht op bovenvermelde financiële voordelen moet schriftelijk en naargelang van het geval vóór dezelfde datum als waarop de terbeschikkingstelling moet ingediend worden of bij het begin van het schooljaar [...]¹ of dienstjaar, bij de bevoegde dienst van het [Ministerie van Onderwijs en Vorming]² en bij de instelling of het gesubsidieerd centrum dat het personeelslid ter beschikking heeft gesteld, worden ingediend. De afstand van het recht op de bovenvermelde financiële voordelen moet betrekking hebben op het volledige schooljaar of dienstjaar of in ieder geval vanaf het begin van de terbeschikkingstelling waarvoor de verklaring wordt ingediend en op een gedeelte van of op de totale opdracht waarvoor het betrokken personeelslid de financiële voordelen genoot of zou genieten.

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 17-10-2008

HOOFDSTUK IV. - Personeelsleden titularis van een betrekking in hoofdambt en van een betrekking in bijbetrekking

Art. 32.

Voor de personeelsleden die vastbenoemd titularis zijn van een betrekking in hoofdambt en titularis zijn van een betrekking in bijbetrekking geldt de volgende regeling :

§ 1. Vastbenoemd titularis in hoofdambt en vastbenoemd titularis in bijbetrekking :

1° voor het Gemeenschapsonderwijs wordt de betrekking uitgeoefend in hoofdambt en de betrekking uitgeoefend in bijbetrekking afzonderlijk beschouwd voor de toepassing van dit besluit;

2° voor het gesubsidieerd onderwijs wordt bij een vermindering van de opdracht in hoofdambt, het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking met recht op de financiële voordelen toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30. In afwachting van een reaffectatie of wedertewerkstelling wordt de salaristoelage in bijbetrekking in mindering gebracht van de wachtgeldtoelage of de salaristoelage in hoofdambt.

§ 2. Vastbenoemd titularis in hoofdambt en tijdelijk titularis in bijbetrekking :

bij een vermindering van de opdracht in hoofdambt, wordt het betrokken personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking met recht op de financiële voordelen toegekend op grond van artikel 29 of artikel 30.

In afwachting van een reaffectatie of wedertewerkstelling wordt het salaris of de salaristoelage in bijbetrekking in mindering gebracht van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage of het salaris of de salaristoelage in hoofdambt.

In de gevallen bedoeld in § 1, 2 en § 2 dient toepassing te worden gemaakt van het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot harmonisering van de bezoldigingsregeling van het onderwijs met volledig leerplan en het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.

TITEL IV. - Voorwaarden waaronder de inrichtende machten gehouden zijn een betrekking toe te wijzen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Art. 33.

[§ 1.] De inrichtende machten zijn ertoe gehouden bij het toewijzen van een vacature met volledige of onvolledige prestaties bij wijze van reaffectatie en wedertewerkstelling een beroep te doen op de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. De personeelsleden dienen in dienst genomen te worden onder de hierna bepaalde voorwaarden en in de gegeven volgorde.

[§ 2. In afwijking van § 1 is de inrichtende macht niet verplicht een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling aan te stellen in een vacature, als dat personeelslid in de instelling of de pedagogische entiteit waar die vacature te begeven is, ontslagen werd als gevolg van een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" volgens hoofdstuk VIIIter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk Vter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.]

B.Vl.R. 17-10-2008

HOOFDSTUK II. - [Het basisonderwijs]

B.Vl.R.31-8-1999

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

Art. 34.

[§ 1. A. [[Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap :

Elke inrichtende macht is :

1° verplicht om bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer in deze volgorde een beroep te doen :

a) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze de directeur opnieuw in dienst te roepen die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit, de directeur met de grootste ambtsanciënniteit;

b) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen.

2° in volgende volgorde :

a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen, in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.

3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking;

4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht;

5°bis. [[[...]]]

6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]³

B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Elke inrichtende macht is :

1° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen :

a) eerst op elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; [[...]]¹

b) dan op elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester.

2° Elke inrichtende macht is in volgende volgorde :

a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 2005 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) Verplicht elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) Verplicht elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen. Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit. [[...]]¹

3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

4° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

5° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die :

a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;

b) door de [[Vlaamse]]² reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;

c) [[...]]²

worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.

6° En onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

7° In het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de [[Vlaamse]]² reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze vat reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.

8° [[...]]²

C. [[Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen

Elke inrichtende macht is in deze volgorde :

1° verplicht om bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen :

a) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als de inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze de directeur opnieuw in dienst te roepen die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit, de directeur met de grootste ambtsanciënniteit;

b) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen;

2° is in deze volgorde :

a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij die inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;

d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.

- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden;

5°bis. [[[...]]]

6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]³

§ 2. Als aan de bepalingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in "hetzelfde ambt" beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

§ 5. Een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

§ 6. Een reaffectatie in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]³ B.Vl.R. 7-10-2011; [[[ ]]] B.Vl.R. 24-10-2014

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

Art. 35.

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

HOOFDSTUK III. - [Het secundair onderwijs]

B.Vl.R.17-10-2008

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

Art. 36.

[§ 1.[[...]]²

§ 2. A. [[Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap

Elke inrichtende macht is in deze volgorde :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde;

3°bis. [[[...]]]

4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]4

B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren

Elke inrichtende macht is in volgende volgorde :

1°[[a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;]]4

2° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.

3° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die :

a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;

b) [[door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;]]³

c) [[...]]³

worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan één van haar personeelsleden.

4° En onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

5° In het gemeenschapsonderwijs verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de [[Vlaamse]]³ reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.

6° [[...]]³

C. [[Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen

Elke inrichtende macht is in deze volgorde :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.

Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :

- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;

- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dat personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie;

3°bis. [[[...]]]

4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :

a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;

6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]4

§ 3. Als aan de bepalingen in § 2 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk aangesteld personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is aan de bevoegde reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies in deze betrekking.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 4. Het salaris of de salaristoelage wordt eveneens behouden van 1 september tot uiterlijk 15 september voor elke persoon die aangeworven is of in dienst wordt gehouden in een betrekking waarin een personeelslid ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in de scholengemeenschap of scholengroep ingevolge de bepalingen van dit besluit in dienst moest worden genomen.

§ 5. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet wordt ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

[[Een reaffectatie of wedertewerkstelling in een ambt van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als deze van het terbeschikkinggestelde personeelslid en daarna in een vacante betrekking met een andere puntenwaarde.]]²

§ 6. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

§ 7. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

§ 8. [[Voor de toepassing van dit artikel worden de instellingen die behoren tot eenzelfde pedagogische entiteit, beschouwd als één instelling.]]¹ ]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]]³ B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]4 B.Vl.R. 7-10-2011; [[[ ]]] B.Vl.R. 24-10-2014

[Art. 36bis.

[[...]] ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]] B.Vl.R. 28-5-2010

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

Art. 37.

[...]

B.Vl.R.23-9-2005

[HOOFDSTUK IIIbis. - Het deeltijds kunstonderwijs]

B.Vl.R. 28-5-2010

Art. 38.

§ 1. [ [[Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde :]]¹

A. In het gemeenschapsonderwijs :

1° Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen :

a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; [[...]]²

b) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft; [[...]]²

c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; [[...]]²

d) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit. [[...]]²

De bepalingen van dit punt worden in de hier vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen inrichtende macht en personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken.

[[1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.]]³

2° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in instellingen van de inrichtende macht en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. [[Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.]]¹

3° [[Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van art. 2, § 2, 5°.]]¹

4° [[verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]³

5° [[...]]³

B. In het gesubsidieerd onderwijs :

1° Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen :

a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; [[...]]²

b) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; [[...]]²

c) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die prioritaire rechten heeft op reaffectatie, in toepassing van artikel 69 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990, houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; [[...]]²

d) elke persoon ter beschikking gesteld in hetzelfde ambt in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen en die geen prioritaire rechten heeft op reaffectatie. Als verscheidene personen hiervoor in aanmerking komen en als het gaat om een wervingsambt, wordt degene met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit. [[...]]² [[Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur.]]¹

[[1°bis Vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.]]³

[[1°ter verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.

Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden.]]³

2° [[Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.]]¹

3° [[...]]³

4° [[...]]³ ]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]³ B.Vl.R. 10-9-2010

§ 2. [Als aan de verplichtingen in § 1 wordt voldaan]¹ kan een inrichtende macht salaris of salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking [...]² aangegeven is aan de [bevoegde]³ reaffectatiecommissie, overeenkomstig de voorgeschreven procedure. Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies.

Wanneer een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen is de inrichtende macht gehouden het personeelslid in dienst te nemen.

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]² B.Vl.R. 23-9-2005; [ ]³ B.Vl.R. 10-9-2010

§ 3. [Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.]

B.Vl.R.5-12-2003

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, [...] moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden.

B.Vl.R.5-12-2003

§ 5. Een wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid dat reeds in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

HOOFDSTUK IV. - [Het volwassenenonderwijs]

B.Vl.R.17-10-2008

Art. 39.

[§ 1. Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde :

A. In het gemeenschapsonderwijs :

1° a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. In het modulair georganiseerde onderwijs geldt deze verplichting t.a.v. elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra voor volwassenenonderwijs. In het modulair georganiseerde onderwijs geldt deze verplichting t.a.v. elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. In het modulair georganiseerd onderwijs geldt die vrijwillige wedertewerkstelling t.a.v. elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht.

Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;

3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;

5° [[verplicht om de personeelsleden die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]¹

6° [[...]]¹

B. In het gesubsidieerd onderwijs :

1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in dit centrum voor volwassenenonderwijs. In het modulair georganiseerde onderwijs geldt die verplichting t.a.v. elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;

b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra voor volwassenenonderwijs, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in één van haar centra voor volwassenenonderwijs. In het modulair georganiseerde onderwijs geldt die verplichting t.a.v. elke nieuwe vacature die in de loop van het schooljaar wordt ingericht.

Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.

Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken in geval van een wervingsambt.

Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;

2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs van de inrichtende macht in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. In het modulair georganiseerd onderwijs geldt die vrijwillige wedertewerkstelling t.a.v. elke nieuwe vacature die tijdens het schooljaar wordt ingericht.

Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;

3° [[verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden;]]¹

4° onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :

a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;

d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.

5° [[...]]¹

§ 2. Als aan de bepalingen in § 1 wordt voldaan, kan een inrichtende macht een salaris of een salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling, op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is bij de bevoegde reaffectatiecommissie volgens de voorgeschreven procedure.

Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of de wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie.

Als een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen, moet de inrichtende macht dit personeelslid in dienst nemen.

§ 3. Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen, en vervolgens in niet-vacante betrekkingen, waarbij niet-vacante betrekkingen voor de duur van een schooljaar of voor de duur van een opleiding of module voorrang hebben op niet-vacante betrekkingen van kortere duur.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.

§ 4. De personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden. [[Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat een professionaliseringstraject volgt als vermeld in artikel 47quinquies.]]²

§ 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat al in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden naar een andere instelling buiten deze drie instellingen.

[[§ 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel gebeurt bij voorrang in een betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een andere puntenwaarde.]]¹ ]

B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]¹ B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 24-10-2014

HOOFDSTUK V. - De centra

Art. 40.

§ 1. [Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde : ]¹

1. Verplicht bij wijze van reaffectatie in de hierna bepaalde volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen :

a) [...]¹

b) elke persoon die in het centrum waar de vacature is ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Wanneer de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze, wanneer het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft [...]³;

c) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in hetzelfde ambt. Wanneer de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze, wanneer het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene die de grootste ambtsanciënniteit heeft. [...]³ [Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn.]¹

[1bis. verplicht om in het gemeenschaponderwijs personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.

1ter. verplicht om in het gesubsidieerd onderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]4

2. [Onverminderd de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, of van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in de volgende volgorde :

a) vrij de mutatie toe te staan, op verzoek van om het even welk personeelslid dat deel uitmaakt van de personeelscategorieën, bedoeld in artikel 1;

b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;

c) vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden in dienst te nemen, ongeacht het net en rekening houdend met de personeelsformatie en het plan bedoeld [[in artikel 19, § 4]]¹;

d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.]¹

3. [...]²

4. Verplicht om in dezelfde volgorde maar zonder rekening te houden met de dienstanciënniteit de personeelsleden die niet bij wijze van reaffectatie konden in dienst geroepen worden, weder te werk te stellen.

[De verplichting tot wedertewerkstelling geldt evenwel niet als aan een personeelslid, ter beschikking gesteld in een wervingsambt, een betrekking in een bevorderingsambt toegewezen zou moeten worden.]¹

[5. [[verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.]]²

[[...]]² ]²

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]² B.Vl.R. 23-9-2005; [ ]³ B.Vl.R. 17-10-2008; [ ]4 B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]² B.Vl.R. 10-9-2010

§ 2. [Mits naleving van de verplichtingen in § 1, 1 kan een inrichtende macht een salaris of salaristoelage bekomen voor een tijdelijk personeelslid dat een betrekking bekleedt die vatbaar is voor reaffectatie of wedertewerkstelling op voorwaarde dat de betrekking aangegeven is overeenkomstig de voorgeschreven procedure.] Dit salaris of deze salaristoelage wordt verstrekt tot de ingangsdatum van de reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissies.

Wanneer een ter beschikking gesteld personeelslid wordt toegewezen is de inrichtende macht gehouden het personeelslid in dienst te nemen.

B.Vl.R.23-9-2005

§ 3. [Als een inrichtende macht over meerdere vacatures in hetzelfde ambt beschikt, moet elke reaffectatie en wedertewerkstelling eerst gebeuren in vacante betrekkingen en vervolgens in niet-vacante betrekkingen.

Zowel bij vacante als bij niet-vacante betrekkingen gebeurt de toewijzing eerst in een betrekking die niet is ingenomen door een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor doorlopende duur.]

B.Vl.R.5-12-2003

§ 4. De personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, die een andere vorm van terbeschikkingstelling, een verlof of een afwezigheid genieten moeten, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk beschikbaar, gereaffecteerd of weder te werk gesteld worden.

HOOFDSTUK VI. - Bestendigheid van reaffectatie en wedertewerkstelling

Art. 41.

§ 1. [Een reaffectatie of wedertewerkstelling blijft behouden over de schooljaren heen.]

B.Vl.R.5-12-2003

[Deze bepaling geldt ook voor de reaffectatie en wedertewerkstelling die niet verplicht is volgens de voorschriften van dit besluit.]

B.Vl.R.31-8-1999

§ 2. [Aan een reaffectatie of wedertewerkstelling in een betrekking wordt alleen een einde gesteld :]²

- doordat de toegewezen betrekking niet meer voor bezoldiging of subsidiëring in aanmerking komt;

- [doordat de inrichtende macht in kwestie personeelsleden in deze betrekking in dienst moest nemen bij wijze van voorafgaande maatregelen of bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling;]²

- doordat de betrokken inrichtende macht, bij het begin van een school- [...]¹ of dienstjaar, [deze betrekking]² toewijst aan een ander ter beschikking gesteld personeelslid;

- [doordat het personeelslid in kwestie zelf een gelijkwaardige andere betrekking opneemt;

- doordat het personeelslid in kwestie niet meer voor subsidiëring of financiering in aanmerking komt;]²

- [doordat de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, de reaffectatiecommissie van de scholengroep, [[...]]² [[...]]³ of de Vlaamse reaffectatiecommissie een nieuwe beslissing van toewijzing neemt;]¹

- na voorafgaande toestemming van de [Vlaams minister, bevoegd voor het onderwijs]² of zijn afgevaardigde op advies van de Vlaamse reaffectatiecommissie;

- doordat hij opnieuw vastbenoemd titularis wordt bij de inrichtende macht die hem in dienst genomen heeft of opnieuw aangewezen wordt;

[- [[door een benoeming na reaffectatie of wedertewerkstelling, een mutatie, nieuwe affectatie of toelating tot de proeftijd van betrokken personeelslid;]]¹

- door de terugkeer van de titularis of van het personeelslid dat de titularis vervangt;]¹

[- als het personeelslid [[ontslagen of afgezet]]² wordt als gevolg van een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" volgens hoofdstuk VIIIter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk Vter van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;

- als het personeelslid ontslagen wordt ingevolge een tuchtmaatregel volgens hoofdstuk VIII van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of hoofdstuk IX van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.]³

[ ]¹ B.Vl.R. 31-8-1999; [ ]² B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]³ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]² B.Vl.R. 28-5-2010; [[ ]]³ B;Vl.R. 10-9-2010

[§ 3. Aan een waarneming van de functie van adjunct-directeur met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt slechts een einde gesteld wanneer :

- de directeur die de functie waarneemt van adjunct-directeur gereaffecteerd wordt in een vacante betrekking van directeur, opnieuw vast benoemd titularis wordt van een betrekking van directeur, of wanneer hij in deze hoedanigheid opnieuw aangewezen of geaffecteerd wordt, of wanneer hij definitief uit dienst treedt;

- de directeur van de school waar de waaneming van de functie van adjunct-directeur is gebeurd, definitief uit dienst treedt.

Een waarneming van de functie van adjunct-directeur met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt opgeschort gedurende :

- de tijdelijke afwezigheid, om welke reden ook, van de directeur van de school waar de functie van adjunct-directeur wordt uitgeoefend;

- de periode van reaffectatie in een tijdelijke vacante betrekking van directeur;

- de periode waarin degene die belast is met de functie van adjunct-directeur, van een reglementaire afwezigheid, van verlof of terbeschikkingstelling geniet.]

B.Vl.R.22-9-1998

[§ 4. Een personeelslid kan vragen aan de inrichtende macht waar hij gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, om de reaffectatie of wedertewerkstelling op te schorten voor de volledige duur van een andere vacature die hem wordt aangeboden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

§ 5. [[...]] ]

B.Vl.R.31-8-1999

HOOFDSTUK VII. - Indienen van bezwaarschriften door de inrichtende machten

Art. 42.

[§ 1. De inrichtende machten en wat betreft het gemeenschapsonderwijs eveneens de instellingshoofden kunnen tegen :

1° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap een bezwaarschrift indienen;

2° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep een bezwaarschrift indienen;

3° [[...]]¹

4° [[de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie;]]³

5° [[...]]³

De bezwaarschriften moeten per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs worden ingediend binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de toewijzing. In het bezwaarschrift moet de inrichtende macht de redenen van haar bezwaar aanvoeren en omstandig motiveren. De inrichtende macht moet binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift van het bezwaarschrift bezorgen aan het betrokken personeelslid.

§ 2. Als een reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.

§ 3. De bevoegde administratie van [[het Ministerie van Onderwijs en Vorming]]² zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 4. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of de wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]³ B.Vl.R. 10-9-2010

TITEL V. - Rechten en plichten van de personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

HOOFDSTUK I. - Rechten en verplichtingen

Art. 43.

§ 1. Het personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking is verplicht naar rata van het gepondereerde volume van de opdracht waarvoor het ter beschikking gesteld is de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is onmiddellijk te aanvaarden en in dienst te treden op de aangeduide datum.

§ 2. Het ter beschikking gesteld personeelslid dat opnieuw in dienst wordt geroepen ingevolge de verplichtingen van de inrichtende macht [of dat] wordt aangeduid door de bevoegde reaffectatiecommissie, wordt geacht in dienstactiviteit te zijn vanaf de datum waarop het de betrekking opneemt.

B.Vl.R.23-9-2005

§ 3. Het ter beschikking gesteld personeelslid dat gereaffecteerd of weder te werk gesteld wordt, kan in de nieuwe instelling of gesubsidieerd centrum onder de reglementair bepaalde voorwaarden van de verlofstelsels genieten.

Voor het verlof, de afwezigheid of de terbeschikkingstelling neemt [...] de inrichtende macht waar het personeelslid gereaffecteerd of weder te werk gesteld is de bevoegdheden over van de inrichtende macht waar het personeelslid ter beschikking gesteld is met respekt van de engagementen die door deze inrichtende macht werden aangegaan.

B.Vl.R.31-8-1999

§ 4. [...]

B.Vl.R.31-8-1999

§ 5. Het wegens volledige ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld personeelslid is ertoe gehouden aan zijn directeur een woonplaats in het Rijk mee te delen, waar de beslissingen die hem aangaan, kunnen worden meegedeeld.

Wanneer de instelling of het gesubsidieerd centrum opgeheven is en er bijgevolg geen directeur meer is, dient het ter beschikking gesteld personeelslid zijn woonplaats mede te delen aan de inrichtende macht. Wanneer de inrichtende macht niet meer bestaat wordt de woonplaats meegedeeld aan de bevoegde administratie van [het Ministerie van Onderwijs en Vorming].

B.Vl.R.17-10-2008

§ 6. Wanneer er toepassing gemaakt wordt van de bepalingen van artikel 9, § 4, van het decreet van 9 april 1992 betreffende onderwijs III moet er altijd een onderling akkoord zijn tussen de twee betrokken personeelsleden en het instellingshoofd. Deze omruiling moet niet medegedeeld worden aan [het Ministerie van Onderwijs en Vorming]. Deze omruiling geldt maximaal voor de duur van het lopende schooljaar. Het ter beschikking gestelde personeelslid blijft in aanmerking komen voor reaffectaties en wedertewerkstellingen volgens de bepalingen van dit besluit en wordt bij afwezigheid vervangen door het personeelslid van wie het prestaties heeft overgenomen.

B.Vl.R.17-10-2008

HOOFDSTUK II. - Indienen van bezwaarschriften door de personeelsleden

Art. 44.

[§ 1. Het personeelslid dat gereaffecteerd of wedertewerkgesteld wordt, kan binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een bezwaarschrift indienen tegen :

1° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap;

2° de toewijzingen van de reaffectatiecommissie van de scholengroep bij de voorzitter van de reaffectatiecommissie van de scholengroep;

3° [[...]]¹

4° [[de reaffectaties en de wedertewerkstellingen door de Vlaamse reaffectatiecommissie bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.]]³

5° [[...]]³

Het personeelslid moet tevens binnen dezelfde termijn een afschrift van het bezwaarschrift indienen bij de inrichtende macht waarnaar het wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

§ 2. Als de bevoegde reaffectatiecommissie een bezwaarschrift aanvaardt, moet ze een vervangende reaffectatie of wedertewerkstelling aanbieden. Als dit niet mogelijk is, wordt het bezwaarschrift samen met haar advies doorgestuurd naar de voorzitter van de daaropvolgende reaffectatiecommissie, zoals bepaald in dit besluit.

§ 3. De bevoegde administratie van [[het Ministerie van Onderwijs en Vorming]]² zal de bezwaarschriften ingediend bij de Vlaamse reaffectatiecommissie samen met haar advies ter beoordeling voorleggen aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 4. Het personeelslid moet zijn bezwaarschrift omstandig motiveren.

§ 5. Het indienen van een bezwaarschrift schort de reaffectatie of wedertewerkstelling niet op, tenzij de voorzitter van de bevoegde reaffectatiecommissie anders beslist.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]]¹ B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]]² B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]³ B.Vl.R. 10-9-2010

HOOFDSTUK III. - Geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling

Art. 45.

[De geldige redenen voor het niet aanvaarden van een reaffectatie of wedertewerkstelling zijn de volgende :

1° wanneer het gereaffecteerde of weder te werk gesteld personeelslid de tewerkstellingsplaats niet kan bereiken binnen de grenzen vastgelegd in de reglementering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

Dit geldt niet als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in de eigen instelling, met inbegrip van alle vestigingsplaatsen die deze instelling heeft.

Dit geldt evenmin als een personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een instelling of vestigingsplaats gelegen in dezelfde gemeente als die waar het personeelslid op de vooravond van zijn terbeschikkingstelling tewerkgesteld was;

2° wanneer het bezwaarschrift aanvaard wordt;

3° wanneer een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan die welke het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en wanneer het personeelslid op het ogenblik van het aanbod, ten minste 58 jaar is en zijn recht op pensioen kan doen gelden binnen een termijn van twee jaar.

In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken wanneer de betrokkene de leeftijd van 60 jaar bereikt.

Deze bepaling geldt evenwel niet wanneer het betrokken personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 297 van 31 maart 1984, zoals gewijzigd, betreffende de opdrachten, de wedden, de weddentoelagen en de verloven voor verminderde prestaties in het onderwijs en in de psycho-medisch-sociale centra.

Een gereaffecteerd of weder te werk gesteld personeelslid dat de leeftijd van 58 jaar bereikt, blijft in dienst zo lang de betrekking waarin het gereaffecteerd of weder te werk gesteld is voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt;

4° als een betrekking wordt aangeboden in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs georganiseerd volgens het modulair stelsel, in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de [[internaten van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen]]², in betrekkingen en ambten als vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van hulp- en bijstandsregeling.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de onderwijssector in kwestie fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;

5° als in het buitengewoon basisonderwijs een betrekking wordt aangeboden.

Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet alleen worden opgenomen als de betrokken personeelsleden, met uitzondering van die welke behoren tot het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, gevraagd hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon basisonderwijs. Deze bepaling geldt niet voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel.

Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in het buitengewoon basisonderwijs fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling;

6° wanneer aan een ter beschikking gesteld personeelslid dat ten minste vier vijfden van een volledige opdracht vervult en dat reeds in drie instellingen fungeert een betrekking wordt aangeboden in een andere instelling dan degenen waar hij reeds tewerkgesteld is;

7° wanneer bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling een betrekking aangeboden wordt aan het ter beschikking gesteld personeelslid dat voor de volledige duur van het schooljaar of dienstjaar en voor eenzelfde aantal uren als waarvoor het ter beschikking gesteld is, gereaffecteerd of weder te werk gesteld is in een door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigde betrekking in een andere instelling of gesubsidieerd centrum.

Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet worden toegewezen, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;

8° wanneer er door het ter beschikking gesteld personeelslid afstand gedaan wordt van de financiële voordelen hem toegekend op grond van artikelen 29 en 30 van dit besluit.

Als er echter in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort of in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een gesubsidieerd centrum, waar het personeelslid ter beschikking gesteld is of in de instelling die de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld, heeft overgenomen, een vacante betrekking in hetzelfde ambt, bij wijze van reaffectatie moet toegewezen moet worden, moet het personeelslid zijn verplichtingen inzake reaffectatie nakomen;

9° wanneer ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 aan een ter beschikking gesteld directeur de betrekking van adjunct-directeur wordt aangeboden;

10° wanneer aan een ter beschikking gesteld directeur, die ten gevolge van vrijwillige fusie met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, buiten de school waar hij deze functie waarneemt, een tijdelijk vacante betrekking van directeur wordt aangeboden;

11° als aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden van een ambt dat nacht- en/of weekendprestaties omvat en het personeelslid voor dergelijk ambt niet benoemd is;

12° als in een netoverschrijdende scholengemeenschap aan een ter beschikking gesteld personeelslid een betrekking wordt aangeboden in een instelling van de scholengemeenschap die behoort tot een ander net dan de instelling waaraan het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking;

13° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld [[met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet]]¹ van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III een betrekking wordt aangeboden die niet beantwoordt aan de beslissing van Medex;

14°[[...]]¹ ]

B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]¹ B.Vl.R. 24-10-2014; [[ ]]² B.Vl.R. 21-11-2014

HOOFDSTUK IV. - Tewerkstelling buiten het onderwijs of de [centra]

B.Vl.R.5-12-2003

Art. 46.

[Voor de toepassing van artikel 9, § 5, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III worden de instellingen die worden opgesomd in het besluit van de Vlaamse regering van [[11 mei 1999]] betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra beschouwd als mogelijkheden van tewerkstelling.]

B.Vl.R. 31-8-1999; [[ ]] B.Vl.R. 28-5-2010

TITEL VI. - [Reaffectatie en wedertewerkstelling van personeelsleden ter beschikking gesteld aan een [[onderwijsinstelling]] die opgeheven is]

B.Vl.R. 7-12-1994; [[ ]] B.Vl.R. 7-10-2011

Art. 47.

[§ 1. [[Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder onderwijsinstelling : school, instelling, centrum voor volwassenenonderwijs of centrum voor leerlingenbegeleiding.

De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de personeelsleden, die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking aan een van de volgende onderwijsinstellingen :

1° onderwijsinstellingen van het Technisch Instituut van het Kempens Bekken;

2° de School voor Moderne Beroepen in Kortrijk;

3° het Hof ter Linden in Evergem;

4° het Instituut voor Secundair Beroepsonderwijs in Zelzate;

5° de Vrije Beroepsschool voor Beenhouwers-Charcutiers in Brussel;

6° de gesubsidieerde vrije niet-confessionele onderwijsinstellingen die gesloten zijn;

7° de gesubsidieerde vrije lagere school in Horebeke, Abraham Hansstraat 1;

8° de gesubsidieerde vrije basisschool in Boechout, Lange Kroonstraat 1;

9° de gesloten onderwijsinstellingen die werden of worden overgedragen naar een inrichtende macht die behoort tot een ander net voorzover de personeelsleden ervoor opteren om niet mee over te gaan naar een onderwijsinstelling van het overnemende net en voorzover er voor die gesloten onderwijsinstellingen enkel de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat.]]

§ 2. Met betrekking tot de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking aan een van de onderwijsinstellingen, vermeld in § 1 gelden de volgende bijzondere bepalingen, zonder rekening te houden met het net en het karakter :

1° de Vlaamse reaffectatiecommissie reaffecteert en stelt de personeelsleden weder te werk in de onderwijsinstellingen van de verschillende netten of buiten het onderwijs of de centra zoals bepaald in artikel 46;

2° de personeelsleden zijn verplicht een reaffectatie of wedertewerkstelling van de Vlaamse reaffectatiecommissie te aanvaarden. De bepalingen van artikel 45 zijn op hen van toepassing;

3° de inrichtende machten zijn verplicht de personeelsleden die hen toegewezen worden bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in dienst te nemen.

De personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn aan een van de onderwijsinstellingen, vermeld in § 1, kunnen hun voorkeur voor een reaffectatie of wedertewerkstelling in een bepaald net kenbaar maken aan de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie.

Bij het begin van elk schooljaar kan het personeelslid die keuze wijzigen als het nog niet werd gereaffecteerd of wedertewerkgesteld of na het regelmatig beëindigen van een reaffectatie of wedertewerkstelling in het gekozen net. Als artikel 41 van toepassing is, geldt deze bepaling niet.

§ 3. Zowel de inrichtende macht als het personeelslid kan eveneens tegen deze toewijzingen een bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Vlaamse reaffectatiecommissie met het verzoek de toewijzing opnieuw in overweging te nemen.]

B.Vl.R. 23-9-2005; [[ ]] B.Vl.R. 7-10-2011

[Titel VIbis. - [[Toewijzing van een personeelslid als administratieve ondersteuning aan een instelling of een scholengemeenschap]]¹

Art. 47bis.

[[§ 1. Na toepassing van de procedure in dit besluit kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, beschikbaar worden gesteld als administratieve ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap.

Deze tewerkstelling wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissies op basis van de volgende criteria :

1° de personeelsleden kunnen alleen tewerkgesteld worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1°;

2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;

3° een personeelslid kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan hiervan worden afgeweken.

§ 2. De personeelsleden die al als administratieve hulp in het basisonderwijs werden tewerkgesteld voor 1 september 2003 of als administratieve ondersteuning werden toegewezen aan een scholengemeenschap in het basisonderwijs voor 1 september 2008, blijven tewerkgesteld in deze functie in afwachting van een eventuele nieuwe toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 3. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning is een wedertewerkstelling als vermeld in artikel 11, § 2, met de daarbij behorende prestatie- en vakantieregeling.

In deze betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.

§ 4. De tewerkstelling als administratieve ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling.

§ 5. Wanneer er binnen de Vlaamse reaffectatiecommissie geen consensus bestaat over een mogelijke beslissing, legt de voorzitter een voorstel ter stemming neer. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

§ 6. [[[De bepalingen van dit artikel gelden ook voor een personeelslid dat met toepassing van artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III ter beschikking wordt gesteld en nog geschikt wordt geacht om een ander ambt uit te oefenen.]]] ]]² ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]]¹ B.Vl.R. 17-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 10-9-2010; [[[ ]]] B.Vl.R. 24-10-2014

[Titel VIter - Het professionaliseringstraject

Art. 47ter.

Deze titel is van toepassing op het volwassenenonderwijs.

Art. 47quater.

Als een hbo5-opleiding conform artikel 161 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs wordt omgevormd, bepaalt het samenwerkingsverband dat bij de omvorming betrokken is per opleiding en per module de competenties die een personeelslid nodig heeft om in deze opleiding of deze module van de omgevormde opleiding te kunnen worden ingezet. Dat gebeurt door per module of per opleiding een lijst vast te leggen van bekwaamheidsbewijzen als vermeld in artikel X.41 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, waarmee die competenties kunnen worden aangetoond. Het samenwerkingsverband maakt deze lijst van bekwaamheidsbewijzen bekend bij al haar personeelsleden.

Het samenwerkingsverband toetst daarna op basis van haar lijst met bekwaamheidsbewijzen de competenties van de bij de omvorming betrokken personeelsleden af met de competenties die nodig zijn om in de omgevormde opleiding het ambt van lector te kunnen opnemen.

Het personeelslid dat over voldoende competenties beschikt, kan onmiddellijk in de omgevormde hbo5-opleiding worden ingezet.

Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, wordt ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de vastgestelde tekorten in de competenties die vereist zijn om ingezet te worden in de omgevormde opleiding kan wegwerken, zodat het personeelslid inzetbaar wordt in deze opleiding.

Het personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van lector en niet over voldoende competenties beschikt om het ambt van lector uit te oefenen in de omgevormde opleiding, kan in overleg met de inrichtende macht ook de keuze maken voor een andere hbo5-opleiding of voor een ander onderwijsniveau dan hbo5. In dat geval biedt de inrichtende macht aan dat personeelslid een duidelijk uitgeschreven professionaliseringstraject aan. Dat traject moet het mogelijk maken dat het betrokken personeelslid op basis van zijn keuze en binnen de tijdsspanne die voorzien wordt in artikel 47quinquies de tekorten in competenties kan wegwerken, zodat het personeelslid kan ingezet worden in een andere hbo5-opleiding van zijn keuze of in een ander onderwijsniveau dan hbo5.

In afwijking van het vorige lid en in overleg met het betrokken personeelslid is de inrichtende macht niet verplicht aan dat personeelslid een professionaliseringstraject aan te bieden als het voor een tewerkstelling in een andere hbo5-opleiding kiest of vraagt om ingezet te worden in een ander onderwijsniveau dan hbo5, op voorwaarde dat het betrokken personeelslid daarvoor over een vereist of voldoend geachte bekwaamheidsbewijs beschikt. Als er omwille van deze reden geen professionaliseringstraject wordt aangeboden, dan moet dit blijken uit een document dat door de inrichtende macht en het betrokken personeelslid voor akkoord wordt ondertekend.

Tijdens de loopbaan van een personeelslid kan hem maar één keer een professionaliseringstraject worden aangeboden.

De kosten verbonden aan het volgen van een professionaliseringstraject komen ten laste van de inrichtende macht.

Art. 47quinquies.

§ 1. Het professionaliseringstraject, vermeld in artikel 47quater, wordt opgesteld in overleg tussen de inrichtende macht en het personeelslid en omvat minstens de volgende elementen :

1° een omschrijving van de bijkomende competenties die het personeelslid moet verwerven en de doelstelling daarvan;

2° de wijze waarop het personeelslid de competenties, vermeld in punt 1°, moet behalen. Dit houdt minstens in dat de inrichtende macht een heel concreet en haalbaar professionaliseringstraject aanbiedt aan het personeelslid om de bijkomende competenties te verwerven. Bij het vastleggen van deze mogelijkheden moet de inrichtende macht alleszins ook rekening houden met de andere opdrachten die de lector eventueel nog uitoefent;

3° de duur van het traject, waarbij alleszins de duur niet mag overschreden worden zoals die is vastgelegd in artikel 9, § 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III;

4° de wijze waarop de inrichtende macht zal beoordelen of na het volgen van het traject de bijkomende competenties werden verworven. Deze zijn alleszins verworven als dat blijkt uit een certificaat, getuigschrift, diploma of ander document dat aan het personeelslid wordt afgeleverd na het volgen van dat traject en dat deel uitmaakt van de lijst van bekwaamheidsbewijzen vermeld in artikel 47quater;

5° de concrete afspraken betreffende de betaling van alle kosten verbonden aan het volgen van het professionaliseringstraject.

Als voormeld overleg leidt tot een akkoord, dan wordt het professionaliseringstraject schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door het personeelslid en de inrichtende macht.

Als voormeld overleg niet leidt tot een akkoord, dan kan het personeelslid bezwaar aantekenen bij de Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5. Het personeelslid dient hiertoe bij deze commissie uiterlijk binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het schriftelijke aanbod, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, een gemotiveerd bezwaarschrift in.

§ 2. De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 is paritair samengesteld en bestaat uit zes leden, aangevuld met een voorzitter en een secretaris. De leden bestaan uit drie directeurs van centra voor volwassenenonderwijs die hbo5-opleidingen aanbieden en een vertegenwoordiger van iedere representatieve vakorganisatie. De directeurs die deel uitmaken van de arbitragecommissie mogen geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband dat het professionaliseringstraject heeft aangeboden en worden aangesteld door de administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen, of zijn afgevaardigde. De administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs of zijn afgevaardigde is voorzitter van deze commissie. De secretaris wordt door de voorzitter aangeduid onder de ambtenaren van zijn administratie.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject hbo5 beoordeelt het bezwaarschrift van het personeelslid en kan daarbij zowel het personeelslid als een vertegenwoordiger van de inrichtende macht in kwestie horen.

De Arbitragecommissie Professionaliseringstraject beslist collegiaal binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat het bezwaarschrift bij de commissie ingediend werd. Als de leden van de commissie geen overeenstemming bereiken, beslist de voorzitter. De voorzitter van de commissie deelt de beslissing schriftelijk mee aan het personeelslid en aan de betrokken inrichtende macht. Deze beslissing is bindend. De beslissing kan er ook uit bestaan dat er geen professionaliseringstraject mogelijk is of dat er geen professionaliseringstraject nodig is.

Art. 47sexies.

§ 1. Tijdens het professionaliseringstraject blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en heeft hij voor het volume van de opdracht waarvoor hij ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking recht op een wachtgeld of wachtgeldtoelage als vermeld in titel III van dit besluit. Tijdens de duur van het professionaliseringstraject wordt het personeelslid beschouwd als zijnde gereaffecteerd.

§ 2. Als het personeelslid het professionaliseringstraject niet succesvol beëindigt, omdat hij het traject vroegtijdig stopzet, en vervolgens niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, werkt de duur van het professionaliseringstraject, in afwijking van artikel 29, § 3, niet opschortend voor de vaststelling van de vermindering van zijn wachtgeld of wachtgeldtoelage conform artikel 29, § 1. De duur van het professionaliseringstraject wordt dan onmiddellijk in mindering gebracht van de periode van twee jaar, vermeld in artikel 29, § 1, naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

§ 3. Als het personeelslid het te volgen professionaliseringstraject weigert en het niet onmiddellijk kan worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld conform dit besluit, wordt zijn wachtgeld of de wachtgeldtoelage, in afwijking van artikel 29, § 1, het eerste jaar onmiddellijk met 20% verminderd en de daaropvolgende jaren elk jaar telkens met 20% naar rato van het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid als lector ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. De opeenvolgende verminderingen worden berekend op het wachtgeld of de wachtgeldtoelage die overeenkomt met het laatste activiteitssalaris of laatste activiteitssalaristoelage die het personeelslid geniet aan de vooravond van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag echter niet lager zijn dan zoveel keer een dertigste van het activiteitssalaris of de activiteitssalaristoelage als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt.

Voor de toepassing van deze paragraaf gelden als dienstjaren de dienstjaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties wegens diploma's tellen niet mee. De militaire dienst of burgerdienst die het personeelslid heeft vervuld voor zijn indiensttreding, wordt niet in aanmerking genomen en de in aanmerking komende militaire dienst en burgerdienst worden alleen meegerekend voor de gewone duur ervan, met behoud van de toepassing van artikel 13 van de gecoördineerde wetten van 3 augustus 1919 en 27 mei 1947 betreffende de prioriteiten.

Art. 47septies.

§ 1. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in de omgevormde hbo5-opleiding is het vastbenoemde personeelslid opnieuw inzetbaar in een betrekking in die hbo5-opleiding.

Als het personeelslid wordt tewerkgesteld in een betrekking in een hbo5-opleiding die wordt ingericht in een hogeschool van het samenwerkingsverband conform artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, blijft het personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en wordt de tewerkstelling in de hogeschool beschouwd als een wedertewerkstelling volgens dit besluit.

§ 2. Na succesvolle beëindiging van het professionaliseringstraject met het oog op inzetbaarheid in een andere hbo5-opleiding of in een ander onderwijsniveau dan hbo5, blijft het vastbenoemde personeelslid ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt van lector en komt hij in aanmerking voor een reaffectatie of wedertewerkstelling conform dit besluit.]

B.Vl.R. 24-10-2014

TITEL VII. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 48.

[In afwijking van artikel 2, § 2, 5°, zijn bij wijze van overgangsmaatregel in het deeltijds kunstonderwijs de betrekkingen op 1 september 2003 niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als ze bekleed worden door personeelsleden die aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° ten minste 720 dagen dienstanciënniteit, zoals bepaald in artikel 12, § 1, in hoofdambt gepresteerd hebben op 31 augustus 2002 voor de leden van het administratief personeel of op 30 juni 2002 voor de andere personeelsleden;

2° op 31 december 2002 de hierna vermelde leeftijd bereikt hebben :

a) 24 jaar voor de leden van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel;

b) 26 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op lager secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die geen hogere graad inrichten;

c) 28 jaar voor de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel die een wervingsambt bekleden op hoger secundair niveau en voor de directeurs van de instellingen die een hogere graad inrichten.]

B.Vl.R.5-12-2003

Art. 49.

Het personeelslid dat op 1 september 1991 in het Gemeenschapsonderwijs vastbenoemd titularis was van een deeltijdse opdracht en voor die datum als vastbenoemd titularis ruimere opdrachten heeft vervuld, wordt ter beschikking gesteld voor het verschil tussen de grootste ruimere opdracht en die welke hij op 1 september 1991 bekleedde.

Art. 50.

[§ 1. In het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat luidt als volgt : ...]

B.Vl.R.5-12-2003

[§ 2.] Opgeheven worden :

B.Vl.R.5-12-2003

1° wat het administratief personeel betreft, Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 21 oktober 1968 genomen ter uitvoering van artikel 7 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs;

2° [...]

B.Vl.R.5-12-2003

3° behoudens wat de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst betreft, Hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 14 november 1978 houdende aanvulling van het koninklijk besluit van 8 juli 1976 genomen ter toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke en protestantse godsdienst der inrichtingen voor buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat;

4° Hoofdstuk IX en Hoofdstuk XI, Afdeling 4, Onderafdeling 2 van het koninklijk besluit van 27 juli 1979 tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiediensten belast met het toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra;

5° het ministerieel besluit van 14 november 1985 houdende de oprichting en de samenstelling van de begeleidingscommissies voor godsdienstleerkrachten in het Rijksonderwijs;

6° het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 1989 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtsalaristoelage in het gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 en 5 juni 1991;

[7° Artikel 1, 1°, en artikel 12 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1969 betreffende de terbeschikkingstelling van het onderwijzend personeel van de rijksinrichtingen voor zeevaartonderwijs.]

B.Vl.R.31-8-1999

Art. 51.

§ 1. Artikel 3, § 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1991 betreffende het aanwendingspercentage in het buitengewoon onderwijs voor het schooljaar 1991-1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :

"§ 2. Deze betrekkingen worden met ingang van 1 september 1991 wel toegewezen aan de vaste personeelsleden van het gewoon en het buitengewoon onderwijs van wie de betrekking geheel of gedeeltelijk werd opgeheven en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is.

De diensten gepresteerd door deze personeelsleden worden beschouwd als wedertewerkstelling".

§ 2. In artikel 15, eerste lid van het koninklijk besluit van 18 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 164 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, worden de woorden "wegens ontstentenis van betrekking" geschrapt.

Art. 52.

[De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs zijn uitgesproken in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.

De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 zijn uitgesproken door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs t.a.v. personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.]

B.Vl.R. 7-10-2011

[Art. 52/1.

§ 1. Met ingang van 1 september 2015 en tot een door de Vlaamse Regering te bepalen datum wordt de werking van de in artikel 12ter vermelde reaffectatiecommissie van de scholengroep en de in artikel 15 vermelde Vlaamse reaffectatiecommissie opgeschort voor wat betreft de instellingen van het basisonderwijs en het secundair onderwijs die tot een scholengemeenschap behoren en hun personeelsleden.

§ 2. Tijdens de periode, vermeld in § 1, worden alle verplichtingen opgeschort die de inrichtende machten, instellingen, personeelsleden en de in dit besluit vermelde reaffectatiecommissies in toepassing van dit besluit hebben ten aanzien van de reaffectatiecommissie van de scholengroep en de Vlaamse reaffectatiecommissie.

§ 3. De terbeschikkinggestelde personeelsleden die behoren tot een scholengemeenschap en die na de bepalingen van artikel 34, § 1, A, 1° tot en met 6°, artikel 34, § 1, C, 1° tot en met 6°, artikel 36, § 2, A, 1° tot en met 4°, of artikel 36, § 2, C, 1° tot en met 4°, van hetzelfde besluit geen reaffectatie of wedertewerkstelling hebben verkregen, worden door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap toegewezen aan bij voorkeur één of aan meerdere instellingen van de scholengemeenschap. Zulke toewijzingen gebeuren steeds in niet-organieke betrekkingen in het ambt waarin de desbetreffende personeelsleden ter beschikking gesteld zijn.

Met het oog op de toewijzingen zoals bedoeld in vorig lid worden voor de nog niet gereaffecteerde of wedertewerkgestelde personeelsleden voorstellen besproken in de in het vorig lid vermelde reaffectatiecommissies. Een personeelslid dat op basis van deze voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden, is verplicht deze betrekking te aanvaarden. Wanneer een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie aan het betrokken terbeschikkinggestelde personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan aangezien worden. Het personeelslid kan deze toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbijhorende prestatie- en vakantieregeling.

Iedere toewijzing conform deze paragraaf houdt maximaal rekening met de arbeidsomstandigheden van het betrokken personeelslid. Artikel 45 is ook van toepassing op de toewijzingen conform deze paragraaf.

De toewijzingen zoals bedoeld in deze paragraaf worden beschouwd als een reaffectatie in een niet vacante betrekking, maar ze schorten de reaffectatieverplichtingen van de inrichtende machten in de scholengemeenschap niet op. Tijdens periodes van reaffectatie in een organieke betrekking wordt de toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf opgeschort.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat een reaffectatie of een wedertewerkstelling in een organieke betrekking verkiest boven een toewijzing zoals bedoeld in deze paragraaf kan daartoe een vraag richten aan de reaffectatiecommissie van de eigen scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.

De reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs en/of de Vlaamse reaffectatiecommissie is verplicht op de vraag van het personeelslid in te gaan. Als de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs een vacature heeft, wijst zij die vacature toe aan voormeld personeelslid na toepassing van artikel 34, § 1, A, 6°, artikel 34, § 1, B, 6°, b, artikel 34, § 1, C, 6°, artikel 36, § 2, A, 4°, artikel 36, § 2, B, 4°, b, of artikel 36, § 2, C, 4°. In afwachting van zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de reaffectatiecommissie van de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs of zulke reaffectatie of wedertewerkstelling door de Vlaamse reaffectatiecommissie blijft de beslissing genomen door de in het eerste lid vermelde reaffectatiecommissies van kracht.]

B.Vl.R. 12-6-2015

Art. 53.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1991, met uitzondering van de artikel 50, § 1, 2° , wat de leden van de inspectiedienst betreft, en van [het artikel 51] die allen uitwerking hebben met ingang van 1 september 1991.

B.Vl.R. 10-9-2010

Art. 54.

[De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs]¹ [...]² is belast met de uitvoering van dit besluit.

[ ]¹ B.Vl.R. 5-12-2003; [ ]² B.Vl.R. 23-9-2005