OPGEHEVEN : Koninklijk besluit betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie.

  • goedkeuringsdatum
    30 JULI 1975
  • publicatiedatum
    B.S.26/08/1975
  • datum laatste wijziging
    11/04/2001

COORDINATIE

K.B. 17-9-1976 - B.S. 29-10-1976

K.B. 29-3-1977 - B.S. 14-4-1977

K.B. 25-8-1978 - B.S. 4-10-1978

K.B. 26-6-1984 - B.S. 18-8-1984

K.B. 14-6-1985 - B.S. 19-9-1985

Decr. 27-3-1991 - B.S. 25-5-1991

Decr. 8-7-1996 - B.S. 5-9-1996

B.Vl.R. 7-10-1997 - B.S. 19-11-1997

opgeheven door B.Vl.R. 9-2-2001 - B.S. 11-4-2001

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet,

Gelet op de wet van 10 december 1974 houdende wijziging van de wet van 29 mei 1959 en van de wet van 11 juli 1973 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op het akkoord van Onze Staatssecretaris voor Begroting en voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 25 juli 1975;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Ministers van Nationale Opvoeding,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, bedoeld in artikel 5 van de wet van 10 december 1974, houdende wijziging van de wet van 29 mei 1959 en van de wet van 11 juli 1973 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, die behoren tot de categorieën :

a) van het bestuurs- en onderwijzend personeel;

b) van het opvoedend hulppersoneel,

in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie.

Art. 2.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit worden de ambten, uitgeoefend door de leden van het in artikel 1 bedoeld personeel gerangschikt in wervingsambten, selectieambten en bevorderingsambten, zoals ze vastgesteld en gerangschikt zijn voor dezelfde categorieën van het personeel van het Rijksonderwijs.

§ 2. De ambten uitgeoefend in het onderwijs met volledig leerplan moeten steeds onderscheiden worden van de ambten uitgeoefend in het onderwijs voor sociale promotie.

Voor de toepassing van dit besluit wordt iedere leergang met beperkt leerplan georganiseerd of gesubsidieerd door de Staat, die voldoet aan de voorwaarden vastgesteld door artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 juli 1957, houdende algemene regeling van de studiën in het secundair technisch onderwijs, als onderwijs met volledig leerplan beschouwd.

Art. 3.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit kunnen de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bestaan uit diploma's, getuigschriften, brevetten en/of jaren nuttige ervaring.

§ 2. Voor de bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door het onderwijs met beperkt leerplan moet de onderwijscyclus tenminste 900 lestijden hebben omvat voor de technische en beroepsleergangen en tenminste 450 lestijden voor de normaalleergangen.

Art. 4.

(voetnoot 3)

De nuttige ervaring bestaat uit de tijd doorgebracht ofwel in een openbare of particuliere dienst of instelling, ofwel in het onderwijs ofwel in een ambacht of beroep.

De nuttige ervaring bedoeld in hoofdstuk II, hieronder, moet bestaan uit de tijd doorgebracht met de uitoefening van een ambacht of een beroep in de specialiteit van het te onderwijzen vak.

Ze wordt bewezen volgens de regelen terzake vastgesteld voor het personeel van het Rijksonderwijs.

De Minister van Nationale Opvoeding of zijn afgevaardigde beslist of de nuttige ervaring bijgedragen heeft tot het verwerven van de opleiding vereist voor het toe te wijzen ambt.

Art. 5.

Voor de wervingsambten worden de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen ingedeeld in twee groepen : een groep A en een groep B.

Art. 6.

[De Minister of zijn afgevaardigde kan als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep B beschouwen, het bekwaamheidsbewijs dat als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep A of groep B zou ingedeeld worden indien de voorwaarde inzake nuttige ervaring vervuld was.

Daarenboven kan de Minister ieder ander bekwaamheidsbewijs dat niet in de tabellen van hoofdstuk II is opgenomen, als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep B beschouwen, indien er geen enkel getuigschrift, diploma of brevet in de betrokken specialiteit wordt uitgereikt.

Nochtans kan elke beslissing, die voor het schooljaar 1973-1974 genomen wordt krachtens dit artikel, terugwerkende kracht hebben tot de datum van indiensttreding van de houder van dergelijk bekwaamheidsbewijs, op voorwaarde dat deze datum na 31 augustus 1971 valt en de houder van dit bekwaamheidsbewijs hetzelfde ambt bij dezelfde inrichtende macht is blijven uitoefenen.]

(voetnoot 4) K.B.14-6-1985

Art. 7.

§ 1. De ambtsanciënniteit waarvan sprake in de artikelen 12 en 13 bestaat :

voor het door de Staat gesubsidieerd provinciaal en gemeentelijk onderwijs uit de werkelijke diensten die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de door de Staat gesubsidieerde provinciale of gemeentelijke onderwijsinrichtingen;
voor het door de Staat gesubsidieerd vrij onderwijs, uit de werkelijke diensten die aanleiding hebben gegeven tot het toekennen van een weddetoelage en die in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de provinciale, gemeentelijke of vrije onderwijsinrichtingen.

De diensten bedoeld onder a) en b) moeten verstrekt zijn :

hetzij in één van de vastgestelde ambten die toegang geven tot hetzelfde selectie- of bevorderingsambt in het Rijksonderwijs;
hetzij in het betrokken selectie- of bevorderingsambt zelf.

§ 2. In de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel komen evenwel alleen de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van 23 jaar in aanmerking voor de in het secundair onderwijs van de lagere graad toe te kennen ambten en vanaf de leeftijd van 25 jaar voor de in het secundair onderwijs van de hogere graad toe te kennen ambten.

In de categorie van het opvoedend hulppersoneel, komen enkel de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van 21 jaar in aanmerking.

§ 3. Voor het berekenen van de duur der diensten, die in aanmerking komen voor de ambtsanciënniteit, gelden de bepalingen van artikel 85, a),b),c),d),e), en f) van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.

Art. 8.

§ 1. De dienstanciënniteit waarvan sprake in artikel 13 bestaat :

voor het door de Staat gesubsidieerd provinciaal of gemeentelijk onderwijs, uit de werkelijke diensten die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de door de Staat gesubsidieerde provinciale of gemeentelijke onderwijsinrichtingen;
voor het door de Staat gesubsidieerd vrij onderwijs uit de werkelijke diensten die aanleiding hebben gegeven tot het toekennen van een weddetoelage en die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de provinciale, gemeentelijke of vrije onderwijsinrichtingen.

De diensten bedoeld onder a) en b) moeten verstrekt zijn :

hetzij in één der ambten van de categorie van het bestuurs-en onderwijzend personeel, voor de bevorderingsambten in deze categorie van het personeel;
hetzij in één der ambten van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van de categorie van het opvoedend hulppersoneel, voor de bevorderingsambten in de categorie van het opvoedend hulppersoneel.

§ 2. In de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel komen de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van 23 jaar evenwel alleen in aanmerking voor de in het secundair onderwijs van de lagere graad toe te kennen ambten en vanaf de leeftijd van 25 jaar voor de in het secundair onderwijs van de hogere graad toe te kennen ambten.

§ 3. Voor het berekenen van de duur der diensten die in aanmerking komen voor de dienstanciënniteit gelden de bepalingen van artikel 85, a), b), c), d), e) en f) van voormeld koninklijk besluit van 22 maart 1969.

Art. 9.

Een personeelslid bedoeld in artikel 1 mag, wanneer hij vast benoemd is en zijn benoeming erkend is, zo de erkenning bestaat, van inrichting en van vorm van secundair onderwijs en zelfs van inrichtende macht veranderen, zonder dat het bekwaamheidsbewijs waarvan hij houder is, een beletsel kan zijn noch voor het verlenen van een weddetoelage, noch voor de erkenning van een eventuele nieuwe vaste benoeming, zo de erkenning bestaat, op voorwaarde dat hij zonder onderbreking overgaat naar de nieuwe inrichting om er met behoud van de weddeschaal, die hij genoot, hetzelfde ambt uit te oefenen als dat uitgeoefend in de vorige inrichting.

In het onderwijs met volledig leerplan wordt voor het betrokken personeelslid het voordeel van deze bepaling beperkt tot de volledige prestaties vereist voor de uitoefening van het bedoelde ambt.

In het onderwijs voor sociale promotie, is de in de eerste alinea van dit artikel vermelde bepaling slechts toepasselijk op het personeelslid dat bij de overgang van de ene naar de andere inrichting, zijn vorig ambt opgeeft.

Voor de uitvoering van dit artikel gelden de bepalingen van artikel 18.

Art. 10.

§ 1. Daar waar het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs is vermeld wordt het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen ermee gelijkgesteld, alsmede het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad.

§ 2. De gelijkstellingen, bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 april 1969, tot vaststelling van de vereiste bekwaamheidsbewijzen in het Rijksonderwijs, worden in aanmerking genomen voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II.

§ 3. De afkortingen die in dit besluit gebruikt worden om wat ze voorstellen te vereenvoudigen leze men als volgt :

GLSO : Geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;

GHSO : Geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;

VB : Vereist bekwaamheidsbewijs;

GMTN : Getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;

GPB : Getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;

NE : Nuttige ervaring.

§ 4. De weddeschalen, voorzien bij dit besluit zijn vastgesteld met verwijzing naar die vastgesteld voor het Rijksonderwijs door de reglementsbepalingen terzake :

van GLSO (VB) : van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, houder van het vereist bekwaamheidsbewijs;
van GHSO (VB) - TV : van geaggreggeerde voor het hoger secundair onderwijs, houder van het vereist bekwaamheidsbewijs, op elk ogenblik verminderd met een tweejaarlijkse verhoging;
van de houder VB/S : van de houder van het vereist bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs;
van de houder VB/S-TV : van de houder van het vereist bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs op elk ogenblik verminderd met een tweejaarlijkse verhoging;
van de houder B/S : van de houder van dit bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs;
[van de houder BB + GPB/S : van de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid in het rijksonderwijs, ongeacht de specialiteit van dit bekwaamheidsbewijs.]
Decr.27-3-1991

HOOFDSTUK II. - Organiek stelsel van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen

Afdeling I. - Wervingsambten

Art. 11.

Voor de personeelsleden, die een van de hierna op de tabel vermelde wervingsambten uitoefenen en die houder zijn van een van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen die erin bepaald zijn voor dat ambt, wordt de weddetoelage berekend volgens de weddeschaal, die vermeld is tegenover het bekwaamheidsbewijs dat zij bezitten.

Voor het personeelslid dat bij toepassing van artikel 6, § 4 en § 5, als houder van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs wordt beschouwd, wordt de weddetoelage berekend in de laagste weddeschaal onder de schalen die verleend worden aan de houder van een voor het betrokken ambt voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Weddeschalen

Ambten en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen

A. Lager secundair technisch onderwijs

1. Leraar algemene vakken (1ste, 2de, 3de en 4de talen, indien romaanse talen, beroepsterminologie)

1° In de inrichtingen met het Frans of het Duits als onderwijstaal

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen germaanse talen of moderne talen)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priesterschap

Groep B

van GLSO (VB)

c) GHSO (groepen romaanse, klassieke of germaanse filologie, groepen wijsbegeerte of geschiedenis)

van GLSO (VB)

d) licentiaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

e) kandidaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) GLSO (andere afdelingen)

2° In de inrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen moedertaal-geschiedenis, Germaanse talen of Nederlands-Engels)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priesterschap aangevuld met het diploma van kandidaat in de romaanse filologie

Groep B

van GLSO (VB)

c) GHSO (groepen romaanse filologie of economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GLSO (VB)

d) licentiaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)

e) licentiaat vertaler-tolk met melding van de te onderwijzen taal

van GLSO (VB)-TV

f) kandidaat (groep romaanse filologie) of kandidaat vertaler-tolk

van GLSO (VB)-TV

g) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

i) GLSO (andere afdelingen)

2. Leraar algemene vakken (1ste, 2de, 3de, en 4de talen, indien germaanse talen, beroepsterminologie)

1° In de inrichtingen met het Nederlands of het Duits als onderwijstaal

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen letterkunde, moderne talen, moedertaal-geschiedenis of frans-geschiedenis)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priester-schap

Groep B

van GLSO (VB)

c) GHSO (groepen romaanse, klassieke of germaanse filologie, groepen wijsbegeerte of geschiedenis)

van GLSO (VB)

d) licentiaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

e) kandidaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) GLSO (andere afdelingen)

2° In de inrichtingen met het Frans als onderwijstaal

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen letterkunde of moedertaal-geschiedenis)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priesterschap aangevuld met het diploma van kandidaat in de germaanse filologie

Groep B

van GLSO (VB)

c) GHSO (groepen germaanse filologie of economische wetenschappen of handelsweten-schappen)

van GLSO (VB)

d) licentiaat (dezelfde groe-pen)

van GLSO (VB)

e) licentiaat vertaler-tolk, met melding van de te onderwijzen taal

van GLSO (VB)-TV

f) kandidaat (groep germaanse filologie) of kandidaat vertaler-tolk

van GLSO (VB)-TV

g) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

i) GLSO (andere afdelingen)

3. Leraar algemene vakken (geschiedenis, geschiedenis en sociale instellingen, economische geschiedenis, actuele problemen)

Groep A

van GLSO (VB)

a) getuigschrift van priesterschap

[van GLSO (VB)

abis) GLSO Nederlands-Engels]

(K.B. 17-9-1976)

Groep B

van GLSO (VB)

b) GHSO (groepen romaanse, klassieke of germaanse filologie, groepen wijsbegeerte of geschiedenis)

van GLSO (VB)

c) licentiaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

d) kandidaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

e) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

f) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

g) GLSO (andere afdelingen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

4. Leraar algemene vakken (wiskunde, rekenkunde, algebra, meetkunde, driehoeksmeetkunde, natuurkunde, wetenschappelijke opvoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdeling wetenschappen -aardrijkskunde)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priesterschap aangevuld met het diploma van kandidaat in de wiskunde of in de natuurkunde of in de scheikunde of in de biologie of in de aardrijkskunde of in de aard- en delfstofkunde

van GLSO (VB)

c) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GLSO (VB)

d) GHSO (groepen wiskunde of natuurkunde of scheikunde of biologie of aardrijkskunde of economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GLSO (VB)

e) licentiaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)

f) burgerlijk ingenieur, landbouwkundig ingenieur of handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

g) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur

van GLSO (VB)-TV

h) kandidaat (dezelfde groepen als onder d)

van GLSO (VB)-TV

i) kandidaat burgerlijk ingenieur, kandidaat landbouwkundig ingenieur, kandidaat handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

j) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

k) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

l) GLSO (andere afdelingen)

5. Leraar algemene vakken (economische wetenschappen, handelswetenschappen, handel, boekhouding, staatshuishoudkunde, handelseconomie, warenkennis, inwijding tot het economisch leven)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (groepen wetenschappen-aardrijkskunde of moderne talen of handel of secretariaat, [Nederlands-Engels])

(K.B. 17-9-1976)

van GLSO (VB)

b) handelsingenieur aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

c) GHSO (economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GLSO (VB)

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (handel, boekhouding of distributie) aangevuld met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer

van GLSO (VB)

e) getuigschrift van priester-schap aangevuld met het diploma van kandidaat in de economische wetenschappen of in de handelswetenschappen of in de wiskundige wetenschappen

Groep B

van GLSO (VB)

f) licentiaat (dezelfde groepen als onder c) of handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

g) kandidaat (dezelfde groepen als onder c) of kandidaat handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

h) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

i) licentiaat of doctor (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

j) GLSO (andere afdelingen)

van GLSO (VB)-TV

k) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (handel, boekhouding of distributie)

6. Leraar algemene vakken (aardrijkskunde, economische aardrijkskunde, actuele problemen)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdeling letterkunde of afdeling handel of afdeling secretariaat)

van GLSO (VB)

b) getuigschrift van priesterschap aangevuld met het diploma van kandidaat in de wiskunde of in de natuurkunde of in de scheikunde of in de biologie of in de aardrijkskunde of in de aard- en delfstofkunde of in de economische wetenschappen of in de handelswetenschappen

Groep B

van GLSO (VB)

c) GHSO (groepen aardrijkskunde, geschiedenis, economische wetenschappen, handelswetenschappen, politieke en sociale wetenschappen)

van GLSO (VB)

d) licentiaat (dezelfde groepen) of handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

e) kandidaat (dezelfde groepen) of kandidaat handelsingenieur

van GLSO (VB)-TV

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) GLSO (andere afdelingen)

7. Leraar algemene vakken (biologie, scheikunde, natuurkundige wetenschappen, wetenschappelijke opvoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen wiskunde-fysica of wiskunde-economische wetenschappen of wiskunde of lichamelijke opvoeding-biologie)

van GLSO (VB)

b) GLSO (afdeling huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of familiale en sociale economie) of landbouwregent of diploma van regentes huishoudkunde (koninklijk besluit van 20 december 1932)

van GLSO (VB)

c) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur, aange-vuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

d) getuigschrift van priesterschap aangevuld met het diploma van kandidaat in de wiskunde of in de natuurkunde of in de scheikunde of in de aard- en delfstofkunde of in de aardrijkskunde of in de biologie

[Groep B]

(K.B. 17-9-1976)

van GLSO (VB)

e) GHSO (groepen scheikunde, wiskunde, natuurkunde, biologie, aard- en delfstofkunde, aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)

f) licentiaat (dezelfde groe-pen)

van GLSO (VB)-TV

g) kandidaat (dezelfde groepen)

van GLSO (VB)-TV

h) GHSO (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

i) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (VB)-TV

j) GLSO (andere afdelingen)

van GLSO (VB)-TV

k) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur

8. Leraar klassieke talen

Groep A

van leraar klassieke talen, houder VB

a) GHSO (wijsbegeerte en letteren - alle afdelingen uitgezonderd de germaanse filologie)

Groep B

van leraar algemene vakken, houder VB

b) GLSO (moedertaal-geschiedenis [Frans-geschiedenis])

(K.B. 29-3-1977)

van leraar algemene vakken, houder VB

c) licentiaat (klassieke filologie of romaanse filologie of geschiedenis)

9. Leraar zedenleer

Groep A

van GLSO (VB)

a) GHSO (moraalwetenschappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, bij voorrang

van GLSO (VB)

b) licentiaat (moraalwetenschappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, bij voorrang

van GLSO (VB)

c) GLSO uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

van GLSO (VB)

d) GHSO (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting waarvan de houder, zo mogelijk de cursus zedenleer heeft gevolgd

van GLSO (VB)

e) licentiaat (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

10. Leraar katholieke godsdienst

Groep B

van de lager onderwijzer

a) lager onderwijzer

van de lager onderwijzer

b) getuigschrift van gediplomeerde voor het godsdienstonderricht in de lagere graad

11. Leraar bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, spel en sport)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (lichamelijke opvoeding-biologie)

van GLSO (VB)

b) GHSO (lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)

c) licentiaat (lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)-TV

d) kandidaat (lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)-TV

e) diploma van een hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg) aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)-TV

f) GLSO aangevuld met het bekwaamheidsdiploma (ministerieel besluit van 31 maart 1939)

van GLSO (VB)-TV

g) GLSO aangevuld met het diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

h) bekwaamheidsdiploma (ministerieel besluit 31 maart 1939)

van houder B/S

i) diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (ministerieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

j) diploma van een hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg)

van houder B/S

k) diploma van het hoger secundair technisch onderwijs (afdeling lichamelijke opvoeding)

van houder B/S

l) gegradueerde in de kinesitherapie

van houder B/S

m) GHSO (andere groepen)

van houder B/S

n) licentiaat (andere groepen)

van houder B/S

o) GLSO (andere afdelingen)

12. Leraar bijzondere vakken (tekenen, plastische opvoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of vaktekenen of beroepstekenen)

van GLSO (VB)

b) GLSO (specialiteit snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes) of regentes nuttige handwerken

van houder B/S

c) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit van 28 april 1939; koninklijk besluit van 25 september 1973)

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in het tekenen (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (VB)

e) architect aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

f) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

g) diploma van het hoger kunstonderwijs of van het artistiek hoger onderwijs aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder B/S

h) architect

van houder B/S

i) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

j) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

k) GHSO of licentiaat

van houder B/S

l) GLSO (andere afdelingen)

13. Leraar bijzondere vakken (muziek, muzikale opvoeding)

Groep A

van houder VB/S

a) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in de muziek (koninklijk besluit 10 oktober 1938, 2e graad; koninklijk besluit 12 juli 1974, lager secundair; koninklijk besluit 25 september 1973, lager secundair)

van houder VB/S

b) GLSO (afdeling muzikale opvoeding) van het Lemmensinstituut of diploma van muziekpedagogie van het IMS te Namen [of diploma van regent in de muzikale pedagogie van het I.M.E.P. te Namen]

(K.B. 25-8-1978)

van houder VB/S

c) laureaat van het Lemmensinstituut, [of laureaat van het I.M.E.P. te Namen]

(K.B. 25-8-1978)

van houder B/S

d) 1e prijs van een koninklijk conservatorium

van houder B/S

e) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de muziek (ministerieel besluit van 8 maart 1945)

van houder B/S

f) licentiaat of kandidaat in kunstgeschiedenis en oudheidkunde, groep muziekwetenschap

Groep B

van houder B/S

g) prijs van uitmuntendheid van een gemeentelijk conservatorium of van een muziekacademie van 1e categorie

van houder B/S

h) GHSO

van houder B/S

i) licentiaat (andere groepen dan onder f)

van houder B/S

j) GLSO (andere afdelingen)

14. Leraar bijzondere vakken (handenarbeid)

Groep A

van houder VB/S

a) GLSO (afdelingen sierkunsten, afdeling tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van houder VB/S

b) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdeling plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder VB/S

c) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma (koninklijk besluit van 29 maart 1951) of bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de handenarbeid (ministerieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

e) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

f) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

g) GHSO of licentiaat

van houder B/S

h) GLSO (andere afdelingen)

15. Leraar bijzondere vakken (steno-dactylografie)

Groep A

van houder B/S

a) diploma van leraar stenografie of van dactylografie uitgereikt door de door de regering ingestelde examencom-missie

van houder VB/S

b) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie) aangevuld met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer of GLSO

van houder VB/S

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretariaat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

Groep B

van houder B/S

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie)

van houder B/S

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretariaat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder B/S

f) GHSO of licentiaat of GLSO

16. Leraar technische vakken (diverse specialiteiten)

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) diploma van architect aangevuld met het GMTN

van houder BB + GPB/S

b) diploma van technisch ingenieur of van burgerlijk conducteur aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

c) diploma van hogere technische school of leergang van de 1e graad aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

d) diploma van hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

e) diploma van lager onderwijzer aangevuld met het diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad en met één jaar nuttige ervaring

van houder BB + GPB/S

f) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

g) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang of van een aanvullende secundaire beroepsschool, aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

h) diploma van het hoger secundair kunstonderwijs aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

i) diploma van een lagere secundaire technische school of leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

j) diploma van meetkundige-schatter van onroerende goederen aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder B/S

k) GLSO uitgereikt door het middelbaar technisch normaalon-derwijs of door de betrokken examencommissie van de Staat

van de houder BB + GPB/S-TV

l) bevoegdheidsbewijzen bedoeld onder a) tot j) doch zonder het GMTN of zonder het GPB

van houder B/S

m) diploma van een hogere technische school van de 1e graad

van houder B/S

n) diploma van landbouwkundig ingenieur (uitsluitend voor de afdelingen landbouw, tuinbouw en aanverwante)

van houder B/S

o) GHSO, doctor, licentiaat, [ingenieur]

(K.B. 29-3-1976)

17. Leraar beroepspraktijk (diverse specialiteiten)

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het diploma van lager onderwijzer of GLSO

van houder BB + GPB/S

b) diploma van hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB +GPB/S

d) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

e) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

f) diploma van een lagere secundaire technische school of leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

g) diploma van het hoger secundair kunstonderwijs aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

h) diploma van architect aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

i) diploma van technisch ingenieur of van burgerlijk conducteur aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

j) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

k) diploma van meetkundige-schatter van onroerende goederen aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

l) bekwaamheidsbewijzen bedoeld onder a) tot k) doch zonder het GMTN of zonder het GPB

van houder B/S

m) diploma van architect of technisch ingenieur of burger-lijk conducteur

van houder B/S

n) GLSO

van houder B/S

o) negen jaar nuttige ervaring

van houder B/S

p) diploma van een hogere technische school van de eerste graad

18. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit snit en naad)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (snit en confectie, modelmaakster, snit en lingerie, modes)

van houder VB/S

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

d) GLSO (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of familiale en sociale economie) of het diploma van regentes huishoudkunde (koninklijk besluit 20.12.1932)

19. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit huishoudkunde)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

c) GLSO (snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

20. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (andere specialiteiten)

dezelfde als die voorzien in punt 17

Dezelfde bekwaamheidsbewijzen als die voorzien in punt 17 voor het ambt van leraar beroepspraktijk (diverse specialiteiten)

B. Bijzondere bepalingen

1. Voor de lagere secundaire beroepsscholen en -leergangen

1.1. Voor alle ambten worden dezelfde bekwaamheidsbewijzen voldoende geacht als die welke voorzien zijn in het lager secundair technisch onderwijs

1.2. Voor elk der ambten van leraar algemene vakken en voor het ambt van leraar godsdienst, worden de volgende bekwaamheidsbewijzen voldoende geacht en gerangschikt in de groep A :

van GLSO (algemene vakken)

a) GLSO (afdelingen letterkunde of moedertaal-geschiedenis of germaanse talen of moderne talen of Nederlands-Engels of Frans-Geschiedenis of wetenschappen-aardrijkskunde of wetenschappen of wiskunde-fysica of wiskunde-economische wetenschappen of wiskunde of handel of secretariaat

van GLSO (algemene vakken)-TV

b) lager onderwijzer aangevuld met het diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad

van lager onderwijzer

c) lager onderwijzer

1.3. Aan de voldoende geachte bevoegdheidsbewijzen voor het ambt van leraar technische vakken, wordt toegevoegd in de

Groep A

van houder BB + GPB/S

g)bis) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

p) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring

1.4. Voor het ambt van leraar zedenleer worden de volgende bekwaamheidsbewijzen voldoende geacht en gerangschikt in de groep A :

van lager onderwijzer

a) lager onderwijzer uitgereikt door een officiële onderwijsinrichting (keuzevak : niet-confessionele zedenleer), bij voorrang

van lager onderwijzer

b) lager onderwijzer uitgereikt door een niet-confessionele onderwijsinrichting, waarvan de houder, zo mogelijk de cursus zedenleer heeft gevolgd

2. In de 4e finaliteitsjaren en in de 5e volmakingsjaren of specialisatiejaren van het lager secundair technisch onderwijs

2.1. Voor ieder van de ambten opgesomd in de tabellen onder A worden de bekwaamheidsbewijzen van GHSO (aangeduide groepen) en van licentiaat (aangeduide groepen) gerangschikt in groep A voor het onderwijs in de 4e finaliteitsjaren en de 5e volmakings- of specialisatiejaren van de lagere secundaire technische en beroepsafdelingen en geven recht op de weddeschalen voorzien in deze tabellen

van GLSO (algemene vakken)

2.2. Het bekwaamheidsbewijs van doctor of licentiaat in de rechten wordt gerangschikt in de groep A voor het onderwijs van het recht

C. Hoger secundair technisch onderwijs

1. Leraar algemene vakken (1ste, 3de en 4de talen, indien romaanse talen, beroepsterminologie), in de inrichtingen met het Frans als onderwijstaal

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen wijsbegeerte, geschiedenis, klassieke of germaanse filologie)

van GHSO (VB)

b) uitsluitend voor de 3de en de 4de taal : licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal, aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (groepen romaanse filologie, wijsbegeerte, geschiedenis, klassieke of germaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (afdelingen letterkunde, moedertaal-geschiedenis, germaanse talen, moderne talen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (romaanse of klassieke filologie of wijsbegeerte)

van GLSO (algemene vakken)

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secretariaat)

van GHSO (VB)-TV

i) uitsluitend voor de 3de en de 4de taal : licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

van GHSO (VB)-TV

f) licentiaat (klassieke of germaanse filologie) aangevuld met een universitair getuigschrift voor Italiaans of Spaans

1bis. Leraar algemene vakken (2e, 3e en 4e talen, indien germaanse talen) in de inrichtingen met het Frans als onderwijstaal

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GHSO (VB)

b) licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal, aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (groepen germaanse filologie, economische wetenschappen, handelswetenschappen) of licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

Groep B

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (afdelingen germaanse talen, moderne talen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (germaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of

GLSO (afdelingen handel of secretariaat)

1ter. In de inrichtingen met het Duits als onderwijstaal

1° Leraar algemene vakken (1e, 2e, 3e en 4e talen, indien germaanse talen)

Groep A

van GHSO (VB)-TV

a) licentiaat (germaanse filologie) of licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

van GHSO (VB)

b) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (andere groepen)

Groep B

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (moderne talen of germaanse talen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (germaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)-TV

f) GLSO (andere afdelingen)

2° Leraar algemene vakken (1e, 2e, 3e en 4e talen, indien romaanse talen)

Groep A

van GHSO (VB)-TV

a) licentiaat (groep romaanse filologie) of licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

van GHSO (VB)

b) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (andere groepen)

Groep B

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (afdelingen letterkunde, moedertaal-geschiedenis, germaanse talen, moderne talen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (romaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)-TV

f) GLSO (andere afdelingen)

2. Leraar algemene vakken (moedertaal, beroepsterminologie) in de inrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen wijsbegeerte, geschiedenis, klassieke of romaanse filologie)

Groep B

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (groepen romaanse filologie, wijsbegeerte, geschiedenis, klassieke of germaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)

c) GLSO (afdelingen letterkunde, moedertaal-geschiedenis, germaanse talen, moderne talen of Nederlands-Engels)

van GLSO (algemene vakken)-TV

d) kandidaat (romaanse, germaanse of klassieke filologie of wijsbegeerte)

van GLSO (algemene vakken)

e) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

f) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secreta-riaat)

2bis. Leraar algemene vakken (2de, 3de en 4de talen, indien germaanse talen) in de inrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GHSO (VB)

b) licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal, aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (germaanse filologie, handels- of economische wetenschappen), licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

Groep B

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (germaanse talen, moderne talen of Nederlands-Engels)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (germaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdeling handel of secreta-riaat)

2ter. Leraar algemene vakken (2de, 3de en 4de talen, indien romaanse talen) in de inrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (economische of handelswetenschappen)

van GHSO (VB)

b) licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal, aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (romaanse filologie, handels- of economische wetenschappen), licentiaat-vertaler of licentiaat-tolk met vermelding van de te onderwijzen taal

Groep B

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (afdelingen letterkunde, moderne talen of Frans-geschiedenis)

van GLSO (algemene vakken) -TV

e) kandidaat (romaanse filologie)

van GLSO (algemene vakken)

f) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) GLSO (andere groepen voor de algemene vakken) of GLSO (afdeling handel of secretariaat)

3. Leraar algemene vakken (geschiedenis, beschavingsgeschiedenis, inleiding tot de oude of de Griekse cultuur, esthetica, kunstgeschiedenis, actuele problemen)

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen wijsbegeerte, klassieke filologie, romaanse filologie, germaanse filologie, oudheidkunde en kunstgeschiedenis)

Groep B

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (groepen geschiedenis, romaanse, klassieke of germaanse filologie, wijsbegeerte, oudheidkunde en kunstgeschiedenis)

van GLSO (algemene vakken)

c) GLSO (letterkundige afdeling of moedertaal-geschiedenis, [Nederlands-Engels] of [Frans-geschiedenis]

(K.B. 17-9-1976); (K.B. 29-3-1977)

van GLSO (algemene vakken)-TV

d) kandidaat (dezelfde groepen als onder b)

van GLSO (algemene vakken)

e) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

f) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secretariaat) of GLSO (plastische kunsten)

4. Leraar algemene vakken (aardrijkskunde, actuele problemen)

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen geschiedenis, economische wetenschappen of handelswetenschappen)

Groep B

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (groepen aardrijkskunde, geschiedenis, economische wetenschappen, handelswetenschappen, politieke en sociale wetenschappen)

van GLSO (algemene vakken)

c) GLSO (wetenschappelijke afdeling, wetenschappen-aardrijkskunde, letterkunde)

van GLSO (algemene vakken)-TV

d) kandidaat (groepen aardrijkskunde, economische wetenschappen, handelswetenschappen, geschiedenis)

van GLSO (algemene vakken)

e) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

f) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secreta-riaat)

5. Leraar algemene vakken (rekenkunde, algebra, meetkunde, driehoeksmeetkunde, wiskunde, financiële algebra)

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen natuurkunde, scheikunde, aardrijkskunde, biologie, aard- en delfstofkunde, economische wetenschappen, handelswetenschappen)

van GHSO (VB)

b) burgerlijk ingenieur of handelsingenieur of landbouwkundig ingenieur aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)-TV

c) burgerlijk ingenieur of handelsingenieur of landbouwkundig ingenieur

van houder B/S

d) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GHSO (VB)-TV

e) licentiaat (groepen wiskunde of natuurkunde, of scheikunde of aardrijkskunde of biologie of aard- en delfstofkunde of economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GLSO (algemene vakken)

f) GLSO (wetenschappelijke afdeling of wiskunde-fysica of wiskunde-economische wetenschappen of wiskunde)

van GLSO (algemene vakken)

g) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) kandidaat in de wiskunde of in de natuurkunde

van GLSO (algemene vakken)

i) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

j) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

k) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secretariaat)

6. Leraar algemene vakken (natuurkunde, inleiding tot de moderne fysica, inleiding tot de wetenschappelijke litera-tuur)

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (groepen wiskunde, of scheikunde of biologie of aard- en delfstofkunde of aardrijkskunde)

van GHSO (VB)

b) burgerlijk ingenieur of landbouwkundig ingenieur aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)-TV

c) burgerlijk ingenieur of landbouwkundig ingenieur

van de houder B/S

d) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GHSO (VB)-TV

e) licentiaat (groepen natuurkunde of wiskunde of scheikunde of biologie of aard- en delfstofkunde of aardrijkskunde)

van GLSO (algemene vakken)

f) GLSO (wetenschappelijke afdeling of wiskunde-fysica of wiskunde-economische wetenschappen of wiskunde of wetenschappen-aardrijkskunde)

van GLSO (algemene vakken)

g) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) kandidaat in de natuurkunde of in de wiskunde of in de scheikunde of in de biologie of in de aardrijkskunde

van GLSO (algemene vakken)

i) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

j) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

k) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secreta-riaat)

7. Leraar algemene vakken (biologie, scheikunde, geschiedenis der wetenschappen)

Groep A

van GHSO (VB)

a) apotheker of doctor in de geneeskunde of burgerlijk ingenieur of landbouwkundig inge-nieur aangevuld met het GMTN of het GPB

van GHSO (VB)

b) GHSO (groepen natuurkunde of aardrijkskunde of aard- en delfstofkunde of lichamelijke opvoeding)

van GHSO (VB)-TV

c) apotheker of doctor in de geneeskunde of burgerlijk ingenieur of landbouwkundig ingenieur

van houder B/S

d) technisch ingenieur aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GHSO (VB)

e) GHSO (groep wiskunde)

van GHSO (VB)-TV

f) licentiaat (groepen schei-kunde of biologie of natuurkunde of wiskunde of aardrijkskunde of aard- en delfstofkunde of lichamelijke opvoeding)

van GLSO (algemene vakken)

g) GLSO (wetenschappelijke afdeling, afdelingen wiskunde-fysica, wiskunde-economische wetenschappen, wiskunde, wetenschappen-aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding-biologie, lichamelijke opvoeding)

van GLSO (algemene vakken)

h) technisch ingenieur

van GLSO (algemene vakken)-TV

i) kandidaat (biologie of scheikunde of natuurkunde)

van GLSO (algemene vakken)

j) GHSO (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

k) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

l) GLSO (andere afdelingen voor de algemene vakken) of GLSO (afdelingen handel of secretariaat)

8. Leraar algemene vakken (economische wetenschappen, financiële algebra)

Groep A

van GHSO (VB)

a) handelsingenieur aangevuld met het GMTN of het GPB

[Groep B]

(K.B. 17-9-1976)

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GHSO (VB)-TV

c) handelsingenieur

van GLSO (algemene vakken)

d) GLSO (wetenschappelijke afdeling, afdelingen wiskunde-fysica, wiskunde-economische wetenschappen, wiskunde, wetenschappen-aardrijkskunde, moderne talen, handel of secretariaat, [Nederlands-Engels])

(K.B. 17-9-1976)

van GLSO (algemene vakken)-TV

e) kandidaat (economische wetenschappen of handelswetenschappen)

van GLSO (algemene vakken)

f) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van GLSO (algemene vakken)-TV

g) licentiaat of doctor (andere groepen)

van GLSO (algemene vakken)-TV

h) GLSO (andere afdelingen)

9. Leraar Zedenleer

Groep A

van houder B/S

a) GLSO (optie zedenleer) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (moraalwetenschappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, bij voorrang

van GHSO (VB)

c) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

van GHSO (VB)-TV

d) licentiaat (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

10. Leraar katholieke godsdienst

Groep B

van houder B/S

a) geaggregeerde of gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs [of kandidaat in de godsdienstwetenschappen]

(K.B. 17-9-1976)

van houder B/S

b) GLSO

van GLSO, leraar algemene vakken op het lager secundair niveau

c) getuigschrift van twee jaar wijsbegeerte en ten minste twee jaar godgeleerdheid, met vrucht gevolgd aan een seminarie dat door de bevoegde geestelijke overheid georganiseerd is of als gelijkwaardig is erkend

11. Leraar bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, spel en sport)

Groep A

van GHSO (VB)-TV

a) licentiaat (groep lichame-lijke opvoeding)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

b) GLSO (afdeling lichamelijke opvoeding of lichamelijke opvoeding-biologie)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

c) GLSO aangevuld met het bekwaamheidsdiploma (ministerieel besluit 31 maart 1939)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

d) GLSO aangevuld met het diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

e) diploma van een hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg) aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder B/S

f) bekwaamheidsdiploma (ministerieel besluit van 31 maart 1939)

van houder B/S

g) diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

h) kandidaat (groep lichamelijke opvoeding)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

i) diploma van een hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of afdeling jeugdzorg)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

j) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

k) licentiaat (andere groepen)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

l) GLSO (andere afdelingen)

12. Leraar bijzondere vakken (tekenen, siertekenen, plastische opvoeding, [esthetische initiatie])

(K.B. 17-9-1976)

Groep A

van architect (VB)

a) architect aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

b) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of vaktekenen of beroepstekenen) aangevuld met het bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28 april 1939; koninklijk besluit 25 september 1973)

van houder B/S

c) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28 april 1939 en koninklijk besluit van 25 september 1973)

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

d) diploma van het hoger tech-nisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuis-architectuur) aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

e) diploma van het hoger kunstonderwijs of van het artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

f) GLSO (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of tekenen-handenarbeid of vaktekenen of beroepstekenen)

van architect (VB) -TV

g) architect

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

h) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

i) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in het tekenen (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

j) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

k) GHSO

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

l) licentiaat

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

m) GLSO (andere afdelingen)

13. Leraar bijzondere vakken (muziek, muzikale opvoeding)

Groep A

van houder VB/S

a) laureaat van het Lemmensinstituut [of laureaat van het I.M.E.P. te Namen]

(K.B. 25-8-1978)

van houder VB/S

b) GHSO in kunstgeschiedenis en oudheidkunde (groep muziekwetenschap)

van houder van dit bekwaam-heidsbewijs op het lager secundair niveau

c) GLSO (afdeling muzikale opvoeding) van het Lemmensinstituut of diploma van muziekpedagogie van het IMS te Namen [of diploma van regent in de muzikale pedagogie in het I.M.E.P. te Namen]

(K.B. 25-8-1978)

van houder B/S

d) 1e prijs van een koninklijk conservatorium

Groep B

van houder B/S

e) bekwaamheidsdiploma voor het geven van onderwijs in de muziek (koninklijk besluit 10 oktober 1938, 1ste graad; koninklijk besluit 12 juli 1974, hoger secundair; koninklijk besluit 25 september 1973, hoger secundair)

van houder B/S

f) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift voor het onderwijs in de muziek (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

g) prijs van uitmuntendheid van een gemeentelijk conservatorium of van een muziekacademie van de 1ste categorie

van houder B/S

h) GHSO (andere groepen)

van houder B/S

i) licentiaat

van houder B/S

j) GLSO (andere afdelingen)

14. Leraar bijzondere vakken (steno-dactylografie)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie) aangevuld met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer of het diploma van GLSO

van GLSO (secretariaat of handel)

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretariaat of handel) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder B/S

c) diploma van leraar steno-grafie en dactylografie uitge-reikt door een door de regering ingestelde examencommissie

Groep B

van houder VB/S-TV

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie)

van GLSO (secretariaat of handel)-TV

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretariaat of handel) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder B/S

f) GHSO of licentiaat of GLSO

15. Leraar technische vakken (diverse specialiteiten)

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) doctor, licentiaat, handelsingenieur, burgerlijk ingenieur of landbouwkundig ingenieur of apotheker aangevuld met het GMTN

van houder BB + GPB/S

b) architect aangevuld met het GMTN

van houder BB + GPB/S

c) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad aangevuld met 1 jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

e) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs aangevuld met 1 jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

f) diploma van een hogere technische school of leergang van de 3de graad aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO, leraar technische vakken

g) gehomologeerd getuigschrift van het middelbaar onderwijs van de hogere graad of diploma van het hoger secundair technisch of kunstonderwijs aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van GLSO, leraar technische vakken

h) meetkundige-schatter van onroerende goederen aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder B/S

i) GLSO uitgereikt door het middelbaar technisch normaalonderwijs of door de betrokken examencommissie van de Staat

van houder B/S

j) diploma van lager onderwijzer aangevuld met 1 jaar nuttige ervaring en met het diploma van hogere technische school of leergang van de 1ste graad

Groep B

van de leraars bedoeld onder a) tot h)-TV

k) bekwaamheidsbewijzen bedoeld onder a) tot h) doch zonder het GMTN of zonder het GPB

van houder B/S

l) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad

16. Leraar beroepspraktijk (diverse specialiteiten)

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) diploma van een hogere technische school of leergang van de eerste graad aangevuld met 1 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het diploma van lager onderwijzer of het diploma van GLSO

van houder BB + GPB/S

b) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

c) architect aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

van houder BB + GPB/S

d) technisch ingenieur of burgerlijk conducteur aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

van houder BB + GPB/S

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

f) diploma van het hoger secundair kunstonderwijs aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

g) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

h) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

i) meetkundige-schatter van onroerende goederen aangevuld met één jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

j) diploma van een lagere secundaire technische school of -leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB/S

k) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang aangevuld met zes jaar nuttige ervaring en met het GMTN

van houder BB + GPB-TV

l) licentiaat (groepen psychologie of opvoedkunde) : uitsluitend voor de hogere secundaire beroepsschool (afdeling sanitaire opleiding), de hogere secundaire technische school (afdeling opvoeders of verpleegaspiranten) en de aanvullende secundaire beroepsschool (afdeling nursing)

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

m) bekwaamheidsbewijzen bedoeld onder a) tot k) doch zonder het GMTN of zonder het GPB

van houder B/S

n) negen jaar nuttige ervaring

van houder B/S

o) diploma van een hogere technische school van de 1ste, 2de of 3de graad

van houder B/S

p) GLSO van het middelbaar technisch normaalonderwijs

van houder B/S

q) kleuteronderwijzeres : uitsluitend voor de afdelingen sanitaire opleiding (HSBS, HSBL), opvoeders (HSTS, HSTL) of verpleegaspiranten (HSTS)

van houder B/S

r) GHSO, doctor, licentiaat, handelsingenieur, burgerlijk ingenieur of landbouwkundig ingenieur of apotheker

17. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit snit en naad)

Groep A

van houder VB/S

a) GLSO (afdelingen snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

van houder VB/S

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

d) GLSO (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of familiale en sociale economie) of het diploma van regentes huishoudkunde (koninklijk besluit van 20 december 1932)

18. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit huishoudkunde)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

c) GLSO (snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

19. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (andere specialiteiten)

dezelfde als die voorzien in punt 16

Dezelfde bekwaamheidsbewijzen als die welke voorzien zijn in punt 16 voor het ambt van leraar beroepspraktijk (andere specialiteiten)

D. Bijzondere bepalingen voor de hogere secundaire en aanvullende secundaire beroepsscholen en -leergangen

1. Voor alle ambten worden dezelfde bekwaamheidsbewijzen voldoende geacht als die welke voorzien zijn voor het hoger secundair technisch onderwijs

2. Voor elk van de ambten van leraar algemene vakken, [van leraar godsdienst] en van leraar bijzondere vakken wordt het diploma van GLSO in een met name aangeduide afdeling altijd beschouwd als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep A

3. Voor de ambten van leraar algemene vakken en van technische vakken in de aanvullende secundaire beroepsscholen en -leergangen, wordt het volgend bekwaamheidsbewijs toegevoegd in groep A :

van GHSO (VB)-TV

- doctor in de geneeskunde

4. Aan de voldoende geachte bevoegdheidsbewijzen voor het ambt van leraar technische vakken worden toegevoegd :

in de groep A

van GLSO, leraar technische vakken

jbis) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

van GLSO, leraar technische vakken

jter) brevet van een aanvullende secundaire beroeps-school of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

in de groep B

van GLSO, leraar technische vakken-TV

m) brevet van een hogere secundaire of aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van GLSO, leraar technische vakken

5. In de aanvullende secundaire beroepsscholen wordt voldoende geacht in de groep A voor het ambt van leraar technische vakken (plichtenleer) :

- getuigschrift van priesterschap

[6. In geval van omvorming van een vierde jaar kwalificatie- en/of van een vijfde specialisatie- en/of vervolmakingsjaar van het lager secundair onderwijs naar een derde graad beroepsonderwijs of naar een cyclus hoger secundair beroepsonderwijs, en in geval van oprichting van een derde graad beroepsonderwijs of een cyclus hoger secundair beroepsonderwijs, naast een vierde jaar kwalificatie- en/of een vijfde specialisatie- en/of vervolmakingsjaar, mag een personeelslid :

- dat gedurende 6 jaar belast is geweest met het onderwijs van technische vakken, technische vakken en beroepspraktijk of beroepspraktijk in het (de) bovenvermelde studieja(a)r(en) en dat vastbenoemd en erkend is, daar waar de erkenning bestaat, in het lager secundair onderwijs, in het ambt tot hetwelke deze vakken behoren;

- gelijkaardige vakken geven, zoals beslist door de Minister tot wiens bevoegdheid het onderwijs behoort, in het hoger secundair beroepsonderwijs van dezelfde inrichting op voorwaarde dat hij zonder onderbreking van het lager secundair onderwijs naar het hoger secundair beroepsonderwijs overgaat.

Het bekwaamheidsbewijs waarvan hij houder is, mag geen belemmering zijn voor de toekenning van een nieuwe benoeming en van een definitieve erkenning, daar waar de erkenning bestaat.

Voor zijn ambt in het hoger secundair beroepsonderwijs behoudt het betrokken personeelslid dezelfde weddeschaal als voor zijn ambt in het lager secundair onderwijs, tenzij de bekwaamheidsbewijzen waarvan hij houder is, hem het recht verlenen op een hogere weddeschaal]

(K.B. 26-6-1984)(5)

E. Bijzondere bepalingen voor de afdelingen sanitaire opleiding (HSBS, HSBL), opvoeders (HSTS, HSTL), verpleegaspiranten (HSTS) of nursing (ASBS, ASBL)

Voor de ambten van een leraar technische vakken, leraar beroepspraktijk en leraar technische vakken en beroepsprak-tijk kan het diploma van kader verpleger(verpleegster), geklasseerd in D of opnieuw gerangschikt in pedagogisch hoger onderwijs, het GMTN vervangen

F. Bijzondere bepalingen voor het onderwijs van sommige technische vakken

De hiernavermelde bekwaamheidsbewijzen zijn voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen voor het onderwijs van technische vakken die een van de volgende benamingen dragen : technologie, beroepseconomie, werkmethoden :

1. in het lager secundair technisch onderwijs

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

b) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring

2. in de hogere secundaire technische scholen en leergangen

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

b) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

c) diploma van een lagere secundaire technische school of leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

d) brevet van hogere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder BB + GPB/S-TV

e) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

3. in de hogere secundaire beroepsscholen en -leergangen

Groep A

van houder BB + GPB/S

a) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

b) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

c) diploma van een lagere secundaire technische school of leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder BB + GPB/S

d) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder BB + GPB/S-TV

e) brevet van een hogere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder BB + GPB/S-TV

f) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder BB + GPB/S-TV

g) diploma van een lagere secundaire technische school of -leergang, aangevuld met 6 jaar nuttige ervaring

van houder BB + GPB/S-TV

h) brevet van een lagere secundaire beroepsschool of -leergang, aangevuld met zes jaar nuttige ervaring

G. Opvoedend hulppersoneel

Studiemeester-opvoeder

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van maatschappelijk assistent of sociaal adviseur

van houder VB/S

b) diploma van kandidaat uitgereikt door een Belgische universiteit of door een inrichting daartoe gemachtigd door de wet

van houder VB/S

c) diploma van een hogere technische school van de 1e graad aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder VB/S

d) getuigschrift van priesterschap

van houder VB/S-TV

e) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad

van houder VB/S-TV

f) diploma van kleuteronderwijzeres of gehomologeerd getuigschrift van middelbare studiën van de hogere graad of diploma van een hogere secundaire technische school aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

g) gehomologeerd getuigschrift van middelbare studiën van de hogere graad

van houder B/S

h) diploma van een hogere secundaire technische school

van houder B/S

i) diploma van kleuteronderwijzeres

van houder B/S

j) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool, aangevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd in het ambt met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

van houder B/S

k) brevet van een hogere secundaire beroepsschool, aan-gevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd in het ambt met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

van houder B/S

l) diploma van een hogere secundaire technische leergang aangevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd in het ambt met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

[van houder B/S +-TV

m) getuigschrift van de hoger secundaire technische school, uitgereikt vóór 1 september 1970]

(K.B. 25-8-1978)

H. Andere bijzondere bepalingen :

1° In de gevallen waar het GMTN of het GPB wordt opgelegd, mag dit vervangen worden door het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs.

2° Voor het onderwijs van een bepaalde leerstof of van activiteiten andere dan die welke aangeduid zijn ter verduidelijking van elk van de in deze Afdeling vermelde ambten, wordt eender welke van de bekwaamheidsbewijzen die erin voorkomen, of gelijk welke van de vereiste bekwaamheidsbewijzen voldoende geacht in groep A. Dit bekwaamheidsbewijs heeft recht, voor een bepaalde leerstof of voor activiteiten die hier bedoeld worden, op de hoogste weddeschaal, toegekend aan de houder van genoemd bekwaamheidsbewijs door de bepalingen van deze Afdeling, evenwel rekening houdend met het niveau van het onderwijs (lager secundair of hoger secundair).

3° Voor het onderwijs van moderne talen, met uitzondering echter van de onderwijstaal, de romaanse talen en de germaanse talen, kunnen bevoegdheidsbewijzen, andere dan die welke in deze Afdeling worden aangeduid, door de Minister voldoende geacht worden [...].

K.B.14-6-1985

De Minister kan elk van deze bekwaamheidsbewijzen rangschikken in groep A of in groep B en de weddeschaal vaststellen die hiermee overeenkomt, rekening houdend met het karakter, de duur en de belangrijkheid van de gevolgde studiën.

4° Voor het onderwijs in de landbouw-, tuinbouw- en aanverwante afdelingen, wordt het diploma van gegradueerde in de landbouwwetenschappen, uitgereikt door een Belgische universiteit, gelijkwaardig geacht met het diploma van technisch ingenieur en geeft recht op de weddeschaal toegekend aan laatstvermeld diploma door de bepalingen van dit besluit.

[5° Voor het onderwijs in het vak Hebreeuws zowel op lager als op hoger secundair niveau, wordt eender welk van de diploma's zoals vermeld in bijlage III bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 1994 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, voldoende geacht in groep A.]

Decr.8-7-1996

Afdeling II. - Selectieambten.

Art. 12.

§ 1. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

1. Werkmeester in het secundair onderwijs van de lagere graad :

hetzij definitief benoemd zijn en daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in een van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs;

hetzij houder zijn van één van de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A voor de uitoefening van één van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de lagere graad.

2. Werkmeester in het secundair onderwijs van de hogere graad :

hetzij definitief benoemd zijn en daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in één van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.

hetzij houder zijn van één van de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A voor de uitoefening van één van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad.

3. Onderdirecteur in het secundair onderwijs van de lagere graad :

hetzij definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in één van de volgende ambten :leraar algemene vakken;leraar oude talen;leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;leraar zedenleer;leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);leraar bijzondere vakken;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.

hetzij houder zijn van één van de vereiste of de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A voor de uitoefening van één van de volgende ambten :leraar algemene vakken;leraar oude talen;leraar zedenleer;leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);leraar bijzondere vakken;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de lagere graad.

hetzij definitief benoemd zijn uiterlijk op 30 april 1969 en daar, waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in één van de hierboven onder a) vermelde ambten en sedertdien ononderbroken als lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel in dienst gebleven zijn.

4. Onderdirecteur in het secundair onderwijs van de hogere graad :

hetzij definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in een van de volgende ambten :leraar algemene vakken;leraar oude talen;leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;leraar zedenleer;leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);leraar bijzondere vakken;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad of het hoger onderwijs.

hetzij houder zijn van een van de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A voor de uitoefening van een van de volgende ambten :leraar algemene vakken;leraar oude talen;leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;leraar zedenleer;leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);leraar bijzondere vakken;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad.

hetzij uiterlijk op 30 april 1969 definitief benoemd zijn en daar, waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in een van de hierboven onder a) vermelde ambten en sedertdien ononderbroken als lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel in dienst gebleven zijn.

5. Opvoeder-huismeester :

hetzij definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in het ambt van studiemeester-opvoeder;
hetzij op 30 april 1969 in het Gesubsidieerd onderwijs in dienst zijn geweest als studiemeester-opvoeder en sedertdien ononderbroken in dit ambt in dienst gebleven zijn;
hetzij houder zijn van een der vereiste of van een der voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen vastgesteld in a), b), c), d), e) van Afdeling I voor de uitoefening van het ambt van studiemeester-opvoeder;
hetzij houder zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs ander dan die welke bedoeld zijn in c) hierboven, voor de uitoefening van het ambt van studiemeester-opvoeder. Deze bepaling is slechts toepasselijk op de opvoeders-huismeesters die in dit ambt in dienst getreden zijn vo'o'r 1 juli 1975.

[6.Directiesecretaris.

hetzij definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in het ambt van studiemeester-opvoeder;
hetzij op 30 april 1969 in het Gesubsidieerd onderwijs in dienst zijn geweest als studiemeester-opvoeder en sedertdien ononderbroken in dit ambt in dienst gebleven zijn;
hetzijn houder zijn van een van de vereiste of van een der voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen vastgesteld in a, b, c, d, e, van Afdeling I voor de uitoefening van het ambt van studiemeester-opvoeder.]
K.B.17-9-1976

§ 2. Weddeschalen.

1. Indien het personeelslid een ambtsanciënniteit telt van ten minste 6 jaar :

de weddeschaal van de titularis van het bedoelde selectieambt, definitief benoemd in het Rijksonderwijs, volgens de bekwaamheidsbewijzen waarvan hij houder is.

2. In de andere gevallen :

Indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het selectieambt een weddetoelage genoot, behoudt hij de weddeschaal die hij genoot. In afwachting dat hij aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet, wordt hem bovendien op elk ogenblik een vergoeding toegekend gelijk aan het verschil tussen de weddetoelage van deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Op geen enkel ogenblik mag de weddetoelage van het personeelslid hoger zijn dan die welke hij zou bekomen in de weddeschaal bedoeld in 1.

Indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde selectieambt geen weddetoelage genoot, wordt hem de voordeligste weddeschaal toegekend van titularis van een van de wervingsambten, dat toegang verleent tot dit selectieambt, volgens de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit; hij geniet bovendien en op elk ogenblik, tot hij de anciënniteitsvoorwaarde vervult, een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Afdeling III. - Bevorderingsambten

Art. 13.

§ 1. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

1. Werkplaatsleider in het secundair onderwijs van de lagere graad :

hetzij definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in één van de volgende ambten :onderdirecteur;werkmeester;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.

hetzij houder zijn van één van de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A, voor de uitoefening van één van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de lagere graad.

2. Werkplaatsleider in het secundair onderwijs van de hogere graad :

hetzij definitief benoemd zijn, en daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben in één van de volgende ambten :onderdirecteur;werkmeester;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs of hoger onderwijs;

hetzij houder zijn van één van de vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen van groep A voor de uitoefening van één van de volgende ambten :leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk;

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad.

3. Directeur van een inrichting voor secundair technisch onderwijs van de lagere graad :

hetzij houder zijn van een diploma G.L.S.O. of tenminste van een diploma van een hogere technische school of leergang of van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad en bovendien definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben.

1° in één van de volgende ambten :

leraar algemene vakken;
leraar oude talen;
leraar zedenleer;
leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);
leraar bijzondere vakken;
praktijkleraar;
leraar technische vakken en beroepspraktijk;
werkmeester;
onderdirecteur,

in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.

2° of in één van de volgende ambten :

leraar algemene vakken aan een middelbare oefenschool;
leraar bijzondere vakken aan een middelbare oefenschool; hetzij houder zijn van één van de volgende bekwaamheidsbewijzen of van een bekwaamheidsbewijs van een hoger niveau :

1° GLSO;

2° Bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de tweede graad;

3° Diploma van een hogere technische school of leergang of van het hoger kunstonderwijs van de 1e graad aangevuld met het GMTN of het GPB;

4° Getuigschrift van priesterschap (enkel voor het vrij onderwijs).

hetzij houder zijn van een diploma van een hogere secundaire technische school of leergang, aangevuld met het GMTN of het GPB en bovendien,uiterlijk op 30 april 1969 definitief benoemd zijn;sedertdien de erkenning van de definitieve benoeming, daar waar de erkenning bestaat, bekomen hebben;sedertdien ononderbroken in dienst gebleven zijn in één van de volgende ambten;leraar technische vakken;praktijkleraar;leraar technische vakken en beroepspraktijk;werkmeester;onderdirecteur;

[in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.]

K.B.17-9-1976

4. Directeur van een inrichting voor secundair technisch onderwijs van de hogere graad;

hetzij houder zijn van een bekwaamheidsbewijs van tenminste het hoger niveau van de 2de graad en bovendien, definitief benoemd zijn en, daar waar de erkenning bestaat, de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben :

1° in één van de volgende ambten :

provisor van een gesubsidieerde inrichting voor middelbaar onderwijs van de hogere graad;
onderdirecteur in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs;
werkmeester in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs;

2° of in één van de volgende ambten :

leraar algemene vakken;
leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;
leraar zedenleer;
leraar godsdienst (enkel in het vrij onderwijs);
leraar bijzondere vakken;
leraar technische vakken;
praktijkleraar;
leraar technische vakken en beroepspraktijk,

in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad of in het Gesubsidieerd hoger onderwijs.

hetzij houder zijn van één van de volgende bekwaamheidsbewijzen :

1° bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de 3de graad;

2° bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de 2de graad;

3° diploma van gegradueerde verpleegster of vroedvrouw, aangevuld met het GMTN of het GPB, of het diploma van kaderverpleegster indien de inrichting, bij de benoeming van de houder van één van deze bekwaamheidsbewijzen, tenminste een afdeling sanitaire opleiding (HSBS,HSBL) of nursing (ASBS, ASBL) omvat.

4° diploma van GLSO of het diploma van een hogere technische school van de 1e graad aangevuld met het GMTN of het GPB indien de inrichting, bij de benoeming van de houder van één van deze bekwaamheidsbewijzen, in de hogere secundaire graad enkel beroepsonderwijs of een onderwijs van hoge techniciteit, als dusdanig erkend door de Minister van Nationale Opvoeding, omvat.

5° van GLSO (specialiteit snit en naad, huishoudkunde, landbouwhuishoudkunde), indien de inrichting bij de benoeming van de houder van dit bekwaamheidsbewijs, ten minste een hogere secundaire technische of beroepsafdeling van één van de voormelde specialiteiten omvat. Met ingang van 1 juli 1975 is deze bepaling slechts toepasselijk in de inrichtingen, die bij de benoeming in het ambt van directeur van de houder van het bedoeld bekwaamheidsbewijs, alleen hogere secundaire technische of beroepsafdelingen in voormelde specialiteiten omvatten.

6° een getuigschrift van priesterschap (enkel in het vrij onderwijs).

hetzij houder zijn van een diploma van GLSO of van een diploma van een hogere technische school of leergang of van het hoger kunstonderwijs van de 1e graad, aangevuld met het GMTN of het GPB en, bovendien,uiterlijk op 30 april 1969 definitief benoemd zijn;daar waar de erkenning bestaat, sedertdien de erkenning van de definitieve benoeming bekomen hebben;sedertdien ononderbroken, in dienst gebleven zijn in één van de volgende ambten :provisor van een gesubsidieerde inrichting voor middelbaar onderwijs van de hogere graad;onderdirecteur in het Gesubsidieerd secundair onderwijs van de hogere graad of hoger onderwijs.werkmeester in het Gesubsidieerd secundair of hoger onderwijs.leraar algemene of technische vakken : uitsluitend voor het onderwijs voor sociale promotie.

§ 2. Weddeschalen.

1. Indien het personeelslid een dienstanciënniteit heeft van ten minste 10 jaar en een ambtsanciënniteit van ten minste 6 jaar : de weddeschaal van de titularis van het bedoelde bevorderingsambt, definitief benoemd in het Rijksonderwijs, volgens de bekwaamheidsbewijzen waarvan hij houder is.

2. In de andere gevallen :

Indien het personeelslid een weddetoelage genoot op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde bevorderingsambt behoudt hij de weddeschaal die hij genoot. In afwachting dat hij voldoet aan de dubbele anciënniteitsvoorwaarde, wordt hem bovendien op elk ogenblik een vergoeding toegekend gelijk aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Op geen enkel ogenblik mag de weddetoelage van dit personeelslid hoger zijn dan die welke hij zou bekomen in de weddeschaal bedoeld in 1.

indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde bevorderingsambt geen weddetoelage genoot wordt hem de voordeligste weddeschaal toegekend van de titularis van één der wervingsambten die toegang geven tot dit bevorderingsambt, volgens de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit.

Totdat hij voldoet aan de dubbele anciënniteitsvoorwaarden geniet hij bovendien en op elk ogenblik, een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

HOOFDSTUK III. - A. Overgangsbepalingen

Art. 14.

§ 1. De personeelsleden die een wervings-, een selectie- of een bevorderingsambt uitoefenen zonder in het bezit te zijn van één van de bekwaamheidsbewijzen vastgesteld in Hoofdstuk II worden evenwel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gedurende de periode tijdens dewelke zij een weddetoelage genieten bij toepassing van de bepalingen van dit besluit.

§ 2. Een personeelslid dat definitief benoemd is in één van de in artikel 2 vermelde ambten en wiens benoeming is erkend, zo de erkenning bestaat, kan voor dit ambt, al dan niet uitgeoefend in dezelfde inrichting of bij dezelfde inrichtende macht, gesubsidieerd worden, zelfs indien hij dit ambt verlaten heeft om één der andere in artikel 2 vermelde ambten uit te oefenen, op voorwaarde dat de overgang van het ene naar het andere ambt geschiedt zonder onderbreking.

In dit geval zijn op hem van toepassing de bepalingen van dit hoofdstuk die betrekking hebben op de personeelsleden, die vast benoemd zijn op 31 augustus 1971 en wier benoeming erkend is, zo die erkenning bestaat.

Afdeling I. - Wervingsambten

Art. 15.

[Voor een personeelslid, dat niet in het bezit is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, vast benoemd is in een wervingsambt op 31 maart 1972 en definitief erkend is, daar waar de erkenning bestaat, wordt de weddetoelage met ingang van 1 april 1972 berekend in de weddeschaal die in het overgangsstelsel toegekend is aan de houders van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs uitoefenen.]

K.B.29-3-1977

Art. 16.

Voor een personeelslid, [dat niet bedoeld is in artikel 15], dat niet in het bezit is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen en dat op 31 augustus 1971 noch vast benoemd, noch vast erkend was, zo die erkenning bestaat, in een wervingsambt, wordt de weddetoelage als volgt berekend :

K.B.29-3-1977

1° indien dit personeelslid in het Gesubsidieerd onderwijs vóór 1 mei 1969 in dienst is getreden, en sedertdien zonder onderbreking in dienst gebleven is en in dienst was op de dag van de werkelijke hervatting der lessen van het schooljaar 1971-1972;

a) in één van de weddeschalen vastgesteld in Afdeling I van Hoofdstuk II, indien hij één van de daarin bepaalde bekwaamheidsbewijzen bezit.

Indien evenwel de aldus vastgestelde weddetoelage lager is dan die welke hij op 30 juni 1971 bij de uitoefening van zijn ambt genoot en in de mate dat hij hetzelfde ambt uitoefende, behoudt hij in dit ambt de hoogste weddetoelage tot wanneer hij volgens de organieke regeling van hoofdstuk II ten minste een gelijke weddetoelage bekomt;

b) in de weddeschaal, toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs, die hetzelfde ambt uitoefent in het Rijksonderwijs, indien hij niet kan genieten van a) hierboven.

2° indien dit personeelslid na 30 april 1969 en vóór 1 september 1971 in het Gesubsidieerd onderwijs in dienst is getreden, er sedertdien zonder onderbreking in dienst is gebleven en in dienst was op de dag van de werkelijke hervatting der lessen van het schooljaar 1971-1972.

a) in één van de weddeschalen vastgesteld in Afdeling I van Hoofdstuk II, indien hij één van de daarin vermelde bekwaamheidsbewijzen bezit;

b) in de weddeschaal toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt uitoefent in het Rijksonderwijs, indien hij niet kan genieten van a) hierboven;

3° indien dit personeelslid in dienst getreden is na 31 augustus 1971 en vóór 1 januari 1972 in het Gesubsidieerd onderwijs, er sedertdien zonder onderbreking in dienst is gebleven.

a) in één van de weddeschalen vastgesteld in Afdeling I van Hoofdstuk II indien hij houder is van één van de daarin vermelde bekwaamheidsbewijzen;

b) in de weddeschaal toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs uitoefent, indien hij niet kan genieten van a) hierboven. Deze bepaling houdt echter op toepasselijk te zijn vanaf 1 september 1973.

Art. 17.

In afwijking van de bepalingen van artikel 16 hierboven,

§ 1. zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar in de katholieke godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° , indien zij in dienst getreden zijn vóór 1 september 1971 en aan de bepalingen van artikel 16, 3° , indien zij in dienst getreden zijn na 31 augustus 1971 en vóór 1 november 1972.

§ 2. zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar van protestantse godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° , indien zij in dienst zijn getreden vóór 1 september 1973.

§ 3. zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar in de israëlitische godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° , indien zij in dienst getreden zijn vóór 1 september 1974.

Art. 18.

Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 9, 12, 14, § 2, 16 en 17, worden niet als dienstonderbreking beschouwd : de vakantieperiodes, de militaire dienst, de periodes van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van de weddetoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van weddetoelage voor een maximum duur van 8 werkdagen per schooljaar.

Afdeling II. - Selectie- en bevorderingsambten

Art. 19.

Voor een personeelslid dat niet in het bezit is van bekwaamheidsbewijzen die volgens het uitgeoefend ambt bedoeld zijn in Hoofdstuk II, Afdeling II of Afdeling III, wordt de weddetoelage naargelang van het geval vastgesteld in de weddeschaal voorzien door de bepalingen van artikel 12, § 2, of van artikel 13, § 2, en dit :

1° zonder tijdsbeperking indien hij op 31 augustus 1971 vast benoemd was in het betrokken ambt, of indien zijn benoeming erkend was, zo die erkenning bestaat;

2° zolang hij het bedoelde ambt zonder onderbreking blijft uitoefenen, indien hij het op 31 augustus 1971 uitoefende zonder erin vast benoemd te zijn;

3° zolang hij het bedoelde ambt zonder onderbreking uitoefent, indien hij houder is van een bekwaamheidsbewijs ten minste behorend tot groep B vastgesteld in Hoofdstuk II, Afdeling I, voor één van de wervingsambten dat in het Rijksonderwijs toegang geeft tot het bedoelde ambt en in dit ambt in dienst getreden is tijdens de periode van 1 september 1971 tot 31 augustus 1973;

[3° bis.Zolang hij zonder onderbreking het ambt uitoefent van directeur van een lagere secundaire beroepsschool, indien hij directeur was van een vierde graad op het ogenblik van de omvorming ervan in een lagere secundaire beroepsschool en houder is van het diploma van onderwijzer.]

K.B.17-9-1976

4° tot 30 juni 1975, indien hij in het bedoelde ambt in dienst getreden is gedurende de periode van 1 september 1971 tot 31 augustus 1973, zonder in het bezit te zijn van één van de bekwaamheidsbewijzen, vastgesteld in 3° hierboven;

5° tot 30 juni 1975 indien hij in het bedoelde ambt in dienst getreden is gedurende de periode van 1 september 1973 tot 31 december 1973.

Art. 20.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 19, 2° en 3° , worden de verloven, vermeld in artikel 18 niet als dienstonderbrekingen beschouwd.

§ 2. Indien de in 2° en 3° , van artikel 19, bedoelde personeelsleden vast benoemd zijn en indien hun benoeming erkend is, zo de erkenning bestaat, zijn de bepalingen van 1° van bedoeld artikel op hen van toepassing.

B. Bijzonder bepalingen

Art. 21.

§ 1. De personeelsleden, die gedurende de periode van 1 september 1958 tot 31 augustus 1971 een subsidieerbaar ambt hebben uitgeoefend hebben recht op een weddetoelage die, volgens de bekwaamheidsbewijzen die zij bezitten, gelijk is aan de wedde die zij zouden genoten hebben indien zij hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs zouden uitgeoefend hebben.

§ 2. De bepalingen van § 1 kunnen in geen geval aanleiding geven tot een herziening van het bedrag van de weddetoelage die uitgekeerd werd ten voordele van de betrokken personeelsleden tijdens de periode van 1 september 1958 tot 31 augustus 1971.

Art. 22.

De titularis van een selectie- of een bevorderingsambt in een inrichting voor lager secundair onderwijs is gemachtigd een overeenstemmend selectie- of bevorderingsambt op het hoger secundair niveau uit te oefenen, wanneer de inrichting voor lager secundair onderwijs wordt omgevormd tot een inrichting voor hoger secundair onderwijs.

Hij blijft gesubsidieerd als vast benoemd personeelslid en erkend, zo de erkenning bestaat, in het selectie- of bevorderingsambt op het lager secundair niveau, terwijl hij belast is met de uitoefening van het overeenstemmend selectie- of bevorderingsambt op het hoger secundair niveau, tenzij hij op grond van de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit op dit niveau kan vast benoemd worden en erkend, zo de erkenning bestaat.

Hij blijft de weddeschaal genieten, toegekend aan het ambt dat hij uitoefende op het lager secundair niveau, vermeerderd met de vergoedingen voor hogere functies, die hij zou genieten indien hij lid was van het personeel van het Rijksonderwijs.

C. Slotbepalingen

Art. 23.

De weddetoelagen van de personeelsleden, bedoeld in dit besluit, zijn vastgesteld overeenkomstig de hierboven bepaalde modaliteiten en

- wat het onderwijs met volledig leerplan betreft, volgens de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, evenals de bepalingen vastgesteld bij het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 7 van voornoemd besluit;

- wat het onderwijs voor sociale promotie betreft, volgens de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, evenals de bepalingen van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 5 van voornoemd besluit.

Art. 24.

De weddetoelagen van de in dit besluit bedoelde personeelsleden worden verhoogd met de verschillende vergoedingen waarop de belanghebbenden recht zouden hebben indien zij zouden behoren tot het personeel van het Rijksonderwijs.

Art. 25.

Wanneer bij toepassing van de bepalingen van dit besluit de toegekende weddeschaal op elk ogenblik verminderd wordt met een tweejaarlijkse verhoging, is de waarde van deze laatste gelijk aan de eerste der tweejaarlijkse verhogingen die de schaal bevat.

Art. 26.

Onze Ministers van Nationale Opvoeding zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, dat uitwerking heeft op 1 september 1971, met uitzondering van artikel 6, dat in werking treedt op 1 september 1973 [en van artikel 15 dat uitwerking heeft op 1 april 1972.]

(K.B. 29-3-1977]

Bijlage

MINISTERIE VAN NATIONALE Aangetekend te verzenden

OPVOEDING EN NEDERLANDSE CULTUUR aan het adres hiernaast

ten laatste de 30ste dag

na de indiensttreding

van het personeelslid. (1)

Algemene Directie

van het Secundair Onderwijs

Gesubsidieerde Inrichtingen

Koningstraat 138, 1000 Brussel

BETREFT. - Verklaring betreffende de aanwerving van de houder van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs uit de groep B.

Ik ondergetekende, vertegenwoordiger van de inrichtende macht van de inrichting voor secundair onderwijs : ..................

...............................................................

die een betrekking moet begeven van ...........uren/week in het ambt of de ambten van .........................................

...............................................................

op het niveau van het lager en/of hoger secundair technisch en/of beroepsonderwijs (het niveau onderstrepen).

VERKLAAR :

1° de prestaties, die deze betrekking omvat te hebben aangeboden aan de personeelsleden vermeld op keerzijde, die ze geweigerd hebben;

2° in de onmogelijkheid te zijn geweest een kandidaat aan te werven met het vereiste bekwaamheidsbewijs of met een bekwaamheidsbewijs dat behoort tot de groep A, ondanks volgende maatregelen : .................................................

...............................................................

...............................................................

3° derhalve te hebben aangeworven M ..................geboren de .................. te ........................

Betrokkene die in dienst getreden is op .......... is houder van volgende bekwaamheidsbewijzen :

- diploma, getuigschrift of brevet van ........................

...............................................................

afgeleverd op ............. door ..............................

- nuttige ervaring in een beroep van de te onderwijzen specialiteit van ... jaar, en heeft in het onderwijs volgende vorige diensten gepresteerd : .................................

...............................................................

...............................................................

- huidige prestaties in het onderwijs (ambt(en) en aantal uren)

...............................................................

...............................................................

Deze aanwerving is één van de gevallen bedoeld in het koninklijk besluit van 30 juli 1975.

1° artikel 6, § 1, 2° a) ja neen (2)

b) ja neen (2)

c) ja neen (2)

2° artikel 6, § 4, ja neen (2)

3° artikel 6, § 6, ja neen (2)

(eventueel : datum van de gunstige adviezen reeds uitgebracht door de Commissie).

___________________________________________________________

Personeelsleden van de betrokken inrichting, houder van het vereiste bekwaamheidsdiploma of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs uit groep A, die in het onderwijs met volledig leerplan een hoofdambt met onvolledige prestaties uitoefenen.

____________________________________________________________

Naam, voornamen : Handtekening Datum :

na weigering :

____________________________________________________________

enz.

____________________________________________________________

___________________

(1) Per betrekking dient een afzonderlijk formulier te worden ingevuld.

(2) Doorhalen wat niet past.

Datum :

De inrichtende macht :

Handtekening :

- (1): Voor zover het bekwaamheidsbewijzen vaststelt, opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop het Besluit van de Vlaamse Regering; Art. 21, dd. 14-6-1989, van toepassing is.

- (2): Voor zover het bekwaamheidsbewijzen vaststelt, opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop het Besluit van de Vlaamse Regering; Art. 14, dd. 26-9-1990, van toepassing is.

- (3): Opgeheven wat de instellingen en personeelsleden betreft, waarop B.Vl.R. 7-10-1997 van toepassing is (Art. 18, § 2, 1° ).

- (4): Deze bepaling heeft vanaf 1 september 1979 uitwerking, en is uitsluitend toepasselijk op de onderwijsinrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal, alsmede op die welke in het Nederlands taalgebied gelegen zijn.