VERWIJDERD : Koninklijk besluit betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    30 JULI 1975
  • publicatiedatum
    B.S.27/08/1975
  • datum laatste wijziging
    10/10/2000

COORDINATIE

K.B. 17-9-1976 - B.S. 29-10-1976

K.B. 14-6-1985 - B.S. 19-9-1985

B.Vl.R. 7-10-1997 - B.S. 19-11-1997

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 10 december 1974 houdende wijziging van de wet van 29 mei 1959 en van de wet van 11 juli 1973 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 april 1964 houdende bepaling van de wijze waarop de weddetoelagen worden vastgesteld voor de personeelsleden van de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs die houder zijn van bekwaamheidsbewijzen welke voldoende worden geacht;

Gelet op het akkoord van Onze Staatssecretaris voor Begroting en voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 25 juli 1975;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Ministers van Nationale Opvoeding,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

§ 1. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 14 april 1964 houdende bepaling van de wijze waarop de weddetoelagen worden vastgesteld voor de personeelsleden van de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar en normaalonderwijs die houder zijn van bekwaamheidsbewijzen welke voldoende worden geacht.

§ 2. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, bedoeld in artikel 5 van de wet van 10 december 1974, houdende wijziging van de wet van 29 mei 1959 en van de wet van 11 juli 1973 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, die behoren tot de categorieën :

van het bestuurs- en onderwijzend personeel;
van het opvoedend hulppersoneel,

in het secundair onderwijs, georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit worden de ambten, uitgeoefend door de leden van het in artikel 1 bedoeld personeel gerangschikt in wervingsambten, selectieambten en bevorderingsambten, zoals ze vastgesteld en gerangschikt zijn voor dezelfde categorieën van het personeel van het Rijksonderwijs.

Art. 3.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit kunnen de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen bestaan uit diploma's, getuigschriften, brevetten en/of jaren nuttige ervaring.

§ 2. Voor de bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door het onderwijs met beperkt leerplan moet de onderwijscyclus ten minste 900 lestijden hebben omvat voor de technische en beroepsleergangen en ten minste 450 lestijden voor de normaalleergangen.

Art. 4.

[...] B.Vl.R.7-10-1997

Art. 5.

Voor de wervingsambten worden de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen ingedeeld in twee groepen :

een groep A en een groep B.

Art. 6.

[De Minister of zijn afgevaardigde kan als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep B beschouwen, het bekwaamheidsbewijs dat als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep A of groep B zou ingedeeld worden indien de voorwaarde inzake nuttige ervaring vervuld was.

Daarenboven kan de Minister ieder ander bekwaamheidsbewijs dat niet in de tabellen van hoofdstuk II is opgenomen, als voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep B beschouwen, indien er geen enkel getuigschrift, diploma of brevet in de betrokken specialiteit wordt uitgereikt.]

(voetnoot 3) K.B.14-6-1985

Art. 7.

§ 1. De ambtsanciënniteit waarvan sprake in de artikelen 12 en 13 bestaat :

voor het door de Staat gesubsidieerd provinciaal en gemeentelijk onderwijs uit de werkelijke diensten die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de door de Staat gesubsidieerde provinciale of gemeentelijke onderwijsinrichtingen;
voor het door de Staat gesubsidieerd vrij onderwijs, uit de werkelijke diensten die aanleiding hebben gegeven tot het toekennen van een weddetoelage en die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de provinciale, gemeentelijke of vrije onderwijsinrichtingen.

De diensten bedoeld onder a) en b) moeten verstrekt zijn :

hetzij in één van de vastgestelde ambten die toegang geven tot hetzelfde selectie- of bevorderingsambt in het Rijksonderwijs;
hetzij in het betrokken selectie- of bevorderingsambt zelf.

§ 2. In de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel komen evenwel alleen de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van drieëntwintig jaar in aanmerking voor de in het secundair onderwijs van de lagere graad toe te kennen ambten en vanaf de leeftijd van vijfentwintig jaar voor de in het secundair onderwijs van de hogere graad toe te kennen ambten.

In de categorie van het opvoedend hulppersoneel, komen enkel de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van eenentwintig jaar in aanmerking.

§ 3. Voor het berekenen van de duur der diensten, die in aanmerking komen voor de ambtsanciënniteit, gelden de bepalingen van artikel 85, a, b, c, d, e en f van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen.

Art. 8.

§ 1. De dienstanciënniteit waarvan sprake in artikel 13 bestaat :

voor het door de Staat gesubsidieerd provinciaal of gemeentelijk onderwijs, uit de werkelijke diensten die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de door de Staat gesubsidieerde provinciale of gemeentelijke onderwijsinrichtingen;
voor het door de Staat gesubsidieerd vrij onderwijs uit de werkelijke diensten die aanleiding hebben gegeven tot het toekennen van een weddetoelage en die, in welke hoedanigheid ook, gepresteerd werden in de provinciale, gemeentelijke of vrije onderwijsinrichtingen.

De diensten bedoeld onder a) en b) moeten verstrekt zijn :

hetzij in één der ambten van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, voor de bevorderingsambten in deze categorie van het personeel;
hetzij in één der ambten van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van de categorie van het opvoedend hulppersoneel, voor de bevorderingsambten in de categorie van het opvoedend hulppersoneel.

§ 2. In de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel komen de diensten gepresteerd vanaf de leeftijd van drieëntwintig jaar evenwel alleen in aanmerking voor de in het secundair onderwijs van de lagere graad toe te kennen ambten en vanaf de leeftijd van vijfentwintig jaar voor de in het secundair onderwijs van de hogere graad toe te kennen ambten.

§ 3. Voor het berekenen van de duur der diensten die in aanmerking komen voor de dienstanciënniteit gelden de bepalingen van artikel 85a,b,c,d,e en f van voormeld koninklijk besluit van 22 maart 1969.

Art. 9.

Een personeelslid mag, wanneer hij vastbenoemd is, van inrichting en van vorm van secundair onderwijs en zelfs van inrichtende macht veranderen, zonder dat het bekwaamheidsbewijs waarvan hij houder is, een beletsel kan zijn noch voor het verlenen van een weddetoelage, noch een eventuele nieuwe vaste benoeming, op voorwaarde dat hij zonder onderbreking overgaat naar de nieuwe inrichting om er met behoud van de weddeschaal die hij genoot hetzelfde ambt uit te oefenen als dat uitgeoefend in de vorige inrichting.

Voor het betrokken personeelslid wordt het voordeel van de bepaling beperkt tot de volledige prestaties vereist voor de uitoefening van het bedoelde ambt.

Art. 10.

§ 1. Daar waar het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs niet is gepreciseerd door de aanduiding van een specialiteit worden de volgende specialiteiten of afdelingen bedoeld :

letterkundige afdeling, wetenschappelijke afdeling, afdelingen germaanse talen, moedertaal-geschiedenis, moderne talen, Frans-geschiedenis, Nederlands-Engels, wiskunde-fysica, wiskunde-economische wetenschappen, wiskunde, wetenschappen-aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding, lichamelijke opvoeding-biologie, plastische kunsten, tekenen en handenarbeid.

§ 2. Daar waar het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs voor de algemene vakken, niet is gepreciseerd door de aanduiding van een specialiteit, worden de specialiteiten of afdelingen bedoeld, die opgesomd zijn in § 1, met uitzondering van :

lichamelijke opvoeding, plastische kunsten, tekenen en handenarbeid.

§ 3. Daar waar het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs is vermeld wordt het diploma van geaggregeerd leraar van het middelbaar onderwijs van de lagere graad of van regentes voor de middelbare scholen ermee gelijkgesteld, alsmede het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad.

§ 4. De afkortingen die in dit besluit gebruikt worden om wat ze voorstellen te vereenvoudigen leze men als volgt :

GLSO : geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs;

GHSO : geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs;

VB : vereist bekwaamheidsbewijs;

GMTN : getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen;

GPB : getuigschrift van pedagogische bekwaamheid;

NE : nuttige ervaring.

§ 5. De weddeschalen, voorzien bij dit besluit, zijn vastgesteld met verwijzing naar die vastgesteld voor het Rijksonderwijs door de reglementsbepalingen terzake :

van GLSO (VB) : van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs, houder van het vereist bekwaamheidsbewijs;
van GHSO (VB)-TV : van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, houder van het vereist bekwaamheidsbewijs, op elk ogenblik verminderd met een tweejaarlijkse verhoging;
van de houder VB/S : van de houder van het vereist bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs;
van de houder VB/S-TV : van de houder van het vereist bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs op elk ogenblik verminderd met een tweejaarlijkse verhoging;
van de houder B/S : van de houder van dit bekwaamheidsbewijs in het Rijksonderwijs;
van de houder BB + GPB/S : van de houder van hetzelfde basisbekwaamheidsbewijs aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid in het Rijksonderwijs.

HOOFDSTUK II. - Organiek stelsel van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen

Afdeling I. - Wervingsambten

Art. 11.

Voor de personeelsleden, die een van de hierna op de tabel vermelde wervingsambten uitoefenen en die houder zijn van een van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen die erin bepaald zijn voor dat ambt, wordt de weddetoelage berekend volgens de weddeschaal die vermeld is tegenover het bekwaamheidsbewijs dat zij bezitten.

Voor het personeelslid dat bij van toepassing van artikel 6, § 4, als houder van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs wordt beschouwd, wordt de weddetoelage berekend in de laagste weddeschaal onder de scholen die verleend worden aan de houder van een voor het betrokken ambt voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Weddeschalen

Ambten en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen

A. Hoger secundair onderwijs.

1. Leraar zedenleer.

Groep A

van houder B/S

a) GLSO (optie zedenleer) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang.

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (moraalweten-schappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang.

van GHSO (VB)

c) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waar-van de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd.

van GHSO (VB)-TV

d) licentiaat (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd.

2. Leraar katholieke gods-dienst.

Groep B

van houder B/S

a) het diploma van geaggregeer-de of van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs

van houder B/S

b) diploma GLSO

van GLSO, leraar algemene vakken op lager secundair niveau

c) een getuigschrift van twee jaar wijsbegeerte en ten minste twee jaar godgeleerdheid met vrucht gevolgd aan een seminarie dat door de bevoegde geestelijke overheid georgani-seerd is of als gelijkwaardig is erkend

3. Leraar bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, spel en sport, aanvullende opvoeden-de activiteiten)

Groep A

van GHSO (VB)-TV

a) licentiaat (groep lichame-lijke opvoeding)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

b) GLSO (afdeling lichamelijke opvoeding of lichamelijke opvoeding-biologie)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

c) GLSO aangevuld met het bekwaamheidsdiploma (ministeri-eel besluit van 31.3.1939)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

d) GLSO aangevuld met het diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (minis-terieel besluit 8.3.1945)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

e) diploma van hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg) aan-gevuld met het GMTN of met het GPB

Groep B

van houder B/S

f) bekwaamheidsdiploma (minis-terieel besluit van 31.3.1939)

van houder B/S

g) diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (minis-terieel besluit 8.3.1945)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

h) kandidaat (groep lichame-lijke opvoeding)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)-TV

i) diploma van een hogere technische school van de 1e graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg)

van GLSO (lichamelijke opvoe-ding)

j) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van GLSO-TV

k) licentiaat (andere groepen)

van GLSO-TV

l) GLSO (andere afdelingen)

4. Leraar bijzondere vakken (tekenen, siertekenen, plas-tische opvoeding, wetenschappe-lijk tekenen, esthetische imitatie)

Groep A

van architect, houder VB

a) architect aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

b) GLSO (afdeling sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen aangevuld met het bekwaam-heidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28.4.1939 - hoger secundair onderwijs en koninklijk besluit 25.9.1973 - hoger secundair)

van houder B/S

c) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28.4.1939 - hoger secundair en koninklijk besluit 25.9.1973 - hoger secundair)

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

d) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aange-vuld met het GMTN of met het GPB

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

e) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs aangevuld met het GMTN of met het GPB

Groep B

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

f) GLSO (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of tekenen-handenarbeid of be-roepstekenen of vaktekenen)

van architect houder VB-TV

g) architect

van GLSO (afdeling plastische kunsten)-TV

h) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

i) bekwaamheidsdiploma of -getuigschrift voor het geven van onderwijs in het tekenen (ministerieel besluit 8.3.1945)

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

j) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

k) GHSO

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

l) licentiaat

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

m) GLSO (andere afdelingen)

5. Leraar bijzondere vakken (muziek, muzikale opvoeding)

Groep A

van houder VB/S

a) laureaat van het Lemmens-instituut

van houder VB/S

b) GHSO in de kunstgeschiedenis en de oudheidkunde (groep muziekwetenschap)

van de houder van dit bekwaam-heidsbewijs op lager secundair niveau

c) GLSO (afdeling muzikale opvoeding) van het Lemmens-instituut of diploma van muziekpedagogie van het I.M.S. te Namen

van houder B/S

d) 1e prijs van een koninklijk conservatorium

Groep B

van houder B/S

e) bekwaamheidsdiploma voor het geven van onderwijs in de muziek (koninklijk besluit 10.10.1938 - 1e graad; koninklijk besluit 12.7.1974 - hoger secundair; koninklijk besluit 25.9.1973 - hoger secundair)

van houder B/S

f) bekwaamheidsdiploma of ge-tuigschrift voor het onderwijs in de muziek (ministerieel besluit 8.3.1945)

van houder B/S

g) prijs van uitmuntendheid van een gemeentelijk conservatorium of van een muziekaca-demie van 1e categorie

van houder B/S

h) GHSO (andere groepen)

van houder B/S

i) licentiaat

van houder B/S

j) GLSO (andere afdelingen)

6. Leraar bijzondere vakken (steno-dactylografie)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie) aangevuld met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

van GLSO (secretariaat of handel)

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secreta-riaat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

van houder B/S

c) diploma van leraar stenografie en dactylografie uitgereikt door een door de regering ingestelde examencom-missie

Groep B

van houder VB/S-TV

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie)

van GLSO (secretariaat of han-del) -TV

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secreta-riaat of handel) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder B/S

f) GHSO of licentiaat of GLSO

7. Leraar bijzondere vakken (handenarbeid, plastische op-voeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen) aangevuld met het bekwaamheids-diploma (koninklijk besluit 29 maart 1951)

van GLSO (VB)-TV

b) GLSO (afdeling sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

c) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdeling plastische kun-sten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aange-vuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (afdeling plastische kunsten)

d) diploma van hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

e) bekwaamheidsdiploma (konink-lijk besluit 29 maart 1951) of bekwaamheidsdiploma of getuig-schrift voor het onderwijs van de handenarbeid (ministerieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

f) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdeling plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

g) diploma van hoger kunst-onderwijs of artistiek hoger onderwijs

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

h) GLSO (andere afdelingen)

van GLSO (afdelingen plastische kunsten)

i) GHSO

van GLSO (afdeling plastische kunsten) -TV

j) licentiaat

8. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit snit en naad)

Groep A

van houder VB/S

a) GLSO (snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

van houder VB/S

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

d) GLSO (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of fami-liale of sociale economie) of diploma van regentes huishoud-kunde (koninklijk besluit 20 december 1932)

9. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit huishoudkunde)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van de hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

c) GLSO (snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

B. Lager secundair onderwijs

1° Verstrekt in de inrichtingen voor middelbaar onderwijs van de hogere graad

1. Leraar oude talen

Groep A

van GHSO (VB)

a) GHSO (wijsbegeerte en letteren - alle groepen, met uitzondering van de germaanse filologie)

Groep B

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (klassieke of romaanse filologie of geschie-denis)

van GLSO (algemene vakken)

c) GLSO (afdeling moedertaal-geschiedenis)

2. Leraar zedenleer

Groep A

van GHSO (VB)-TV

a) licentiaat (moraalweten-schappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang

van GHSO (VB)

b) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waar-van de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

van GHSO (VB)-TV

c) licentiaat (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

3. Leraar katholieke godsdienst

Groep B

van lager onderwijzer

a) diploma van lager onderwij-zer

van lager onderwijzer

b) getuigschrift van gediplo-meerde van het godsdienston-derwijs in de lagere graad

4. Leraar bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, spel en sport)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdeling lichamelijke opvoeding-biologie)

van GHSO (VB)-TV

b) licentiaat (lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)-TV

c) kandidaat (lichamelijke opvoeding)

van GLSO (VB)-TV

d) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg) aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)-TV

e) GLSO aangevuld met het bekwaamheidsdiploma (ministe-rieel besluit 31 maart 1939)

van GLSO (VB)-TV

f) GLSO aangevuld met het diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (minis-terieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

g) bekwaamheidsdiploma (minis-terieel besluit 31 maart 1939)

van houder B/S

h) diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (minis-terieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

i) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg)

van houder B/S

j) diploma van het hoger secundair technisch onderwijs (afdeling lichamelijke opvoe-ding)

van houder B/S

k) Gegradueerde in de kinesi-therapie

van houder B/S

l) GHSO (andere groepen dan het vereist bekwaamheidsbewijs)

van houder B/S

m) licentiaat (andere groepen)

van houder B/S

n) GLSO (andere afdelingen)

5. Leraar bijzondere vakken (tekenen, plastische opvoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdeling sierkunsten of afdeling tekenen-handen-arbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van GLSO (VB)

b) GLSO (specialiteit snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes) of regentes nuttige handwerken

van houder B/S

c) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28 april 1939; koninklijk besluit 25 september 1973)

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in het tekenen (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (VB)

e) architect aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

f) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aange-vuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

g) diploma van het hoger kunstonderwijs of van het artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder B/S

h) architect

van houder B/S

i) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

j) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

k) GLSO (andere afdelingen)

van houder B/S

l) GHSO of licentiaat

6. Leraar bijzondere vakken (muziek, muzikale opvoeding)

Groep A

van houder VB/S

a) bekwaamheidsdiploma voor het onderwijs in de muziek (koninklijk besluit 10 oktober 1938 2de graad - koninklijk besluit 12 juli 1974 lager secundair; koninklijk besluit 25 september 1973 lager secundair)

van houder VB/S

b) GLSO (afdeling muzikale opvoeding) van het Lemmens-instituut of diploma van muziekpedagogie van het IMS te Namen

van houder VB/S

c) laureaat van het Lemmens-instituut

van houder B/S

d) 1ste prijs van een konink-lijk conservatorium

van houder B/S

e) bekaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de muziek (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

f) licentiaat of kandidaat in kunstgeschiedenis en oudheid-kunde, groep muziekwetenschap

Groep B

van houder B/S

g) prijs van uitmuntendheid van een gemeentelijk conservatorium of van een muziekacademie van de 1ste categorie

van houder B/S

h) GHSO

van houder B/S

i) licentiaat (andere dan in f)

van houder B/S

j) GLSO (andere afdelingen)

7. Leraar bijzondere vakken (steno-dactylografie)

[Groep A]

(K.B. 17-9-1976)

van houder B/S

a) diploma van leraar in de stenografie en dactylografie, uitgereikt door de door de regering ingestelde examencom-missie

van houder VB/S

b) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad (afdeling secretariaat of handel of distributie) aangevuld met het GMTN of het GPB of met het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

van houder VB/S

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secreta-riaat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB of het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

Groep B

van houder B/S

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1e graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie)

van houder B/S

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretariaat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder B/S

f) GHSO of licentiaat of GLSO

8. Leraar bijzondere vakken (handenarbeid, plastische ovoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van GLSO (VB)

b) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aange-vuld met het GMTN of GPB

van GLSO (VB)

c) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma (konink-lijk besluit van 29 maart 1951) of bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de handenarbeid (ministerieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

e) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1e graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

f) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

g) GLSO (andere afdelingen)

van houder B/S

h) GHSO

van houder B/S

i) licentiaat

9. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit snit en naad)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (snit en confectie of modelmaakster of snit en linge-rie of modes)

van houder VB/S

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

c) diploma van hogere secun-daire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

d) GLSO (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of fami-liale en sociale economie) of het diploma van regentes huishoudkunde (koninklijk be-sluit 20 december 1932)

10. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit huishoudkunde)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van hoger secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuis-houdkunde of sociaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

b) diploma van hogere secun-daire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of so-ciaal-technische) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

c) GLSO (snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

2° Verstrekt in een andere inrichting

1. Leraar oude talen

Groep A

van houder VB/S

a) GHSO (wijsbegeerte en letteren - alle groepen, behal-ve germaanse filologie)

Groep B

van houder VB/S-TV

b) licentiaat (klassieke of romaanse filologie of geschiedenis)

van GLSO (algemene vakken)

c) GLSO (moedertaal-geschiede-nis)

2. Leraar zedenleer

[Groep A]

(K.B. 17-9-1976)

van GLSO (algemene vakken)

a) GHSO (moraalwetenschappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang

van GLSO (algemene vakken)

b) licentiaat (moraalweten-schappen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting bij voorrang

van GLSO (algemene vakken)

c) GHSO (andere groepen) uitge-reikt door een niet-confessio-nele inrichting, waarvan de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

van GLSO (algemene vakken)

d) licentiaat (andere groepen) uitgereikt door een niet-confessionele inrichting, waar-van de houder, zo mogelijk, de cursus zedenleer heeft gevolgd

3. Leraar katholieke godsdienst

Groep B

van lager onderwijzer

a) diploma van lager onderwij-zer

van lager onderwijzer

b) getuigschrift van gediplo-meerde van het godsdienstonder-wijs in de lagere graad

4. Leraar bijzondere vakken (lichamelijke opvoeding, spel en sport)

Groep A

van houder VB/S

a) GLSO (lichamelijke opvoe-ding-biologie)

van houder VB/S

b) GHSO (lichamelijke opvoe-ding)

van houder VB/S

c) licentiaat (lichamelijke op-voeding)

van houder VB/S-TV

d) kandidaat (lichamelijke op-voeding)

van houder VB/S-TV

e) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg) aan-gevuld met het GMTN of het GPB

van houder VB/S-TV

f) GLSO aangevuld met het bekwaamheidsdiploma (ministe-rieel besluit 31 maart 1939)

van houder VB/S-TV

g) GLSO aangevuld met het diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

h) bekwaamheidsdiploma (minis-terieel besluit 31 maart 1939)

van houder B/S

i) diploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in de lichamelijke opvoeding (minis-terieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

j) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad (afdeling lichamelijke opvoeding of jeugdzorg)

van houder B/S

k) diploma van het hoger secundair technische onderwijs (afdeling lichamelijke opvoe-ding)

van houder B/S

l) gegradueerde in de kinesi-therapie

van houder B/S

m) GHSO (andere groepen)

van houder B/S

n) licentiaat (andere groepen)

van houder B/S

o) GLSO (andere afdelingen)

5. Leraar bijzondere vakken (tekenen, plastische opvoeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van GLSO (VB)

b) GLSO (afdelingen snit en naad of kleding of snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes) of regentes nuttige handwerken

van houder B/S

c) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in het tekenen (koninklijk besluit 28 april 1939 en koninklijk besluit 25 september 1973)

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma of getuigschrift tot het geven van onderwijs in het tekenen (ministerieel besluit 8 maart 1945)

van GLSO (VB)

e) architect aangevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

f) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aan-gevuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

g) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder B/S

h) architect

van houder B/S

i) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdelingen plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

j) diploma van het hoger kunstonderwijs of artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

k) GLSO (andere afdelingen)

van houder B/S

l) GHSO of licentiaat

6. Leraar bijzondere vakken (muziek, muzikale opvoeding)

Groep A

van houder VB/S

a) bekwaamheidsdiploma tot het geven van onderwijs in de muziek (koninklijk besluit 10 oktober 1938 2e graad, koninklijk besluit 12 juli 1974 lager secundair en koninklijk besluit 25 september 1973 lager secundair)

van houder VB/S

b) GLSO (afdeling muzikale opvoeding) van het Lemmensin-stituut of diploma van muziekpedagogie van het IMS te Namen

van houder VB/S

c) laureaat van het Lemmensin-stituut

van houder B/S

d) 1ste prijs van een konink-lijk conservatorium

van houder B/S

e) bekwaamheidsdiploma of ge-tuigschrift tot het geven van onderwijs in de muziek (minis-terieel besluit 8 maart 1945)

van houder B/S

f) licentiaat of kandidaat in de kunstgeschiedenis of de oudheidkunde (groep muziekweten-schap)

Groep B

van houder B/S

g) prijs van uitmuntendheid van een gemeentelijk conservatorium of van een muziekacademie van de 1ste categorie

van houder B/S

h) GHSO

van houder B/S

i) licentiaat (andere dan in f)

van houder B/S

j) GLSO (andere afdelingen)

7. Leraar bijzondere vakken (steno-dactylografie).

Groep A

van houder B/S

a) diploma van leraar stenogra-fie en van dactylografie uitgereikt door een door de regering ingestelde examencommissie

van houder VB/S

b) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie) aangevuld met het GPB of het GMTN of met het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

van houder VB/S

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secretari-aat of handel) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

het GMTN of het GPB of met het diploma van lager onderwijzer of van GLSO

Groep B

van houder B/S

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad (afdelingen secretariaat of handel of distributie)

van houder B/S

e) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (afdelingen secreta-riaat of handel) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder B/S

f) GHSO of licentiaat of GLSO

8. Leraar bijzondere vakken (handenarbeid, plastische op-voeding)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (afdelingen sierkunsten of tekenen-handenarbeid of beroepstekenen of vaktekenen)

van GLSO (VB)

b) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdeling plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur) aange-vuld met het GMTN of het GPB

van GLSO (VB)

c) diploma van het hoger kunst-onderwijs of artistiek hoger onderwijs, aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

d) bekwaamheidsdiploma (konink-lijk besluit 29 maart 1951) of bekwaamheidsdiploma of getuig-schrift tot het geven van onderwijs in de handenarbeid (ministerieel besluit 8 maart 1945)

Groep B

van houder B/S

e) diploma van het hoger technisch onderwijs van de 1ste graad (afdeling plastische kunsten of sierkunsten of binnenhuisarchitectuur)

van houder B/S

f) diploma van het hoger kunstonderwijs of het artistiek hoger onderwijs

van houder B/S

g) GLSO (andere afdelingen)

van houder B/S

h) GHSO of licentiaat

9. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit snit en naad)

Groep A

van GLSO (VB)

a) GLSO (snit en confectie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

van GLSO (VB)

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of met het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

c) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (snit en naad of kleding) aangevuld met drie jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

d) GLSO (huishoudkunde of land-bouwhuishoudkunde of familiale en sociale economie) of het diploma van regentes huishoud-kunde (koninklijk besluit 20 december 1932)

10. Leraar technische vakken en beroepspraktijk (specialiteit huishoudkunde)

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring en met het GMTN of het GPB

Groep B

van houder VB/S-TV

b) diploma van een hogere secundaire technische school of leergang (huishoudkunde of landbouwhuishoudkunde of sociaal-technische) aangevuld met 3 jaar nuttige ervaring

van houder VB/S-TV

c) GLSO (snit en naad of kleding of snit en lingerie of modelmaakster of snit en lingerie of modes)

C. Opvoedend hulppersoneel

Studiemeester-opvoeder.

Groep A

van houder VB/S

a) diploma van maatschappelijk assistent of van sociaal adviseur

van houder VB/S

b) diploma van kandidaat uitgereikt door een Belgische universiteit of door een inrichting daartoe gemachtigd door de wet

van houder VB/S

c) diploma van een hogere technische school van de 1ste graad, aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder VB/S-TV

d) diploma van een hogere technische school of leergang van de 1ste graad

van houder VB/S-TV

e) diploma van kleuteronderwij-zeres of gehomologeerd getuigschrift van middelbare studiën van de hogere graad of diploma van een hogere secundaire technische school, aangevuld met het GMTN of het GPB

van houder B/S

f) gehomologeerd getuigschrift van middelbare studiën van de hogere graad

van houder B/S

g) diploma van een hogere secundaire technische school

van houder B/S

h) diploma van kleuteronderwij-zeres

van houder B/S

i) brevet van een aanvullende secundaire beroepsschool, aangevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd in het ambt met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

van houder B/S

j) brevet van een hogere secundaire beroepsschool, aangevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd in het ambt met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

van houder B/S

k) diploma van een hogere secundaire technische leergang aangevuld met 36 maanden dienst, in vast verband gepresteerd, in het ambt, met volledige prestaties van studiemeester-opvoeder in een internaat

D. Bijzondere bepalingen

In de gevallen waar het GMTN of het GPB wordt opgelegd, mag dit vervangen worden door het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs
Voor het onderwijs van een bepaalde leerstof of van activiteiten andere dan die welke aangeduid zijn ter verduidelijking van elk van de in deze afdeling vermelde ambten, wordt het personeelslid, dat houder is van om het even welk van de daarin vermelde bekwaamheidsbewijzen of van om het even welk van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, alsmede gelijk welk personeelslid, bedoeld in de artikelen 3, 5 en 6 van het hogervermeld koninklijk besluit van 14 april 1964, geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs van groep A. Dit bekwaamheidsbewijs geeft recht, voor een bepaalde leerstof of voor activiteiten die hier bedoeld worden, op de hoogste weddeschaal toegekend aan de houder van genoemd bekwaamheidsbewijs, volgens de reglementering die betrekking heeft op dit bekwaamheidsbewijs, evenwel rekening houdend met het niveau van het onderwijs (lager secundair of hoger secundair).
Voor het onderwijs van moderne talen, met uitzondering echter van de onderwijstaal, de romaanse talen en de germaanse talen, kunnen bevoegdheidsbewijzen, andere dan die welke in deze afdeling worden aangeduid, door de Minister voldoende geacht worden [...].
K.B.14-6-1985

De Minister kan elk van deze bekwaamheidsbewijzen rangschikken in groep A of in groep B en de weddeschaal vaststellen die hiermee overeenkomt, rekening houdend met het karakter, de duur en de belangrijkheid van de gevolgde studiën.

Afdeling II. - Selectieambten

Art. 12.

§ 1. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

1° Leraar algemene vakken in een middelbare oefenschool.

het vereist bekwaamheidsbewijs voor het overeenstemmend vak in een inrichting voor middelbaar onderwijs van de lagere graad.
het bekwaamheidsbewijs dat voldoende geacht wordt op basis van artikel 3 en van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 april 1964 voor het overeenstemmend vak in een inrichting voor middelbaar onderwijs van de lagere graad.

2° Leraar bijzondere vakken in een middelbare oefenschool.

het vereist bekwaamheidsbewijs voor het overeenstemmend vak in een inrichting voor middelbaar onderwijs van de lagere graad.
het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs gerangschikt in de groep A door dit koninklijk besluit voor het overeenstemmend vak in een inrichting voor middelbaar onderwijs van de lagere graad.

3° Provisor in een inrichting voor middelbaar onderwijs van de hogere graad.

het vereist bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van het ambt van leraar algemene vakken in het middelbaar onderwijs van de hogere graad.
het bekwaamheidsbewijs dat voldoende geacht wordt op grond van artikel 3 en van artikel 6 van het koninklijk besluit van 14 april 1964 voor de uitoefening van het ambt van leraar algemene vakken in het middelbaar onderwijs van de hogere graad.
het vereist bekwaamheidsbewijs voor de uitoefening van het ambt van leraar bijzondere vakken of leraar zedenleer in het middelbaar onderwijs van de hogere graad.
het voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gerangschikt in de groep A door dit koninklijk besluit voor de uitoefening van een ambt van leraar bijzondere vakken of leraar zedenleer in het middelbaar onderwijs van de hogere graad.

4° Opvoeder-huismeester.

hetzij vastbenoemd personeelslid zijn in het ambt van studiemeester-opvoeder.
hetzij op 30 april 1969 als studiemeester-opvoeder in dienst zijn geweest en sindsdien zonder onderbreking in dit ambt zijn gebleven.
hetzij houder zijn van één van de vereiste bekwaamheidsbewijzen of van één van de bekwaamheidsbewijzen onder a, b, c, d, van afdeling I als voldoende vastgesteld voor het ambt van studiemeester-opvoeder.
hetzij houder zijn van een bekwaamheidsbewijs dat voldoende geacht wordt op basis van het koninklijk besluit van 14 april 1964 voor het ambt van studiemeester-opvoeder.
hetzij houder zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs ander dan die welke bedoeld zijn in c hierboven, voor de uitoefening van het ambt van studiemeester-opvoeder.

Deze bepaling is slechts toepasselijk op de opvoeders-huismeesters die aangesteld zijn vóór 1 juli 1975.

[5° Directiesecretaris.

hetzij vastbenoemd personeelslid zijn in het ambt van studiemeester-opvoeder.
hetzij op 30 april 1969 als studiemeester-opvoeder in dienst zijn geweest in het Gesubsidieerd onderwijs en sindsdien zonder onderbreking in dit ambt zijn gebleven.
hetzij houder zijn van één van de vereiste bekwaamheidsbewijzen of van één van de bekwaamheidsbewijzen onder a, b, c, d, van afdeling I, als voldoende vastgesteld voor het ambt van studiemeester-opvoeder.
hetzij houder zijn van een bekwaamheidsbewijs dat voldoende geacht wordt op basis van het koninklijk besluit van 14 april 1964 voor het ambt van studiemeester-opvoeder.]
K.B.17-9-1976

§ 2. Weddeschalen :

1° Indien het personeelslid een ambtsanciënniteit telt van ten minste 6 jaar :

de weddeschaal van de titularis van het bedoeld selectieambt, definitief benoemd in het Rijksonderwijs, volgens de bekwaamheidsbewijzen waarvan hij houder is.

2° In de andere gevallen :

Indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het selectieambt een weddetoelage genoot, behoudt hij de weddeschaal die hij genoot. In afwachting dat hij aan de anciënniteitsvoorwaarde voldoet, wordt hem bovendien op elk ogenblik een vergoeding toegekend gelijk aan het verschil tussen de weddetoelage van deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Op geen enkel ogenblik mag de weddetoelage van het personeelslid hoger zijn dan dit welke hij zou bekomen in de weddeschaal bedoeld in 1.

Indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde selectieambt geen weddetoelage genoot, wordt hem de voordeligste weddeschaal toegekend van titularis van één van de wervingsambten, dat toegang verleent tot dit selectieambt, volgens de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit; hij geniet bovendien en op elk ogenblik, tot hij de anciënniteitsvoorwaarde vervult, een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Afdeling III. - Bevorderingsambten

Art. 13.

§ 1. Voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

1° Directeur van een inrichting voor middelbaar onderwijs van de lagere graad.

GLSO
een bekwaamheidsdiploma van het hoger niveau van de tweede graad.

2° Directeur (studieprefect) van een inrichting voor middelbaar onderwijs van de hogere graad.

een bekwaamheidsbewijs van het hoger niveau van de 3de graad.
diploma van normaalschoolleraar.

§ 2. Weddeschalen :

1° Indien het personeelslid een dienstanciënniteit heeft van ten minste 10 jaar en een ambtsanciënniteit van ten minste 6 jaar :

de weddeschaal van de titularis van het bedoelde bevorderingsambt, definitief benoemd in het Rijksonderwijs, volgens de bekwaamheidsbewijzen waarvan hij houder is.

2° In de andere gevallen :

Indien het personeelslid een weddetoelage genoot op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde bevorderingsambt, behoudt hij de weddeschaal die hij genoot. In afwachting dat hij voldoet aan de dubbele anciënniteitsvoorwaarde, wordt hem bovendien en op elk ogenblik een vergoeding toegekend gelijk aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

Op geen enkel ogenblik mag de weddetoelage van dit personeelslid hoger zijn dan die welke hij zou bekomen in de weddeschaal bedoeld in 1.

Indien het personeelslid op het ogenblik van zijn aanstelling in het bedoelde bevorderingsambt geen weddetoelage genoot, wordt hem de voordeligste weddeschaal toegekend van de titularis van één der wervingsambten die toegang geven tot dit bevorderingsambt, volgens de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit.

Totdat hij voldoet aan de dubbele anciënniteitsvoorwaarde, geniet hij bovendien en op elk ogenblik, een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen de weddetoelage in deze schaal en de weddetoelage in de schaal bedoeld in 1.

HOOFDSTUK III. - A. OVERGANGSBEPALINGEN

Art. 14.

§ 1. De personeelsleden die een wervingsambt, een selectie- of een bevorderingsambt uitoefenen zonder in het bezit te zijn van een van de bekwaamheidsbewijzen vastgesteld in hoofdstuk II worden evenwel geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gedurende de periode tijdens dewelke zij een weddetoelage genieten bij toepassing van de bepalingen van dit besluit.

§ 2. Een personeelslid dat definitief benoemd is in een van de in artikel 2 vermelde ambten, kan voor dit ambt, dat hij al dan niet uitoefent in dezelfde inrichting of bij dezelfde inrichtende macht, gesubsidieerd worden zelfs indien hij dit ambt verlaten heeft om een der andere in artikel 2 vermelde ambten, uit te oefenen op voorwaarde dat de overgang van het ene naar het andere ambt geschiedt zonder onderbreking.

Afdeling I. - Wervingsambten

Art. 15.

Voor een personeelslid, dat op 31 augustus 1971 vast benoemd is in een van de wervingsambten vermeld in afdeling I van hoofdstuk II hierboven en dat niet in het bezit is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen, wordt de weddetoelage berekend

1° volgens de bepalingen van afdeling I van hoofdstuk II van dit besluit.

Indien de aldus vastgestelde weddetoelage lager is dan die welke het personeelslid genoot bij de uitoefening van zijn ambt op 31 augustus 1971, behoudt hij in dat ambt de hoogste weddetoelage tot wanneer hij volgens de organieke regeling van hoofdstuk II ten minste een gelijke weddetoelage bekomt.

2° In de weddeschaal toegekend aan de houders van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs uitoefenen en zo hij het voordeel van het hierboven sub 1° bepaalde niet kan genieten.

Indien de aldus vastgestelde weddetoelage lager is dan die welke het personeelslid genoot bij de uitoefening van zijn ambt op 31 augustus 1971, behoudt hij in dat ambt de hoogste weddetoelage, tot wanneer hij bij toepassing van deze bepaling, ten minste een gelijke weddetoelage bekomt.

Art. 16.

Voor een personeelslid, dat niet in het bezit is van de vereiste bekwaamheidsbewijzen en dat op 31 augustus 1971 niet vast benoemd is in een van de wervingsambten vermeld in afdeling I van hoofdstuk II hierboven, wordt de weddetoelage als volgt berekend :

1° Indien dit personeelslid in het Gesubsidieerd onderwijs vóór 1 mei 1969 in dienst is getreden, en sedertdien zonder onderbreking in dienst gebleven is en in dienst was op de dag van de werkelijke hervatting der lessen van het schooljaar 1971-1972.

in één van de weddeschalen vastgesteld in afdeling I van hoofdstuk II, indien hij één van de daarin vermelde bekwaamheidsbewijzen bezit.

Indien evenwel de aldus vastgestelde weddetoelage lager is dan die welke het personeelslid op 30 juni 1971 genoot bij de uitoefening van zijn ambt en in de mate dat hij hetzelfde ambt uitoefende, behoudt hij in dit ambt de hoogste weddetoelage tot wanneer hij volgens de organieke regeling van hoofdstuk II ten minste een gelijke weddetoelage bekomt;

in de weddeschaal toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs, die hetzelfde ambt uitoefent in het Rijksonderwijs, indien hij niet kan genieten van a) hierboven.

2° Indien dit personeelslid na 30 april 1969 en vóór 1 september 1971 in het Gesubsidieerd onderwijs in dienst is getreden, er sedertdien zonder onderbreking in dienst is gebleven en in dienst was op de dag van de werkelijke hervatting der lessen van het schooljaar 1971-1972.

in een van de weddeschalen vastgesteld in afdeling I van hoofdstuk II, indien hij een van de daarin bepaalde bekwaamheidsbewijzen bezit;
in de weddeschaal toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs uitoefent, indien hij niet kan genieten van a) hierboven.

3° Indien dit personeelslid in dienst getreden is na 31 augustus 1971 en vo'o'r 1 januari 1972 in het Gesubsidieerd onderwijs, en sedertdien zonder onderbreking in dienst is gebleven;

in één van de weddeschalen, vastgesteld in afdeling I van hoofdstuk II indien hij houder is van een van de daarin bepaalde bekwaamheidsbewijzen;
in de weddeschaal toegekend aan de houder van hetzelfde bekwaamheidsbewijs die hetzelfde ambt in het Rijksonderwijs uitoefent, indien hij niet kan genieten van a) hierboven.

Deze bepaling houdt echter op toepasselijk te zijn vanaf 1 september 1973.

Art. 17.

In afwijking van de bepalingen van artikel 16 hierboven.

§ 1. Zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar in de katholieke godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° , indien zij in dienst getreden zijn vóór 1 september 1971 en aan de bepalingen van artikel 16, 3° , indien zij in dienst getreden zijn na 31 augustus 1971 en vóór 1 november 1972.

§ 2. Zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar in de protestantse godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° , indien zij in dienst zijn getreden vóór 1 september 1973.

§ 3. Zijn de personeelsleden die het ambt uitoefenen van leraar in de israëlitische godsdienst onderworpen aan de bepalingen van artikel 16, 1° .

Afdeling II. - Selectie- en bevorderingsambten

Art. 18.

Onverminderd de bepalingen van artikelen 5 en 6 van het voormeld koninklijk besluit van 14 april 1964, wordt voor een personeelslid dat niet in het bezit is van de bekwaamheidsbewijzen bedoeld in hoofdstuk II, afdeling II of afdeling III naargelang van het uitgeoefende ambt, de weddetoelage vastgesteld in de weddeschaal voorzien door de bepalingen van artikel 12, § 2 of van artikel 13, § 2, volgens het geval :

1° zonder tijdsbeperking, indien hij op de datum van 31 augustus 1975, vast benoemd is in het betrokken ambt;

2° zolang hij het bedoelde ambt uitoefent zonder onderbreking, indien hij het uitoefende op de datum van 31 augustus 1975, zonder erin vast benoemd te zijn.

B. Bijzondere bepalingen

Art. 19.

§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 9, 12, 14, 16, 17 en 18, worden niet als dienstonderbreking beschouwd :

de vakantieperiodes, de militaire dienst, de periode van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van de weddetoelage ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van weddetoelage voor een maximumduur van 8 werkdagen per schooljaar.

§ 2. Indien de in 2° van artikel 18 bedoelde personeelsleden vast benoemd zijn, zijn de bepalingen van 1° van genoemd artikel op hen van toepassing.

Art. 20.

De bepalingen van onderhavig besluit kunnen in geen enkel geval aanleiding geven tot een herziening van het bedrag van de weddetoelage die uitgekeerd werd ten voordele van de betrokken personeelsleden tijdens de periode van 1 september 1958 tot 31 augustus 1971.

Art. 21.

De titularis van een selectie- of bevorderingsambt in een inrichting voor lager secundair onderwijs is gemachtigd een overeenstemmend selectie- of bevorderingsambt op het hoger secundair niveau uit te oefenen, wanneer de inrichting voor lager secundair onderwijs omgevormd wordt in een inrichting voor hoger secundair onderwijs.

Hij blijft gesubsidieerd als vast benoemd personeelslid in het selectie- of bevorderingsambt op het lager secundair niveau, terwijl hij belast is met de uitoefening van het overeenstemmende selectie- of bevorderingsambt op het hoger secundair niveau, tenzij hij op grond van de bekwaamheidsbewijzen die hij bezit, op dit niveau kan vast benoemd worden. Hij blijft de weddeschaal genieten toegekend aan het ambt dat hij uitoefende op het lager secundair niveau, vermeerderd met de vergoedingen voor hogere functies, die hij zou genieten indien hij lid was van het personeel van het Rijksonderwijs.

Art. 22.

Artikel 4 van het hogervermeld koninklijk besluit van 14 april 1964 wordt vervangen door de volgende bepalingen :

"Artikel 4. De voldoende geachte bevoegdheidsbewijzen, bedoeld in artikel 3, worden gerangschikt in groep B met uitzondering van de volgende bekwaamheidsbewijzen die gerangschikt worden in groep A : de wettelijke graad of het wetenschappelijk diploma van licentiaat, van apotheker, van doctor, van burgerlijk ingenieur of van landbouwkundig ingenieur."

C. Slotbepalingen

Art. 23.

De weddetoelagen van de personeelsleden, bedoeld in dit besluit, zijn vastgesteld overeenkomstig de hierboven bepaalde modaliteiten, de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, evenals de bepalingen vastgesteld bij het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 7 van voornoemd besluit.

Art. 24.

De weddetoelagen van de in dit besluit bedoelde personeelsleden, worden verhoogd met de verschillende vergoedingen waarop de belanghebbenden recht zouden hebben indien zij zouden behoren tot het personeel van het Rijksonderwijs.

Art. 25.

Wanneer bij toepasssing van de bepalingen van dit besluit de toegekende weddeschaal op elk ogenblik verminderd wordt met een tweejaarlijkse verhoging, is de waarde van deze laatste gelijk aan de eerste der tweejaarlijkse verhogingen die de schaal bevat.

Art. 26.

Dit besluit heeft uitwerking op 1 september 1971, met uitzondering van artikel 6, dat uitwerking heeft op 1 september 1974 en van artikel 22 dat in werking treedt na afloop van het schooljaar 1974-1975.

Art. 27.

Onze Ministers van Nationale Opvoeding zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

MINISTERIE VAN NATIONALE Aangetekend te verzenden aan het

OPVOEDING adres hiernaast ten laatste de

EN NEDERLANDSE CULTUUR dertigste dag na de indiensttreding van het personeelslid (*).

Algemene Directie van het

Secundair Onderwijs

---

Gesubsidieerde inrichtingen

Koningsstraat 138, 1000 Brussel

BETREFT : Verklaring betreffende de aanwerving van de houder van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs uit de groep B.

Ik ondergetekende, vertegenwoordiger van de inrichtende macht van de inrichting voor middelbaar onderwijs ...................

...............................................................

die een betrekking moet begeven van ....uren/week in het ambt of de ambten van ..............................................

................................

op het niveau van het lager en/of hoger middelbaar onderwijs.

VERKLAAR :

1° de prestaties, die deze betrekking omvat te hebben aangeboden aan de personeelsleden vermeld op de keerzijde, die ze geweigerd hebben;

2° in de onmogelijkheid te zijn geweest een kandidaat aan te werven met het vereiste bekwaamheidsbewijs of met een bekwaamheidsbewijs dat behoort tot de groep A of een bekwaamheidsbewijs bedoeld in de artikelen 3, 5, en 6 van het koninklijk besluit van 14 april 1964 ondanks volgende maatregelen : .................................................

...............................................................

3° derhalve te hebben aangeworven M. .....................

geboren de ..............te..................

Betrokkene, die in dienst getreden is op ......................

is houder van volgende bekwaamheidsbewijzen :

- diploma, getuigschrift of brevet van ...................

...............................................................

afgeleverd op ...............door .............................

...............................................................

- nuttige ervaring in een ambacht of een beroep van de specialiteit van het te onderwijzen vak en heeft in het onderwijs volgende vorige diensten gepresteerd : ...............................................................

...............................................................

Huidige prestaties in het onderwijs (ambt(en) en aantal uren) : ...............................................................

...............................................................

Deze aanwerving is één van de gevallen bedoeld in het koninklijk besluit van 30 juli 1975.

1° artikel 6, § 1, 2° a)................ja neen (1)

b)................ja neen (1)

c)................ja neen (1)

2° artikel 6, § 4 ................ja neen (1)

3° artikel 6, § 5 ................ja neen (1)

(Eventueel : datum van de gunstige adviezen reeds uitgebracht door de Commissie.)

_____________________________________________________________

Personeelsleden van de betrokken inrichting, houder van het vereiste bekwaamheidsbewijs of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs uit groep A, of van een bekwaamheidsbewijs, voldoende geacht krachtens de artikelen 3, 5 en 6 van het koninklijk besluit van 14 april 1964, die in het onderwijs met volledig leerplan een hoofdambt met onvolledige prestaties uitoefenen.

_____________________________________________________________

Naam, voornaam Handtekening Datum :

na weigering :

_____________________________________________________________

enz.

_____________________________________________________________

Datum :

De inrichtende macht,

Handtekening,

___________________

(*) Per betrekking dient een afzonderlijk formulier te worden ingevuld.

(1) Doorhalen wat niet past.

- (1): Voor zover het bekwaamheidsbewijzen vaststelt, opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop het Besluit van de Vlaamse Regering; Art. 21, dd. 14-6-1989, van toepassing is.

- (2): Voor zover het bekwaamheidsbewijzen vaststelt, opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop het Besluit van de Vlaamse Regering; Art. 14, dd. 26-9-1990, van toepassing is.

- (3): Deze bepaling heeft vanaf 1 september 1979 uitwerking, en is uitsluitend toepasselijk op de onderwijsinrichtingen met het Nederlands als onderwijstaal, alsmede op die welke in het Nederlands taalgebied gelegen zijn.