OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het inschrijvingsgeld in het deeltijds kunstonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    07 JULI 1993
  • publicatiedatum
    B.S.02/09/1993
  • datum laatste wijziging
    27/11/2001

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 13-7-2001 - B.S. 27-11-2001

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 12, §§ 2 en 3, zoals gewijzigd bij de decreten van 23 oktober 1991 en 9 april 1992;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op de artikelen 90, 2° en 91, 2°;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst, inzonderheid op artikel 18, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juli 1992;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs studierichtingen muziek, woordkunst, dans, inzonderheid op artikel 27, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juli 1992;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 15 juni 1993;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de in dit besluit bepaalde maatregelen in werking moeten treden op 1 september 1993 en dat op die datum rechtszekerheid moet bestaan in verband met het inschrijvingsgeld;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

In het deeltijds kunstonderwijs moet een leerling voor elke studierichting waarvoor hij zich inschrijft, inschrijvingsgeld betalen.

Art. 2.

[§ 1. Het inschrijvingsgeld voor de leerlingen van het deeltijds kunstonderwijs bedraagt 1500 frank als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie.

§ 2. In alle andere gevallen bedraagt het inschrijvingsgeld 4500 frank tot en met het schooljaar 1999-2000, 5500 frank in de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 en 6000 frank vanaf het schooljaar 2002-2003.]

B.Vl.R.8-6-1999

Art. 3.

[§ 1. Het verminderd inschrijvingsgeld voor de leerlingen van het deeltijds kunstonderwijs bedraagt 1 000 frank als de leerling de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie.

§ 2. In alle andere gevallen bedraagt het verminderd inschrijvingsgeld 3 000 frank tot en met het schooljaar 1999-2000, 4 000 frank in de schooljaren 2000-2001 en 2001-2002 en 4 500 frank vanaf het schooljaar 2002-2003.]

B.Vl.R.8-6-1999

Art. 4.

Om voor het verminderde inschrijvingsgeld in aanmerking te komen, moet de leerling :

1° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is, of dat hij ten laste is van een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze; de tewerkgestelde werklozen en gepensioneerden met brugpensioen, en de personen die zij ten laste hebben, komen niet in aanmerking voor het verminderde inschrijvingsgeld;

2° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij :

verplicht ingeschreven is als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid;
het bestaansminimum ontvangt;
persoon ten laste is van een persoon, bedoeld in a) of in b);

3° een attest overleggen, uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit blijkt dat hij :

gehandicapt is met een arbeidsongeschiktheid van ten minste 65 %;
recht heeft op een tegemoetkoming als gehandicapte;
persoon ten laste is van een persoon, bedoeld in a) of in b);

4° het bewijs overleggen dat hij in een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling verblijft;

5° het bewijs overleggen dat hij het statuut van erkend politiek vluchteling heeft of ten laste is van een dergelijke persoon.

De instellingen voor deeltijds kunstonderwijs bewaren het attest of het bewijs, genoemd in de punten 1° tot 6°, in het individuele leerlingendossier. Het wordt voor controle overgelegd op verzoek van de verificatiedienst van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 5.

§ 1. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie, moet slechts het verminderde inschrijvingsgeld betalen indien een ander lid van het gezin waartoe hij behoort het inschrijvingsgeld reeds heeft betaald in dezelfde of in een andere instelling voor deeltijds kunstonderwijs. De instellingen voor deeltijds kunstonderwijs bewaren het bewijs van deze betaling in het individueel leerlingendossier. Het wordt voor controle overgelegd op verzoek van de verificatiedienst van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 2. Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar in kwestie moet slechts het verminderde inschrijvingsgeld betalen voor iedere extra inschrijving in een andere studierichting in dezelfde of in een andere instelling voor deeltijds kunstonderwijs.

Art. 6.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, stelt de modaliteiten van de inning van het inschrijvingsgeld vast.

Art. 7.

De volgende artikelen worden opgeheven : ...

Art. 8.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1993.

Art. 9.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.