OPGEHEVEN : Koninklijk besluit tot regeling van de inrichting der tijdelijke scholen en leergangen van het technisch onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    31 DECEMBER 1960
  • publicatiedatum
    B.S.05/04/1961
  • datum laatste wijziging
    31/08/2007

COORDINATIE

K.B. 23-6-1969 - B.S. 22-11-1969

opgeheven door Decr. 15-6-2007 - B.S. 31-8-2007

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen, tegenwoordigen en toekomenden, Heil.

Gelet op de wetten op het technisch onderwijs, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 30 april 1957, inzonderheid op de artikelen 11 en 17;

Gelet op de wet van 29 mei 1959, tot wijziging van de wetgeving betreffende het bewaarschoolonderwijs, het lager, middelbaar, normaal-, technisch en kunstonderwijs.

Gelet op het koninklijk besluit van 31 augustus 1960, houdende vaststelling van het bedrag der werkingskosten voor het technisch onderwijs, inzonderheid op de artikelen 5 en 6;

Overwegende dat de inrichting van tijdelijke scholen en leergangen gereglementeerd dient te worden;

Gelet op artikel 2, tweede lid, van de wet van 23 december 1946, houdende instelling van een Raad van State;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Openbaar Onderwijs,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

Moeten beschouwd worden als tijdelijke scholen en leergangen :

1° de scholen en leergangen die niet aan bestendige behoeften beantwoorden en die om die reden met onregelmatige tussenpozen ingericht worden;

2° de experimentele scholen en leergangen, d.w.z. die voorbereiden tot onlangs opgerichte finaliteiten en waarvoor het momenteel niet mogelijk is de structuur, de leerplannen en de lesroosters definitief vast te stellen;

3° de onderwijssectoren met beperkt leerplan, die niet in een bestaande afdeling kunnen ingeschakeld worden en waarvan de totale duur, per leerling, de 80 lesuren niet overtreft;

[4° leergangen van om het even welk niveau die door de Minister, na advies van het Bestendig Bureau van de Hoge Raad voor het Technisch Onderwijs, erkend worden als bijscholingsleergangen voor werknemers uit de nijverheidssector. Deze leergangen omvatten ten hoogste 160 lesuren, gegeven in één schooljaar.]

K.B.23-6-1969

Art. 2.

De besluiten houdende de oprichting of de toelating tot de subsidiëring van tijdelijke scholen en leergangen zijn slechts geldig voor maximum één schooljaar en mogen van jaar tot jaar verlengd worden.

Art. 3.

Voor de scholen en leergangen bedoeld onder 1° van artikel 1, mag de toelating tot de subsidiëring slechts één enkele maal verlengd worden zonder onderbreking.

Voor de scholen en leergangen bedoeld onder 2° van artikel 1, mag de toelating tot de subsidiëring in de categorie der tijdelijke scholen en leergangen het schooljaar niet overschrijden in de loop waarvan de normale cyclus voor de tweede maal beëindigd wordt.

[Voor de leergangen van eenzelfde specialiteit, bedoeld onder 4° van ditzelfde artikel, blijft de toelating tot de subsidiëring beperkt tot ten hoogste twee achtereenvolgende schooljaren in eenzelfde gemeente of agglomeratie.]

K.B.23-6-1969

Art. 4.

In afwijking van het koninklijk besluit van 6 maart 1954, en van het koninklijk besluit van 29 december 1956, wordt het personeel van de tijdelijke scholen en leergangen ad interim benoemd en erkend voor de periode gelijk aan de jaarlijkse werkingsduur.

Art. 5.

Bij toepassing van de bepalingen van het derde lid van artikel 36 der wet van 29 mei 1959, worden de weddetoelagen in één keer ten voordele van de Inrichtende Macht uitbetaald.

Deze is ertoe gehouden het bewijs te leveren dat de voorschriften van artikel 26 van de wet van 29 mei 1959 nageleefd werden.

Art. 6.

De leerlingen van de tijdelijke scholen en leergangen krijgen een getuigschrift waarop de vakken van de leerplannen vermeld zijn, alsmede de proeven die ze met vrucht hebben afgelegd, d.w.z. die waarin ze voor elk van de vakken 50 % der punten hebben behaald.

Art. 7.

...

Art. 8.

Onze Minister van Openbaar Onderwijs is met de uitvoering van dit besluit belast.