OPGEHEVEN : Koninklijk besluit tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van rentetoelagen tot het bouwen van restaurants en tehuizen voor universiteitsstudenten.

  • goedkeuringsdatum
    14 MAART 1975
  • publicatiedatum
    B.S.22/03/1975
  • datum laatste wijziging
    13/02/2017

COORDINATIE

K.B. 19- 8-1975 - B.S. 27- 8-1975

Opgeheven door Decr. 23-12-2016 - B.S. 13-2-2017

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 28 april 1953 op de inrichting van het hoger onderwijs in de rijksuniversiteiten, meer bepaald artikel 55ter, ingelast door de wet van 16 juli 1970 en gewijzigd door de wetten van 27 juli 1971 en 30 juli 1973;

Gelet op de wet van 22 april 1958 tot oprichting van een Fonds voor schoolgebouwen en gebouwen in schoolverband van het Rijk en houdende sommige maatregelen betreffende de onroerende installaties in de inrichtingen voor universitair onderwijs die geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden op kosten van de Staat, meer bepaald artikel 10bis, ingelast door de wet van 16 juli 1970 en gewijzigd door de wet van 27 juli 1971;

Gelet op de wet van 2 augustus 1960 betreffende de tussenkomst van de Staat in de financiering van de vrije universiteiten en van verschillende inrichtingen voor hoger onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek, meer bepaald de artikelen 6bis en 8ter, ingelast door de wet van 16 juli 1970 en gewijzigd door de wetten van 27 juli 1971 en 30 juli 1973;

Gelet op de wetten op de Raad van state, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid artikel 3, 1ste lid;

Gelet op de hoogdringendheid;

Op de voordracht van Onze Ministers van Nationale Opvoeding, Onze Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid en op het advies van Onze in raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

De universitaire inrichtingen, vernoemd in artikel 55ter van de wet van 28 april 1953 op de inrichting van het hoger onderwijs in de rijksuniversiteiten en in artikel 8ter van de wet van 2 augustus 1960 betreffende de tussenkomst van de Staat in de financiering van de vrije universiteiten en van verschillende inrichtingen voor hoger onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek zoals deze gewijzigd werden, kunnen voor de periode 1973-1979 de in die artikelen genoemde rentetoelagen verkrijgen wanneer de verrichtingen welke rechtstreeks bijdragen tot het bouwen van studentenrestaurants en -tehuizen voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 en artikel 3 van dit besluit.

Art. 2.

Het aantal plaatsen in studententehuizen van een instelling mag ten hoogste gelijk zijn aan een derde van het aantal buitenhuis verblijvende studenten.

Toelating tot het bouwen van maximum 250 bijkomende plaatsen worden gegeven aan een volledige universiteit wanneer dit derde het aantal beschikbare plaatsen met 125 overtreft.

Toelating tot het bouwen van maximum 125 bijkomende plaatsen wordt gegeven aan een onvolledige universitaire instelling wanneer dit derde het aantal beschikbare plaatsen met 65 overtreft.

Het aantal plaatsen in studentenrestaurants van een instelling mag ten hoogste gelijk zijn aan een vierde van het aantal studenten die in aanmerking komen voor de berekening van de werkingstoelagen.

Toelating tot het bouwen van maximum 400 bijkomende plaatsen wordt gegeven aan een volledige universiteit wanneer dit vierde het aantal plaatsen met 200 overtreft.

Toelating tot bouwen van maximum 200 bijkomende plaatsen wordt gegeven aan een onvolledige universitaire instelling wanneer dit vierde het aantal plaatsen met 100 overtreft.

Art. 3.

De kostprijs mag ten hoogste 392.000 frank bedragen voor een plaats in een studentenhuis en 98.000 frank voor een plaats in een studentenrestaurant.

[Deze kosten stemmen overeen met de index van de bouwprijzen van het tweede semester 1973. Hij wordt elke semester herzien in functie van de schommeling van de vergoedingscoëfficiënt van de oorlogsschade.]

K.B.19- 8-1975

Art. 4.

Onze Eerste Minister, Onze Ministers van Nationale Opvoeding en Onze Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.