OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van nadere regels voor het opmaken van de begroting en de personeelsformatie van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

  • goedkeuringsdatum
    08 FEBRUARI 1995
  • publicatiedatum
    B.S.11/04/1995
  • datum laatste wijziging
    06/05/2008

COORDINATIE

opgeheven door B.Vl.R. 21-12-2007 - B.S. 28-4-2008

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 154, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994 en artikel 158, gewijzigd bij decreet van 27 januari 1993;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 20 september 1994;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging :

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° "decreet" : het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;

2° "afdeling" : structureel onderdeel van de begroting bedoeld in artikel 154 van het decreet;

3° "onderafdeling" : structureel onderdeel van afdeling IV;

4° "gecumuleerd saldo jaar t" : het bedrag per afdeling of, wat afdeling IV betreft, per onderafdeling, dat gelijk is aan de som van het gecumuleerd saldo van het jaar t - 1 en van het verschil tussen de gerealiseerde inkomsten en de gedane uitgaven tijdens het jaar t.

HOOFDSTUK II. - De begroting

Art. 2.

§ 1. De begroting is een akte waarbij alle inkomsten en alle uitgaven ongeacht de oorsprong of de bestemming ervan, door het universiteitsbestuur worden geraamd en toegestaan.

De rechten welke tijdens het begrotingsjaar ten bate van de universiteit opeisbaar worden, worden als inkomsten geraamd en ingeschreven op de begroting.

De rechten welke tijdens het begrotingsjaar ten laste van de universiteit opeisbaar worden, worden als uitgaven geraamd en ingeschreven op de begroting.

De goedgekeurde begroting machtigt de universiteit de op de begroting ingeschreven inkomsten en uitgaven te verrichten.

§ 2. Het universiteitsbestuur mag geen uitgaven doen boven de per artikel ingeschreven bedragen. Het mag die bedragen niet verhogen met niet ingeschreven inkomsten.

§ 3. Per afdeling van de begroting zijn de gezamenlijke inkomsten bestemd voor de gezamenlijke uitgaven.

§ 4. In afwijking van het bepaalde in § 2 hebben de bedragen ingeschreven om de uitgaven te dekken van de afdelingen III, IV, V en VI het karakter van variabele kredieten. De hoogte van de toegestane uitgaven wordt beperkt door de hoogte van de werkelijk geboekte inkomsten per afdeling of onderafdeling.

§ 5. Wanneer de uitvoering van een door het universiteitsbestuur aangegane verbintenis of verplichting het begrotingsjaar overschrijdt, wordt op de begroting slechts het bedrag ingeschreven dat tijdens het betrokken begrotingsjaar opeisbaar wordt. Het universiteitsbestuur raamt in een toelichtende staat bij de begroting de totale kostprijs van de verbintenis of verplichting en de spreiding van de eraan verbonden uitgaven over de volgende begrotingsjaren en deelt de stand van de uitvoering mee.

HOOFDSTUK III. - Opmaak van de begroting

Art. 3.

§ 1. Het universiteitsbestuur stelt de begroting vast overeenkomstig het in bijlage I van dit besluit gevoegde model. Daarnaast maakt het een administratief document op waarin het de uitgaven, vermeld in de artikelen van de begroting nader specifieert overeenkomstig de eigen interne administratieve en beheersmatige organisatie en de delegatie van beslissingsbevoegdheden binnen de universiteit.

§ 2. De zes afdelingen van de begroting zijn onderverdeeld in artikelen waarin gelijksoortige ontvangsten of uitgaven zijn samengebracht.

§ 3. De afdelingen "Werking" en "Investeringen" van de begroting kunnen onder afzonderlijke artikelen provisionele kredieten bevatten. Het gaat om middelen die op het moment van de begrotingsvaststelling niet aan andere artikelen kunnen worden toegewezen. Het universiteitsbestuur kan deze provisionele kredieten in de loop van het begrotingsjaar aanwenden bovenop de per artikel beschikbare kredieten binnen de afdeling op voorwaarde dat :

1° het volume van de personeelskosten wordt beperkt overeenkomstig het bepaalde in artikel 160 van het decreet en

2° de personeelsformatie niet overschreden wordt.

De niet gebruikte provisionele kredieten worden bij het gecumuleerd saldo van het betrokken begrotingsjaar gevoegd.

Art. 4.

De begroting bevat een raming van de interne verrekeningen en van de overschrijvingen.

Er is verrekening wanneer de door een afdeling ten behoeve van een andere afdeling gemaakte kosten of geleverde prestaties door de andere afdeling worden vergoed door middel van een overschrijving.

Een overschrijving bestaat in het overbrengen van een bedrag van een uitgavenartikel van een afdeling naar een inkomstenartikel van een andere afdeling.

Interne verrekeningen worden op afzonderlijke artikelen van de betrokken afdelingen ingeschreven.

Art. 5.

Het universiteitsbestuur voegt bij de begroting van de afdeling "Investeringen" een aflossingsschema van de uitstaande leningen welke zijn aangegaan voor het dekken van de investeringen bedoeld in artikel 139 van het decreet.

HOOFDSTUK IV. - Wijziging van de begroting

Art. 6.

§ 1. De Vlaamse regering dient elke wijziging van de uitgaven van een artikel in de loop van het begrotingsjaar goed te keuren binnen dertig dagen na mededeling ervan aan de commissaris van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering stelt het universiteitsbestuur binnen dezelfde termijn in kennis van haar bezwaren en opmerkingen. Na het verstrijken van die termijn wordt de begrotingswijziging geacht goedgekeurd te zijn. Het universiteitsbestuur kan de begrotingswijziging pas uitvoeren na de goedkeuring ervan of na het verstrijken van de termijn.

§ 2. In afwijking van § 1 mag het universiteitsbestuur in uitzonderlijke omstandigheden en wegens de dringende noodzaak ervan uitgaven aangaan die het betrokken uitgavenartikel overschrijden. In dat geval duidt het binnen de afdeling de uitgavenartikelen aan die voor een zelfde bedrag worden verminderd of de ontvangstartikelen die met een zelfde of met een hoger bedrag worden vermeerderd. Die wijzigingen moeten het voorwerp uitmaken van een formele begrotingswijziging zoals bedoeld in § 1. Deze laatste moet binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van de beslissing tot aanpassing van de begroting aan de commissaris van de Vlaamse regering worden meegedeeld en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.

HOOFDSTUK V. - Personeelsformatie

Art. 7.

De universiteiten voegen bij de begroting de personeelsformatie bedoeld in artikel 158 van het decreet. Het formatiedocument, dat als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bevat het aantal formatieplaatsen van het zelfstandig academisch personeel, het assisterend academisch personeel en het administratief en technisch personeel enerzijds en de begrote bezettingsgraad in het desbetreffende begrotingsjaar anderzijds (budgettaire eenheden).

De verschillende artikelen personeelskosten van de afdeling Werking bevatten de personeelskosten berekend op basis van de begrote bezettingsgraad, inclusief nieuwe indiensttredingen en bevorderingen.

Het formatiedocument vermeldt tevens het aantal formatieplaatsen van gastprofessoren en de begrote bezetting.

HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen en slotbepalingen

Art. 8.

De commissaris van de Vlaamse regering en de afgevaardigde van financiën zien elk wat hem betreft, toe op de toepassing van dit besluit.

Art. 9.

De Vlaamse regering deelt de goedgekeurde begroting van de universiteit mede aan de Vlaamse Raad.

Art. 10.

Dit besluit treedt in werking vanaf het begrotingsjaar 1995.

Art. 11.

Bij wijze van overgangsmaatregel wordt in de begroting 1995 het gecumuleerd saldo berekend overeenkomstig de voorschriften vastgelegd in het koninklijk besluit van 15 december 1977 tot vaststelling van de aanvullende regels voor het opmaken en de vorm van de begroting en rekeningen van de universitaire instellingen.

In de begroting 1996 wordt het gecumuleerd saldo jaar t - 1 berekend overeenkomstig de bepalingen van dit besluit van de Vlaamse regering.

Art. 12.

De Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage I

Afdeling I. - Werking

A. Gecumuleerd saldo jaar t - 1.

B. Inkomsten :

artikelen :

1. jaarlijkse werkingsuitkering inclusief aanvullende en bijkomende werkingsuitkeringen;

2. uitkeringen bedoeld in artikel 136 van het decreet;

3. overschrijvingen van afdeling V Patrimonium;

4. ABOS-uitkering.

C. Uitgaven :

artikelen :

1. uitgaven zelfstandig academisch personeel;

2. uitgaven assisterend academisch personeel;

3. uitgaven administratief en technisch personeel;

4. uitgaven gastprofessoren;

5. uitgaven wetenschappelijk personeel bedoeld in artikel 158 van het decreet;

6. werkings- en uitrustingsuitgaven;

7. overschrijving naar Bijzonder Onderzoeksfonds (besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 1994 betreffende de financiering van de geconcerteerde onderzoeksacties en van de speciale fondsen voor onderzoek aan de universiteiten en de Vlaamse Gemeenschap);

8. overschrijving naar Fonds voor onroerende universitaire investeringen (artikel 147 van het decreet).

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Afdeling II. - Investeringen

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

Artikelen :

1. jaarlijkse investeringsuitkering

2. uitzonderlijke investeringsuitkering (artikel 192, derde lid van het decreet);

3. verkoop onroerende goederen;

4. opbrengst leningen;

5. diverse inkomsten (o.a. financiële opbrengsten, verhuur en exploitatie onroerende goederen);

6. overschrijving van afdeling I Werking (artikel 147 van het decreet);

7. overschrijving van afdeling V Patrimonium.

C. Uitgaven :

Artikelen :

1. uitgaven aankoop grond en gebouwen;

2. uitgaven nieuwbouw;

3. uitgaven vernieuwbouw en grote herstellingen;

4. uitgaven zware wetenschappelijke apparatuur;

5. overschrijving naar afdeling III Sociale voorzieningen ten behoeve van de studenten (artikel 139 van het decreet);

6. financiële lasten.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Afdeling III. - Sociale voorzieningen ten behoeve van de studenten

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

Artikelen :

1. exploitatie-inkomsten studentenrestaurants;

2. inkomsten onroerende goederen;

3. overheidssubsidies;

4. investeringssubsidies (artikel 192, derde lid van het decreet);

5. opbrengst van leningen (artikel 55ter van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat en artikel 6 van de wet van 2 augustus 1960 betreffende de tussenkomst van de Staat in de financiering van de vrije universiteiten en van de diverse inrichtingen voor hoger onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek);

6. overschrijving van afdeling II Investeringen (artikel 139 van het decreet);

7. overschrijvingen van afdelingen V Patrimonium;

8. financiële baten;

9. andere inkomsten.

C. Uitgaven :

Artikelen :

1. personeelsuitgaven;

2. werkings- en uitrustingsuitgaven;

3. inversteringsuitgaven;

4. financiële lasten.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Afdeling IV - Onderzoeksfondsen en wetenschappelijke dienstverlening

1° Bijzonder Onderzoeksfonds:

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

Artikelen :

1. overheidsbijdrage;

2. overschrijving van de afdeling I Werking (besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 1994 betreffende de financiering van de geconcerteerde onderzoeksacties en van de speciale fondsen voor onderzoek aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap);

3. overschrijving van de afdeling V Patrimonium;

4. andere inkomsten.

C. Uitgaven :

Artikelen :

1. uitgaven wetenschappelijk personeel;

2. uitgaven ondersteunend personeel;

3. werkings- en uitrustingsuitgaven.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

2° Andere onderzoeksfondsen

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

Artikelen :

1. overheidsbijdrage;

2. bijdrage van internationale organen;

3. bijdrage private sector;

4. inkomsten wetenschappelijke dienstverlening;

5. andere inkomsten.

C. Uitgaven :

Artikelen :

1. uitgaven wetenschappelijk personeel;

2. uitgaven ondersteunend personeel;

3. werkings-en uitrustingsuitgaven;

4. andere uitgaven.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Afdeling V. - Patrimonium

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

Artikelen :

1. inschrijvingsgelden en examengelden;

2. financiële inkomsten;

3. opbrengst van onroerende goederen patrimonium;

4. overheadontvangsten;

5. postacademische vorming;

6. giften, schenkingen en legaten;

7. diverse inkomsten (o.a. dienstverlening...).

C. Uitgaven :

Artikelen :

1. uitgaven wetenschappelijk personeel;

2. uitgaven ondersteunend personeel;

3. uitgaven gastprofessoren;

4. werkings- en uitrustingsuitgaven;

5. onroerende investeringsuitgaven;

6. financiële lasten;

7. overschrijvingen naar andere afdelingen.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Afdeling VI. - Voor orde

A. Gecumuleerd saldo jaar t-1.

B. Inkomsten :

artikelen :

1. van publieke oorsprong;

2. van private oorsprong.

C. Uitgaven :

artikelen :

1. ten bate van studenten;

2. ten bate van personeelsleden;

3. andere.

D. Gecumuleerd saldo jaar t.

Bijlage II

Model formatiedocument

aantal plaatsen (voltijdse eenheden)

bezitting jaar t of budgettaire eenheden

gewoon hoogleraar

buitengewoon hoogleraar

GHL + BGHL

hoogleraar

GHL + BGHL + HL

hoofddocent

docent

uitdovend kader VW

totaal ZAP

AAP

totaal AP

ATP

Niveau 1

Niveau 2+

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

gastprofessoren

(buiten formatie)