OPGEHEVEN : Koninklijk besluit houdende instelling van een onderzoeksraad aan de universitaire instellingen.

  • goedkeuringsdatum
    14 JUNI 1978
  • publicatiedatum
    B.S.01/09/1978
  • datum laatste wijziging
    13/07/2001
  • erratum
    B.S.28-12-1978

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 20-4-2001 - B.S. 13-7-2001

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikelen 29 en 67 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 28 april 1953 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs aan de Rijksuniversiteiten, zoals zij gewijzigd werd;

Gelet op de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen, zoals zij gewijzigd werd;

Gelet op de besluitwet van 27 december 1944 houdende de oprichting van het Instituut ter Aanmoediging van het Weten-schappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw, zoals zij gewijzigd werd;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 1965 betreffende de financiering van programma's van collectief fundamenteel onderzoek;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 tot vaststelling van de samenstellende elementen van de ontvangsten en uitgaven van het patrimonium van de universitaire instellingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 juli 1976 betreffende de financiering van de geconcerteerde onderzoeksacties tussen de Staat en de universitaire instellingen die gemach-tigd zijn diploma's van de tweede en derde cyclus uit te reiken;

Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 12 januari 1973, en inzon-derheid op artikel 3, lid 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Eerste Minister, Onze Minister van Economische Zaken, Onze Ministers van Nationale Opvoeding, Onze Minister van Landbouw en Middenstand, Onze Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu en Onze Minister van Wetenschapsbeleid, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

Voor de verwezenlijking van hun onderzoeksbeleid beschikken de universitaire instellingen, vermeld in artikel 25 van de wet van 27 juli 1971, op de financiering en de controle van de universitaire instellingen, gewijzigd door de wetten van 30 juli 1973, 17 januari 1974 en 5 januari 1976, over volgende financiële middelen :

1° een gedeelte van de werkingstoelagen toegekend door de Staat op basis van de beschikkingen van voornoemde wet van 27 juli 1971;

2° de toelagen verleend aan de instelling of aan leden van haar personeel in het kader van de overeenkomsten afgesloten voor de financiering van programma's voor collectief fundamenteel onderzoek op initiatief van de navorsers door de Fondsen beheerd door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, dit wil zeggen :

het Fonds voor Collectief Fundamenteel Onderzoek;
het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek;
het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen;

3° de toelagen door de Staat verleend aan de instellingen in het kader van de geconcerteerde onderzoeksacties;

4° de andere financiële onderzoeksmiddelen rechtstreeks of onrechtstreeks door de openbare overheden toegekend aan de instelling of aan de leden van haar personeel, waaronder onder meer de onderzoeksprogramma's op regeringsimpuls, de programma's van collectief fundamenteel onderzoek op ministerieel initiatief, de andere onderzoeksprogramma's van het Instituut ter Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw;

5° de sommen verworven uit alle andere contracten van onderzoek verricht in de schoot van de instelling, waaronder onder meer deze afgesloten met internationale organismen;

6° de sommen voortkomend uit giften en schenkingen bestemd voor onderzoek uit de economische valorisatie van wetenschappelijke werkzaamheden, alsmede andere voor onderzoek bestemde middelen uit de eigen inkomsten van de instelling.

Art. 2.

§ 1. Om, uit hun hoofde, of uit hoofde van de leden van het in hun schoot tewerkgesteld personeel, te genieten van de toelagen of de andere financiële middelen, bedoeld in artikel 1, 2° tot 4° , richten de universitaire instellingen in hun schoot een onderzoeksraad op.

Twee of meerdere universitaire instellingen kunnen samen één enkele onderzoeksraad oprichten.

§ 2. De raad van beheer van de instelling bepaalt de modaliteiten voor de samenstelling en werking van de onderzoeksraad, rekening houdend met volgende regels :

1° de onderzoeksraad omvat ten minste tien en ten hoogste twintig leden, die een multidisciplinaire vertegenwoordiging vormen van het onderwijzend en van het vastbenoemd wetenschappelijk personeel met inbegrip van het wetenschappelijk personeel dat op basis van een contract van onbepaalde duur werkzaam is in de instelling.

2° de leden van de onderzoeksraad worden door de raad van beheer verkozen uit ten minste een dubbel aantal kandidaten die per departement, of per faculteit zo er geen departementen bestaan in de instelling, worden voorgedragen door de leden van het onderwijzend en van het vastbenoemd wetenschappelijk personeel met inbegrip van het wetenschappelijk personeel dat op basis van een contract van onbepaalde duur werkzaam is in de instelling;

3° buiten de aldus verkozen leden, duidt de raad van beheer tussen zijn leden de voorzitter van de onderzoeksraad aan;

4° bij de onderzoeksraad wordt een bureau opgericht, voorgezeten door de voorzitter van de onderzoeksraad en verder bestaande uit ten minste vier en ten hoogste zes door de onderzoeksraad in zijn midden aangeduide leden; het bureau bereidt de werkzaamheden van de onderzoeksraad voor;

5° de regeringscommissaris of regeringsafgevaardigde en de afgevaardigde van de Minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft kunnen de vergaderingen van de onderzoeksraad bijwonen; de administrateuv van de instelling kan met raadgevende stem deze vergaderingen bijwonen.

Art. 3.

§1. De onderzoeksraad verstrekt aan de raad van beheer advies over het onderzoeksbeleid van de instelling, daarbij rekening houdend met de overwegingen van wetenschapsbeleid welke hem door bemiddeling van de raad van beheer door de bevoegde Ministers worden meegedeeld. De onderzoeksraad waakt, onder controle van de raad van beheer, over de algemene administratie van de onderzoeksmiddelen van de instelling.

§ 2. De onderzoeksraad kan aan de raad van beheer of aan het orgaan dat bij delegatie van de raad van beheer namens de instelling de toelagen aanvaardt of contracten afsluit, advies uitbrengen over alle onderzoeksprojecten die de instelling of de leden van het in haar schoot tewerkgesteld personeel voornemens zijn uit te voeren met de toelagen of andere financiële middelen bedoeld in artikel 1, 2° tot 4° , desgevallend na de promotor te hebben gehoord.

Deze onderzoeksprojecten worden aan de onderzoeksraad meegedeeld ten laaste één maand voor de indiening ervan.

Het advies van de onderzoeksraad heeft betrekking op de gevolgen van de voorgestelde projecten voor het onderzoeksbeleid van de instelling. Het kan toegevoegd worden aan de aanvraag, doch het kan deze aanvraag niet beletten of vertragen.

§ 3. De raad van beheer of het orgaan dat bij delegatie van de raad van beheer namens de instelling de toelagen aanvaardt of contracten afsluit kan aan de onderzoeksraad advies vragen over de projecten die de instelling of de leden van het in haar schoot werkzaam personeel voornemens zijn uit te voeren met de financiële middelen bedoeld in artikel 1, 5° .

§ 4. De onderzoeksraad doet aan de raad van beheer voorstellen over de besteding van de financiële middelen, bedoeld in artikel 1, 6° , alsmede over de besteding van de middelen bedoeld in artikel 1, 1° , voor zover deze middelen bij beslissing van de raad van beheer werden afgezonderd voor specifieke onderzoekingen mits inachtname van de voorschriften van de voornoemde wet van 27 juli 1971.

§ 5. De onderzoeksraad legt elk jaar ten laatste op 31 maart, aan de raad van beheer een verslag van zijn activi-teiten voor tijdens het laatst afgesloten burgerlijk jaar. Dit verslag bevat de analyse van de onderzoeksactiviteiten verricht in de instelling. Het vermeldt de onderzoeksprogramma's die in de instelling werden uitgevoerd met de eraan geaffecteerde personele en financiële middelen, gerangschikt volgens de categorieën vermeld in artikel 1, 1° tot 6° . Het omvat tevens een tabellarisch overzicht van de aantallen personeelsleden van de onderscheiden categorieën en in elk geval van het onderwijzend voltijds personeel, het onderwijzend deeltijds personeel, het tijdelijk respectievelijk vast benoemd wetenschappelijk kaderpersoneel en het op basis van een contract van beperkte respectievelijk onbeperkte duur wetenschappelijk of administratief en technisch personeel aangeworven buiten kader, telkens met vermelding van anciënniteit en kwalificatieniveau. Ook geeft het verslag de maatregelen weer die door de instelling werden getroffen om tegemoet te komen aan de voorschriften van dit besluit.

Na goedkeuring door de raad van beheer wordt het verslag overgemaakt aan de bevoegde Ministers.

Art. 4.

...

Art. 5.

Binnen de twee maand na de inwerkingtreding van dit besluit maakt de raad van beheer het tabellarisch overzicht van de aantallen personeelsleden bedoeld in artikel 3, § 5, over aan de bevoegde Ministers.

Art. 6.

Onze Ministers van Economische Zaken, Onze Ministers van Nationale Opvoeding, Onze Minister van Landbouw en Middenstand, Onze Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu en Onze Minister van Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.