OPGEHEVEN : Wet houdende oprichting en de werking van de Universitaire Instelling Antwerpen.

  • goedkeuringsdatum
    07 APRIL 1971
  • publicatiedatum
    B.S.15/05/1971
  • datum laatste wijziging
    01/10/2003

COORDINATIE

Wet 27-7-1971 - B.S. 17-9-1971

Wet 9-7-1976 - B.S. 2-10-1976

Decr. 28-3-1978 - B.S. 13-6-1978

Decr. 1-8-1978 - B.S. 15-3-1979

K.B. nr. 170, 30-12-1982 - B.S. 21-1-1983

Wet 21-6-1985 - B.S. 6-7-1985

Decr. 12-6-1991 - B.S. 4-7-1991

Decr. 27-1-1993 - B.S. 19-2-1993

Decr. 22-12-1995 - B.S. 1-2-1996

Decr. 14-7-1998 - B.S. 29-8-1998

Decr. 18-5-1999 - B.S. 20-7-1999

Decr. 20-4-2001 - B.S. 13-7-2001

opgeheven door Decr. 4-4-2003 - B.S. 14-7-2003

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

[Bij deze wet wordt de Universitaire Instelling Antwerpen opgericht. [[...]] Ze geniet de rechtspersoonlijkheid.]

Decr. 1-8-1978; [[ ]] Decr.12-6-1991

Art. 2.

[...]

Decr.1-8-1978

Art. 3.

De Universitaire Instelling Antwerpen heeft haar bestuurszetel in het administratief arrondissement Antwerpen.

Art. 4.

Het onderwijs heeft de academische vrijheid ten grondslag. [...] Cursussen, praktische oefeningen en werken kunnen gegeven worden in de taal die zij tot voorwerp hebben.

Decr.12-6-1991

Art. 5.

De Universitaire Instelling Antwerpen omvat volgende faculteiten : [Wetenschappen, Geneeskunde en Farmaceutische Wetenschappen, [[Rechten, Politieke en Sociale Wetenschappen]], Taal- en Letterkunde.]

Decr. 12-6-1991; [[ ]] Decr.18-5-1999

[...]

Decr.12-6-1991

HOOFDSTUK II. - De academische overheden

Afdeling 1. - Samenstelling en wijze van benoemen.

§ 1. De [raad van bestuur]

Decr.12-6-1991

Art. 6.

[A. [[Zijn lid van ambtswege :

1° de rector [[[...]]]³;

2° de voorzitter van iedere faculteit of, bij zijn afwezigheid, de ondervoorzitter;

3° [[[de Rector en de beheerder van het Universitair Centrum te Antwerpen]]]²;

4° de rector en de voorzitter van de algemene vergadering van de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius, te Antwerpen. [[[...]]]¹

De onder 3 en 4 bedoelde leden hebben raadgevende stem. De [[[raad van bestuur]]]¹ kan geldig vergaderen en beslissingen nemen zonder hun aanwezigheid, ze worden niet in aanmerking genomen voor het berekenen van het aanwezigheidsquorum, noch voor de paritaire samenstelling van de [[[raad van bestuur]]]¹.]]¹ [[;de beheerder en de afgevaardigd-bestuurder van het UZA wonen de vergaderingen van de Raad van Bestuur bij met raadgevende stem.]]³

B. Worden bij geheime stemming verkozen :

a) voor één jaar :

twee leden door de algemene vergadering van de studenten;

Voor de verkiezing van deze leden beschikken de leden van de algemene vergadering telkens over één stem. De twee kandidaten die het hoogst aantal stemmen behaalden, zijn gekozen.

b) voor twee jaar :

1° twee leden door de algemene vergadering van het [[zelfstandig academisch personeel]]²;

2° twee leden door de algemene vergadering van het [[assisterend academisch personeel]]²;

3° twee leden door de algemene vergadering van het administratief personeel [[en het technisch personeel]]².

Voor de verkiezing van de leden vermeld sub b), beschikken de leden van de bedoelde algemene vergadering, telkens over één stem. Zijn telkens gekozen : de kandidaat, behorende tot de katholieke denkrichting, die het hoogst aantal stemmen behaalde, evenals diegene die de meeste stemmen behaalde van de kandidaten, behorende tot de niet-katholieke denkrichting. Op het ogenblik van het indienen van hun kandidatuur, dienen de kandidaten bekend te maken tot welke denkrichting zij behoren. Bij ontstentenis van deze mededeling is de kandidatuur niet ontvankelijk. Indien de verklaring van één van de kandidaten betwist wordt door ten minste 9 personen, behorende tot de algemene vergadering waarvan ook de kandidaat deel uitmaakt, zal uitspraak gedaan worden door [[de Raad van Bestuur]]4.

De verkiezingen vermeld onder B, a en b, hebben plaats tijdens de maand mei. De verkozen en oefenen hun mandaat uit met ingang van 1 oktober van het verkiezingsjaar.[[Voor deze leden wordt een zelfde aantal opvolgers verkozen. Zij treden in de plaats van de titularis van zodra deze zijn mandaat voortijdig beëindigt of niet meer de kwalificatie bezit op basis waarvan hem dit mandaat werd verleend. Zij beëindigen het mandaat van hun voorganger.]]² [[De kandidaten moeten bij hun kandidaatstelling vermelden of ze kandideren voor een plaats als effectief lid dan wel als plaatsvervanger.]]5

De [[raad van bestuur]]² bepaalt verder de wijze waarop deze verkiezingen geschieden. Een [[besluit van de Vlaamse Regering]]² stelt de procedure vast volgens welke de [[Vlaamse Regering]]² de geschillen over de verkiezingen beslecht.

C. [[Worden door de Raad van Bestuur gecoöpteerd :]]4

a) voor twee jaar :

acht leden representatief voor de openbare, economische, sociale en culturele milieus van het Antwerpse. De termijn van hun mandaat valt samen met deze van de leden, vermeld in artikel 6, B, b).

b) [[...]]³

Elk mandaat sub C is onverenigbaar met welke betrekking ook in de Universitaire Instelling Antwerpen. [[...]]4

Behoudens de beperkingen voorzien in artikel 8, mogen alle bij toepassing van dit artikel toegekende mandaten hernieuwd worden.]

Wet 9-7-1976; [[ ]]¹ Decr. 1-8-1978; [[ ]]² Decr. 12-6-1991; [[ ]]³ Decr. 22-12-1995; [[ ]]4 Decr. 18-5-1999; [[ ]]5 Decr. 20-4-2001; [[[ ]]]¹ Decr. 12-6-1991; [[[ ]]]² Decr. 22-12-1995; [[[ ]]]³ Decr.18-5-1999

§ 2. Het vast bureau.

Art. 7.

De [raad van bestuur] stelt in eigen midden een vast bureau samen.

Decr.12-6-1991

[De Rector maakt van ambtswege deel uit van het vast bureau en de beheerder woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.]

Decr.22-12-1995

Worden bij geheime stemming door de [raad van bestuur] gekozen :

- een vertegenwoordiger van het [zelfstandig academisch personeel];

- een vertegenwoordiger van het [assisterend academisch personeel];

- een vertegenwoordiger van het administratief personeel en het [technisch personeel];

- een vertegenwoordiger van de studenten.

Decr.12-6-1991

De voorzitter van de [raad van bestuur] is tevens voorzitter van het vast bureau.

Decr.12-6-1991

[§ 3. De Rector.

Art. 8.

De Rector wordt door de Raad van Bestuur benoemd uit een lijst voorgedragen door de algemene vergadering van de in artikel 9 genoemde faculteitsraden en gekozen onder de gewone hoogleraren tijdens de maand mei die voorafgaat aan het verstrijken van het mandaat van de in dienst zijnde Rector.

De lijst bevat minimaal één en maximaal drie gerangschikte kandidaten.

Tot de stemming mag slechts worden overgegaan als ten minste de helft der leden aanwezig is of na een tweede oproep zo het quorum niet bereikt werd. De verdere procedure wordt bepaald door de Raad van Bestuur.

Het mandaat van de Rector duurt vier jaar en mag tweemaal worden hernieuwd.]

Decr.22-12-1995

§ 4. [De academische organen.]

Wet21-6-1985

Art. 9.

[De [[raad van bestuur]] richt de faculteiten, de scholen, de instituten, de interfacultaire centra, de leerstoelen, de departementen, de interdepartementele eenheden en alle andere organen op die hij noodzakelijk acht voor de organisatie van het onderwijs en het onderzoek en voor het verlenen van de graden of diploma's. Hij bepaalt de benaming, de samenstelling, de werking en de bevoegdheden ervan.

Hij stelt tevens vast tot welke van de voornoemde organen de opdrachten van onderwijs en onderzoek en het daaraan verbonden wetenschappelijk en administratief beheer behoren.]

Wet 21-6-1985; [[ ]] Decr.12-6-1991

Art. 10.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 2. - De bevoegdheid van de academische overheden

Art. 11.

§ 1. De [raad van bestuur] bezit voor het bestuur van de instelling alle bevoegdheden uitgenomen de bevoegdheid welke deze wet aan een andere overheid toekent.

Decr.12-6-1991

De [raad van bestuur] heeft onder meer de volgende bevoegdheden :

Decr.12-6-1991

1° hij benoemt de leden van het [zelfstandig academisch personeel, het assisterend academisch personeel, het administratief personeel en het technisch personeel]² [op advies van de bevoegde organen.]¹

[ ]¹ Wet 21-6-1985; [ ]² Decr.12-6-1991

2° hij stelt de jaarlijkse begroting op en beschikt over de kredieten [...];

Decr.12-6-1991

3° hij beslist over de bouwwerken;

4° hij stelt de plaatsvervangers en tijdelijken aan;

5° hij stelt zijn huishoudelijk reglement op, alsook het huishoudelijk reglement van het vast bureau; deze beide reglementen zullen in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd;

6° [hij bepaalt de tuchtregeling met waarborg van het recht op verdediging];

Decr.22-12-1995

7° hij richt de departementen, de scholen, de diensten en de interdepartementele eenheden op die nodig zijn voor de organisatie van het onderwijs en het onderzoek;

8° hij bepaalt de cursussen, werkzaamheden en praktische oefeningen, met betrekking tot de leerstof [...];

Decr.12-6-1991

9° hij bepaalt de verdeling, over de verschillende examens, van de vakken die voor het behalen van de [academische graden] voorgeschreven zijn;

Decr.12-6-1991

10° hij stelt jaarlijks de academische kalender op;

11° hij organiseert de examens, de wijze van beraadslaging en beslissing en de wijze waarop de [academische graden] worden toegekend;

Decr.12-6-1991

12° hij stelt de modellen vast van de getuigschriften en diploma's binnen de door de wetten en verordeningen gestelde grenzen;

13° hij verleent aan bevoegde personen machtiging om voor beperkte tijd vrije cursussen te geven;

14° hij bepaalt de voorwaarden waaronder de faculteiten de inschrijvingen van vrije leerlingen en vrije cursisten kunnen toestaan voor afzonderlijke cursussen;

15° [...]

Wet27-7-1971

16° hij bepaalt de wijze van openverklaring der cursussen;

17° hij bepaalt het bedrag van de presentiegelden van de leden van de [raad van bestuur] en van het vast bureau;

Decr.12-6-1991

18° hij beslist over de onderhoudswerken.

§ 2. [De Raad van bestuur kan voor bepaalde aangelegenheden de bevoegdheden die hem zijn toevertrouwd krachtens dit artikel overdragen aan het Vast Bureau, aan leden van de Raad van Bestuur, en aan leden van het administratief personeel, met de opdracht verslag uit te brengen over de genomen beslissingen. Deze overdracht van bevoegdheid zal altijd herroepbaar zijn. De overdracht van bevoegdheid is echter niet mogelijk voor de benoemingen bij het zelfstandig academisch personeel en bij de benoemingen in het administratief en technisch personeel van niveau I, voor de goedkeuring van de begrotingen en rekeningen en voor de bevoegdheden bepaald in artikel 11, § 1, 5° , 6° en 7° , en de jaarlijkse verslaggeving, zoals bepaald in de artikelen 70 en 162 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.]

Decr.27-1-1993

[Voor het beheer van het [[Universitair Ziekenhuis Antwerpen]] evenwel kan de [[raad van bestuur]] de bevoegdheden die hem zijn toevertrouwd krachtens § 1 van dit artikel, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een orgaan waarvan hij de samenstelling bepaalt, doch dat in ieder geval dient te bestaan uit evenveel personen behorende tot de katholieke denkrichting als tot de niet-katholieke denkrichting.

Deze overdracht van bevoegdheid zal altijd herroepbaar zijn.

Het hiervoor vermelde orgaan heeft de opdracht aan de [[raad van bestuur]] verslag uit te brengen over de genomen beslissingen.]

Wet 9-7-1976; [[ ]] Decr. 12-6-1991

§ 3. De raad vergadert niet indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de leden is opgekomen. Nadat opnieuw tot een vergadering is opgeroepen zonder dat meer dan de helft van de leden is opgekomen, wordt die vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.

§ 4. De leden van de [raad van bestuur] onthouden zich van medestemmen over zaken of personen die hen, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad persoonlijk aangaan.

Decr.12-6-1991

§ 5. Over personen wordt bij gesloten en ongetekende stembriefjes gestemd, over zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping. Indien bij het nemen van een besluit over een zaak geen der leden de stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

§ 6. Ieder aanwezig lid kan één stem uitbrengen. Voor het nemen van een beslissing of voor het geven van een advies is een meerderheid van drie vijfden van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco-stemmen of onthoudingen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

§ 7. De beslissingen van de raad van beheer mogen openbaar gemaakt worden. Nochtans kan de raad van beheer bij een tweederde meerderheid eisen bepaalde beslissingen tijdelijk geheim te houden.

Art. 12.

§ 1. Het vast bureau is belast met het dagelijks bestuur van de instelling.

§ 2. [In geval van dringende noodzaak moet het Vast Bureau een bevoegdheid van de Raad van Bestuur, die overeenkomstig artikel 11, § 2 niet aan het bureau is toegewezen, uitoefenen evenwel met uitzondering van de bevoegdheden aangegeven in artikel 11, § 2, tweede lid.]

Decr.27-1-1993

§ 3. Het vast bureau is aan de [raad van bestuur] verantwoording verschuldigd voor zijn handelingen.

Decr.12-6-1991

Art. 13.

[De Rector heeft de algemene leiding over de universitaire instelling. Hij is voorzitter van de Raad van Bestuur en van het vast Bureau en vertegenwoordigt de universitaire instelling in en buiten rechte.

De Raad van Bestuur voorziet in een vervangingsregeling bij verhindering of afwezigheid van de Rector.

De beheerder is onder leiding van de Rector belast met de uitvoering van het dagelijks beheer van de universitaire instelling op administratief, technisch en financieel vlak en coördineert de werking van de administratieve diensten.

De afgevaardigd-bestuurder van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, verder UZA genoemd, is belast met de coördinatie en de uitvoering van het dagelijks beheer van het UZA.]

Decr.22-12-1995

Art. 14.

[De algemene vergadering van de faculteitsraden wordt voorgezeten door de Rector of door zijn vervanger.]² Zij stelt haar huishoudelijk reglement op, dat aan de goedkeuring van de [raad van bestuur]¹ wordt onderworpen.

[ ]¹ Decr. 12-6-1991; [ ]² Decr.22-12-1995

De algemene vergadering heeft o.m. tot taak :

1° het voordragen van de kandidaten voor het ambt van rector [...];

Decr.18-5-1999

2° [...]

Decr.22-12-1995

De beslissingen van de algemene vergadering van de faculteitsraden zijn met redenen omkleed.

De bepalingen van artikel 11, §§ 3, 4 en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op de algemene vergadering van de faculteitsraden.

Art. 15.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 3. - Het statuut van de Rector, van de beheerder en van de afgevaardigd-bestuurder van het UZA

Art. 16.

[De Rector, [[...]]¹ en de afgevaardigd-bestuurder van het UZA genieten van een vergoeding overeenkomstig de bepalingen van artikel 100 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

De betrekking van beheerder wordt begeven door de Raad van Bestuur na een openbare oproep, in het Belgisch Staatsblad, tot de kandidaten die houder zijn van een diploma van de tweede cyclus van een academische opleiding [[of een diploma van de tweede cyclus van een opleiding van academisch niveau]]². De Raad van Bestuur duidt de beheerder aan bij geheime stemming en met een gewone meerderheid van stemmen, onthoudingen niet inbegrepen.

De rechten en plichten van de beheerder worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur met de Raad van Bestuur. [[De beheerder geniet de salarisschaal van gewoon hoogleraar.]]¹

De afgevaardigd-bestuurder van het UZA wordt benoemd door de Raad van Bestuur voor een periode van vier jaar. Hij geniet de salarisschaal van gewoon hoogleraar of van buitengewoon hoogleraar indien het ambt niet voltijds wordt uitgeoefend.]

Decr. 22-12-1995; [[ ]]¹ Decr. 14-7-1998; [[ ]]² Decr. 18-5-1999

Art. 17.

[De beheerder, de afgevaardigd-bestuurder van het UZA] en hun rechthebbenden genieten van de geboortevergoeding en de kinder-, wezen- en weduwenbijslagen evenals alle sociale voordelen en de overige vergoedingen, bijslagen en bijkomende bezoldigingen welke worden verleend aan de leden van het personeel der rijksuniversiteiten of hun rechthebbenden, onder dezelfde voorwaarden als de leden van dit personeel en hun rechthebbenden.

Decr.22-12-1995

De personen die tot een rijksbestuur behoren of wier bezoldiging- en pensioenregeling ten laste van de Schatkist vallen worden, indien ze tot het ambt van voorzitter of ondervoorzitter benoemd worden, ter beschikking gesteld wegens opdracht voor de duur van hun mandaat met behoud van hun rechten op wedde, bevordering en pensioen in hun bestuur van herkomst. De duur van hun terbeschikkingstelling wordt met dienstactiviteit gelijkgesteld.

Voor de personen benoemd tot het ambt van [beheerder of afgevaardigd-bestuurder van het UZA]² die niet behoren tot de in het vorige lid bedoelde categorie zal de [Vlaamse Regering]¹ erover waken dat het op hen toepasselijk pensioenstelsel tijdens de duur van hun mandaat blijft verder lopen.

[ ]¹ Decr. 12-6-1991; [ ]² Decr.22-12-1995

HOOFDSTUK III. - Commissie van parlementsleden

Art. 18.

[...]

Decr.22-12-1995

Art. 19.

[...]

Decr.18-5-1999

HOOFDSTUK IV. - Het personeel

Afdeling 1. - Algemene beschikking

Art. 20.

[...]

Decr.1-8-1978

Afdeling 2. - Het [zelfstandig academisch] personeel

Decr.12-6-1991

Art. 21. tot en met 26.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 3. - Het [assisterend academisch] personeel

Decr.12-6-1991

Art. 28.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 29.

[...]

Wet27-7-1971

Art. 30.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 4. - Het administratief personeel en het [technisch personeel](Decr. 12-6-1991)

Art. 31.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 32.

[...]

Wet27-7-1971

Art. 33.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 34.

[...]

Decr.22-12-1995

HOOFDSTUK V. - Financiële bepalingen

[...]

Decr.12-6-1991

Art. 37.

§ 1. [...]

Decr.12-6-1991

§ 2. Overeenkomstig artikel 910 van het Burgerlijk Wetboek hebben de beschikkingen te haren voordele onder levenden of bij testament slechts uitwerking voor zover zij gemachtigd zijn bij koninklijk besluit. Nochtans wordt deze machtiging niet vereist voor de aanvaarding van giften van louter roerende aard, waarvan de waarde 1.000.000 frank niet overschrijdt en die niet met lasten bezwaard zijn.

[...]

Decr.12-6-1991