OPGEHEVEN : Wet houdende de oprichting en de werking van het Limburgs Universitair Centrum.

  • goedkeuringsdatum
    28 MEI 1971
  • publicatiedatum
    B.S.10/07/1971
  • datum laatste wijziging
    01/10/2004

(opschrift gewijzigd bij Decr. 12-6-1991)

COORDINATIE

Wet 27-7-1971 - B.S. 17-9-1971

K.B. nr. 170, 30-12-1982 - B.S. 21-1-1983

Wet 21-6-1985 - B.S. 6- 7-1985

Decr. 12-6-1991 - B.S. 4-7-1991

Decr. 27-1-1993 - B.S. 19-2-1993

Decr. 8-7-1996 - B.S. 5-9-1996

opgeheven door Decr. 7-5-2004 - B.S. 20-9-2004

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I. - Oprichting, zetel en taak

Artikel 1.

Er wordt een [Limburgs universitair centrum] opgericht.

Decr.12-6-1991

Het centrum geniet de rechtspersoonlijkheid.

Het centrum heeft zijn bestuurszetel in het administratief arrondissement Hasselt.

Art. 2.

Onderwijs en onderzoek in het [Limburgs Universitair Centrum] hebben de academische vrijheid ten grondslag.

Decr.12-6-1991

Het Nederlands is de onderwijs- en bestuurstaal.

Art. 3.

§ 1. [Het Limburgs Universitair Centrum omvat een faculteit van de Wetenschappen, een faculteit van Genees- en Tandheelkunde en een faculteit van de Toegepaste Economische Wetenschappen.]

Decr.12-6-1991

[...]

Decr.12-6-1991

HOOFDSTUK II. - De academische overheden

Art. 4.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 1. - Samenstelling en wijze van benoemen

§ 1. De raad van bestuur

Art. 5.

[De raad van bestuur is samengesteld uit :

1° de voorzitter en de ondervoorzitter;

2° de rector en de vice-rector;

3° zestien personen aangewezen door de provincieraad van Limburg volgens het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging. Deze personen mogen geen lid zijn van het Nationaal of Europees Parlement. Maximum de helft mag lid zijn van de provincieraad;

4° drie vertegenwoordigers van de sociale sector voorgedragen door de representatieve sociale organisaties van Limburg en drie vertegenwoordigers van de economische sector voorgedragen door de representatieve organisaties van Limburg van deze sector;

5° twee leden van het zelfstandig academisch personeel;

6°één lid van het assisterend academisch personeel;

7° twee studenten;

8°één lid van het administratief en technisch personeel;

9° de faculteitsvoorzitters.]

Decr.12-6-1991

De ambten vermeld onder 1, 3 en 4 zijn onverenigbaar met welke betrekking ook in het [Limburgs Universitair Centrum]. De voorzitter en de ondervoorzitter kunnen behoren tot de leden vermeld onder 3 en 4. In dit geval worden ze als lid van 3 en 4 niet vervangen.

Decr.12-6-1991

De leden vermeld onder 4 worden aangeduid door de raad van beheer, behoudens verzet van de Commissie van toezicht. In geval van verzet beslist de raad van beheer met een bijzondere meerderheid van 3/4 der stemmen. Wordt deze meerderheid niet bereikt, dan zal, na een termijn van twee maand, de benoeming geschieden door de Minister van Nationale Opvoeding.

De duur van het mandaat van de leden van de raad van beheer, vermeld onder 3 en 4, is vier jaar. Bij de aanduiding van de effectieve leden wordt voor elk lid een plaatsvervanger aangewezen.

De leden vermeld onder 2 kunnen behoren tot de leden vermeld onder 5. In dit geval worden ze als lid van 5 vervangen.

[De leden vermeld in het eerste lid, 5° 6° en 8° worden bij geheime stemming voor twee jaar verkozen door respectievelijk de algemene vergadering van het zelfstandig academisch personeel, de algemene vergadering van het assisterend academisch personeel, de algemene vergadering van het administratief en technisch personeel. De leden vermeld onder 7 worden bij geheime stemming voor één jaar verkozen door de algemene vergadering van de studenten.]

Decr.12-6-1991

Voor de verkiezing van deze leden beschikken de kiezers telkens over één stem. De kandidaten die het hoogst aantal stemmen behalen, zijn gekozen. De daaropvolgende kandidaten zijn plaatsvervangers. De raad van beheer bepaalt verder de wijze waarop de verkiezingen geschieden.

Geschillen omtrent deze verkiezingen worden door de Commissie van toezicht beslecht, volgens een procedure opgesteld in gemeenschappelijk overleg tussen de raad van beheer en de Commissie van toezicht.

Alle mandaten in de raad van beheer mogen hernieuwd worden. Alle leden in de raad hebben gelijke rechten en plichten.

§ 2. Het vast bureau

Art. 6.

De raad van beheer stelt in eigen midden een vast bureau samen.

Maken van ambtswege deel uit van het vast bureau :

de voorzitter;

de ondervoorzitter;

de rector;

de vice-rector [en de faculteitsvoorzitters.]

Decr.12-6-1991

Worden bij geheime stemming door de raad van beheer gekozen :

vier vertegenwoordigers van de sociale, de economische en de openbare sector als vermeld in 3 en 4 van artikel 5;

één vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel;

één vertegenwoordiger van het wetenschappelijk personeel;

één vertegenwoordiger van het administratief en technisch personeel;

één vertegenwoordiger van de studenten.

De voorzitter van de raad van beheer is tevens voorzitter van het vast bureau.

§ 3. De voorzitter, de ondervoorzitter, de rector en de vice-rector

Art. 7.

De voorzitter en de ondervoorzitter worden voor een termijn van vier jaar aangewezen door de raad van beheer, behoudens verzet vanwege de Commissie van toezicht, overeenkomstig de bepalingen van artikel 18.

De rector en de vice-rector worden voor een termijn van vier jaar benoemd door de raad van beheer, behoudens verzet van de Commissie van toezicht. De kandidaten moeten gewoon hoogleraar zijn. Ze worden voorgedragen door de algemene vergadering van de faculteitsraden op een drievoudige lijst in de loop van de maand mei die voorafgaat aan het verstrijken van het mandaat van de in dienst zijnde rector en vice-rector.

Voor de voordracht van elke lijst beschikken de leden van de algemene vergadering over één stem. De drie kandidaten die het hoogst aantal stemmen behalen worden voorgedragen.

De stemmingen over rector en vice-rector zijn twee afzonderlijke stemmingen. Tot de stemming mag slechts overgegaan worden als ten minste de helft der leden aanwezig is of na een tweede oproep zo het quorum niet bereikt werd.

De voorzitter, de ondervoorzitter, de rector en de vice-rector worden gelijktijdig benoemd.

In geval van verzet vanwege de Commissie van toezicht beslist de raad van beheer met een bijzondere meerderheid van 3/4 der stemmen. Wordt deze meerderheid niet bereikt, dan zal, na een termijn van twee maand, de benoeming, waartegen verzet bestaat, geschieden door de Minister van Nationale Opvoeding.

§ 4. [De academische organen]

Wet21-6-1985

Art. 8.

[De raad van beheer richt de faculteiten, de scholen, de instituten, de interfacultaire centra, de leerstoelen, de departementen, de interdepartementele eenheden en alle andere organen op die hij noodzakelijk acht voor de organisate van het onderwijs en het onderzoek en voor het verlenen van de graden of diploma's. Hij bepaalt de benaming, de samenstelling, de werking en de bevoegdheden ervan.

Hij stelt tevens vast tot welke van de voornoemde organen de opdrachten van onderwijs en onderzoek en het daaraan verbonden wetenschappelijk en administratief beheer behoren.]

Wet21-6-1985

Art. 9.

[...]

Wet21-6-1985

§ 5. De algemene vergadering van de faculteitsraden

Art. 10.

De algemene vergadering van de faculteitsraden bestaat uit de leden van [de drie faculteitsraden].

Decr.12-6-1991

De algemene vergadering wordt voorgezeten door de rector en, bij diens ontstentenis, door de vice-rector.

Afdeling 2. - De bevoegdheid van de academische overheden

Art. 11.

§ 1. De raad van beheer bezit voor het besturen van het Centrum alle bevoegdheden uitgenomen de bevoegdheid welke deze wet aan een andere overheid toekent.

De raad van beheer heeft o.m. de volgende bevoegdheid :

1° hij benoemt de leden van het onderwijzend personeel, het wetenschappelijk personeel, het administratief personeel, het wetenschappelijk hulppersoneel, het [technisch personeel]² [op advies van de bevoegde organen.]¹

[ ]¹ Wet 21-6-1985; [ ]² Decr.12-6-1991

2° hij stelt de jaarlijkse begroting op en beschikt over de kredieten [...];

Decr.12-6-1991

3° hij beslist over:

a) de bouwwerken;

b) de onderhoudswerken;

4° hij stelt de plaatsvervangers en tijdelijken aan;

5° hij stelt zijn huishoudelijk reglement op alsook het huishoudelijk reglement van het vast bureau, welke beide in bijlage van het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden;

6° als tuchtoverheid bepaalt hij de ter zake toepasselijke rechtspleging met dien verstande dat het recht van verdediging wordt gewaarborgd;

7° hij richt de departementen, de scholen, de diensten en de interdepartementele eenheden op die nodig zijn voor de organisatie van het onderwijs en het onderzoek;

8° hij bepaalt de cursussen, werkzaamheden en praktische oefeningen met betrekking tot de leerstof [...];

Decr.12-6-1991

9° op advies van de bevoegde faculteit en binnen de door de wetten en verordeningen gestelde grenzen, bepaalt hij de verdeling, over de verschillende proeven, van de vakken die voor het behalen van de [academische graden] voorgeschreven zijn;

Decr.12-6-1991

10° hij stelt jaarlijks de academische kalender op;

11° hij organiseert de examens, de wijze van beraadslaging en beslissing en de wijze waarop de [academische graden] worden toegekend;

Decr.12-6-1991

12° hij stelt de modellen vast van de getuigschriften en diploma's binnen de door de wetten en verordeningen gestelde grenzen;

13° hij verleent aan de bevoegde personen machtiging om voor beperkte tijd vrije cursussen te geven;

14° hij bepaalt de voorwaarden waaronder de faculteiten de inschrijvingen van vrije leerlingen en vrije cursisten kunnen toestaan voor afzonderlijke cursussen;

15° [...]

Wet27-7-1971

16° hij bepaalt de wijze van openverklaring van de cursussen;

17° hij bepaalt het bedrag van de presentiegelden van de leden van de raad van beheer en van het vast bureau, die geen andere bezoldigde bedrijvigheid aan het Centrum uitoefenen.

§ 2. [De Raad van bestuur kan voor bepaalde aangelegenheden de bevoegdheden die hem zijn toevertrouwd krachtens dit artikel overdragen aan het Vast Bureau, aan leden van de Raad van Bestuur, en aan leden van het administratief personeel, met de opdracht verslag uit te brengen over de genomen beslissingen. Deze overdracht van bevoegdheid zal altijd herroepbaar zijn. De overdracht van bevoegdheid is echter niet mogelijk voor de benoemingen bij het zelfstandig academisch personeel en bij de benoemingen in het administratief en technisch personeel van niveau I, voor de goedkeuring van de begrotingen en rekeningen en voor de bevoegdheden bepaald in artikel 11, § 1, 5° , 6° en 7° , en de jaarlijkse verslaggeving, zoals bepaald in de artikelen 70 en 162 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.]

Decr.27-1-1993

§ 3. De raad vergadert niet indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de leden is opgekomen. Nadat opnieuw tov een vergadering is opgeroepen zonder dat meer dan de helft van de leden is opgekomen, wordt die vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.

§ 4. De leden van de raad van beheer onthouden zich van medestemmen over zaken of personen die hen, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad persoonlijk aangaat.

§ 5. Over personen wordt bij gesloten en ongetekende stembriefjes gestemd, over zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping. Indien bij het nemen van een besluit over een zaak geen der leden de stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

§ 6. Ieder aanwezig lid kan één stem uitbrengen. Voor het nemen van een beslissing of voor het geven van een advies is een een meerderheid van drie vijfden van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco stemmen of onthoudingen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

§ 7. De beslissingen van de raad van beheer mogen openbaar gemaakt worden. Nochtans kan de raad van beheer bij een tweederdemeerderheid eisen bepaalde beslissingen tijdelijk geheim te houden.

Art. 12.

§ 1. Het vast bureau is belast met het dagelijks bestuur van het Centrum.

§ 2. [In geval van dringende noodzaak moet het Vast Bureau een bevoegdheid van de Raad van Bestuur, die overeenkomstig artikel 11, § 2 niet aan het bureau is toegewezen, uitoefenen evenwel met uitzondering van de bevoegdheden aangegeven in artikel 11, § 2, tweede lid.]

Decr.27-1-1993

§ 3. Het vast bureau is aan de raad van beheer verantwoording verschuldigd voor zijn handelingen.

Art. 13.

§ 1. De voorzitter van de raad van beheer leidt de vergaderingen van deze raad en van het vast bureau. Hij zorgt voor de uitvoering van de beslissingen genomen door voormelde overheden.

Hij vertegenwoordigt het Centrum in en buiten rechte.

Hij heeft de algemene leiding van het Centrum inzonderheid het administratief, budgettair en financieel beheer.

De ondervoorzitter staat de voorzitter bij en vervangt hem wanneer hij niet beschikbaar is.

§ 2. De rector heeft de academische leiding en vertegenwoordigt de universitaire gemeenschap van het Centrum voor academische aangelegenheden.

Deze gemeenschap wordt gevormd door hen die behoren tot de volgende groepen :

a) het onderwijzend personeel;

b) het wetenschappelijk personeel;

c) het administratief personeel, het wetenschappelijk hulppersoneel, het [technisch personeel];

Decr.12-6-1991

d) de studenten.

De rector ondertekent mede de diploma's en reikt de ere-diploma's uit.

De vice-rector staat de rector bij en vervangt hem wanneer hij niet beschikbaar is.

Het ambt van rector of vice-rector is onverenigbaar met het voorzitterschap van een faculteitsraad.

Art. 14.

De algemene vergadering van de faculteitsraden wordt voorgezeten door de rector of, bij diens afwezigheid, door de vice-rector. Zij stelt haar huishoudelijk reglement op, dat aan de goedkeuring van de raad van beheer wordt onderworpen.

De algemene vergadering van de faculteitsraden heeft o.m. tot taak :

het voordragen van de kandidaten voor het ambt van rector en vice-rector;

het voorstellen van tuchtmaatregelen.

De beslissingen van de algemene vergadering van de faculteitsraden zijn met redenen omkleed.

De bepalingen van artikel 11, §§ 3, 4 en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op de algemene vergadering van de faculteitsraden.

Art. 15.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 3. - Het statuut van de voorzitter, de ondervoorzitter, de rector en de vice-rector

Art. 16.

De raad van beheer bepaalt de wedde van de voorzitter en de ondervoorzitter. Deze wedde mag niet hoger zijn dan de wedde van de gewone hoogleraren van het Centrum.

De voorzitter geniet bovendien een toelage gelijk aan die welke aan de rectoren van de rijksuniversiteiten wordt toegekend, de ondervoorzitter een toelage welke gelijk is aan deze van de vice-rector.

De rector en de vice-rector genieten een toelage welke gelijk is aan deze van respectievelijk de rectoren en de vice-rectoren van de rijksuniversiteiten.

De mobiliteitsregeling die geldt ten opzichte van de wedden van het rijkspersoneel is van overeenkomstige toepassing op vermelde wedden en toelagen.

Art. 17.

De voorzitter, de ondervoorzitter en hun rechtheb-benden genieten van de geboortevergoeding en de kinder- of wezenbijslagen evenals alle sociale voordelen en de overige vergoedingen, bijslagen en bijkomende bezoldigingen welke worden verleend aan de leden van het personeel der rijksuni-versiteiten of hun rechthebbenden, onder dezelfde voorwaarden als de leden van dit personeel en hun rechthebbenden.

De personen die tot een rijksbestuur behoren of wier bezoldiging- en pensioenregeling ten laste van de Schatkist vallen kunnen, indien ze tot het ambt van voorzitter of ondervoorzitter benoemd worden, ter beschikking gesteld worden wegens opdracht voor de duur van hun mandaat met behoud van hun rechten op wedde, bevordering en pensioen in hun bestuur van herkomst. De duur van hun terbeschikkingstelling wordt te dien einde met dienstactiviteit gelijkgesteld.

Voor personen benoemd tot het ambt van voorzitter of ondervoorzitter die niet behoren tot in het vorig lid bedoelde categorie, zal de raad van beheer erover waken dat het op hun toepasselijk pensioenstelsel tijdens de duur van hun mandaat blijft verder lopen.

HOOFDSTUK III. - Commissie van toezicht

Art. 18.

Er is een Commissie van toezicht, samengesteld uit acht parlementsleden, aangeduid door de parlementsleden uit de provincie Limburg volgens de evenredige vertegenwoordiging der politieke formaties bij [het Vlaams Parlement].

Decr.8-7-1996

De eerste aanduidingen geschieden binnen de maand welke volgt op de inwerkingtreding van deze wet. De aangeduide parlementsleden treden af na verloop van een maand volgend op de datum waarop [het Vlaams Parlement] ingevolge nieuwe parlementsverkiezingen zijn samengesteld.

Decr.8-7-1996

De Commissie van toezicht benoemt uit haar midden de voorzitter.

De voorzitter belegt de vergaderingen van de Commissie van toezicht uit eigen beweging, op verzoek van de voorzitter van de raad van beheer van het Centrum of op verzoek van een lid van de Commissie.

Onverminderd de in deze wet toegekende bevoegdheden is de Commissie belast met het toezicht op het naleven van de grondbeginselen die op het Centrum toepasselijk zijn, inzonderheid op het beginsel van de ideologische openheid, van de academische vrijheid van onderwijs en onderzoek.

Alle beslissingen en adviezen van de Commissie worden met eenparigheid van stemmen genomen.

De academische overheden van het Centrum geven aan de Commissie de gevraagde inlichtingen omtrent het Centrum.

Elk lid van de Commissie kan de bijeenroeping van deze Commissie vragen om te beraadslagen over één of andere objectie in het raam van de ideologische openheid.

Elk lid kan, na beraadslaging hierover, de terugzending bekomen naar de raad van beheer van een door die raad getroffen beslissing, mits het voorleggen van een gemotiveerd advies inzake mogelijke ideologische discriminatie.

De andere leden van de Commissie van toezicht zullen desvoorkomend een andere zienswijze met redenen omkleden, opdat de raad van beheer volledig zou ingelicht zijn.

HOOFDSTUK IV. - Het personeel

Afdeling 1. - Het onderwijzend personeel

Art. 19.

[...]

Wet21-6-1985

§ 1. Wijze van benoemen

Art. 20. tot en met 23.

[...]

Wet21-6-1985

§ 2. De wedden

Art. 24.

[...]

Wet27-7-1971

Art. 25.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 2. - Het wetenschappelijk personeel

Art. 26.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 27.

[...]

Wet27-7-1971

Art. 28.

[...]

Wet21-6-1985

Afdeling 3. - Het administratief personeel, het wetenschappelijk hulppersoneel en het [technisch personeel.]

Decr.12-6-1991

Art. 29.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 30.

[...]

Wet27-7-1971

Art. 31.

[...]

Wet21-6-1985

Art. 32.

De persoon belast met de leiding der administratieve diensten van het universitair centrum is tevens vaste secretaris van de raad van beheer.

Onder toezicht van de voorzitter van de raad van beheer is de vaste secretaris belast met het opstellen van de werkdocumenten en de notulen van de raad van beheer en van het vast bureau.

Art. 33.

[...]

Wet21-6-1985

HOOFDSTUK V. - Financiële bepalingen

[...]

Decr.12-6-1991

Art. 36.

§ 1. [...]

Decr.12-6-1991

§ 2. Overeenkomstig artikel 910 van het Burgerlijk Wetboek hebben de beschikkingen te zijnen voordele onder levenden of bij testament slechts uitwerking voor zover zij gemachtigd zijn bij koninklijk besluit. Nochtans wordt deze machtiging niet vereist voor de aanvaarding van giften van louter roerende aard, waarvan de waarde 1.000.000 frank niet overschrijdt en die niet met lasten bezwaard zijn.

HOOFDSTUK VI.

Art. 37. tot en met 42.

[...]

Wet27-7-1971

HOOFDSTUK VII. - Wijzigende bepalingen

...

HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen

Art. 45.

De raad van beheer zal zijn bevoegdheid uitoefenen zodra de leden vermeld onder 3 en 4 van artikel 5, zullen aangesteld zijn.

De leden vermeld onder 4 worden aangeduid door de leden van de raad van beheer vermeld onder 3, behoudens verzet van de Commissie van toezicht. In geval van verzet, beslissen de leden vermeld onder 3 met een bijzondere meerderheid van 3/4 der stemmen. Wordt deze meerderheid niet bereikt, dan zal, na een termijn van twee maand, de benoeming geschieden door de Minister van Nationale Opvoeding.

De werking van het vast bureau wordt effectief zodra de leden van ambtswege zullen benoemd zijn en de vertegenwoordigers van de sociale, de economische en de openbare sector zullen aangeduid zijn.

Art. 46.

De voorzitter, de ondervoorzitter, de rector en de vice-rector worden voor de eerste termijn van vier jaar aangeduid door de zestien leden vermeld onder 3 en 4 van artikel 5, behoudens verzet van de Commissie van toezicht.

De benoemingen zullen gelijktijdig gebeuren.

Wat de rector en de vice-rector betreft, zullen de ambten openverklaard worden door de leden vermeld onder 3 en 4 en zal de aanstelling door de raad van beheer pas kunnen gebeuren na advies van een Commissie, samengesteld uit vier professoren, respectievelijk één van de Rijksuniversiteit te Gent, één van de Katholieke Universiteit Leuven, één van de Vrije Universiteit Brussel en één van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen, die vakken doceren die in het [Limburgs Universitair Centrum] zullen worden gegeven. Twee onder hen zullen eerst aangewezen worden door de zestien leden vermeld onder 3 en 4 van artikel 5 : de twee anderen vervolgens door de Minister van Nationale Opvoeding.

Decr.12-6-1991

In geval van verzet vanwege de Commissie van toezicht beslist de raad van beheer met een meerderheid van 3/4 der stemmen. Wordt deze meerderheid niet bereikt, dan zal, na een termijn van twee maand, de benoeming geschieden door de Minister van Nationale Opvoeding.

Art. 47.

In de loop van het tweede academiejaar zal worden overgegaan tot de verkiezingen bepaald bij de artikelen 8 en 9.

Art. 48.

Zolang in een faculteit geen verkiezingen hebben plaatsgehad, gaat de raad van beheer over tot de benoeming van het onderwijzend en wetenschappelijk personeel, na advies te hebben ingewonnen van vier professoren, respectievelijk één van de Rijksuniversiteit te Gent, één van de Katholieke Universiteit Leuven, één van de Vrije Universiteit Brussel en één van het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen.

Art. 49.

Het eerste academiejaar van het Universitair Centrum Limburg vangt aan op de eerste oktober volgend op de inwerkingtreding van deze wet.