OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de tabel van de loopbaanstructuur en van het bezoldigingsstatuut van het administratief en technisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

  • goedkeuringsdatum
    27 FEBRUARI 1992
  • publicatiedatum
    B.S.08/05/1992
  • datum laatste wijziging
    05/03/2001

COORDINATIE

B.Vl.R. 16-2-1993 - B.S. 12-5-1993

B.Vl.R. 26-10-1994 - B.S. 24-1-1995

B.Vl.R. 18-1-1995 - B.S. 21-3-1995

opgeheven door B.Vl.R. 20-10-2000 - B.S. 3-3-2001

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 109, 120 en 162;

Gelet op het protocol van 20 januari 1992 waarin de conclusies zijn neergelegd van de onderhandelingen gevoerd tussen de Vlaamse Regering en representatieve vakorganisaties in het kader van Sectorcomité X;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 8 november 1991;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - De loopbaanstructuur

Artikel 1.

§ 1. Het administratief en technisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap wordt ingedeeld in één van de hierna volgende niveaus, overeenstemmend met de ernaast vermelde onderwijsopleiding :

Niveau 1 : academisch onderwijs en hoger onderwijs van het lange type.

Niveau 2plus : hoger onderwijs van het korte type.

Niveau 2 : secundair onderwijs.

Niveau 3 : drie jaar secundair onderwijs.

Niveau 4 : geen diploma.

§ 2. De personeelsleden bekleden een graad vermeld in de tabel van de loopbaanstructuur, opgenomen in bijlage bij dit besluit.

(voetnoot 1)

Het universiteitsbestuur bepaalt voor elke graad de benaming van de daarmee verbonden functies.

Niveau 4 omvat de graad 1 : niveau 3 omvat de graad 2; niveau 2 omvat de graden 3, 4, 5 en 6; niveau 2plus omvat de graden 4, 5 en 6; niveau 1 omvat de graden 7 tot en met 13 en 14 tot en met 17.

§ 3. Personeelsleden van de universiteit die niet voldoen aan de diplomavoorwaarden bedoeld in de tabel van de loopbaanstructuur, kunnen deelnemen aan de wervingsexamens voor een functie :

van de graden 2 en 3 indien zij een nuttige beroepservaring van ten minste zes jaar kunnen aantonen;
van de graden 4, 5, 7 en 8 indien zij kunnen aantonen een nuttige beroepservaring te bezitten waarvan de duur ten minste het dubbele bedraagt van de nominale duur van de vereiste opleiding.

HOOFDSTUK II. - Bezoldigingsstatuut, toelagen en vergoedingen

Art. 2.

§ 1. Behoudens de afwijkende bepalingen vastgesteld bij of krachtens dit besluit, is de regelgeving betreffende de bezoldiging, de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van toepassing op de in artikel 1 bedoelde personeelsleden.

Ter zake van de vergoedingen en toelagen voor bijzondere prestaties kunnen specifieke bepalingen worden opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst of vastgelegd worden na onderhandelingen in het bevoegd sectorcomité.

§ 2. Zoals bepaald in de tabel van de loopbaanstructuur is aan elke graad een salarisschaal verbonden bestaande uit de aanvangsleeftijd, het aanvangssalaris, de tussentijdse salarisverhogingen en het eindsalaris.

Zoals in dezelfde tabel wordt bepaald, kan een personeelslid binnen bepaalde graden ingeschaald worden in een hogere salarisschaal indien voldaan wordt aan de vereiste graadanciënniteit en indien overeenkomstig de evaluatieprocedure een voldoend gunstige beoordeling werd gegeven. In uitzonderlijke omstandigheden kan het universiteitsbestuur in een met redenen omklede beslissing afwijken van de vereiste graadanciënniteit.

§ 3. Voor het bepalen van de leeftijd van een personeelslid met het oog op de vaststelling van zijn salaris, wordt de verjaardag die niet op de eerste van de maand valt, steeds verschoven naar de eerste van de volgende maand.

§ 4. De personeelsleden die de aanvangsleeftijd van de salarisschaal nog niet hebben bereikt, ontvangen het aanvangssalaris.

§ 5. De geldelijke anciënniteit wordt vastgesteld op basis van de werkelijke diensten gepresteerd vanaf de aanvangsleeftijd van de betreffende salarisschaal. Voor de bepaling van de geldelijke anciënniteit wordt onder werkelijke diensten verstaan de diensten die het personeelslid in enigerlei dienstverband en ongeacht of het een voltijds of deeltijds dienstverband betreft, heeft gepresteerd bij :

1° de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten of enigerlei publiekrechtelijke instelling voor zover niet begrepen onder 2° ;

2° een onderwijsinstelling of wetenschappelijke instelling van de Staat, Gemeenschap of Gewest of gesubsidieerd door de Staat, Gemeenschap, of Gewest;

3° een Belgische dan wel buitenlandse instelling voor hoger onderwijs of wetenschappelijk onderzoek als zodanig voorgaandelijk door het universiteitsbestuur erkend;

4° de privé-sector voor zover de diensten als nuttige ervaring kunnen beschouwd worden voor een goede vervulling van de betreffende functie.

§ 6. [Bij bevordering behouden de personeelsleden hun geldelijke anciënniteit. Als de aanvangsleeftijd van de nieuwe salarisschaal verschilt van de vorige wordt de geldelijke anciënniteit dienovereenkomstig verrekend. Bij bevordering van de niveaus 2 plus en 2 naar niveau 1 moet het jaarsalaris te allen tijde ten minste [[40.750 BF]]

(voetnoot 2)

hoger zijn dan het overeenkomstige jaarsalaris in de niveaus 2 plus en 2.]

(B.Vl.R. 16-2-1993, [[ ]] B.Vl.R. 18-1-1995)

Art. 3.

[De salarisschalen van het administratief en technisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap zijn vastgesteld als volgt :

Schaal

Aanvangssalaris

Eindsalaris

Verhogingen

1.1

475.943

545.523

4 x 1 : 4.970

10 x 2 : 4.970

1.2

484.967

589.532

4 x 1 : 6.971

11 x 2 : 6.971

1.3

493.988

633.526

4 x 1 : 5.366

11 x 2 : 10.734

1.4

503.011

677.539

4 x 1 : 6.234

12 x 2 : 12.466

2.1

503.011

677.539

4 x 1 : 6.234

12 x 2 : 12.466

2.2

525.595

745.003

4 x 1 : 6.450

12 x 2 : 16.134

2.3

539.804

812.476

4 x 1 : 7.220

12 x 2 : 20.316

2.4

554.010

879.958

4 x 1 : 7.993

12 x 2 : 24.498

3.1

554.010

879.949

4 x 1 : 10.653

11 x 2 : 25.757

3.2

578.811

908.534

4 x 1 : 10.653

11 x 2 : 26.101

3.3

603.612

937.152

4 x 1 : 10.653

11 x 2 : 26.448

3.4

628.412

965.758

4 x 1 : 10.653

11 x 2 : 26.794

4.1

628.412

965.768

4 x 1 : 12.749

10 x 2 : 28.636

4.2

660.963

1.006.605

4 x 1 : 14.523

10 x 2 : 28.755

4.3

693.513

1.047.445

4 x 1 : 14.523

10 x 2 : 29.584

5.1

726.064

1.088.276

4 x 1 : 14.523

10 x 2 : 30.412

5.2

755.064

1.117.276

4 x 1 : 14.523

10 x 2 : 30.412

5.3

784.064

1.146.276

4 x 1 : 14.523

10 x 2 : 30.412

6.1

813.062

1.175.270

4 x 1 : 15.677

10 x 2 : 29.950

6.2

841.470

1.221.848

4 x 1 : 15.677

10 x 2 : 31.767

7.1

841.470

1.297.775

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 39.653

7.2

882.483

1.358.543

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 41.848

8

954.396

1.448.870

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 43.894

9

1.036.773

1.531.247

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 43.894

10

1.121.999

1.707.903

4 x 1 : 26.632

9 x 2 : 53.264

11

1.214.323

1.960.048

4 x 1 : 33.897

9 x 2 : 67.793

12

1.563.503

2.149.407

4 x 1 : 26.632

9 x 2 : 53.264

13

1.859.417

2.445.321

4 x 1 : 26.632

9 x 2 : 53.264

14.1

1.036.773

1.546.340

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 45.571

14.2

1.119.869

1.607.683

4 x 1 : 24.857

9 x 2 : 43.154

15

1.202.957

1.669.027

4 x 1 : 21.185

9 x 2 : 42.370

16

1.276.463

1.782.485

4 x 1 : 23.001

9 x 2 : 46.002

17

1.445.137

2.031.041

4 x 1 : 26.632

9 x 2 : 53.264

Vanaf 1 augustus 1995

1.1

480.702

550.982

4 x 1 : 5.020

10 x 2 : 5.020

1.2

489.817

595.432

4 x 1 : 7.041

11 x 2 : 7.041

1.3

498.928

639.859

4 x 1 : 5.420

11 x 2 : 10.841

1.4

508.041

684.317

4 x 1 : 6.296

12 x 2 : 12.591

2.1

508.041

684.317

4 x 1 : 6.296

12 x 2 : 12.591

2.2

530.851

752.451

4 x 1 : 6.515

12 x 2 : 16.295

2.3

545.202

820.598

4 x 1 : 7.292

12 x 2 : 20.519

2.4

559.550

888.758

4 x 1 : 8.073

12 x 2 : 24.743

3.1

559.550

888.755

4 x 1 : 10.760

11 x 2 : 26.015

3.2

584.599

917.621

4 x 1 : 10.760

11 x 2 : 26.362

3.3

609.648

946.520

4 x 1 : 10.760

11 x 2 : 26.712

3.4

634.696

975.418

4 x 1 : 10.760

11 x 2 : 27.062

4.1

634.696

975.420

4 x 1 : 12.876

10 x 2 : 28.922

4.2

667.573

1.016.675

4 x 1 : 14.668

10 x 2 : 29.043

4.3

700.448

1.057.920

4 x 1 : 14.668

10 x 2 : 29.880

5.1

733.325

1.099.157

4 x 1 : 14.668

10 x 2 : 30.716

5.2

762.615

1.128.447

4 x 1 : 14.668

10 x 2 : 30.716

5.3

791.905

1.157.737

4 x 1 : 14.668

10 x 2 : 30.716

6.1

821.193

1.187.029

4 x 1 : 15.834

10 x 2 : 30.250

6.2

849.885

1.234.071

4 x 1 : 15.834

10 x 2 : 32.085

7.1

849.885

1.310.759

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 40.050

7.2

891.308

1.372.126

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 42.266

8

963.940

1.463.361

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 44.333

9

1.047.141

1.546.562

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 44.333

10

1.133.219

1.724.984

4 x 1 : 26.898

9 x 2 : 53.797

11

1.226.466

1.979.649

4 x 1 : 34.236

9 x 2 : 68.471

12

1.579.138

2.170.903

4 x 1 : 26.898

9 x 2 : 53.797

13

1.878.011

2.469.776

4 x 1 : 26.898

9 x 2 : 53.797

14.1

1.047.141

1.561.808

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 46.027

14.2

1.131.068

1.623.766

4 x 1 : 25.106

9 x 2 : 43.586

15

1.214.987

1.685.721

4 x 1 : 21.397

9 x 2 : 42.794

16

1.289.228

1.800.310

4 x 1 : 23.231

9 x 2 : 46.462

17

1.459.588

2.051.353

4 x 1 : 26.898

9 x 2 : 53.797]

B.Vl.R.18-1-1995

Art. 4.

Het in artikel 2, § 6, bepaalde bedrag en de in de artikelen 3, 5 en 6 vermelde jaarsalarissen zijn bedragen aan 100 % ten opzichte van het indexcijfer 138.01.

HOOFDSTUK III. - Overgangsmaatregelen

Art. 5.

§ 1. Binnen het jaar volgend op de inwerkingtreding van dit besluit rangschikt het universiteitsbestuur de leden van het administratief en technisch personeel in één van de graden van de loopbaanstructuur en schaalt ze in in de overeenkomstige salarisschaal met behoud van hun verworven anciënniteit met inachtname van de volgende criteria :

1° Het universiteitsbestuur rangschikt de leden van het administratief en technisch personeel in een graad van het nieuwe systeem en definieert voor elk personeelslid in het nieuwe systeem de functie; het kan de rangschikking differentiëren naar gelang het personeelslid al dan niet in het bezit is van het overeenkomstig de tabel van de loopbaanstructuur vereiste diploma; ter zake van de rangschikking legt het universiteitsbestuur voorafgaandelijk criteria vast.

2° De personeelsleden worden ingeschaald in de beginschaal van de nieuwe graad en verkrijgen in die salarisschaal het jaarsalaris dat gelijk is aan datgene wat zij in het oude systeem genoten overeenkomstig de op hen van toepassing zijnde rechtspositieregeling. Indien in de nieuwe salarisschaal geen zelfde salaristrap voorhanden is dan verkrijgen zij in de nieuwe salarisschaal het jaarsalaris onmiddellijk boven datgene wat zij in het oude systeem genoten. Indien geen overeenstemmende salarisschaal aanwezig is dan blijven zij ingeschaald in de salarisschaal van het oude systeem tot zij in het nieuwe systeem in een hogere salarisschaal kunnen ingeschaald worden.

[In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin en in afwijking van de in de tabel van de loopbaanstructuur voorgeschreven anciënniteitsvoorwaarden worden vanaf 1 januari 1994 de personeelsleden die nog niet werden ingeschaald, ingeschaald in een hogere schaal van dezelfde graad als die waarin ze werden gerangschikt indien op het ogenblik van de rangschikking geen overeenstemmende salarisschaal aanwezig is.] B.Vl.R.26-10-1994

3° De graadanciënniteit in de nieuwe graad met het oog op inschaling in een hogere salarisschaal van dezelfde graad is gelijk aan nul.

4° Indien een personeelslid van de universiteit aangesteld wordt in een functie van een hogere graad via de procedure van externe werving, kan de geldelijke anciënniteit herberekend worden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

[5° Het universiteitsbestuur kan de inschalingsanciënniteit herberekenen van de personeelsleden die voor hun benoeming aan de universiteit tewerkgesteld waren ten laste van de kredieten verschaft door het Instituut ter Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de geassocieerde fondsen overeenkomstig de voorschriften van dit besluit. De herberekende inschalingsaciënniteit wordt verrekend in de hoogte van het salaris met ingang van 1 december 1992. De verhoging van de inschalingsanciënniteit ingevolge deze herberekening bedraagt maximaal zes jaar.] B.Vl.R.26-10-1994

§ 2. De graadanciënniteit verworven in de huidige graad van het oude systeem met het oog op bevordering naar een hoger graad blijft behouden.

Met het oog op bevordering naar een hogere graad wordt de graadanciënniteit van de hiernavermelde personeelscategorieën berekend vanaf de dag waarop ze in het oude systeem werden ingeschaald in een salarisschaal van niveau 1 :

de personeelsleden van de categorie technisch ingenieur, eerste technisch ingenieur en hoofdtechnisch ingenieur en van de categorie conducteur, eerste conducteur en hoofdconducteur en wier diploma werd geassimileerd met een diploma van industrieel ingenieur;
de personeelsleden van de categorie architect, eerste architect en hoofdarchitect.

§ 3. [De personeelsleden die een functie vervullen van de categorie technisch ingenieur, eerste technisch ingenieur en hoofdtechnisch ingenieur en wier diploma niet wordt geassimileerd met dat van industrieel ingenieur, blijven ingeschaald in de betreffende salarisschaal van het oude systeem, respectievelijk :

vanaf 1 november 1994

24/8

740.859 - 1.145.649

3 x 1 : 21.306

12 x 2 : 28.406

25/6

845.022 - 1.249.812

3 x 1 : 21.306

12 x 2 : 28.406

11/3

912.491 - 1.406.965

3 x 1 : 24.857

11 x 2 : 38.173

vanaf 1 augustus 1995 :

24/8

748.268 - 1.157.105

3 x 1 : 21.519

12 x 2 : 28.690

25/6

853.472 - 1.262.309

3 x 1 : 21.519

12 x 2 : 28.690

11/3

921.616 - 1.421.039

3 x 1 : 25.106

11 x 2 :38.555]

B.Vl.R.18-1-1995

§ 4. [De personeelsleden die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een functie vervullen van de categorie paramedisch personeel of maatschappelijk assistent, maatschappelijk assistent eerste klas of eerstaanwezend maatschappelijk assistent en ingeschaald zijn in één van de schalen 22/6, 23/6 of 24/6 zoals gedefinieerd in de rechtspositieregeling die op hen van toepassing was vóór de inwerkingtreding van hetzelfde besluit, kunnen op hun verzoek, in afwijking van het bepaalde in artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, in die schalen ingeschaald blijven. Ze behouden dan hun rechten op inschaling in één van de hogere schalen 23/6 of 24/6 overeenkomstig de voorwaarden van graadanciënniteit die vóór de inwerkingtreding van dit besluit op hen van toepassing waren.

De bedoelde salarisschalen worden vastgesteld als volgt :

vanaf 1 november 1994

22/6

640.249 - 933.202

3 x 1 : 12.427

12 x 2 : 21.306

23/6

721.923 - 1.014.876

3 x 1 : 12.427

12 x 2 : 21.306

24/6

795.307 - 1.088.260

3 x 1 : 12.427

12 x 2 : 21.306

vanaf 1 augustus 1995 :

22/6

646.651 - 942.532

3 x 1 : 12.551

12 x 2 : 21.519

23/6

729.142 - 1.025.023

3 x 1 : 12.551

12 x 2 : 21.519

24/6

803.260 - 1.099.141

3 x 1 : 12.551 12 x 2 :21.519]

B.Vl.R.18-1-1995

§ 5. De personeelsleden in dienst voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit bekomen in hun nieuwe graad gedefinieerd overeenkomstig de loopbaanstructuur op geen ogenblik een brutobezoldiging die lager is dan die welke ze in hun vroegere graad zouden genoten hebben tot ze in de salarisschaal van hun nieuwe graad een brutobezoldiging bekomen die hieraan ten minste gelijk is.

§ 6. Voor de bepaling van de brutobezoldiging worden in aanmerking genomen :

1° de wedde overeenkomstig de salarisschaal die op het personeelslid van toepassing is;

2° eventueel de haard- en standplaatstoelage;

3° eventueel de plaatsvervangings- of waarnemingstoelage.

Art. 6.

§ 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5 van dit besluit worden de personeelsleden die geslaagd zijn voor een examen voor verhoging in graad en die nog niet beantwoorden aan de vóór de inwerkingtreding van dit besluit toepasselijke voorwaarden voor benoeming in de betreffende hogere graad, alsnog benoemd in die hogere graad op het moment dat zij aan de vermelde voorwaarden voldoen en kunnen op datzelfde moment desgevallend na het verstrijken van de in artikel 5, § 1, gestelde termijn gerangschikt worden in een graad van het nieuwe systeem.

§ 2. De personeelsleden die op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit geslaagd zijn voor een bevorderingsexamen behouden in het nieuwe systeem de rechten met het oog op bevordering die daaraan voor de inwerkingtreding van dit besluit verbonden waren.

§ 3. [De personeelsleden die op de datum van de inwerkingtreding van hetzelfde besluit ingeschaald waren in schaal 10/1 en al dan niet gerangschikt waren in graad 7 en dienovereenkomstig ingeschaald waren, kunnen op hun verzoek na vier jaar graadanciënniteit alsnog ingeschaald worden in schaal 10/S overeenkomstig de vóór de inwerkingtreding van hetzelfde besluit toepasselijke voorwaarden. Hierom behouden de bedoelde personeelsleden de graadanciënniteit verworven op de dag van de inwerkingtreding van hetzelfde besluit.

De personeelsleden die op de dag van de inwerkingtreding van hetzelfde besluit ingeschaald waren in schaal 10/S kunnen op hun verzoek in deze schaal ingeschaald blijven.

De schaal 10/S wordt vastgesteld als volgt :

vanaf 1 november 1994 :

10/S

871.621 - 1.327.922

3 x 1 : 24.857

10 x 2 : 38.173

vanaf 1 augustus 1995 :

10/S

880.337 - 1.341.205

3 x 1 : 25.106 10 x 2 :38.555]

B.Vl.R.18-1-1995

§ 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 5, § 1, kan het universiteitsbestuur het informaticapersoneel rangschikken in een hogere graad dan die welke ze in het oude systeem bekleden.

[§ 5. In afwijking van de voorschriften betreffende de bevordering van graad 7 naar graad 8 zoals vastgelegd in de tabel van de loopbaanstructuur kan het universiteitsbestuur de industriële ingenieurs die ingeschaald werden in graad 7 met ingang van 1 januari 1992 alsnog inschalen in graad 8 voor zover de functievereisten die hogere inschaling verantwoorden.]

B.Vl.R.26-10-1994

Art. 7.

Het universiteitsbestuur stelt de in dit besluit bedoelde regelingen vast in overleg met vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties in de schoot van de geëigende overlegstructuren.

Art. 8.

In het jaarverslag brengt het universiteitsbestuur verslag uit over de toepassing van het bepaalde in dit besluit.

Art. 9.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1992

Art. 10.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

- (1): De bijlage bij dit besluit verscheen in het Belgisch Staatsblad dd. 8-5-1992.

- (2): vanaf 1 augustus 1995 : 41.158 BF (B.Vl.R. 18-1-1995; Art. 1)