OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de salarisschalen van het zelfstandig academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

  • goedkeuringsdatum
    26 APRIL 1995
  • publicatiedatum
    B.S.30/09/1995
  • datum laatste wijziging
    11/04/2003

COORDINATIE

B.Vl.R. 17-12-1999 - B.S. 14-6-2000

opgeheven door BVR 31-1-2003 - B.S. 11-4-2003

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op artikel 96, gewijzigd bij het decreet van 5 april 1995;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 13 december 1994;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De salarisschalen van het zelfstandig academisch personeel van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap worden vastgesteld als volgt :

[1° voor de inschaling van voltijdse docenten gelden de volgende salarisschalen :

- de eerste schaal kent vanaf 1 oktober 1999 een aanvangssalaris van 1 206 741 frank, dat achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1 278 246 frank, 1 349 751 frank, 1 421 256 frank, 1 492 761 frank, 1 564 266 frank, 1 635 771 frank, 1 707 276 frank en 1 778 781 frank;

- de tweede schaal kent vanaf 1 oktober 1999 een aanvangssalaris van 1 220 485 frank, dat achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1 307 158 frank, 1 393 831 frank, 1 480 504 frank, 1 567 177 frank, 1 653 850 frank, 1 740 523 frank en 1 827 196 frank en 1 913 869 frank;]

B.Vl.R.17-12-1999

2° de deeltijdse docenten wier opdracht louter onderwijsactiviteiten omvat, genieten :

- vanaf 1 november 1994 een forfaitaire wedde berekend op grond van 149.348 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij minder dan 74.674 frank en meer dan 1.194.784 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

- vanaf 1 augustus 1995 een forfaitaire wedde berekend op grond van 150.842 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij minder dan 75.421 frank en meer dan 1.206.736 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

[3° voor de inschaling van voltijdse hoofddocenten gelden de volgende salarisschalen :

- de eerste schaal kent vanaf 1 oktober 1999 een aanvangssalaris van 1 381 878 frank, dat achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1 480 507 frank, 1 579 136 frank, 1 677 765 frank, 1 776 394 frank, 1 875 023 frank, 1 973 652 frank, 2 072 281 frank en 2 170 910 frank;

- de tweede schaal kent vanaf 1 oktober 1999 een aanvangssalaris van 1 401 224 frank, dat achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1 520 565 frank, 1 639 906 frank, 1 759 247 frank, 1 878 588 frank, 1 997 929 frank, 2 117 270 frank, 2 236 611 frank en 2 355 952 frank;]

B.Vl.R.17-12-1999

4° de deeltijdse hoofddocenten wier opdracht louter onderwijsactiviteiten omvat, genieten :

- vanaf 1 november 1994 een forfaitaire wedde berekend op grond van 171.025 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij minder dan 85.513 frank en meer dan 1.368.200 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

- vanaf 1 augustus 1995 een forfaitaire wedde berekend op grond van 172.735 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij minder dan 86.368 frank en meer dan 1.381.880 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

5° de voltijdse hoogleraren genieten :

- vanaf 1 november 1994 een aanvangswedde van 1.601.973 frank, die achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1.742.532 frank, 1.883.091 frank, 2.023.650 frank, 2.164. 209 frank, 2.304.768 frank en 2.445.327 frank;

- vanaf 1 augustus 1995 een aanvangswedde van 1.617.993 frank, die achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1.759.958 frank, 1.901.923 frank, 2.043.888 frank, 2.185. 853 frank, 2.327.818 frank en 2.469.783 frank;

6° de deeltijdse hoogleraren wier opdracht louter onderwijsactiviteiten omvat, genieten :

- vanaf 1 november 1994 een forfaitaire wedde berekend op grond van 186.808 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij meer dan 1. 494.464 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

- vanaf 1 augustus ]995 een forfaitaire wedde berekend op grond van 188.676 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij meer dan 1. 509.408 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

7° de gewone hoogleraren genieten :

- vanaf 1 november 1994 een aanvangswedde van 1.794.318 frank, die achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 1.983.702 frank, 2.173.086 frank, 2.362.470 frank, 2.551. 854 frank en 2.741.238 frank;

- vanaf 1 augustus 1995 een aanvangswedde van 1.812.261 frank, die achtereenvolgens, om de drie jaar, wordt opgevoerd tot 2.003.539 frank, 2.194.817 frank, 2.386.095 frank, 2.577. 373 frank en 2.768.651 frank;

8° de buitengewone hoogleraren wier opdracht louter onderwijsactiviteiten omvat, genieten :

- vanaf 1 november 1994 een forfaitaire wedde berekend op grond van 202.885 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij meer dan 1. 623.080 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

- vanaf 1 augustus 1995 een forfaitaire wedde berekend op grond van 204.914 frank per weekuur over het jaar in een onderwijs dat voorkomt op de door het universiteitsbestuur vastgestelde opleidingsprogramma, zonder dat zij meer dan 1. 639.312 frank mogen ontvangen. De gedeelten beneden een kwartier per week over het jaar worden niet meegeteld;

9° de leden van het zelfstandig academisch personeel die procentueel deeltijds benoemd zijn verkrijgen hetzelfde procentueel aandeel van de wedde die zij als voltijdse leden van het academisch personeel zouden genieten.

Art 2.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 1994.

Art 3.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.