OPGEHEVEN : Decreet betreffende het onderwijs VIII. (uittreksel)

  • goedkeuringsdatum
    15 JULI 1997
  • publicatiedatum
    B.S.21/08/1997
  • datum laatste wijziging
    01/09/2006

COORDINATIE

Decr. 7-5-2004 - B.S. 31-8-2004

opgeheven door Decr. 7-7-2006 - B.S. 31-8-2006

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt.

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

...

HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs

Art. 20.

§ 1. Geïntegreerd secundair onderwijs is een samenwerking tussen het gewoon secundair en het buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld om leerlingen met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten te laten volgen in een school voor gewoon secundair onderwijs met hulp vanuit een school voor buitengewoon onderwijs die daartoe aanvullende lestijden of lesuren en/of aanvullende uren en via de werkingsmiddelen een integratietoelage of -krediet krijgt.

§ 2. De integratie is permanent wanneer de leerling ten minste vanaf de laatste schooldag van september van het lopende schooljaar tot het einde van dat schooljaar de lessen en activiteiten in het gewoon secundair onderwijs volgt. Wanneer deze periode korter is, is de integratie tijdelijk.

§ 3. Wanneer de geïntegreerde leerling alle lessen of activiteiten in het gewoon secundair onderwijs volgt is de integratie volledig. Bij gedeeltelijke integratie volgt de leerling minstens twee halve dagen per week gewoon secundair onderwijs.

Art. 21.

[Om toegelaten te worden tot het geïntegreerd secundair onderwijs is het volgende vereist :

1° de leerling moet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die gelden voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs;

2° voor de betrokken leerling moet een integratieplan opgesteld worden.

De regering bepaalt de inhoud van het integratieplan en legt de samenstelling van het integratieteam, dat het integratieplan zal opstellen, vast;

3° indien het attest, bedoeld in artikel 5 van de wet op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs van 6 juli 1970, naar de types 1 of 3 oriënteert, moet de leerling in het betreffende type ten minste negen maanden voltijds buitengewoon onderwijs gevolgd hebben onmiddellijk voorafgaand aan de integratie in het gewoon onderwijs.]

Decr.7-5-2004

Art. 22.

[Een nieuw integratieplan wordt opgesteld bij wijziging van : de aard van de integratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau (met inbegrip van het beroepenveld, de studierichting, de afdeling of de opties).]

Decr.7-5-2004

Art. 23.

[Bij wijziging van het integratieteam kan het bestaande integratieplan bevestigd worden.]

Decr.7-5-2004

Art. 24.

§ 1. Leerlingen die geïntegreerd secundair onderwijs volgen zijn, afhankelijk van de aard van de integratie zoals bepaald in artikel 20, § 2 en § 3, regelmatige leerling in de school voor buitengewoon secundair onderwijs en/of in de school voor gewoon secundair onderwijs.

§ 2. De regering bepaalt de wijze waarop een regelmatige leerling in het geïntegreerd secundair onderwijs hetzij in de school voor gewoon secundair onderwijs, hetzij in de school voor buitengewoon secundair onderwijs, hetzij in beide in aanmerking komt als regelmatige leerling.

Art. 25.

§ 1. Leerlingen met een handicap die in het kader van het geïntegreerd onderwijs, gewoon secundair onderwijs volgen maar omwille van hun handicap bepaalde vakken niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende activiteiten volgen.

§ 2. De klassenraad beslist over de vrijstelling en legt de vervangende activiteiten vast.

Art. 26.

De school voor buitengewoon onderwijs die een leerling geïntegreerd onderwijs begeleidt, krijgt daartoe aanvullende lestijden of lesuren en/of uren en een integratietoelage of -krediet.

De regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van de aanvullende lestijden of lesuren en/of uren, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.

De regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van de integratietoelage of -krediet, alsook de vaststelling ervan. ...

Art. 31.

...

§ 2. Aan de inrichtende macht van de geherstructureerde onderwijsinstellingen die voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel 58bis, § 1, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II, wordt een aantal bijkomende ambten van het administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel toegekend, die worden vastgesteld als volgt :

1° tussen de som van het aantal ambten van het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel, dat op basis van de telling van 1 februari voorafgaand aan de fusie aan elke betrokken onderwijsinstelling in toepassing van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs, wordt toegekend zonder met de fusie rekening te houden en een analoge som, wel rekening houdend met de fusie, wordt het verschil vastgesteld;

2° het in het 1° bedoelde verschil wordt gedurende 4 schooljaren vanaf de fusie aan de inrichtende macht toegekend;

3° in de ambten van het in 1° bedoelde verschil kunnen enkel door fusie wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gestelde personeelsleden in deze ambten worden aangesteld.

Deze aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of wedertewerkstelling.

Art. 32.

De volgende artikelen treden als volgt in werking :

...

2° de artikelen 20 tot en met 26 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1994;

...

4° de artikelen 29 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1997;

...