OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    27 JUNI 1990
  • publicatiedatum
    B.S.16/01/1991
  • datum laatste wijziging
    11/04/2003
  • erratum
    B.S.10-4-1991

COORDINATIE

B.Vl.R. 13-5-1992 - B.S. 14-7-1992

B.Vl.R. 17-6-1997 - B.S. 29-7-1997

opgeheven door BVR 24-1-2003 - B.S. 11-4-2003

De Vlaamse Regering,

Gelet op het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 55, § 1;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 12bis, § 3, a, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1973 en gewijzigd bij het decreet van 5 juli 1989, en op artikel 27, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1973 en 1 augustus 1985 en bij het decreet van 5 juli 1989;

Gelet op de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 18 februari 1977;

Gelet op de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, inzonderheid op artikel 6, A tot D, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juli 1969, 31 juli 1969, 7 maart 1979 en 1 augustus 1984;

Gelet op het protocol van 7 juni 1990 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de schoot van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 22 mei 1990;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op :

1° de instellingen voor buitengewoon kleuter-, lager, basis- en secundair onderwijs met volledig leerplan, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap;

2° de instituten, de medisch-pedagogische instituten en de semi-internaten, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap [en de opvangcentra].

B.Vl.R.13-5-1992

Dit besluit is niet van toepassing op de personeelsleden van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel :

- die een wervingsambt uitoefenen in de opleidingsvorm 4;

- die een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen in instellingen waar uitsluitend de opleidingsvorm 4 wordt georganiseerd, met uitsluiting van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs van het type 5, opgericht vanaf 1 september 1986 bij toepassing van artikel 34 van het koninklijk besluit nr. 439 van 11 augustus 1986 houdende rationalisatie en programmatie in het buitengewoon onderwijs.

Art. 2.

De ambten, die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel mogen uitoefenen in de instellingen bedoeld in artikel 1, 1e lid, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

A. Buitengewoon kleuteronderwijs

1° Wervingsambten :

a) kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;

b) leermeester algemene en sociale vorming compensatietechniek-braille in type 6.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- directeur.

B. Buitengewoon lager onderwijs

1° Wervingsambten :

a) onderwijzer algemene en sociale vorming;

b) leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit : lichamelijke opvoeding;

c) leermeester algemene en sociale vorming, compensatietechniek-braille in type 6;

d) leermeester niet-confessionele zedenleer.

e) leermeester godsdienst

2° Selectieambten :

- nihil

3° Bevorderingsambten :

a) directeur;

b) directeur van een medisch-pedagogisch instituut van de Vlaamse Gemeenschap.

C. Buitengewoon basisonderwijs

1° Wervingsambten :

a) kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;

b) onderwijzer algemene en sociale vorming;

c) leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit : lichamelijke opvoeding;

d) leermeester algemene en sociale vorming, compensatietechniek-braille in type 6;

e) leermeester niet-confessionele zedenleer;

f) leermeester godsdienst.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

a) directeur;

b) directeur van een medisch-pedagogisch instituut van de Vlaamse Gemeenschap.

D. Buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvormen 1, 2 en 3

1° Wervingsambten :

a) leraar algemene en sociale vorming;

b) leraar algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding;

c) leraar algemene en sociale vorming, compensatietechniek-braille in type 6;

d) godsdienstleraar;

e) leraar beroepsgerichte vorming;

f) leraar niet-confessionele zedenleer.

2° Selectieambten :

a) werkmeester;

b) onderdirecteur.

3° Bevorderingsambten :

a) werkplaatsleider;

b) directeur.

Art. 3.

§ 1. De ambten die de leden van het paramedisch personeel mogen uitoefenen in de instellingen [voor buitengewoon secundair onderwijs], worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

B.Vl.R.17-6-1997

1° Wervingsambten :

- kinderverzorger;

- verpleger;

- kinesitherapeut;

- logopedist.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.

§ 2. De ambten die de leden van het paramedisch personeel mogen uitoefenen in de instituten en de medisch-pedagogische instituten bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- kinderverzorger;

- verpleger;

- kinesitherapeut;

- logopedist;

- ergotherapeut.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.

§ 3. De ambten die de leden van het paramedisch personeel in de semi-internaten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, mogen uitoefenen, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- ergotherapeut.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.

[§ 4. De ambten die de leden van het paramedisch en sociaal personeel mogen uitoefenen in de opvangcentra bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- kinderverzorger;

- verpleger;

- kinesitherapeut;

- logopedist;

- ergotherapeut;

- maatschappelijk werker in een opvangcentrum.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.]

B.Vl.R.13-5-1992

[§ 5. De wervingsambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs worden vastgesteld als volgt :

1° paramedisch personeel :

- logopedist;

- kinesitherapeut;

- ergotherapeut;

- verpleger;

- kinderverzorger;

2° sociaal personeel :

- maatschappelijk werker;

3° medisch personeel :

- arts;

4° psychologisch personeel :

- psycholoog;

5° orthopedagogisch personeel :

- orthopedagoog.

Er zijn geen selectie-, noch bevorderingsambten.]

B.Vl.R.17-6-1997

Art. 4.

[§ 1. ] De ambten die de leden van het psychologisch personeel mogen uitoefenen in de semi-internaten bedoeld in artikel 1 eerste lid, 2°, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- orthopedagoog, pedagoog of psycholoog.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.

[§ 2. De ambten die de leden van het psychologisch en medisch personeel mogen uitoefenen in de opvangcentra bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambt :

- orthopedagoog.

2° Selectieambt :

- nihil.

3° Bevorderingsambt :

- nihil.

B.Vl.R.13-5-1992

Art. 5.

[§ 1. ] De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel van de semi-internaten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, mogen uitoefenen, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingambten :

- opvoeder.

2° Selectieambten :

- hoofdopvoeder.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.

[§ 2. De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel van de opvangcentra bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, mogen uitoefenen, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambt :

- studiemeester-opvoeder internaat.

2° Selectieambt :

- nihil.

3° Bevorderingsambt :

- hoofdinspecteur in een opvangcentrum.]

B.Vl.R.13-5-1992

Art. 6.

[§ 1. ] De ambten die de leden van het administratief personeel van de semi-internaten bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, mogen uitoefenen, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- klerk-typist;

- opsteller.

2° Selectieambten :

- nihil.

3° Bevorderingsambt :

- nihil.

[§ 2. De ambten die de leden van het administratief personeel van de opvangcentra, bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, mogen uitoefenen, worden vastgesteld en ingedeeld als volgt :

1° Wervingsambten :

- rekenplichtig correspondent;

- opsteller

2° Selectieambten :

- eerstaanwezend rekenplichtig correspondent.

3° Bevorderingsambten :

- nihil.]

B.Vl.R.13-5-1992

Art. 7.

De benaming van de ambten opgenomen in de linker kolom wordt als volgt vervangen door de benaming van de ambten in de rechter kolom.

1. Buitengewoon kleuteronderwijs

A. Wervingsambten

- kleuteronderwijzeres.

- kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming.

B. Bevorderingsambten

- hoofdkleuteronderwijzeres van kleuterschool;

- directeur;

- hoofdkleuteronderwijzeres van autonome kleuterschool;

- directeur;

- hoofdkleuteronderwijzeres van een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen.

- directeur

2. Buitengewoon lager onderwijs

A. Wervingsambten

- onderwijzer;

- onderwijzer algemene en sociale vorming;

- leermeester godsdienst;

- leermeester godsdienst;

- leermeester zedenleer;

- leermeester niet-confessionele zedenleer;

- leermeester bijzondere vakken - lichamelijke opvoeding.

- leermeester algemene en sociale vorming - specialiteit lichamelijke opvoeding.

B. Bevorderingsambten

- hoofdonderwijzer of directeur van een autonome lagere school;

- directeur;

- hoofdonderwijzer van een lagere oefenschool;

- directeur;

- directeur van een medisch-pedagogisch instituut.

- directeur van een medisch-pedagogisch instituut van de Vlaamse Gemeenschap.

3. Buitengewoon basisonderwijs

A. Wervingsambten

- kleuteronderwijzeres;

- kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;

- onderwijzer;

- onderwijzer algemene en sociale vorming;

- leermeester godsdienst;

- leermeester godsdienst;

- leermeester zedenleer;

- leermeester niet-confessionele zedenleer;

- leermeester bijzondere vakken - lichamelijke opvoeding

- leermeester algemene en sociale vorming - specialiteit lichamelijke opvoeding.

B. Bevorderingsambten

- hoofdkleuteronderwijzeres van kleuterschool;

- directeur;

- hoofdkleuteronderwijzeres van autonome kleuterschool;

- directeur;

- hoofdkleuteronderwijzeres van een oefenschool voor kleuteronderwijzeressen;

- directeur;

- hoofdonderwijzer of direc-teur van een autonome lagere school;

- directeur;

- hoofdonderwijzer van een lagere oefenschool;

- directeur;

- directeur van een medisch-pedagogisch instituut.

- directeur van een medisch-pedagogisch instituut van de Vlaamse Gemeenschap.

4. Buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvormen 1, 2 en 3

A. Wervingsambten

- godsdienstleraar;

- godsdienstleraar;

- leraar A.S.V. godsdienst;

- godsdienstleraar;

- leraar zedenleer;

- leraar niet-confessionele zedenleer;

- leraar A.S.V. zedenleer;

- leraar niet-confessionele zedenleer;

- leraar algemene vakken;

- leraar algemene en sociale vorming;

- leraar bijzondere vakken - specialiteit lichamelijke opvoeding;

- leraar algemene en sociale vorming specialiteit lichamelijke opvoeding;

- leraar bijzondere vakken - andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding;

- leraar algemene en sociale vorming;

- leraar algemene en sociale vorming;

- leraar algemene en sociale vorming;

- leraar beroepsgerichte vorming;

leraar beroepsgerichte vorming;

- leraar technische vakken;

leraar beroepsgerichte vorming;

- leraar technische vakken en beroepspraktijk;

leraar beroepsgerichte vorming;

- praktijkleraar.

leraar beroepsgerichte vorming.

B. Selectieambten

- werkmeester;

- werkmeester;

- onderdirecteur.

- onderdirecteur.

C. Bevorderingsambten

- werkplaatsleider;

- werkplaatsleider;

- directeur.

- directeur.

Art. 8.

De personeelsleden titularis van één of meer ambten vermeld in de rechter kolom van artikel 7 behouden vanaf 1 september 1990 ten minste de statutaire toestand die zij verworven hadden in het ambt of de ambten die er tegenover staan in de linker kolom.

Art. 9.

§ 1. De personeelsleden die op 31 augustus 1990 vastbenoemd en als dusdanig erkend zijn, daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in een selectieambt van kleuteronderwijzeres aan een oefenschool worden op 1 september 1990 beschouwd zich te bevinden in dezelfde statutaire toestand als voor het wervingsambt van respectievelijk kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming. Zij behouden de weddeschaal die zij verworven hadden in het selectieambt. Zij blijven ertoe gehouden verder de verplichtingen na te komen, verbonden aan dit selectieambt.

§ 2. De op 31 augustus 1990 bestaande betrekkingen van het wervingsambt van bijzonder leermeester heilgymnastiek, bijzonder leermeester logopedie, bijzonder leermeester inwijding in de muziek, leermeester bijzondere vakken, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, en de op dezelfde datum bestaande betrekkingen van het selectieambt van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, blijven behouden tot op de dag dat de titularis van het ambt de betrekking definitief verlaat. Zij behouden de weddeschaal die zij verworven hadden. Indien zij een weddeschaal verbonden aan een selectieambt genoten, blijven zij ertoe gehouden verder de verplichtingen verbonden aan het selectieambt na te komen.

Art. 10.

Worden opgeheven in het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, wat de in artikel 1, eerste lid, van het huidig besluit vermelde instellingen, instituten en semi-internaten betreft :

1° artikel 6, A en B, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 maart 1979 en 1 augustus 1984, en C en D, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juli 1969, 31 juli 1969, 7 maart 1979 en 1 augustus 1984;

2° artikel 8.

Art. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1990.

Art. 12.

De gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.