OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    17 APRIL 1991
  • publicatiedatum
    B.S.12/06/1991
  • datum laatste wijziging
    03/10/2008

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 10-7-2008 - B.S. 3-10-2008

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 72;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 5 van 18 april 1967 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van de toelagen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 20 maart 1991;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, laatst gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de onderwijsintellingen zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gebracht van de vanaf het schooljaar 1990-1991 geldende reglementering inzake de aanstellings- en betalingsmodaliteiten van de voordrachtgevers in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en dit in uitvoering van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De personen die in toepassing van artikel 72 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II en artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs worden aangesteld als voordrachtgevers, worden betaald overeenkomstig de modaliteiten bepaald in dit besluit.

HOOFDSTUK I. - Regeling vanaf het schooljaar 1991-1992

Art. 2.

§ 1. Van het globaal aantal uren-leraar op weekbasis waarover een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs beschikt, wordt het aantal uren dat wordt voorbehouden voor voordrachtgevers vermenigvuldigd met veertig, zijnde het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt bekomen.

§ 2. Het in § 1 bekomen resultaat van de vermenigvuldiging, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt vóór 1 oktober van dit betrokken schooljaar aan de bevoegde diensten van het departement medegedeeld.

§ 3. Het resultaat van de in § 1 bedoelde vermenigvuldiging, wordt vermenigvuldigd met het berekend uurloon, zoals bepaald in artikel 16 van het voornoemd decreet van 31 juli 1990; het resultaat van deze tweede vermenigvuldiging vormt het krediet voorbehouden voor de aanwerving van voordrachtgevers dat wordt toegekend in twee gedeelten, waarvan het eerste als voorschot geldt.

§ 4. Het in § 3 bedoeld voorschot wordt uitbetaald in de loop van de maanden oktober-november van het betrokken schooljaar en bedraagt vijftig procent van het globale krediet dat aan het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs zal worden toegekend.

§ 5. Het overeenkomstig de §§ 3 en 4 overblijvend gedeelte van het globale krediet, wordt uitbetaald in de loop van de maand juni van het betrokken schooljaar.

Art. 3.

Het in artikel 2 door de Vlaamse Gemeenschap toegekend krediet is eveneens onderworpen aan de beschikkingen vermeld in het koninklijk besluit nr. 5 van 18 april 1967 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van de toelagen.

HOOFDSTUK II. - Overgangsregeling voor het schooljaar 1990-1991

Art. 4.

Het krediet dat wordt toegekend voor voordrachtgevers wordt verstrekt door een storting in elk semester van het schooljaar 1990-1991 na overlegging van een behoorlijk ingevulde schuldvordering, ondertekend door de voordrachtgever of de verantwoordelijke van de organisatie of van de onderneming die de voordrachten geeft enerzijds en door de directeur van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs anderzijds.

Art. 5.

Om voor betaling in aanmerking te komen, moeten de prestaties waarop dit besluit van toepassing is, twee weken vóór de aanvang ervan door de directeur van het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan de bevoegde diensten van het departement worden medegedeeld.

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 6.

Van onderhavig besluit treedt Hoofdstuk I in werking op 1 september 1991 en heeft Hoofdstuk II uitwerking gedurende het schooljaar 1990-1991.

Art. 7.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.