OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering houdende inrichting van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    09 OKTOBER 1991
  • publicatiedatum
    B.S.17/12/1991
  • datum laatste wijziging
    08/12/2006

COORDINATIE

B.Vl.R. 27-1-1993 - B.S. 8-6-1993

B.Vl.R. 30-5-1996 - B.S. 21-8-1996

B.Vl.R. 7-9-1999 - B.S. 17-12-1999

B.Vl.R. 31-8-2001 - B.S. 23-10-2001

B.Vl.R. 5-3-2004 - B.S. 11-6-2004

B.Vl.R. 25-6-2004 - B.S. 12-11-2004

opgeheven door B.Vl.R. 1-9-2006 - B.S. 8-12-2006

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, inzonderheid op artikel 84quater, 2°, ingevoegd door het decreet van 12 juni 1991;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 23 september 1991;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het onontbeerlijk is de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs te actualiseren, ondermeer in het licht van de gewijzigde bekrachtigingsmodaliteiten van de studies van het niveau voltijds secundair onderwijs, dewelke progressief in voege treden;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

§ 1. Bij de Vlaamse Gemeenschap wordt één examencommissie ingesteld, bestaande uit [vier] afdelingen.

§ 2. De eerste afdeling is belast met het uitreiken van :

1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;

2° voor het algemeen secundair onderwijs :

- gedurende de zittijden 1992 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs;

- vanaf de zittijden 1993 : het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

- gedurende de zittijden 1993 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs, doch uitsluitend aan die examinandi die uiterlijk op 31 december 1992 reeds één of meer deelattesten van domeinen van voornoemde onderwijsvorm bezitten, uit hoofde van de met vrucht voor dezelfde afdeling van de examencommissie afgelegde proeven;

3° voor het technisch secundair onderwijs :

- gedurende de zittijden 1992 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs;

- vanaf de zittijden 1993 : het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

- gedurende de zittijden 1993 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs, doch uitsluitend aan die examinandi die uiterlijk op 31 december 1992 reeds één of meer deelattesten van domeinen van voornoemde onderwijsvorm bezitten, uit hoofde van de met vrucht voor dezelfde afdeling van de examencommissie afgelegde proeven;

4° voor het kunstsecundair onderwijs :

- gedurende de zittijden 1992 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs;

- vanaf de zittijden 1993 : het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

- gedurende de zittijden 1993 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs, doch uitsluitend aan die examinandi die uiterlijk op 31 december 1992 reeds één of meer deelattesten van domeinen van voornoemde onderwijsvorm bezitten, uit hoofde van de met vrucht voor dezelfde afdeling van de examencommissie afgelegde proeven;

5° voor het beroepssecundair onderwijs :

- gedurende de zittijden 1992 : het getuigschrift van lager secundair onderwijs;

- vanaf de zittijden 1993 : het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs.

§ 3. De tweede afdeling is belast met het uitreiken van :

het diploma van secundair onderwijs (algemeen secundair onderwijs).

§ 4. De derde afdeling is belast met het uitreiken van :

1° het diploma van secundair onderwijs (technisch secundair onderwijs);

2° het diploma van secundair onderwijs (kunstsecundair onderwijs);

3° het diploma van secundair onderwijs [(derde graad van het beroepssecundair onderwijs)].

[4°[[...]] ]

B.Vl.R. 30-5-1996; [[ ]] B.Vl.R.25-6-2004

[§ 4bis. De vierde afdeling is belast met het uitreiken van :

1° het diploma in de psychiatrische verpleegkunde;

2° het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde;

3° het diploma van secundair onderwijs (vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting psychiatrische verpleegkunde respectievelijk ziekenhuisverpleegkunde);

[[4° het attest van het met vrucht afgelegd examen dat toelating verleent tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs.]] ]

B.Vl.R. 30-5-1996; [[ ]] B.Vl.R.25-6-2004

[§ 4ter. De tweede, derde en vierde afdeling zijn daarenboven belast met het uitreiken van het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer.]

B.Vl.R.5-3-2004

§ 5. Per afdeling wordt er één centrale zetel opgericht, die gelegen is in het arrondissement Brussel-Hoofdstad.

De proeven kunnen ook buiten dit arrondissement worden ingericht.

§ 6. De modellen van de in §§ 2, 3, 4 [, 4bis en 4ter] vermelde studiebewijzen en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlagen bij onderhavig besluit.

B.Vl.R.5-3-2004

Art. 2.

De examencommissie is samengesteld uit :

1° [een voorzitter en [[een plaatsvervangende voorzitter]] voor de eerste, tweede en derde afdeling samen en een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter voor de vierde afdeling].

2°één secretaris en één adjunct-secretaris voor elke afdeling;

3° een gelijk aantal werkende en plaatsvervangende leden; dit aantal varieert naargelang de behoefte van elke afdeling.

B.Vl.R. 30-5-1996; [[ ]] B.Vl.R.25-6-2004

Art. 3.

De voorzitter [van de eerste, tweede en derde afdeling]¹ en zijn [plaatsvervanger]² worden gekozen buiten het onderwijzend personeel, onder de houders van een wettelijk diploma van voleindigde hogere studiën, uitgereikt overeenkomstig de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens na ten minste vier jaar studiën, en bij voorkeur onder de werkende of plaatsvervangende magistraten, zowel van de zittende als van de staande magistratuur. [De voorzitter van de vierde afdeling en zijn plaatsvervanger worden gekozen onder de ambtenaren-artsen van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.]¹

Zij worden voor een periode van zes jaar benoemd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs.

[ ]¹ B.Vl.R. 30-5-1996; [ ]² B.Vl.R.25-6-2004

Art. 4.

De secretaris en adjunct-secretaris van elke afdeling worden door de Gemeenschapsminister van Onderwijs aangeduid voor een mandaat van zes jaar, tijdens hetwelk zij van rechtswege effectief lid zijn van de betrokken afdeling.

Bij de aanstelling van de secretaris en adjunct-secretaris van elke afdeling, dient de ene te behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en/of het opvoedend hulppersoneel van het vrij onderwijs en de andere tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en/of het opvoedend hulppersoneel van het officieel onderwijs.

Art. 5.

§ 1. Voor de eerste afdeling worden de leden en hun plaatsvervangers :

1° gekozen uit de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het secundair onderwijs in actieve dienst [, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen]² of minder dan drie jaar gepensioneerd en die de leeftijd van 65 jaar niet hebben overschreden; zij dienen gedurende ten minste één schooljaar onderricht gegeven te hebben [in ten minste een leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs of het eerste of het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, technisch, kunst- of beroepssecundair onderwijs; tot en met de zittijden 1992 wordt onder voornoemd tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs verstaan : het vierde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs van het type I, en het vierde leerjaar van de lagere cyclus en het vierde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II]¹;

[ ]¹ B.Vl.R. 27-1-1993; [ ]² B.Vl.R.5-3-2004

2° gekozen voor de helft uit het personeel van het officieel onderwijs en voor de andere helft uit het personeel van het vrij onderwijs; de gepensioneerde leden worden geacht tot dat onderwijs te behoren waarin zij aangesteld waren tijdens het schooljaar voorafgaand aan hun oppensioenstelling;

3° benoemd voor een periode van twee jaar, eventueel vernieuwbaar, door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, die eveneens in de vervanging voorziet indien zij in de loop van hun mandaat ontslag nemen of niet langer voldoen aan de in 1° bepaalde voorwaarden.

[In afwijking op deze voorwaarden is het toegelaten dat de benoeming van de leden en hun plaatsvervangers die de leeftijd van 65 jaar bereiken, maximum één maal voor een periode van twee jaar wordt hernieuwd.]

B.Vl.R.7-9-1999

§ 2. Voor de tweede afdeling worden de leden en hun plaatsvervangers :

1° gekozen uit de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het secundair onderwijs in actieve dienst [, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen]² of minder dan drie jaar gepensioneerd en die de leeftijd van 65 jaar niet hebben overschreden; zij dienen gedurende ten minste één schooljaar onderricht gegeven te hebben in het eerste of het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs; tot en met de zittijden 1994 wordt onder voornoemd eerste of tweede leerjaar van de derde graad het vijfde of het zesde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde of zesde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan;

2° gekozen voor de helft uit het personeel van het officieel onderwijs en voor de andere helft uit het personeel van het vrij onderwijs; de gepensioneerde leden worden geacht tot dat onderwijs te behoren waarin zij aangesteld waren tijdens het schooljaar voorafgaand aan hun oppensioenstelling;

3° benoemd voor een periode van twee jaar, eventueel vernieuwbaar, door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, die eveneens in de vervanging voorziet indien zij in de loop van hun mandaat ontslag nemen of niet langer voldoen aan de in 1° bepaalde voorwaarden.

[In afwijking op deze voorwaarden is het toegelaten dat de benoeming van de leden en hun plaatsvervangers die de leeftijd van 65 jaar bereiken, maximum één maal voor een periode van twee jaar wordt hernieuwd.]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-1999; [ ]² B.Vl.R.5-3-2004

§ 3. Voor de derde afdeling worden de leden en hun plaatsvervangers :

1° gekozen uit de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het secundair onderwijs in actieve dienst [, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen]² of minder dan drie jaar gepensioneerd en die de leeftijd van 65 jaar niet hebben overschreden; zij dienen gedurende ten minste één schooljaar onderricht gegeven te hebben in het eerste of het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch of kunstsecundair onderwijs of in het tweede of het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs; tot en met de zittijden 1994 wordt onder voornoemd eerste of tweede leerjaar van de derde graad het vijfde of het zesde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde of zesde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan, terwijl tot en met de zittijden 1995 onder voornoemd tweede of derde leerjaar van de derde graad wordt verstaan het zesde of het zevende leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het zesde of zevende leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;

2° gekozen voor de helft uit het personeel van het officieel onderwijs en voor de andere helft uit het personeel van het vrij onderwijs; de gepensioneerde leden worden geacht tot dat onderwijs te behoren waarin zij aangesteld waren tijdens het schooljaar voorafgaand aan hun oppensioenstelling;

3° benoemd voor een periode van twee jaar, eventueel vernieuwbaar, door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, die eveneens in de vervanging voorziet indien zij in de loop van hun mandaat ontslag nemen of niet langer voldoen aan de in 1° bepaalde voorwaarden.

[In afwijking op deze voorwaarden is het toegelaten dat de benoeming van de leden en hun plaatsvervangers die de leeftijd van 65 jaar bereiken, maximum één maal voor een periode van twee jaar wordt hernieuwd.]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-1999; [ ]² B.Vl.R.5-3-2004

[§ 4. Voor de vierde afdeling worden de leden en hun plaatsvervangers :

1° gekozen uit de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het secundair en/of hoger onderwijs in actieve dienst [[, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden, terbeschikkinggesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen]] of minder dan drie jaar gepensioneerd en die de leeftijd van 65 jaar niet hebben overschreden; zij dienen gedurende ten minste één school- of academiejaar onderricht gegeven te hebben in een studierichting of afdeling verpleegkunde;

2° gekozen voor de helft uit het personeel van het officieel onderwijs en voor de andere helft uit het personeel van het vrij onderwijs; de gepensioneerde leden worden geacht tot dat onderwijs te behoren waarin zij aangesteld waren tijdens het school- of academiejaar voorafgaand aan hun pensionering;

3° benoemd voor een periode van twee jaar, eventueel hernieuwbaar, door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, die eveneens in de vervanging voorziet indien zij in de loop van hun mandaat ontslag nemen of niet langer voldoen aan de in 1° bepaalde voorwaarden.]

B.Vl.R. 30-5-1996; [[ ]] B.Vl.R.5-3-2004

[In afwijking op deze voorwaarden is het toegelaten dat de benoeming van de leden en hun plaatsvervangers die de leeftijd van 65 jaar bereiken, maximum één maal voor een periode van twee jaar wordt hernieuwd.]

B.Vl.R.7-9-1999

Art. 6.

§ 1. Voor het verwerven van :

1° het getuigschrift bedoeld in artikel 1, § 2, 1°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede leerjaar van de eerste graad of het beroepsvoorbereidend leerjaar;

2° het getuigschrift van lager secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het derde leerjaar van het algemeen secundair onderwijs;

3° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen secundair onderwijs;

4° het getuigschrift van lager secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 3°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het derde leerjaar van het technisch secundair onderwijs;

5° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 3°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede leerjaar van de tweede graad van het technisch secundair onderwijs;

6° het getuigschrift van lager secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 4°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het derde leerjaar van het kunstsecundair onderwijs;

7° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 4°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede leerjaar van de tweede graad van het kunstsecundair onderwijs;

8° het getuigschrift van lager secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 5°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het vierde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;

9° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs bedoeld in artikel 1, § 2, 5°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;

10° het diploma bedoeld in artikel 1, § 3, worden de examinandi ondervraagd over leerstof [van het tweede leerjaar van de derde graad]³ van het algemeen secundair onderwijs; tot en met de zittijden 1994 wordt onder voornoemd eerste en tweede leerjaar van de derde graad het vijfde en het zesde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde en het zesde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan;

11° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4, 1°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof [van het tweede leerjaar van de derde graad]³ van het technisch secundair onderwijs; tot en met de zittijden 1994 wordt onder voornoemd eerste en tweede leerjaar van de derde graad het vijfde en het zesde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde en het zesde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan;

12° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4, 2°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof [van het tweede leerjaar van de derde graad]³ van het kunstsecundair onderwijs; tot en met de zittijden 1994 wordt onder voornoemd eerste en tweede leerjaar van de derde graad het vijfde en het zesde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde en het zesde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan;

13° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4, 3°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het tweede en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs; tot en met de zittijden 1995 wordt onder voornoemd tweede en derde leerjaar van de derde graad het zesde en het zevende leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het zesde en het zevende leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II verstaan;

[14° het attest bedoeld in [[artikel 1, § 4bis, 4°]], worden de examinandi ondervraagd over leerstof van de hiernavolgende vakken van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs : Nederlands; maatschappelijke vorming; wiskunde; biologie of chemie of fysica (naar keuze van de examinandus).

In afwijking hierop is het voor wat de zittijden 1996 betreft toegelaten het vak maatschappelijke vorming te laten vallen en te vervangen door de vakken biologie, chemie en fysica;

15° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4bis, 1°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het eerste, het tweede en het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting psychiatrische verpleegkunde;

16° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4bis, 2°, worden de examinandi ondervraagd over leerstof van het eerste, het tweede en het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting ziekenhuisverpleegkunde;

17° het diploma bedoeld in artikel 1, § 4bis, 3°, dienen de examinandi houder te zijn van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of een getuigschrift van lager secundair onderwijs, uitgereikt door een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling, of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, en het eerste, het tweede en het derde leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs met vrucht te hebben beëindigd;]¹

[18° het getuigschrift bedoeld in artikel 1, § 4ter, dienen de examinandi :

a) tijdens de betrokken zittijd het diploma van secundair onderwijs te behalen, en

b) voldaan te hebben aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap en in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 30-5-1996; [ ]² B.Vl.R. 5-3-2004; [ ]³ B.Vl.R. 25-6-2004; [[ ]] B.Vl.R.25-6-2004

[§ 1bis. Voor bepaalde studierichtingen waarover de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, of zijn gemachtigde beslist, dient de toelating tot de proeven, ingericht met het oog op het verwerven van een diploma, bedoeld in artikel 1, § 4, 1° of 3°, of § 4bis, 1°, 2° of 3°, voorafgegaan te worden door een stage van de examinandus :

a) waarvan de minimumduur eveneens door de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, of zijn gemachtigde wordt bepaald, en

b) die gelopen wordt in een bedrijf, onderneming of onderafdeling waarvan de activiteiten affiniteit vertonen met de studierichting waarin de examinandus beoogt het diploma te behalen, en

c) die daarvoor een stageverslag heeft opgesteld dat door de examencommissie gunstig werd beoordeeld.]

B.Vl.R.25-6-2004

§ 2. Vrijstelling van ondervraging over bepaalde vakken en/of specialiteiten kan worden verleend door de Gemeenschapsminister van onderwijs of zijn gemachtigde aan de houders van een getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs, een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt door een instelling voor voltijds secundair onderwijs georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs of aan de houders van een naar buitenlands statuut behaald studiebewijs dat gelijkwaardig beschouwd wordt met een door de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift of diploma, waaruit blijkt dat zij met vrucht een gelijkwaardig onderwijs in de bedoelde vakken en/of specialiteiten hebben genoten en voor zover de betrokkene opteert voor het behalen via bedoelde examencommissie van een getuigschrift of diploma, analoog aan datgene dat hij reeds bezit.

[§ 2bis. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde kan vrijstelling van ondervraging over bepaalde vakken en/of specialiteiten verlenen aan de examinandus die ervoor opteert via de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap een diploma in de psychiatrische verpleegkunde of een diploma in de ziekenhuisverpleegkunde te behalen, voor zover de betrokkene al één of meer leer- of studiejaren met vrucht heeft beëindigd in een studierichting of afdeling verpleegkunde georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap, en voor zover blijkt dat een gelijkwaardig onderwijs in de bedoelde vakken en/of specialiteiten werd genoten.

Ook de houder van een naar buitenlands statuut behaald studiebewijs dat gelijkwaardig wordt beschouwd met één of meer desbetreffende leer- of studiejaren, kan vrijstelling krijgen.]

B.Vl.R.30-5-1996

[§ 2ter. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, of zijn gemachtigde kan vrijstelling van ondervraging over bepaalde vakken en/of specialiteiten verlenen aan de houder van één of meer studiebewijzen, uitgereikt vanaf het schooljaar 1999-2000 door een centrum voor volwassenenonderwijs, die ervoor opteert via de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of een diploma van secundair onderwijs te behalen.]

B.Vl.R.31-8-2001

§ 3. De door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikte studiebewijzen zijn van rechtswege geldig.

Art. 7.

De inschrijvingsrechten voor deelname aan de examens worden vastgesteld op [15 euro].

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 8.

Het programma en de organisatie van de zittijden van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, worden bepaald door de Gemeenschapsminister van Onderwijs.

Art. 9.

§ 1. De zitdag van de in artikel 2 bedoelde personen duurt zes uren. Per dag zijn de vacatiegelden als volgt vastgesteld :

- voor de voorzitter : 225 F

- voor de secretarissen en de adjunct-secretarissen : 200 F

- voor de werkende en plaatsvervangende leden : 165 F

§ 2. Zo de duur van zes uur ingevolge noodgedwongen omstandigheden niet kan worden bereikt, worden de vacatiegelden respectievelijk tot 180 F, 145 F en 120 F verminderd.

Wordt integendeel die duur overschreden, dan wordt per bijkomend uur aan de voorzitter 45 F, aan de secretarissen en adjunct-secretarissen 40 F en aan de werkende en plaatsvervangende leden 30 F toegekend.

§ 3. Onder zitdag wordt verstaan ieder dag tijdens dewelke de noodzakelijke activiteiten met betrekking tot de feitelijke examens worden uitgevoerd.

[Art. 9bis.

Voor de toepassing van dit besluit wordt met ingang van de zittijden 2005 onder de studierichting "psychiatrische verpleegkunde" en de studierichting "ziekenhuisverpleegkunde", de studierichting "verpleegkunde" verstaan.]

B.Vl.R.25-6-2004

Art. 10.

Worden opgeheven :

- het koninklijk besluit van 22 juni 1965 waarbij de vakken van de examens, het peil van de vereiste kennis en de vrijstellingen van ondervraging worden bepaald, wat betreft de examencommissie van de Staat voor het hoger middelbaar onderwijs;

- het koninklijk besluit van 23 april 1980 tot inrichting van het examen over de algemene vorming voor de toelating tot de inrichtingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan die onderwijs in de plastische kunsten organiseren van de eerste of van de tweede graad;

- het koninklijk besluit van 6 november 1987 houdende inrichting van de examencommissie van de Staat voor het secundair onderwijs.

Art. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1992.

Art. 12.

De Gemeenschapsminister van onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

Getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 2, 1°

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

GETUIGSCHRIFT VAN DE EERSTE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het ..........

....................................................... (1), ingericht met het oog op het uitreiken van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

___________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) naargelang van het geval : "tweede leerjaar van de eerste graad" of "beroepsvoorbereidend leerjaar".

Bijlage 2

Getuigschrift van lager secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, 3° en 4°

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

GETUIGSCHRIFT VAN LAGER SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Onderverdeling : .........................................(2)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het derde leerjaar van de bovenvermelde onderwijsvorm en onderverdeling, ingericht met het oog op het uitreiken van het getuigschrift van lager secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) naargelang van het geval : "algemeen secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "technisch secundair onderwijs";

(2) de term "onderverdeling" slaat zowel op een studierichting van het secundair onderwijs van het type I of afdeling van het secundair onderwijs van het type II van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor secundair onderwijs met volledig leerplan, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 3

Getuigschrift van lager secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 2, 5°

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

GETUIGSCHRIFT VAN LAGER SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Onderverdeling : .........................................(1)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het vierde leerjaar van de bovenvermelde onderwijsvorm en onderverdeling, ingericht met het oog op het uitreiken van het getuigschrift van lager secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) de term "onderverdeling" slaat zowel op een studierichting van het secundair onderwijs van het type I of afdeling van het secundair onderwijs van het type II van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor secundair onderwijs met volledig leerplan, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 4

Getuigschrift van lager secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, 3°, 4° en 5°

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

GETUIGSCHRIFT VAN DE TWEEDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Studierichting : .........................................(2)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het tweede leerjaar van de tweede graad van de bovenvermelde onderwijsvorm en studierichting, ingericht met het oog op het uitreiken van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) naargelang van het geval : "algemeen secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(2) de term "studierichting" slaat zowel op een studierichting van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor voltijds secundair onderwijs, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 5

Diploma van secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 3 en § 4, 1° en 2° (uitreikbaar tot en met de zittijden 1994)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Onderverdeling : .........................................(2)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het vijfde en zesde leerjaar van de bovenvermelde onderwijsvorm en onderverdeling, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma van lager secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) naargelang van het geval : "algemeen secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "technisch secundair onderwijs";

(2) de term "onderverdeling" slaat zowel op een studierichting van het secundair onderwijs van het type I of afdeling van het secundair onderwijs van het type II van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor secundair onderwijs met volledig leerplan, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 6

Diploma van secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 4, 3° (uitreikbaar tot en met de zittijden 1995)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Onderverdeling : .........................................(1)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het zesde leerjaar van de onderverdeling ...............................(1)

van het beroepssecundair onderwijs en leerstof van het zevende leerjaar van de bovenvermelde onderwijsvorm en onderverdeling, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma van secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) de term "onderverdeling" slaat zowel op een studierichting van het secundair onderwijs van het type I of afdeling van het secundair onderwijs van het type II van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor secundair onderwijs met volledig leerplan, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 7

Diploma van secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 3 en § 4, 1° en 2° (vanaf de zittijden 1995)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Studierichting : .........................................(2)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van de bovenvermelde onderwijsvorm en studierichting, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma van lager secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) naargelang van het geval : "algemeen secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "technisch secundair onderwijs";

(2) de term "studierichting" slaat zowel op een studierichting van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor voltijds secundair onderwijs, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 8

Diploma van secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 4, 3° (vanaf de zittijden 1996)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : .........................................(1)

In naam van de Vlaamse Regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van de Vlaamse Raad van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat ..............

...........................................................,

geboren te .............................., op ..............

geslaagd is voor het examen over leerstof van het tweede leerjaar van de derde graad van de studierichting .......... .......................... (1) van de beroepssecundair onderwijs en leerstof van het derde leerjaar van de derde graad van de bovenvermelde onderwijsvorm en studierichting, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma van lager secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie, De houder,

_____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) de term "studierichting" slaat zowel op een studierichting van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende instelling voor voltijds secundair onderwijs, waarvan het programma het voorwerp van het examen heeft uitgemaakt, als op het programma van de examencommissie, goedgekeurd door de Gemeenschapsminister van Onderwijs, waarop het examen betrekking heeft gehad.

Bijlage 9

Attest van het met vrucht afgelegd examen dat toelating verleent tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 4, 4°.

Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

ATTEST VAN HET MET VRUCHT AFGELEGD EXAMEN DAT TOELATING VERLEENT TOT HET EERSTE LEERJAAR VAN DE VIERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

In naam van de Vlaamse regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, bevestigt dat ...............................................,

geboren te .........................., op ..................,

geslaagd is voor het examen dat toelating verleent tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie De houder,

Bijlage 10

Diploma in de psychiatrische verpleegkunde, bedoeld in artikel 1, § 4bis, 1°.

Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA IN DE PSYCHIATRISCHE VERPLEEGKUNDE

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : psychiatrische verpleegkunde

In naam van de Vlaamse regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, bevestigt dat ..............................................,

geboren te .........................., op ..................,

geslaagd is voor het examen over leerstof van de vierde graad van de bovenvermelde onderwijsvorm en studierichting, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma in de psychiatrische verpleegkunde.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften, met inbegrip van de aanbeveling van 16 april 1986 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, werden nageleefd.

Gegeven te ...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie De houder,

Bijlage 11

Diploma in de ziekenhuisverpleegkunde, bedoeld in artikel 1, § 4bis, 2°.

Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA IN DE ZIEKENHUISVERPLEEGKUNDE

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : ziekenhuisverpleegkunde

In naam van de Vlaamse regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, bevestigt dat ..............................................,

geboren te .........................., op ..................,

geslaagd is voor het examen over leerstof van de vierde graad van de bovenvermelde onderwijsvorm en studierichting, ingericht met het oog op het uitreiken van het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften, met inbegrip van de richtlijn (77/453/EEG) van 27 juni 1977 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, werden nageleefd.

Gegeven te ...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie De houder,

Bijlage 12

Diploma van secundair onderwijs, bedoeld in artikel 1, § 4bis, 3°.

Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : .........................................(1)

In naam van de Vlaamse regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, bevestigt dat ..............................................,

geboren te .........................., op ..................,

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° het eerste en het tweede leerjaar van de vierde graad van de bovenvermelde onderwijsvorm met vrucht heeft volbracht;

3° het derde leerjaar van de vierde graad van de bovenver-melde onderwijsvorm en studierichting met vrucht heeft volbracht.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ...................., op .........................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie De houder,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "psychiatrische verpleegkunde" of "ziekenhuisverpleegkunde".

Bijlage 13

Getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer, bedoeld in artikel 1, § 4ter.

Model : formaat (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

GETUIGSCHRIFT OVER DE BASISKENNIS VAN HET BEDRIJFSBEHEER

In naam van de Vlaamse regering,

De examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs, ingesteld bij artikel 84quater, 2°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, bevestigt dat .........................................., geboren te ...................................., op ........................., voldaan heeft aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in :

1° de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap;

2° het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.

Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ..............................., op .............................

De examinatoren, De secretaris, De voorzitter,

Stempel van de examencommissie De houder,