OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds secundair onderwijs, worden ingezet.

  • goedkeuringsdatum
    26 JUNI 1991
  • publicatiedatum
    B.S.04/09/1991
  • datum laatste wijziging
    12/05/2006

COORDINATIE

B.Vl.R. 24-11-1993 - B.S. 13-1-1994

B.Vl.R. 18-5-1994 - B.S. 15-7-1994

opgeheven door B.Vl.R. 10-3-2006 - B.S. 12-5-2006

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wetten op het technisch onderwijs, gecoördineerd op 30 april 1957, inzonderheid op artikel 26, § 2;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 27, § 1, vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 11 juli 1973;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 17 oktober 1990;

Gelet op het protocol van 14 februari 1991 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd en gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs uitgezonderd.

Art. 2.

In instellingen voor voltijds secundair en, voor haar voltijds secundaire afdelingen, in instellingen voor hoger onderwijs van het korte type, die de structuuronderdelen Agro-biotechniek, Landbouw, [Paardrijden en -verzorgen,] Tuinbouw en/of Land- en Tuinbouw aanbieden kunnen personeelsleden in betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken in de specialiteiten Landbouw en/of tuinbouw worden aangesteld, voor zover voldaan wordt aan de bepalingen van artikel 4.

B.Vl.R.18-5-1994

Art. 3.

De personeelsleden bedoeld in artikel 2 zijn :

1° belast met de uitbating en het onderhoud van culturen, van de serres en van de veestapel, die van de onderwijsinstelling afhangen;

2° gehouden, in het bijzijn van de leerlingen en gedurende de lesuren voorbehouden voor praktische vakken, de nodige demonstraties te geven ter illustratie van zekere lessen, en dit rekening houdende met de technologische evolutie in de sector.

Art. 4.

Het aantal betrekkingen wordt vastgesteld overeenkomstig volgende normen :

1° in elke instelling die een structuuronderdeel agro-biotechniek, tuinbouw, [paardrijden en -verzorgen,]² landbouw en/of land- en tuinbouw organiseert, ongeacht het aantal leerlingen : 1 betrekking;

2° [in de structuuronderdelen tuinbouw, [[paardrijden en -verzorgen,]] landbouw en/of land- en tuinbouw van de tweede en de derde graad, met inbegrip van de structuuronderdelen in dezelfde graden georganiseerd onder een benaming die - overeenkomstig het ministerieel besluit van 20 juni 1990 tot uniformisering en vereenvoudiging van de benamingen van structuuronderdelen in het algemeen, technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs - te gelegener tijd omgezet moet worden naar één van de voornoemde structuuronderdelen :]¹

- van 21 tot en met 100 leerlingen : 2 betrekkingen;

- méér dan 100 leerlingen : 3 betrekkingen;

3° in de instellingen die van de norm in 2° van onderhavig artikel genieten en die daarenboven een structuuronderdeel agro-biotechniek in de eerste graad organiseren :

- ongeacht het aantal leerlingen in de eerste graad : 2 betrekkingen;

- indien bedoelde structuuronderdelen van de tweede en de derde graad 71 tot en met 100 leerlingen tellen : 3 betrekkingen;

- indien bedoelde structuuronderdelen van de tweede en de derde graad meer den 100 leerlingen tellen : 4 betrekkingen.

[ ]¹ B.Vl.R. 24-11-1993; [ ]² B.Vl.R. 18-5-1994; [[ ]] B.Vl.R. 18-5-1994

Art. 5.

De in artikel 4 bedoelde betrekkingen kunnen voltijds of halftijds toegewezen worden.

Art. 6.

Voor de toepassing van onderhavig besluit worden in het secundair onderwijs van het type II beschouwd te behoren tot :

1° de eerste graad :

- het tweede leerjaar van de lagere secundaire cyclus van de onderwijsvormen : T.S.O. - B.S.O.;

2° de tweede en de derde graad :

- de overige leerjaren van de onderwijsvormen : T.S.O. -B.S.O.

Art. 7.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1989.

Art. 8.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.