OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen tot uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in het voltijds secundair onderwijs van de eerste graad.

  • goedkeuringsdatum
    22 JULI 1993
  • publicatiedatum
    B.S.11/09/1993
  • datum laatste wijziging
    03/01/2001

COORDINATIE

B.Vl.R. 10-5-1995 - B.S. 9-8-1995

B.Vl.R. 17-6-1997 - B.S. 2-9-1997

opgeheven door B.Vl.R. 17-12-1999 - B.S. 28-12-2000

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 57, § 1,1;

Gelet op het akkoord van de Minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 26 mei 1993;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaatsgehad op 21 juni 1993;

Gelet op het protocol van 17 juni 1993 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

[Dit besluit is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap opgerichte of gesubsidieerde instellingen voor het voltijds secundair onderwijs.

Het is niet van toepassing [[...]] op het buitengewoon secundair onderwijs.]

B.Vl.R. 10-5-1995; [[ ]] B.Vl.R.17-6-1997

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° Doelgroep : de leerlingen in het secundair onderwijs van de eerste graad van wie :

de grootmoeder, van moeders kant, niet in België geboren is en niet in het bezit is van de Belgische of Nederlandse nationaliteit door geboorte, en
van wie de moeder hoogstens tot het einde van het schooljaar waarin zij achttien jaar werd onderwijs heeft gevolgd.

2° Onderwijsvoorrang : initiatieven ten voordele van de doelgroep die erop gericht zijn leer- en vormingsachterstanden bij de leerlingen weg te werken door het onderwijs beter aan te sluiten bij de sociaal-culturele kenmerken van de leerlingen van de doelgroep om hen zo een optimale schoolloopbaan te garanderen.

3° Intercultureel onderwijs : onderwijs gericht op de bevordering van de kennis en de waardering van en de omgang met verschillende culturen in onze samenleving.

4° Onderwijs in eigen taal en cultuur, ook afgekort als O.E.T.C. : onderwijs in de moedertaal van de leerlingen van de doelgroep.

5° Schoolopbouwwerk : initiatieven die de kloof tussen school, gezin en buurt proberen te verkleinen doordat men de ouders, de leerlingen en de leerkrachten bij de schoolloopbaan van de leerlingen probeert te betrekken.

[6° Doorstroming : het bevorderen van een optimale instroom in de derde graad of uitstroom uit de tweede graad doordat men zich richt naar de resultaten van de doelgroepleerlingen op het einde van de tweede graad technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs. Het is de bedoeling dat de leerlingen in kwestie hun onderwijs kunnen voortzetten in de derde graad van het technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs.]

B.Vl.R.10-5-1995

[7° non-discriminatiebeleid : het geheel van maatregelen in het gewoon onderwijs die tot doel hebben te komen tot een meer bewuste opstelling van de school betreffende het voorkomen en tegengaan van discriminatie enerzijds, en tot het bevorderen van een meer evenredige aanwezigheid van doelgroepleerlingen over de scholen anderzijds.

8° overeenkomst inzake toelatingsbeleid : een overeenkomst tussen alle inrichtende machten die secundair onderwijs inrichten in eenzelfde gemeente, eventueel regio, of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die tot doel heeft de toegang van de doelgroepleerlingen te maximaliseren tot alle scholen in deze gemeente, eventueel regio, om een meer evenredige aanwezigheid van deze doelgroepleerlingen te verkrijgen.

Tenminste alle inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd katholiek onderwijs dienen aan de overeenkomst deel te nemen.

De overeenkomst gaat in op 1 september volgend op het afsluiten van de overeenkomst en geldt voor de duur van vijf opeenvolgende schooljaren.]

B.Vl.R.17-6-1997

Art. 3.

Op verzoek van de inrichtende macht krijgen de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 1, een extra aantal wekelijkse uren-leraar.

Art. 4.

§ 1. Het voordeel van een extra aantal wekelijkse uren-leraar kan slechts toegekend worden aan de in artikel 1 bedoelde onderwijsinstellingen die op 1 februari van het voorafgaande schooljaar in de eerste graad van het secundair onderwijs minstens tien procent of minstens twintig regelmatige leerlingen tellen die behoren tot de doelgroep.

§ 2. Om vast te stellen of een leerling tot de doelgroep behoort, moet de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of feite onder zijn bewaring heeft, een schriftelijke verklaring naar eer en geweten invullen, dateren en ondertekenen.

Art. 5.

Onverminderd de voorwaarden van artikel 4 kunnen de onderwijsinstellingen slechts aanspraak maken op een extra aantal wekelijkse uren-leraar voor zover de inrichtende macht van deze onderwijsinstellingen :

1° jaarlijks een daartoe strekkende aanvraag indient bij de bevoegde administratie van het departement Onderwijs;

2° samen met de aanvraag een aanwendingsplan voorlegt; dit aanwendingsplan houdt de volgende verbintenissen in :

binnen de onderwijsinstelling activiteiten organiseren op het vlak van onderwijsvoorrang voor doelgroepleerlingen en intercultureel onderwijs introduceren;
luisteren naar de ouders met belanstelling voor O.E.T.C. en hun namen registreren;
met het oog op de vormgeving van het schoolopbouwwerk een contract sluiten met een erkende welzijnsorganisatie of socio-culturele instelling of met een erkend regionaal of lokaal integratiecentrum voor migranten zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990, houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van integratiecentra voor migranten;
verklaren met andere onderwijsinstellingen samen te werken om een meer gelijkmatige spreiding en doorstroming van doelgroepleerlingen na te streven;
de leraren laten begeleiden door de pedagogische begeleidingsdienst van het net waartoe de onderwijsinstelling behoort en ze inschrijven voor specifieke navorming;

[f) met het oog op de doorstroming aandacht schenken aan de individuele studiebegeleiding, aan differentiatie, en aan remediëring van de doelgroepleerlingen;

wanneer een tweede graad TSO, ASO of KSO wordt aangeboden de extra uren-leraar eveneens in de tweede graad TSO, ASO of KSO kunnen worden aangewend met het doel de doorstroming van de doelgroepleerlingen te stimuleren.]
B.Vl.R.10-5-1995

Art. 6.

[§ 1. ] Het extra aantal wekelijkse uren-leraar dat kan worden toegekend aan de onderwijsinstellingen die aan alle voorwaarden voldoen, wordt als volgt vastgesteld :

1° Voor de onderwijsinstellingen die reeds twee opeenvolgende schooljaren het voordeel hebben genoten van artikel 6, 2° en 3° of van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1991 houdende maatregelen tot uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in het voltijds secundair onderwijs van de eerste graad, wordt per doelgroepleerling 0,5 uur-leraar toegekend.

2° Voor de andere dan in 1° bedoelde onderwijsinstellingen wordt per doelgroepleerling 0,25 uur-leraar toegekend.

3° Aan de in 2° bedoelde instellingen wordt bovendien een basispakket van 28 wekelijkse uren-leraar toegekend. Dit basispakket is samengesteld als volgt :

4 uren-leraar, voor schoolinterne coördinatie;
20 uren-leraar, voor bijscholing van en overleg tussen de betrokken leraars;
4 uren-leraar, voor schooloverstijgende opdrachten. Deze uren komen inzonderheid in aanmerking voor overdracht naar andere onderwijsinstellingen binnen dezelfde scholengemeenschap of binnen hetzelfde net overeenkomstig artikel 3, § 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

Deze achtentwintig uren-leraar worden beschouwd als uren die geen lesuren zijn voor wat betreft de toepassing van de reglementering inzake bekwaamheidsbewijzen, weddeschalen, prestatiestelsel en bezoldigingsregeling en inzake de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie. [...].

B.Vl.R.10-5-1995

[§ 2. In de uren-leraar bedoeld in § 1 kunnen geen personeelsleden vast benoemd worden.

Een vaste benoeming in deze uren-leraar heeft geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

De betrekkingen die ontstaan uit deze uren-leraar kunnen niet vakant verklaard worden.]

B.Vl.R.10-5-1995

[Art. 6bis.

§ 1. In een gemeente, eventueel regio, waarin een overeenkomst inzake toelatingsbeleid loopt ten aanzien van de secundaire scholen wiens inrichtende macht deze overeenkomst heeft ondertekend, blijft het totaal aantal extra wekelijkse uren-leraar, toegekend aan scholen, ten minste behouden op het aantal van het schooljaar voorafgaand aan het ingaan van de overeenkomst.

§ 2. In een gemeente, eventueel regio, waarin een overeenkomst inzake toelatingsbeleid loopt ten aanzien van de secundaire scholen wiens inrichtende macht deze overeenkomst heeft ondertekend, dragen de inrichtende machten na overleg de scholen voor die in aanmerking komen voor het saldo pakket extra wekelijkse uren-leraar. Dit saldo pakket extra wekelijkse uren-leraar ontstaat ten gevolge van een daling onder het niveau van het totaal aantal extra wekelijkse uren-leraar van het schooljaar voorafgaand aan het ingaan van de overeenkomst ingevolge de toepassing van § 1.

§ 3. Elke school die op basis van de voordracht van het lokaal overleg in aanmerking komt voor de in § 2 bedoelde extra uren-leraar, moet een aanwendingsplan indienen.

De Vlaamse regering neemt de beslissing over de toekenning van het pakket extra wekelijkse uren-leraar.]

B.Vl.R.17-6-1997

Art. 7.

Afhankelijk van de beschikbare budgettaire mogelijkheden bepaalt de Vlaamse regering vóór 1 juni, het aanwendingspercentage van het aantal wekelijkse uren-leraar, vastgesteld overeenkomstig [artikel 6, § 1].

B.Vl.R.10-5-1995

Art. 8.

§ 1. [Er] kunnen maximaal 65 onderwijsinstellingen die aan de gestelde voorwaarden voldoen waarvan 16 behorend tot het Gemeenschapsonderwijs, 19 tot het gesubsidieerd officieel onderwijs en 30 tot het gesubsidieerd vrij onderwijs, in aanmerking komen voor het overeenkomstig [artikel 6, § 1] te bepalen wekelijkse uren-leraar.

§ 2. De Vlaamse regering stelt jaarlijkse de lijst van onderwijsinstellingen waaraan de voordelen van [artikel 6 § 1] worden toegekend.

De lijst wordt vastgesteld op voorstel van :

de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs;
de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs;
de inrichtende macht wanneer die niet door een representatieve vereniging wordt vertegenwoordigd.
B.Vl.R.10-5-1995

Art. 9.

§ 1. De vaststelling van de criteria en de aanwending van het pakket "uren-leraar", alsmede van het aanwendingsplan bedoeld in artikel 5, 2°, geschiedt in het gemeenschapsonderwijs na overleg in het bevoegde overlegcomité, opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

§ 2. De vaststelling van de criteria en de aanwending van het pakket "uren-leraar", alsmede van het aanwendingsplan, zoals bedoeld in artikel 5, 2°, geschiedt in het gesubsidieerd onderwijs na overleg in de participatieraden, opgericht krachtens het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de medezeggenschap in het gesubsidieerd onderwijs.

Art. 10.

Het besluit van 5 juni 1991 van de Vlaamse Regering houdende maatregelen tot uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in het voltijds secundair onderwijs van de eerste graad wordt opgeheven.

Art. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1993.

Art. 12.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.