OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen tot uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in het voltijds secundair onderwijs van de tweede graad.

  • goedkeuringsdatum
    22 JULI 1993
  • publicatiedatum
    B.S.02/10/1993
  • datum laatste wijziging
    03/01/2001

COORDINATIE

B.Vl.R. 10-5-1995 - B.S. 2-9-1995

opgeheven door B.Vl.R. 17-12-1999 - B.S. 28-12-2000

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op de artikelen 46, § 1 en 57, § 1,1;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor begroting, gegeven op 8 juni 1993;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaatsgehad op 21 juni 1993;

Gelet op het protocol van 17 juni 1993 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van Onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van Afdeling 2 van het Comité voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op onderwijsinstellingen die :

door de Vlaamse Gemeenschap worden georganiseerd;
of door de Vlaamse Gemeenschap worden gesubsidieerd, overeenkomstig artikel 27 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
en in de tweede graad voltijds technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs aanbieden.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° doelgroep : de leerlingen in de tweede graad van het technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs, verder doelgroepleerlingen genoemd, van wie :

de grootmoeder, van moeders kant, niet in België geboren is en niet in het bezit is van de Belgische of Nederlandse nationaliteit door geboorte, en
van wie de moeder hooguit tot het einde van het schooljaar waarin zij achttien jaar werd, onderwijs heeft gevolgd;

2° onderwijsvoorrang : initiatieven voor de doelgroep om factoren die achterstand veroorzaken en/of bestendigen weg te werken door het onderwijs beter aan te sluiten bij hun sociaal-culturele kenmerken zodat een optimale schoolloopbaan kan gewaarborgd worden;

3° intercultureel onderwijs : onderwijs gericht op de bevordering van de kennis en de waardering van en de omgang met verschillende culturen in onze samenleving;

4° schoolopbouwwerk : initiatieven die de kloof tussen school, gezin en buurt proberen te verkleinen doordat men de ouders, de leerlingen en de leerkrachten bij de schoolloopbaan van de leerlingen probeert te betrekken;

5° doorstroming : het bevorderen van een optimale in- of uitstroom in respectievelijk de derde en de tweede graad doordat men zich richt naar de resultaten van de doelgroepleerlingen op het einde van de tweede graad technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs. Het is de bedoeling dat de leerlingen in kwestie hun studie kunnen voortzetten in de derde graad van het technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs.

Art. 3.

De onderwijsinstellingen kunnen op verzoek van hun inrichtende macht een extra aantal wekelijkse uren-leraar toegekend krijgen.

Art. 4.

§ 1. Het voordeel van een extra aantal wekelijkse uren-leraar kan slechts toegekend worden aan de onderwijsinstellingen die op 1 oktober van het lopende schooljaar in de tweede graad van het technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs minstens tien procent of minstens twintig regelmatige doelgroepleerlingen tellen.

§ 2. De scholen die op 1 september niet over het vereist aantal doelgroepleerlingen beschikken, kunnen met het project starten en voor de maand september beschikken over het aantal wekelijkse extra uren-leraar zoals omschreven in artikel 6, §§ 1 en 2.

§ 3. Om vast te stellen of een leerling tot de doelgroep behoort, moet de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent of de minderjarige leerplichtige leerling in rechte of feite onder zijn bewaring heeft, een schriftelijke verklaring naar eer en geweten invullen, dateren en ondertekenen.

Art. 5.

Onverminderd de voorwaarden van artikel 4 kunnen de onderwijsinstellingen slechts aanspraak maken op een extra aantal wekelijkse uren-leraar voor zover de inrichtende macht van deze onderwijsinstellingen :

1° jaarlijks een daartoe strekkende aanvraag indient bij de bevoegde administratie van het departement onderwijs;

2° samen met haar aanvraag een aanwendingsplan ter goedkeuring voorlegt; dit aanwendingsplan houdt de volgende verbintenissen in :

organiseren van activiteiten op het vlak van onderwijsvoorrang voor doelgroepleerlingen;
duidelijke invulling geven aan intercultureel onderwijs;
met het oog op de doorstroming aandacht schenken aan de individuele studiebegeleiding, differentiatie en remediëring van de doelgroepleerlingen;
samenwerking aantonen met onderwijsinstellingen die opgenomen zijn in de lijst van instellingen die door de Vlaamse regering goedgekeurd wordt zoals bedoeld in artikel 8, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, houdende maatregelen tot uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in het voltijds secundair onderwijs van de eerste graad;
voor de vormgeving van het schoolopbouwwerk een contract sluiten met een erkende welzijnsorganisatie of socio-culturele instelling of met een erkend regionaal of lokaal integratiecentrum voor migranten zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 1990, houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van integratiecentra voor migranten;
een samenwerkingsakkoord sluiten met een psycho-medisch-sociaal-centrum dat door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt, voor :de ondersteuning van de onderwijsinstelling die bedoeld wordt in artikel 1;de doorstroming van de doelgroepleerlingen;en voor het informeren en de participatie van de doelgroepleerlingen en de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of de minderjarige leerling in rechte of in feite onder hun hoede hebben;
de betrokken leraren :laten begeleiden door de pedagogische begeleidingsdienst van het net waartoe de onderwijsinstelling behoort en;inschrijven voor nascholing die gericht is op onderwijsvoorrang en;laten deelnemen aan activiteiten die opgezet worden in het kader van de netoverschrijdende coördinatie en ondersteuning;

[h) voor alle scholen die deelnemen aan de uitvoering van het onderwijsbeleid voor migranten in de eerste graad, en die eveneens een tweede graad ASO, TSO of KSO organiseren, een voorbeeldfunctie vervullen;]

B.Vl.R.10-5-1995

3° de volle medewerking verleent aan de minister bij de evaluatie van de uitvoering van dit besluit.

Art. 6.

§ 1. Het extra aantal wekelijkse uren-leraar dat aan de onderwijsinstellingen die aan alle voorwaarden voldoen kan worden toegezegd, is 0,25 uur-leraar per doelgroepleerling. Deze uren-leraar worden per onderwijsinstelling beperkt tot maximaal 13 uren-leraar. Deze uren-leraar zijn bestemd voor de individuele begeleiding van de doelgroepleerlingen.

2° Bij het resultaat van § 1 komt een pakket van 10 uren-leraar, die bestemd zijn voor onderwijsvoorrang en intercultueel onderwijs.

§ 3. De uren-leraar bedoeld in §§ 1 en 2 worden beschouwd als uren die geen lesuren zijn voor de toepassing van de reglementering over bekwaamheidsbewijzen, weddeschalen, presta-tiestelsel en bezoldigingsregeling en voor terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie. De eventuele benoeming in vast verband in betrekkingen die toegewezen worden op grond van deze uren-leraar, heeft geen uitwerking ten aanzien van de overheid.

Art. 7.

Afhankelijk van de beschikbare budgettaire mogelijkheden bepaalt de Vlaamse regering voor het volgende schooljaar het aanwendingspercentage van het aantal wekelijkse uren-leraar, dat in artikel 6 vastgesteld wordt.

Art. 8.

§ 1. Er kunnen maximaal 20 onderwijsinstellingen in aanmerking komen voor de uren-leraar die in artikel 6 vastgesteld worden. Hiervan behoren hooguit 5 instellingen tot het Gemeenschapsonderwijs, 5 tot het gesubsidieerd officieel onderwijs en 10 tot het gesubsidieerd vrij onderwijs.

§ 2. De Vlaamse regering stelt jaarlijkse de lijst van onderwijsinstellingen waaraan de voordelen van artikel 6 worden toegekend.

De lijst wordt vastgesteld op voorstel van :

de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs;
de representatieve verenigingen van de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs;
de inrichtende macht wanneer die niet door een representatieve vereniging wordt vertegenwoordigd.

Art. 9.

§ 1. De vaststelling van de criteria en de aanwending van het pakket "uren-leraar", alsmede van het aanwendingsplan bedoeld in artikel 5, 2°, geschiedt in het Gemeenschapsonderwijs na overleg in het bevoegde overlegcomité, opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

§ 2. De vaststelling van de criteria en de aanwending van het pakket "uren-leraar", alsmede van het aanwendingsplan, zoals bedoeld in artikel 5, 2°, geschiedt in het gesubsidieerd onderwijs na overleg in de participatieraad, opgericht krachtens het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de medezeggenschap in het gesubsidieerd onderwijs.

Art. 10.

[Dit besluit treedt in werking op 1 september 1993.]

B.Vl.R.10-5-1995

Art. 11.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.