OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    13 MAART 1991
  • publicatiedatum
    B.S.17/05/1991
  • datum laatste wijziging
    04/12/2002

COORDINATIE

B.Vl.R. 4-12-1991 - B.S. 22-2-1992

B.Vl.R. 20-7-1994 - B.S. 13-10-1994

B.Vl.R. 10-5-1995 - B.S. 2-9-1995

B.Vl.R. 30-5-1996 - B.S. 21-8-1996

B.Vl.R. 31-8-2001 - B.S. 24-10-2001

opgeheven door B.Vl.R. 19-7-2002 - B.S. 4-12-2002

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd op 31 december 1949, inzonderheid op artikel 6bis, § 1, ingevoegd bij de wet van 31 juli 1975, op artikel 8, gewijzigd bij de wet van 1 augustus 1985 en op het artikel 13, 1°;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 24, § 2, 1°, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1975 en het decreet van 31 juli 1990;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op titel IV, hoofdstuk I, afdelingen 1 en 2;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 27 november 1990;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaatsgehad op 6 en 12 november en 10 december 1990;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Inleiding

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van het buitengewoon secundair onderwijs.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit :

1° wordt met "onderverdeling" bedoeld :

- in het tweede leerjaar van de eerste graad : een "basisoptie", zoals bedoeld in artikel 48, 6°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II;

- in het beroepsvoorbereidend leerjaar : een "beroepenveld" of een "combinatie van twee beroepenvelden", zoals bedoeld in artikel 48, 5°, van het voornoemd decreet van 31 juli 1990;

- in de leerjaren van de tweede [, de derde en de vierde graad] : het fundamenteel gedeelte van de optie, dat de "studierichting" bepaalt, zoals bedoeld in artikel 48, 7°, van het voornoemd decreet van 31 juli 1990.

B.Vl.R.30-5-1996

2° wordt met "betrokken personen" bedoeld : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerplichtigen onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf.

3° wordt met "overeenstemmende studierichtingen" bedoeld, twee studierichtingen waarvan in de ene reeds voldoende leerstof aan bod komt en/of praktische vaardigheden worden verworven, zodat met reële kansen op succes de andere kan worden aangevat en gevolgd.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs bepaalt de studierichtingen die overeenstemmend zijn.

4° wordt met "klasseraad" bedoeld, het orgaan dat als een emanatie van de inrichtende macht met drie functies kan worden belast, zoals nader gespecifieerd in hoofdstuk II en derhalve, naargelang van het geval, gedefinieerd wordt als respectievelijk "toelatingsklasseraad", "begeleidende klasseraad" en "delibererende klasseraad".

5° wordt met "inschrijving" bedoeld, de opname in het leerlingenbestand van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of de hernieuwing ervan bij het begin van ieder schooljaar.

HOOFDSTUK II. - De klasseraad

Afdeling 1. - De toelatingsklasseraad

Art. 3.

§ 1. Behoudens de van rechtswege voorziene toelatings- en overgangsvoorwaarden, fungeert, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, de toelatingsklasseraad als enig orgaan op het vlak van de toelating tot of overgang naar een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling.

§ 2. De toelatingsklasseraad bestaat uit :

1° de directeur of zijn afgevaardigde en leraars van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor de leerling opteert; die personen zijn ambtshalve stemgerechtigd. Zij worden desgevallend bijgestaan door personeelsleden die betrekkingen in het ambt van onderdirecteur, werkplaatsleider en/of werkmeester in de betrokken onderwijsinstelling bekleden [en/of personeelsleden die in de betrokken onderwijsinstelling bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn]; deze personeelsleden zijn ambtshalve raadgevend;

B.Vl.R.10-5-1995

2° desgevallend een lid van het technisch personeel van het begeleidend P.M.S.-centrum; deze persoon is ambtshalve adviserend.

§ 3. De directeur of zijn afgevaardigde wijst de leden van de toelatingsklasseraad aan en zit de vergadering van de raad voor.

§ 4. Geen enkel lid van de toelatingsklasseraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de toelatingsklasseraad doorslaggevend.

§ 6. De toelatingsklasseraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling.

§ 7. De beslissing van de toelatingsklasseraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.

Afdeling 2. - De begeleidende klasseraad

Art. 4.

§ 1. De begeleidende klasseraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de vorming en de evaluatie van de vorderingen van een bepaalde groep leerlingen, met uitsluiting van hetgeen bedoeld wordt in artikel 5, § 1, alsmede op het vlak van de definitieve verwijdering van een leerling uit de onderwijsinstelling, zoals bedoeld in artikel 60.

§ 2. De begeleidende klasseraad bestaat uit :

1° de directeur of zijn afgevaardigde en alle leden van het onderwijzend personeel die in een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling aan de leerling onderwijs verstrekken, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klasseraadvergaderingen aanwezig te zijn; die personen zijn ambtshalve stemgerechtigd. Zij worden desgevallend bijgestaan door personeelsleden die in de betrokken onderwijsinstelling betrekkingen in het ambt van onderdirecteur, werkplaatsleider en/of werkmeester bekleden of behoren tot het administratief en/of opvoedend hulppersoneel [en/of personeelsleden die in de betrokken onderwijsinstelling bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn]; deze personen zijn ambtshalve raadgevend;

B.Vl.R.10-5-1995

2° in die onderwijsvormen en leerjaren waar een geïntegreerde proef plaatsvindt, desgevallend deskundigen die niet tot de betrokken onderwijsinstelling behoren; deze personen zijn ambtshalve raadgevend;

3° desgevallend een lid van het technisch personeel van het begeleidend P.M.S.-centrum; deze persoon is ambtshalve adviserend.

§ 3. De directeur of zijn afgevaardigde wijst de leden van de begeleidende klasseraad aan en zit de vergadering van de raad voor.

§ 4. Geen enkel lid van de begeleidende klasseraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlesen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de begeleidende klasseraad doorslaggevend.

§ 6. Elke beslissing, vaststelling of advies van de begeleidende klasseraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.

Afdeling 3. - De delibererende klasseraad

Art. 5.

§ 1. De delibererende klasseraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de beslissingen inzake het al dan niet geslaagd zijn, hetgeen voor de regelmatige leerlingen leidt tot de studiebekrachtiging en de eventuele rechten op toelating tot het volgend leerjaar.

§ 2. De delibererende klasseraad bestaat uit :

1° de directeur of zijn afgevaardigde en alle leden van het onderwijzend personeel die in een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling aan de leerling onderwijs verstrekken, behoudens in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klasseraadvergaderingen aanwezig te zijn; die personen zijn ambtshalve stemgerechtigd. Zij worden desgevallend bijgestaan door personeelsleden die in de betrokken onderwijsinstelling betrekkingen in het ambt van onderdirecteur, werkplaatsleider en/of werkmeester bekleden of behoren tot het administratief en/of opvoedend hulppersoneel [en/of personeelsleden die in de betrokken onderwijsinstelling bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn]; deze personen zijn ambtshalve raadgevend;

B.Vl.R.10-5-1995

2° in die onderwijsvormen en leerjaren waar een geïntegreerde proef plaatsvindt, desgevallend deskundigen die niet tot de betrokken onderwijsinstellingen behoren; deze personen zijn ambtshalve raadgevend;

3° desgevallend een lid van het technisch personeel van het begeleidend P.M.S.-centrum; deze persoon is ambtshalve adviserend.

§ 3. De directeur of zijn afgevaardigde wijst de leden van de delibererende klasseraad aan en zit de vergadering van de raad voor.

§ 4. Geen enkel lid van de delibererende klasseraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. De delibererende klasseraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dit dossier bevat minstens :

- resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen;

- de resultaten van de geïntegreerde proef;

- de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klasseraad.

§ 6. Van de beslissingen van de delibererende klasseraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden.

Het proces-verbaal bevat de lijst van de geslaagde en niet geslaagde leerlingen.

De notulen bevatten een synthese van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming.

Zowel het proces-verbaal als de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de raad ondertekend.

De processen-verbaal en de notulen dienen gedurende dertig jaar bewaard.

§ 7. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de begeleidende klasseraad doorslaggevend.

HOOFDSTUK III. - Toelatings- en overgangsvoorwaarden

Art. 6.

§ 1. Kunnen tot het eerste leerjaar A als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van het getuigschrift van basisonderwijs;

2° de regelmatige leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht, onder de volgende voorwaarden :

a) gunstig advies van de toelatingsklasseraad;

b) akkoord van de betrokken personen, die vooraf het advies van het P.M.S.-centrum moeten hebben ontvangen.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn tot en met 15 november toegelaten :

1° de overgang van het eerste leerjaar B [...] naar het eerste leerjaar A, onder de volgende voorwaarden :

B.Vl.R.10-5-1995

a) gunstig advies van de begeleidende klasseraad van het eerste leerjaar B of het eerste leerjaar B-variant;

b) akkoord van de betrokken personen;

2° de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het eerste leerjaar A, onder de volgende voorwaarden :

a) gunstig advies van de begeleidende klasseraad van het beroepsvoorbereidend leerjaar;

b) akkoord van de betrokken personen;

c) reeds een eerste leerjaar A, een eerste leerjaar B of een eerste leerjaar B-variant te hebben beëindigd.

Art. 7.

§ 1. Kunnen tot het eerste leerjaar B [...] als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht;

2° de leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs niet hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;

3° de houders van het getuigschrift van basisonderwijs, onder de volgende voorwaarde : akkoord van de betrokken personen die vooraf het advies van het P.M.S.-centrum moeten hebben ontvangen.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de overgang van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B [...], onder de volgende voorwaarden :

a) gunstig advies van de begeleidende klasseraad van het eerste leerjaar A;

b) akkoord van de betrokken personen.

B.Vl.R.10-5-1995

Art. 8.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27 van dit besluit, kunnen tot het tweede leerjaar van de eerste graad, zoals bedoeld in artikel 50, § 2, 1° van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het beroepsvoorbereidend leerjaar met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn tot en met 15 januari toegelaten :

1° de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het tweede leerjaar van de eerste graad;

2° de verandering van basisoptie in het tweede leerjaar van de eerste graad.

Art. 9.

§ 1. Kunnen tot het beroepsvoorbereidend leerjaar, zoals bedoeld in artikel 50, § 2, 2° van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar A, het eerste leerjaar B of het eerste leerjaar B-variant hebben beëindigd.

§ 2. Zijn tot en met 15 januari toegelaten :

1° de overgang van het tweede leerjaar van de eerste graad naar het beroepsvoorbereidend leerjaar;

2° de overgang van het eerste leerjaar A [of het eerste leerjaar B] naar het beroepsvoorbereidend leerjaar, onder de volgende voorwaarde : reeds vroeger een eerste leerjaar A [of een eerste leerjaar B] te hebben beëindigd;

B.Vl.R.10-5-1995

3° de verandering van beroepenveld of combinatie van twee beroepenvelden in het beroepsvoorbereidend leerjaar.

Art. 10.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de eerste graad met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 11.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de eerste graad of het beroepsvoorbereidend leerjaar met vrucht hebben beëindigd;

2° de leerlingen die uiterlijk op 31 december volgend op de aanvraag van het schooljaar de leeftijd van 16 jaar bereiken, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 12.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 13.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 14.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 27 en 28, kunnen tot het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van studierichting.

Art. 15.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad over de keuze van de studierichting;

3° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd en houder zijn van het [door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen] of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs.

B.Vl.R.4-12-1991

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 november toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 16.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

3° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad over de keuze van de studierichting.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 november toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 17.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 27, kunnen tot het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd;

2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : gunstig advies van de toelatingsklasseraad over de keuze van de studierichting.

Voor de studierichting Kinderverzorging dienen deze bepalingen samen gelezen met de bepalingen van artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 februari 1987 houdende bijzondere regeling betreffende de studies van kinderverzorging.

Voor de studierichting Vrachtwagenchauffeur dienen de leerlingen bovendien medisch geschikt te zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 november toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 18.

Kunnen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : geen verandering van studierichting.

Art. 19.

Kunnen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : geen verandering van studierichting.

Art. 20.

Kunnen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : geen verandering van studierichting.

Art. 21.

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 27 en 28, kunnen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : geen verandering van studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd.

Voor de studierichting Kinderverzorging dienen deze bepalingen samen gelezen met de bepalingen van artikel 4 van voornoemd koninklijk besluit van 24 februari 1987.

Voor de studierichting Vrachtwagenchauffeur dienen de leerlingen bovendien medisch geschikt te zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep.

Art. 22.

§ 1. Kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het [diploma] van secundair onderwijs.

B.Vl.R.4-12-1991

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 23.

§ 1. Kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het [diploma] van secundair onderwijs.

B.Vl.R.4-12-1991

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 24.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 28, kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het [diploma] van secundair onderwijs.

B.Vl.R.4-12-1991

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 25.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 28, kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van het [diploma] van secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs;

B.Vl.R.4-12-1991

2° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 26.

§ 1. Kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van studierichting.

[Art. 26bis.

§ 1. Kunnen tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van het diploma van secundair onderwijs;

2° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;

3° de houders van het attest van het met vrucht afgelegde examen dat toelating verleent tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 31 januari binnen het secundair onderwijs toegelaten : de overgang van de studierichting psychiatrische verpleegkunde naar de studierichting ziekenhuisverpleegkunde en omgekeerd.

Art. 26ter.

Kunnen tot het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

- in de studierichting kleding :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige studenten die het eerste studiejaar van het hoger onderwijs met vrucht hebben beëindigd in één van de volgende afdelingen : confectie, kleding-technisch-technologische opvoeding, technisch-technologische opvoeding-optie kleding;

- in de studierichting plastische kunsten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige studenten die het eerste studiejaar van het hoger onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een afdeling plastische kunsten.

Art. 26quater.

§ 1. Kunnen tot het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs in één van deze studierichtingen met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige studenten die het eerste studiejaar van het hoger onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een afdeling verpleging of verpleegkunde.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 31 januari binnen het secundair onderwijs toegelaten : de overgang van de studierichting psychiatrische verpleegkunde naar de studierichting ziekenhuisverpleegkunde en omgekeerd.

Art. 26quinquies.

Kunnen tot het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

- in de studierichting psychiatrische verpleegkunde :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting ziekenhuisverpleegkunde, met vrucht hebben beëindigd;

- in de studierichting ziekenhuisverpleegkunde :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting psychiatrische verpleegkunde, met vrucht hebben beëindigd.]

B.Vl.R.30-5-1996

Art. 27.

§ 1. Bij toelating van een leerling tot een bepaald leerjaar overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden mag enkel rekening gehouden worden met het oriënteringsattest (en de daarop eventueel vermelde beperkingen) van het onmiddellijk lager leerjaar of van het zelfde leerjaar indien het gaat om de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het tweede leerjaar van de eerste graad of de overgang van het beroepssecundair onderwijs naar het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs.

§ 2. Een leerling die evenwel voor een zelfde leerjaar over meer dan één oriënteringsattest beschikt ingevolge het overzitten van dit leerjaar, mag zich op het meest gunstige oriënteringsattest beroepen voor de toelating tot het hoger leerjaar.

§ 3. Voor de leerling die het leerjaar dat hij met vrucht heeft beëindigd, wenst te herbeginnen in een andere onderwijsvorm en/of onderverdeling waarin hij niet werd toegelaten ingevolge de beperking vermeld op het oriënteringsattest B van het onmiddellijk lager leerjaar, kan de toelatingsklasseraad van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor hij opteert, deze beperking opheffen.

Art. 28.

Zijn onderworpen aan de voorwaarde van de "overeenstemmende onderverdelingen" :

1° de toelating tot een bepaalde studierichting van het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar; de overeenstemming moet gelden met de met vrucht beëindigde studierichting van het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;

2° de toelating tot een bepaalde studierichting van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs; de overeenstemming moet gelden met de met vrucht beëindigde studierichting van het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs;

3° de toelating tot een bepaalde studierichting van het derde leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst- of het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar; de overeenstemming moet gelden met de met vrucht beëindigde studierichting van het tweede leerjaar van de derde graad.

Art. 29.

§ 1. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 6, § 1, en 7, § 1, kunnen eveneens tot het eerste leerjaar A [en het eerste leerjaar B] als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen van het buitengewoon lager of secundair onderwijs, onder de volgende voorwaarden :

B.Vl.R.10-5-1995

a) gunstig én gemotiveerd advies van de toelatingsklasseraad;

b) akkoord van de betrokken personen, die vooraf het advies van het P.M.S.-centrum moeten hebben ontvangen;

c) de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde als dusdanig beslist op aanvraag van de directeur van de betrokken instelling voor voltijds secundair onderwijs.

§ 2. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 8, § 1, 9, § 1, 10, § 1, 11, § 1, 12, § 1, 13, § 1, 14, § 1, 15, § 1, 16, § 1, en 17, § 1, kunnen eveneens tot het tweede leerjaar van de eerste graad, het beroepsvoorbereidend leerjaar, het eerste leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de tweede graad, het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderijs en het eerste leerjaar van de derde graad, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs, onder de volgende voorwaarden :

a) gunstig én gemotiveerd advies van de toelatingsklasseraad;

b) de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde als dusdanig beslist op aanvraag van de directeur van de betrokken instelling voor voltijds secundair onderwijs.

Art. 30.

[§ 1. Voor uitzonderlijke gevallen en op aanvraag van de directeur van de betrokken instelling voor voltijds secundair onderwijs, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde afwijken van de uiterste overgangsdata, vermeld in de artikelen 6, § 2, 7, § 2, 8, § 2, 9, § 2, 10, § 2, 11, § 2, 12, § 2, en 13, § 2.

§ 2. Voor uitzonderlijke gevallen en op aanvraag van de directeur van de betrokken instelling voor voltijds secundair onderwijs, kan de Vlaamse minister, bevoegd vor het onderwijs, of zijn gemachtigde afwijken van de uiterste overgangsdata, vermeld in de artikelen 15, § 2, 16, § 2, en 17, § 2, onder de volgende voorwaarden :

- de toelatingsklasseraad dient een gunstig én gemotiveerd advies uit te brengen;

- de overgang dient uiterlijk 15 januari plaats te vinden.]

B.Vl.R.10-5-1995

Art. 31.

Elke leerling die vóór 16 [januari]² in een eerste leerjaar van de derde graad van onderwijsvorm en/of studierichting verandert, wordt beschouwd te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel [84bis, § 19, 2°, eerste lid [[...]] van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II]¹.

[ ]¹ B.Vl.R. 4-12-1991, [ ]² B.Vl.R. 10-5-1995; [[ ]] B.Vl.R.10-5-1995

Art. 32.

Gelet op de bepalingen van artikel 52 van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk, eveneens verstaan onder :

1° het eerste leerjaar A : het eerste leerjaar van het algemeen en van het technisch secundair onderwijs van het type II;

2° het eerste leerjaar B [...] : het eerste leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type II;

B.Vl.R.10-5-1995

3° het tweede leerjaar van de eerste graad : het tweede gemeenschappelijk leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het tweede leerjaar van het algemeen en van het technisch secundair onderwijs van het type II;

4° het beroepsvoorbereidend leerjaar : het tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type I en het tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type II;

5° het eerste leerjaar van de tweede graad : het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I, het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II en het getuigschrift van lager secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;

6° het tweede leerjaar van de tweede graad : het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het vierde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II.

Voor de toelating tot het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt onder tweede leerjaar van de tweede graad ook verstaan : het vierde leerjaar van de lagere cyclus van het secundair onderwijs van het type II.

Voor de toelating tot het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt onder tweede leerjaar van de tweede graad van het technisch en het beroepssecundair onderwijs ook verstaan : het vierde leerjaar van de lagere cyclus van het technisch en van het beroepssecundair onderwijs van het type II.

7° het eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II.

8° het tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

9° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : het getuigschrift van lager secundair onderwijs; deze gelijkstelling geldt evenwel niet voor toepassing van de artikelen 15, § 1, 2°, 16, § 1, 3° en - voor wat het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs betreft - 17, § 1, 2°;

10° het [diploma] van secundair onderwijs : het getuigschrift van hoger secundair onderwijs;

B.Vl.R.4-12-1991

11° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : het studiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs tezamen met het kwalificatiegetuigschrift van ditzelfde leerjaar; [...]

B.Vl.R.10-5-1995

[12° het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : het eerste leerjaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;

13° het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : het tweede leerjaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs;

14° het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : het derde leerjaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs.]

B.Vl.R.30-5-1996

HOOFDSTUK IV. - Bekrachtiging van de studies

Art. 33.

Voor de bekrachtiging van de studies komen uitsluitend de regelmatige leerlingen van het schooljaar waarvoor ze zijn ingeschreven in aanmerking.

Art. 34.

§ 1. De beslissingen van de delibererende klasseraad voorzien twee mogelijkheden :

1° de leerling wordt beschouwd het leerjaar met vrucht te hebben beëindigd;

2° de leerling wordt beschouwd het leerjaar niet met vrucht te hebben beëindigd.

§ 2. De in § 1, bedoelde beslissingen worden in beginsel genomen uiterlijk op 30 juni van het betrokken schooljaar, doch deze termijn kan voor individuele gevallen worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgend schooljaar.

Art. 35.

Een leerling beëindigt met vrucht :

1° elk der leerjaren van de eerste en de tweede graad, met uitzondering van het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar;

2° het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar;

3° het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen of het beroepssecundair onderwijs, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het tweede leerjaar van de derde graad van dezelfde onderwijsvorm en studierichting;

4° het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het tweede leerjaar van de derde graad van dezelfde onderwijsvorm en studierichting of in het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs in een overeenstemmende studierichting;

5° het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, indien hij, na voldaan te hebben voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar, bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in tenminste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan;

6° het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, indien hij, na voldaan te hebben voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar, bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in tenminste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan;

7° het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar;

8° het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar;

9° het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar en desgevallend bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in tenminste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan;

10° het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, indien hij, na voldaan te hebben voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar, bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in tenminste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan;

[11° het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting kleding respectievelijk plastische kunsten, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studie voort te zetten in het tweede leerjaar van de vierde graad van dezelfde onderwijsvorm en studierichting;

12° het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studie voort te zetten in het tweede leerjaar van de vierde graad van dezelfde onderwijsvorm en studierichtingen;

13° het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen kleding en plastische kunsten, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffende leerjaar en desgevallend bekwaam wordt geacht zijn studie voort te zetten in ten minste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan;

14° het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting psychiatrische verpleegkunde respectievelijk ziekenhuisverpleegkunde, indien hij bekwaam wordt geacht zijn studie voort te zetten in het derde leerjaar van de vierde graad van dezelfde onderwijsvorm en studierichting;

15° het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde, indien hij voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffende leerjaar en desgevallend bekwaam wordt geacht zijn studie voort te zetten in ten minste één vorm van hoger onderwijs met volledig leerplan.]

B.Vl.R.30-5-1996

Art. 36.

§ 1. Als oriënteringsattesten worden onderscheiden :

1° het oriënteringsattest A, waarop vermeld wordt dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken onderwijsinstelling en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten.

Het model van het oriënteringsattest A en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 1;

2° het oriënteringsattest B, waarop vermeld wordt dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken onderwijsinstelling en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvormen en/of onderverdelingen.

Het model van het oriënteringsattest B en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 2;

3° het oriënteringsattest C, waarop vermeld wordt dat de leerling het leerjaar in de betrokken onderwijsinstelling heeft beëindigd doch niet met vrucht, hetzij het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling slechts gedurende een gedeelte van het schooljaar in de betrokken onderwijsinstelling heeft gevolgd.

Het model van het oriënteringsattest C en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 3.

§ 2. Het oriënteringsattest A kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, het tweede leerjaar van de derde graad [,het derde leerjaar van de derde graad, het tweede leerjaar van de vierde graad (studierichtingen kleding en plastische kunsten) en het derde leerjaar van de vierde graad (studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde)].

B.Vl.R.30-5-1996

§ 3. Het oriënteringsattest B kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het eerste leerjaar B, [...]¹ het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen en het beroepssecundair onderwijs, het tweede leerjaar van de derde graad [,het derde leerjaar van de derde graad en de leerjaren van de vierde graad]².

[ ]¹ B.Vl.R. 10-5-1995; [ ]² B.Vl.R.30-5-1996

§ 4. Het oriënteringsattest C kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen en het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.

Art. 37.

Op het einde van het eerste leerjaar A [en het eerste leerjaar B] wordt het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en er nog geen houder van zijn.

B.Vl.R.10-5-1995

Het model van het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 4.

Art. 38.

Op het einde van het beroepsvoorbereidend leerjaar, wordt het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en nog geen houder zijn van het getuigschrift van basisonderwijs.

Het model van het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 5.

Art. 39.

Op het einde van het tweede leerjaar van de eerste graad en van het beroepsvoorbereidend leerjaar, wordt het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 6.

Art. 40.

§ 1. Op het einde van het tweede leerjaar van de tweede graad, wordt het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs en die het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 7.

§ 2. Op het einde van het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit schooljaar met vrucht hebben beëindigd doch, overeenkomstig de bepalingen van § 1, niet in aanmerking komen voor het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs.

Het model van het getuigschrift van het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 8.

Art. 41.

Op het einde van het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 9.

Art. 42.

Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs, wordt het [diploma] van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het [door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen] of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en die het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde onderwijsvorm en studierichting.

Het model van het in dit artikel bedoeld [diploma] van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 10.

B.Vl.R.4-12-1991

Art. 43.

Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, met uitzondering van de studierichting Kinderverzorging, en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 11.

Het model van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, studierichting Kinderverzorging, en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 12.

Art. 44.

Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het technisch en het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, wordt het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 13.

Art. 45.

Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, wordt het [diploma] van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het [door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen] of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, en die het eerste leerjaar van de derde graad, het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, met vrucht hebben beëindigd.

Het model van dit [diploma] van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 14.

B.Vl.R.4-12-1991

Art. 46.

Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, wordt het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd doch, overeenkomstig de bepalingen van artikel 45, niet in aanmerking komen voor het [diploma] van secundair onderwijs.

B.Vl.R.4-12-1991

Het model van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 13.

Art. 47.

Aan de regelmatige leerlingen die het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen of het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, geheel of ten dele hebben gevolgd, wordt een attest van regelmatige lesbijwoning uitgereikt.

Het model van het attest van regelmatige lesbijwoning en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 15.

[Art. 47bis.

Op het einde van het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs (studierichtingen kleding en plastische kunsten), wordt het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd, doch, overeenkomstig de bepalingen van artikel 47quater, niet in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.

Het model van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 16.

Art. 47ter.

§ 1. Op het einde van het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting psychiatrische verpleegkunde, wordt het diploma in de psychiatrische verpleegkunde uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd, ongeacht het, overeenkomstig de bepalingen van artikel 47quater, eventueel in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.

Het model van het diploma in de psychiatrische verpleegkunde en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 17.

§ 2. Op het einde van het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting ziekenhuisverpleegkunde, wordt het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd, ongeacht het, overeenkomstig de bepalingen van artikel 47quater, eventueel in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.

Het model van het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 18.

Art. 47quater.

Aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, én die het eerste, het tweede en - voor wat betreft de studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde - het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben volbracht, wordt het diploma van secundair onderwijs toegekend.

Het model van het in dit artikel bedoelde diploma van secundair onderwijs en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 19 voor wat betreft de studierichtingen kleding en plastische kunsten, respectievelijk in bijlage 20 voor wat betreft de studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde.]

B.Vl.R.30-5-1996

Art. 48.

Een aanvullend getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer wordt uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die voldaan hebben aan de vereisten van het programma, bepaald in artikel 8 van het koninklijk besluit van 25 februari 1971 tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen van de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van de beroepsbekwaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen.

Dit getuigschrift wordt niet uitgereikt in de eerste graad.

Het model van het aanvullend getuigschrift over de kennis van het bedrijfsbeheer en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de [bijlage 21].

B.Vl.R.30-5-1996

Art. 49.

[...]

B.Vl.R.4-12-1991

Art. 50.

§ 1. Een geïntegreerde proef wordt ingericht in :

- het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs;

- het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs [...];

B.Vl.R.20-7-1994

- het derde leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar;

[- het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen kleding en plastische kunsten;

- het derde leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde.]

B.Vl.R.30-5-1996

§ 2. De onder § 1 bedoelde proef slaat op vakken van het fundamenteel gedeelte van de optie, dat de gekozen studierichting bepaalt, zoals bedoeld in artikel 48, 7°, van het voornoemd decreet van 31 juli 1990.

Deze proef, die ook de vorm van een eindwerk mag aannemen, wordt beoordeeld door de leraars die de betrokken vakken onderwijzen evenals door deskundigen op het vlak van de te beoordelen kwalificatie, die in aantal het aantal leraars niet mogen overschrijden en die niet tot de betrokken onderwijsinstelling behoren. [Onder de personen die de geïntegreerde proef, georganiseerd in de studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde, beoordelen, moet er een arts zijn.]

B.Vl.R.30-5-1996

Deze deskundigen worden in de loop van het schooljaar aangeduid door de inrichtende macht of haar afgevaardigde.

Het resultaat van deze proef zal een belangrijk element betekenen in de beslissing van de delibererende klasseraad.

Art. 51.

Onverminderd de bepalingen van artikel 50, is het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming.

De organisatie hiervan ressorteert dan ook exclusief onder de bevoegdheid van de inrichtende machten van het onderwijs.

Art. 52.

[...]

B.Vl.R.20-7-1994

Art. 53.

Indien een leerling de onderwijsinstelling verlaat, dienen de in de artikelen 36, 37, 38, 39, 47 en 48 bedoelde attesten en getuigschriften die aan deze leerling werden toegekend, onverwijld te worden overgemaakt aan de betrokken personen of aan de onderwijsinstelling waar de leerling zich desgevallend inschrijft en die erom verzoekt.

Bij overmaking van het attest, bedoeld in artikel 36, § 1, 1° of 2°, dient de lessentabel te worden gevoegd die de leerling werkelijk heeft gevolgd gedurende het schooljaar dat door het attest wordt bekrachtigd.

Bij overmaking van het attest, bedoeld in artikel 36, § 1, 3°, en voor zover van toepassing op een gedeelte van een schooljaar, dient de lessentabel te worden gevoegd die de leerling werkelijk heeft gevolgd gedurende de betreffende periode van het schooljaar.

Art. 54.

Gelet op artikel 52 van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, wordt :

1° voor de toepassing van artikel 40, § 1, eveneens verstaan onder :

a) getuigschrift van de eerste graad : een oriënteringsattest A of B van het tweede gemeenschappelijk leerjaar of het tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs van het type I en een oriënteringsattest A of B van het tweede leerjaar van het algemeen, het technisch of het beroepssecundair onderwijs van het type II;

b) eerste leerjaar van de tweede graad : het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

2° voor de toepassing van de artikelen 42 en 45, eveneens verstaan onder :

a) [door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen]¹ of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs) en een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs) tezamen met een oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I of van het vierde leerjaar van [...]² van het secundair onderwijs van het type II;

[ ]¹ B.Vl.R. 4-12-1991; [ ]² B.Vl.R.20-7-1994

b) eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;

c) tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

[3° voor de toepassing van artikel 47quater, eveneens verstaan onder :

- door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs;

- het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs : het eerste leerjaar van het aanvullend secundair beroepsonderwijs, gevolgd in het schooljaar 1995-1996].

B.Vl.R.30-5-1996

HOOFDSTUK V. - Overzitten van leerjaren en gewettigde afwezigheden

Art. 55.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van Hoofdstuk III, zijn de leerlingen die een leerjaar overzitten regelmatig, indien zij :

1° slechts in het bezit zijn van een oriënteringsattest B of C van het betreffend leerjaar;

2° opteren voor een andere onderwijsvorm en/of onderverdeling van het betreffend leerjaar;

3° een gelijkwaardig leerjaar aanvankelijk hebben gevolgd in een onderwijsinstelling van een buitenlands onderwijsstelsel;

4° het betreffend leerjaar aanvankelijk hebben gevolgd in een door de Franse of Duitstalige Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling;

5° opteren voor het eerste leerjaar A na het met vrucht beëindigd hebben van het eerste leerjaar B of het eerste leerjaar B-variant.

§ 2. Met inachtname van de bepalingen van § 1, is het aantal keren dat een leerling een leerjaar als regelmatige leerling kan overzitten, niet beperkt.

Art. 56.

Als gewettigde afwezigheden, zoals bedoeld in artikel 48, 2°, b), van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, inzonderheid de woorden "behoudens in geval van gewettigde afwezigheid", worden in aanmerking genomen :

1° de afwezigheden wegens het niet volgen van alle vakken en specialiteiten van een bepaald leerjaar, waarover op aanvraag van de directeur van de betrokken onderwijsinstelling de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde als dusdanig beslist; de Gemeenschapsminister van Onderwijs kan deze beslissingsbevoegdheid rond de al dan niet gewettigde afwezigheden ook overdragen aan de directies van de onderwijsinstellingen.

Het voorgaande kan nooit aanleiding geven tot het niet volgen van één of meer vakken van de basisvorming (uitgezonderd het vak godsdienst of niet-confessionele zedenleer voor wat betreft het officieel onderwijs), zoals bedoeld in Hoofdstuk I, Afdeling 2, Onderafdeling 4 van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, noch tot het volgen van vakken en specialiteiten waarvan het globaal aantal wekelijkse lestijden beneden de achtentwintig ligt;

2° de afwezigheden wegens het niet volgen van de vakken en specialiteiten van een bepaald leerjaar gedurende een volledig schooljaar, waarover op aanvraag van de directeur van de betrokken onderwijsinstelling de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde als dusdanig beslist; de Gemeenschapsminister van Onderwijs kan deze beslissingsbevoegdheid rond de al dan niet gewettigde afwezigheden ook overdragen aan de directies van de onderwijsinstellingen, onverminderd de bepaling van artikel 48, 2°, b), laatste zin, van het voornoemd decreet van 31 juli 1990;

[3° de overgangen van het deeltijds beroepssecundair onderwijs of een in het kader van de deeltijdse leerplicht erkende vorming naar het voltijds secundair onderwijs uiterlijk op 15 november van het betrokken schooljaar; dergelijke overgangen kunnen nooit onder toepassing van rubriek 2° hiervoor vallen;]

B.Vl.R.4-12-1991

[4° de overgangen van het hoger onderwijs naar het secundair onderwijs, zoals hierna beschreven, uiterlijk op 31 januari van het betrokken schooljaar; op deze overgangen is enerzijds de bepaling van artikel 48, 2°, b), laatste zin, van het voornoemd decreet van 31 juli 1990, en anderzijds rubriek 2° hiervoor, niet van toepassing.

Van (afdelingen hoger onderwijs) :

confectie (eerste studiejaar)

kleding-technisch-technologische opvoeding (eerste studiejaar)

technisch-technologische opvoeding - optie kleding (eerste studiejaar)

plastische kunsten (eerste studiejaar)

verpleegkunde (eerste studiejaar)

verpleegkunde (tweede studiejaar)

naar (studierichtingen vierde graad beroepssecundair onderwijs) :

kleding (eerste leerjaar)

kleding (eerste leerjaar)

kleding (eerste leerjaar)

plastische kunsten (eerste leerjaar)

psychiatrische verpleegkunde of ziekenhuisverpleegkunde (eerste leerjaar)

psychiatrische verpleegkunde of ziekenhuisverpleegkunde (tweede leerjaar)]

B.Vl.R.30-5-1996

HOOFDSTUK VI. - De rechtspositie van de leerling

Afdeling 1. - Schoolreglement

Art. 57.

Elke inrichtende macht maakt voor elk van haar scholen een schoolreglement op waarin rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd.

Het schoolreglement bestaat ten minste uit het studie-, het orde- en het tuchtreglement.

Art. 58.

Bij iedere inschrijving van een leerling zal de inrichtende macht aan de betrokken personen het schoolreglement voor kennisneming ter ondertekening voorleggen.

Het wordt eveneens door de inrichtende macht aan de leerling overhandigd.

Afdeling 2. - Orde- en tuchtmaatregelen

Art. 59.

Ordemaatregelen worden genomen door de personeelsleden van de onderwijsinstelling.

Ordemaatregelen strekken er in beginsel toe om, naar aanleiding van gedragingen die het ordentelijk verstrekken van het onderwijs hinderen, de leerling ertoe te brengen zijn gedrag te verbeteren en alzo aan te passen aan de vereisten van een goede samenwerking van personeelsleden en leerling.

Ordemaatregelen mogen het voordeel, dat de leerling uit het verstrekken van het onderwijs haalt, niet ontnemen.

Art. 60.

Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur, de afgevaardigde van de inrichtende macht of door de inrichtende macht zelf.

Zo de tuchtmaatregel de definitieve uitsluiting behelst, zijnde de ontneming aan de leerling van het recht nog langer de lessen te kunnen volgen in de betrokken onderwijsinstelling, dient voorafgaandelijk het advies van de begeleidende klasseraad te worden ingewonnen.

Tuchtmaatregelen worden genomen wanneer het gedrag van een leerling een gevaar vormt voor het ordentelijk verstrekken van het onderwijs en/of de verwezenlijking van het eigen opvoedingsproject van de school in het gedrang brengt.

Tuchtmaatregelen bedoelen nadeel toe te brengen aan de gestrafte, door hem in de voordelen, die hij uit het verstrekken van het onderwijs haalt, te treffen.

Art. 61.

§ 1. In het belang van de leerling zijn het tuchtdossier en de tuchtmaatregelen niet overdraagbaar van de ene onderwijsinstelling naar de andere.

§ 2. Bij definitieve uitsluiting gedurende het schooljaar zal de leerling bij het zoeken naar een andere onderwijsinstelling worden bijgestaan door de onderwijsinstelling waarvan hij wordt uitgesloten en door het begeleidend P.M.S.-centrum.

Art. 62.

In het geval tuchtmaatregelen genomen worden, worden alleszins volgende regels gerespecteerd :

1° de betrokken personen alsmede de leerling, eventueel bijgestaan door een raadsman, worden voorafgaandelijk gehoord;

2° elke genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd;

3° elke beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht aan de betrokken personen voordat de tuchtmaatregel van kracht wordt;

4° er is geen mogelijkheid om tot collectieve uitsluitingen over te gaan;

5° de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten;

6° de betrokken personen hebben inzage in het dossier van de leerling.

Art. 63.

Het tuchtreglement bepaalt bij welk orgaan van de instelling en volgens welke regels tegen de tuchtmaatregel van de definitieve uitsluiting kan worden opgekomen.

Afdeling 3. - Beslissingen van de delibererende klasseraad over regelmatige leerlingen

Art. 64.

In het geval de delibererende klasseraad een beslissing neemt die wordt betwist door de betrokken personen, kunnen deze drie werkdagen, volgend op de werkdag waarop hen die beslissing werd meegedeeld, het recht doen gelden op overleg met de afgevaardigde van de inrichtende macht of de voorzitter van de delibererende klasseraad of zijn afgevaardigde.

Bij betwisting maken de betrokken personen hun redenen kenbaar. De afgevaardigde van de inrichtende macht of de voorzitter van de delibererende klasseraad of zijn afgevaardigde toont, aan de hand van het dossier van de betrokken leerling aan, dat de door de delibererende klasseraad genomen beslissing gegrond is.

Art. 65.

De afgevaardigde van de inrichtende macht of de voorzitter van de delibererende klasseraad of zijn afgevaardigde kan na dergelijk overleg, indien nodig, de delibererende klasseraad zo spoedig mogelijk opnieuw doen bijeenkomen.

Art. 66.

Onafgezien de al dan niet betwisting door de betrokken personen van de beslissing van de delibererende klasseraad, wordt de inrichtende macht steeds het recht voorbehouden de delibererende klasseraad opnieuw te doen samenkomen, teneinde een door de inrichtende macht zelf omstreden beslissing te heroverwegen.

Afdeling 4. - De beroepscommissie

Art. 67.

Elke inrichtende macht bepaalt de samenstelling en de procedure van de beroepscommissie.

Deze commissie bestaat evenwel minstens uit drie leden. Met uitzondering van de directeur, kunnen de leden van de delibererende klasseraad er geen deel van uitmaken.

Art. 68.

De in artikel 67 bedoelde commissie is bevoegd voor de behandeling van de door de betrokken personen betwiste beslissing van de delibererende klasseraad.

Een beroep kan slechts worden ingesteld na toepassing van artikel 64 en binnen een termijn van 5 werkdagen nadat het in dit artikel bedoeld overleg heeft plaatsgevonden of, indien het desbetreffend overleg heeft geleid tot een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klasseraad, binnen een termijn van 5 werkdagen nadat het resultaat van deze bijeenkomst aan de betrokken personen werd meegedeeld.

Art. 69.

Het resultaat van het door de beroepscommissie uitgevoerd onderzoek wordt aan de inrichtende macht meegedeeld.

Vervolgens beslist de inrichtende macht of de delibererende klasseraad wel of niet opnieuw dient samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing.

Art. 70.

Indien overeenkomstig artikel 69 de delibererende klasseraad opnieuw dient samen te komen om een definitieve beslissing ten aanzien van de betrokken leerling te nemen, dient dit te gebeuren uiterlijk op 20 september van het daaropvolgende schooljaar. De betrokken personen worden van deze beslissing, die dient gemotiveerd, onverwijld schriftelijk in kennis gesteld.

[HOOFDSTUK VIbis - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de studierichtingen psychiatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde

Art. 70bis.

§ 1. De studierichting ziekenhuisverpleegkunde wordt georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van :

1° de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1977 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger (77/453/EEG), gewijzigd door de richtlijn van 10 oktober 1989 (89/595/EEG);

2° het ministerieel besluit van 14 januari 1993 tot vaststelling van de lijst van diploma's, certificaten en andere titels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, uitgereikt door de lidstaten van de Europese Unie.

§ 2. De studierichting psychiatrische verpleegkunde wordt georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van de aanbeveling van 16 april 1986 van het Raadgevend Comité voor de opleiding op het gebied van de verpleegkunde, opgericht door de Raad van de Europese Gemeenschappen, voor een richtlijn betreffende de psychiatrische verpleegkunde in de Europese Unie.

(voetnoot 1)

Art. 70ter.

§ 1. Klinisch onderwijs, zoals bepaald in de richtlijn en het ministerieel besluit, bedoeld in artikel 70bis, § 1, en in de aanbeveling, bedoeld in artikel 70bis, § 2, omvat stage en de voorbereiding, verslaggeving en bespreking hiervan, evenals gerichte studiebezoeken.

§ 2. Het klinisch onderwijs verloopt onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstellingen.

De organisatie van de stages, het opvoedkundig toezicht op en de stagebegeleiding van de leerlingen, moet onder de eindverantwoordelijkheid vallen van een leraar :

1° gegradueerde verple(e)g(st)er, of

2° gegradueerde verloskundige of vroedvrouw, of

3° gebrevetteerde verple(e)g(st)er, voor zover betrokkene tijdens het schooljaar 1995-1996 al met een dergelijke verantwoordelijkheid was belast.

Art. 70quater.

Tussen de onderwijsinstelling en de stageverlenende instelling moet een schriftelijke stageovereenkomst worden afgesloten, waarin ten minste de volgende punten worden opgenomen :

1° de namen van de wederzijdse verantwoordelijken;

2° het aantal leerlingen per dienst per stageperiode;

3° de studiejaren;

4° de duur en de spreiding van de stages in de tijd;

5° de verzekering inzake burgerlijke aansprakelijkheid en begeleiding van de stages.

Daarenboven verklaart de stageverlenende instelling in de stage-overeenkomst te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 70septies, § 3.

Art. 70quinquies.

De stages worden georganiseerd in erkende diensten in de intramurale, de transmurale, de ambulante sector en de thuisverpleging.

Hoogtechnologische diensten en eenheden zijn uitgesloten.

Art. 70sexies.

[[...]]

Art. 70septies.

§ 1. Ten minste 75 % van het totale stagevolume wordt georganiseerd in stagediensten, gevestigd in het Nederlandse taalgebied of afhangend van een instelling gevestigd in Brussel-Hoofdstad die, wegens haar organisatie, niet kan worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Franse Gemeenschap.

§ 2. De in § 1 bedoelde diensten en instellingen moeten beschikken over de nodige klinische, sociale en pedagogische hulpmiddelen voor de opleiding van de leerlingen.

§ 3. De in § 1 bedoelde diensten en instellingen moeten door de bevoegde instanties erkend zijn, overeenkomstig de vigerende reglementering.

De Vlaamse regering, op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid, kan aanvullende normen bepalen om erkende diensten als stagediensten te laten functioneren.

Art. 70octies.

§ 1. Bij de keuze van de stagedienst, bedoeld in artikel 70septies, zal de onderwijsinstelling er op toezien dat de leerlingen vertrouwd worden gemaakt met een waaier van gezondheids- en/of ziektetoestanden, medisch-sociale aspecten en een diversiteit van verpleegkundige verzorgingsmogelijkheden, die overeenstemmen met de diverse stadia van de opleiding.

Tijdens de stage moeten de leerlingen de mogelijkheid hebben om op progressieve wijze de verantwoordelijkheid op te nemen voor welbepaalde taken.

De leerlingen moeten in staat gesteld worden een methodische evaluatie te maken van de verpleegkundige verzorging.

§ 2. De leerervaringen, opgedaan door de leerlingen, moeten tenminste besproken worden met een leraar :

1° gegradueerde verple(e)g(st)er, of

2° gegradueerde verloskundige of vroedvrouw, of

3° gebrevetteerde verple(e)g(st)er, voor zover betrokkene tijdens het schooljaar 1995-1996 al met dergelijke besprekingen van leerervaringen was belast.

Daarnaast worden de leerervaringen, opgedaan door de leerlingen, bij voorkeur ook besproken met de hoofdverpleegkundige en/of de stagementor van de stagedienst.]

B.Vl.R. 30-5-1996; [[ ]] B.Vl.R.31-8-2001

HOOFDSTUK VII. - Overgangs-, opheffings- en inwerkingtredingsbepalingen

Art. 71.

In afwijking van de bepalingen van artikel 9, § 1 en uitsluitend voor het schooljaar 1990-1991, kunnen eveneens tot het beroepsvoorbereidend leerjaar als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

de leerlingen waarover de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde als dusdanig beslist op aanvraag van de directeur van de betrokken instelling voor voltijds secundair onderwijs.

Art. 72.

§ 1. Opgeheven worden : ...

Art. 73.

§ 1. Met ingang van 1 september 1993 zijn de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 februari 1987 houdende bijzondere regeling betreffende de studies van kinderverzorgster en het koninklijk besluit van 24 februari 1987 houdende bijzondere regeling betreffende de studies van verpleegaspirant(e) die in strijd zijn met de bepalingen van dit besluit, niet meer van toepassing voor het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting Kinderverzorging, en voor het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, studierichting Verpleegaspiranten.

§ 2. Met ingang van 1 september 1994 zijn de bepalingen van de in § 1, vermelde koninklijke besluiten van 24 februari 1987 die in strijd zijn met de bepalingen van dit besluit, niet meer van toepassing voor het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, studierichting Kinderverzorging, en voor het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs, studierichting Verpleegaspiranten.

Art. 74.

§ 1. Onder voorbehoud van § 2, heeft dit besluit uitwerking met ingang van 1 september 1989.

§ 2. ...

Art. 75.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE N

Bijlage 1 : Oriënteringsattest A.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST A

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

......................(1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : ..........................................(2)

Onderverdeling : .........................................(3)

...........................(4) leerjaar ..................(5)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(6),

geboren te .................................................,

op ......................................................(7),

1° van 1 september ......... tot 30 juni ........ als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

2° in de bovengenoemde instelling, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd;

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................., op 30 juni....

Stempel van de instelling. De directeur,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede" ["derde" of "vierde";]2

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of beroepssecundair onderwijs";

[- voor de leerjaren van de vierde graad : "beroepssecundair onderwijs";]2

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstepen;

- voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; voor de leerjaren van de tweede [,de derde graad, en de vierde graad]2 staat "onderverdeling" = "studierichting";

(4) "eerste", "tweede" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A" [of "B"]1;

- voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

([ ]1 B.Vl.R. 10-5-1995; [ ]2 B.Vl.R. 30-5-1996)

Bijlage 2 : Oriënteringsattest B .

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST B

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.......................(1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : ..........................................(2)

Onderverdeling : .........................................(3)

.................................(4) leerjaar ............(5)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(6),

geboren te .................................................,

op ......................................................(7),

1° van 1 september .... tot 30 juni .... als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

2° in het bovengenoemde instelling, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd;

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in : (8)

- de hiernavermelde onderverdeling(en) : .................

.......................................................;

- de hiernavermelde onderwijsvorm(en) : ..................

........................................................

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .........................., op 30 juni.....

Stempel van de instelling. De directeur,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede" of "derde";

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; voor de leerjaren van de tweede en de derde graad staat "onderverdeling" = "studierichting";

(4) "eerste", "tweede" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A";

- voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(8) - voor het eerste leerjaar A : één van de volgende mogelijkheden vermelden en bij het niet gebruikte gedachtenstreepje de stippellijn dik doorstrepen :

* bij het eerste gedachtenstreepje : "Grieks-Latijn en Latijn";

* bij het eerste gedachtenstreepje : "Grieks-Latijn, Latijn, Moderne wetenschappen, R. Steinerpedagogie en Ysehiva";

* bij het tweede gedachtenstreepje : "het tweede leerjaar van de eerste graad";

- voor de overige leerjaren : bij hetzij het eerste gedachtenstreepje, hetzij het tweede gedachtenstreepje de stippellijn dik doorstrepen.

Bijlage 3 : Oriënteringsattest C.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST C

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

.......................(1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : ..........................................(2)

Onderverdeling : .........................................(3)

..............................(4) leerjaar ...............(5)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(6),

geboren te .................................................,

op ......................................................(7),

1° van ...............(8) tot ...........(8) als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd in de bovengenoemde instelling, graad, onderwijsvorm en onderverdeling (9);

2° in de bovengenoemde instelling, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd (9);

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden niet tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve tot .........

......................................................(9).

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ............................., op............(10).

Stempel van de instelling. De directeur,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede" ["derde" of "vierde";]2

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

[- voor de leerjaren van de vierde graad : "beroepssecundair onderwijs";]2

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; voor de leerjaren van de tweede [,de derde graad en de vierde graad]2 staat "onderverdeling" = "studierichting";

(4) "eerste", "tweede", "derde" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A" [of "B"];

- voor het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs : "(vervolmakingsjaar)";

- voor het derde leerjaar van de derde graad van het technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs, voor zover ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : "(specialisatiejaar)";

- voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(8) steeds respectievelijk "1 september ..." en "30 juni ....", behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld;

(9) - indien het model wordt gebruikt als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt : de rubrieken 2° en 3° schrappen;

- indien het model wordt gebruikt als een attest voor een leerjaar dat niet met vrucht werd beëindigd :

* de woorden "in de bovengenoemde instelling, graad, onderwijsvorm en onderverdeling" van rubriek 1° schrappen;

* in rubriek 3° de woorden "behalve tot ...", naargelang van het geval,

- hetzij schrappen;

- hetzij vervolledigen met "het beroepsvoorbereidend leerjaar". Dit is het geval indien het oriënteringsattest C wordt uitgereikt aan een leerling die een eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs niet met vrucht heeft beëindigd;

- hetzij vervolledigen met "het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs". Dit is het geval indien het oriënteringsattest C wordt uitgereikt aan een leerling die het tweede leerjaar van de eerste graad of het beroepsvoorbereidend leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd, doch uiterlijk op 31 december daaropvolgend de leeftijd van 16 jaar zal bereiken;

(10) - indien het model wordt gebruikt als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt : datum van de laatste dag van de betreffende studieperiode vermelden;

- indien het model wordt gebruikt als een attest voor een leerjaar dat niet met vrucht werd beëindigd : steeds "30 juni ....".

([ ]1 B.Vl.R. 10-5-1995; [ ]2 B.Vl.R. 30-5-1996)

Bijlage 4 : Getuigschrift van basisonderwijs.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

GETUIGSCHRIFT VAN BASISONDERWIJS

ingesteld bij de wet van 29 juni 1983

betreffende de leerplicht (artikel 6)

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(1),

geboren te .................................................,

op ......................................................(2),

met vrucht het eerste leerjaar ........ (3) van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde instelling.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling.

____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) "A" [of "B"].

(B.Vl.R. 10-5-1995)

Bijlage 5 : Getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschriftvan basisonderwijs.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

GETUIGSCHRIFT GELIJKWAARDIG MET HET GETUIGSCHRIFT VAN BASISONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(1),

geboren te .................................................,

op ......................................................(2),

met vrucht het beroepsvoorbereidend leerjaar van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde instelling.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling.

____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 6 : Getuigschrift van de eerste graad van het secundaironderwijs.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

GETUIGSCHRIFT VAN DE EERSTE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(1),

geboren te .................................................,

op ......................................................(2),

met vrucht het .................................. (3) van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde instelling.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling.

____________________________________________________________

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) "tweede leerjaar van de eerste graad" of "beroepsvoorbereidend leerjaar".

Bijlage 7 : [Getuigschrift van de tweede graad van het secundaironderwijs.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

GETUIGSCHRIFT VAN DE TWEEDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

.............................................................

Studierichting : ............................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat.....

..........................................................(2)

geboren te .................................................,

op ......................................................(3),

1° houder is van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

3° het laatstgenoemde leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

[[Stempel van de instelling]] ]

(B.Vl.R. 4-12-1991; [[ ]] B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 8 : Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van detweede graad van het secundair onderwijs

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET TWEEDE LEERJAAR VAN DE TWEEDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS.

Benaming en adres van de instelling : ......................

............................................................

............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : ...........................................

Ondergetekende, ...........................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

........................................................(1),

geboren te ................................................,

op .....................................................(2),

1° als regelmatige leerling het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .............................., op 30 juni ......

De houder, De directeur,

[Stempel van de instelling]

(B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 9 : Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van detweede graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van eenvervolmakingsjaar.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET DERDE LEERJAAR VAN DE TWEEDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS, INGERICHT ONDER DE VORM VAN EEN VERVOLMAKINGSJAAR

Benaming en adres van de instelling : ......................

............................................................

............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : ...........................................

Ondergetekende, ...........................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

........................................................(1),

geboren te ................................................,

op .....................................................(2),

1° als regelmatige leerling het derde leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar, heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .............................., op 30 juni ......

De houder, De directeur,

[Stempel van de instelling]

(B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 10 : [Diploma van secundair onderwijs (algemeen,technisch en kunstsecundair onderwijs).

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Studierichting : ............................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(2),

geboren te .................................................,

op ......................................................(3),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd in de bovengenoemde onderwijsvorm en studierichting;

3° het laatstgenoemde leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .............................., op 30 juni .......

De houder, De directeur,

[[Stempel van de instelling]] ]

(B.Vl.R. 4-12-1991; [[ ]] B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs" of "kunstsecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 11 : Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van dederde graad van het secundair onderwijs (alle studierichtingen uitgezonderdKinderverzorging).

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET TWEEDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : ......................

............................................................

............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : ...........................................

Ondergetekende, ...........................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

........................................................(1),

geboren te ................................................,

op .....................................................(2),

1° als regelmatige leerling het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .............................., op 30 juni ......

De houder, De directeur,

[Stempel van de instelling.]

(B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 12 : Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van dederde graad van het secundair onderwijs (studierichting Kinderverzorging).

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET TWEEDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : ......................

............................................................

............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : Kinderverzorging

Ondergetekende, ...........................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

........................................................(1),

geboren te ................................................,

op .....................................................(2),

1° als regelmatige leerling het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

2° een stageboek kan voorleggen waaruit blijkt dat ten minste 1000 stage-uren van 50 minuten met vrucht werden volbracht, waarvan ten minste 500 stage-uren in het tweede leerjaar van de derde graad;

3° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .............................., op 30 juni ......

De houder, De directeur,

[Stempel van de instelling.]

(B.Vl.R. 20-7-1994)

Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 13 : Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van dederde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS, INGERICHT ONDER DE VORM VAN EEN SPECIALISATIEJAAR

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Studierichting : ............................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(2),

geboren te .................................................,

op ......................................................(3),

1° als regelmatige leerling het derde leerjaar van de derde graad van het ...................(1), ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

[Stempel van de instelling.]

(B.Vl.R. 20-7-1994)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 14 : [Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundaironderwijs) [[(derde graad)]]2.

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs.

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(1),

geboren te .................................................,

op ......................................................(2),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en het tweede en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

3° met vrucht het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft beëindigd in de studierichting :...............................................;

4° met vrucht het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling in .....................................

......................................................(3).

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

[[Stempel van de instelling]]1 ]

(B.Vl.R. 4-12-1991; [[ ]]1 20-7-1994; [[ ]]2 B.Vl.R. 30-5-1996)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) één van de volgende mogelijkheden :

- "de studierichting", gevolgd door de betrokken benaming en de term "(specialisatiejaar)";

- "het naamloos leerjaar".

Bijlage 15 : Attest van regelmatige lesbijwoning

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

ATTEST VAN REGELMATIGE LESBIJWONING

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Studierichting : ............................................

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat

.........................................................(2),

geboren te .................................................,

op ......................................................(3),

als regelmatige leerling van .........................(4) tot

..........................(4) het derde leerjaar van de derde

graad, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, heeft gevolgd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op ..................(5)

De houder, De directeur,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs" of "kunstsecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(4) steeds respectievelijk "1 september ...." en "30 juni ....", behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld;

(5) steeds "30 juni ....", behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de datum van de laatste dag van de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld.

Bijlage 16: Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierdegraad van het secundair onderwijs.

1. Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET TWEEDE LEERJAAR VAN DE VIERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling :

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : .........................................(1)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat .... .........................................................(2),

geboren te ..................., op ......................(3),

1° als regelmatige leerling het tweede leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .........., op 30 juni ...........................

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "kleding" of "plastische kunsten";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 17: Diploma in de psychiatrische verpleegkunde.

1. Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA IN DE PSYCHIATRISCHE VERPLEEGKUNDE

Benaming en adres van de instelling :

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : psychiatrische verpleegkunde

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat .... .........................................................(1),

geboren te ..................., op ......................(2),

1° als regelmatige leerling de vierde graad van de bovengenoemde onderwijsvorm heeft gevolgd;

2° deze graad met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften, met inbegrip van de aanbeveling van 16 april 1986 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, werden nageleefd.

Gegeven te .........., op 30 juni ...........................

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 18: Diploma in de ziekenhuisverpleegkunde.

1. Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA IN DE ZIEKENHUISVERPLEEGKUNDE

Benaming en adres van de instelling :

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : ziekenhuisverpleegkunde

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat .... .........................................................(1),

geboren te ..................., op ......................(2),

1° als regelmatige leerling de vierde graad van de bovengenoemde onderwijsvorm heeft gevolgd;

2° deze graad met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften, met inbegrip van de richtlijn (77/453/EEG) van 27 juni 1977 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, werden nageleefd.

Gegeven te .........., op 30 juni ...........................

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 19: Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundaironderwijs - vierde graad - studierichtingen kleding en plastische kunsten).

1. Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling :

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : .........................................(1)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat .... .........................................................(2),

geboren te ..................., op ......................(3),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste en het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd in de bovengenoemde onderwijsvorm en studierichting;

3° het laatstgenoemde leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .........., op 30 juni ...........................

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "kleding" of "plastische kunsten";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 20: Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundaironderwijs - vierde graad - studierichtingen psychiatrische verpleegkunde enziekenhuisverpleegkunde).

1. Model: formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de instelling :

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs

Studierichting : .........................................(1)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat .... .........................................................(2),

geboren te ..................., op ......................(3),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste, het tweede en het derde leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd in de bovengenoemde onderwijsvorm;

3° het laatstgenoemde leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .........., op 30 juni ...........................

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "psychiatrische verpleegkunde" of "ziekenhuisverpleegkunde";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage [21]2 : [Aanvullend getuigschrift over dekennis van het bedrijfsbeheer

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

DEPARTEMENT ONDERWIJS

AANVULLEND GETUIGSCHRIFT OVER DE KENNIS VAN HET BEDRIJFSBEHEER

Benaming en adres van de instelling : .......................

.............................................................

.............................................................

Onderwijsvorm : ..........................................(1)

Ondergetekende, ............................................,

directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat ....

.........................................................(2),

geboren te .................................................,

op ......................................(3), voldaan heeft :

1° aan de vereisten van het programma over de kennis van het bedrijfsbeheer, bedoeld in de artikelen 2 en 4 van de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van beroepswerkzaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen;

2° aan de minimaal voorgeschreven leerinhouden, bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 25 februari 1971 tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen van de wet van 15 december 1970.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te ........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de instelling.]1

[ ]1 (B.Vl.R. 4-12-1991; [ ]2 B.Vl.R. 30-5-1996)

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

- (1): De volledige tekst van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen, zoals gewijzigd, respectievelijk van de aanbeveling van het Raadgevend Comité, gaan in bijlage X bij het B.Vl.R. 30-5-1996 - B.S. 21-8-1996.