Schaarste aan onderwijsverstrekkers - overwerk, bijbetrekking en opnieuw in actieve dienst treden

  • ...
  • Bezoldiging overwerk vanaf 1 september 2009
  • Bezoldiging sommige bijbetrekkingen vanaf 1 september 2009
  • Opnieuw in actieve dienst treden vanaf 1 september 2009 voor alle personeelsleden/alle niveaus

BELANGRIJK - BEZOLDIGING BIJ DE AANVRAAG VAN HET SCHOOLJAAR

De nieuwe cumulatieregels die ingaan op 1 september 2009 zijn positief voor heel wat personeelsleden in het onderwijs; er komt minder administratieve rompslomp bij kijken en de personeelsleden die cumuleren ontvangen in de regel ook een hoger loon.

De nieuwe reglementering werd, na onderhandelingen met de sociale partners, door de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd op 4 september 2009.

Het zijn ingrijpende wijzigingen die door het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en studietoelagen moeten geïmplementeerd worden. De Administratie zal alles in het werk stellen om de nieuwe maatregelen zo snel mogelijk en vooral op een correcte manier toe te passen.

Daarbij wordt echter absolute voorrang gegeven aan de salarisbetalingen van september, de drukste maand van het schooljaar. Daarom zal in het begin van het schooljaar het salaris van de personeelsleden die cumuleren nog volgens de huidige regelgeving worden uitbetaald.

Uiteraard hebben deze personeelsleden vanaf 1 september 2009 recht op het betere loon, dat zij later met terugwerkende kracht zullen ontvangen.

(...)

1. Inleiding

Om op korte termijn tegemoet te komen aan de schaarste aan onderwijsverstrekkers op de onderwijsarbeidsmarkt in Vlaanderen, worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd een aantal maatregelen bekrachtigd.

Indien geen oplossing kan worden gevonden voor een tekort aan personeel, kan een school o.a. gebruik maken van twee maatregelen om tijdelijk een oplossing uit te werken nl.:

  • - zij kan de in dienst zijnde personeelsleden belasten met bijkomende prestaties die als overwerk of als bijbetrekking worden beschouwd;
  • - zij kan personeelsleden die sommige verlofstelsels/afwezigheden genieten, om bepaalde redenen geheel of gedeeltelijk ter beschikking zijn gesteld ..., opnieuw in actieve dienst laten treden.

...

Opmerking

In deze omzendbrief wordt het begrip inrichtende macht gehanteerd. Voor het basisonderwijs moet inrichtende macht steeds gelezen worden als schoolbestuur en voor het volwassenenonderwijs als centrumbestuur.

2. Overwerk en bijbetrekking

De maatregelen die betrekking hebben op overwerk en op bijbetrekking zijn opgenomen in de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerkPERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

3. Opnieuw in actieve dienst treden

De huidige reglementering laat niet altijd toe dat personeelsleden die ofwel sommige verlofstelsels/afwezigheden genieten, ofwel om bepaalde redenen geheel of gedeeltelijk ter beschikking zijn gesteld ... opnieuw een onderwijsopdracht zouden opnemen, ook al zouden ze dit zelf willen. ...

Met het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 wordt voor alle personeelsleden de mogelijkheid gecreëerd om, op vraag van de schoolleiding, in alle vrijheid zelf te beslissen om voor een korte periode opnieuw in actieve dienst te treden.

...

Belangrijk vanaf 1 september 2009

Vanaf 1 september 2009 kunnen alle personeelsleden in elk onderwijsniveau opnieuw in actieve dienst treden ; dus niet enkel in het basis- of secundair onderwijs maar ook in de Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB), het deeltijds kunstonderwijs (DKO), de centra voor volwassenenonderwijs (CVO) , ... . Dit geldt voor elke personeelscategorie.

3.1. Voorwaarden

De inrichtende macht, ... kan een personeelslid slechts opnieuw in dienst laten treden indien voorafgaandelijk aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan:

...

Overleg

Er moet overleg zijn met het betrokken personeelslid waaruit blijkt dat zij/hij instemt om opnieuw in actieve dienst te treden .

Tot het einde van het schooljaar

De toewijzing van de betrekking gebeurt uiterlijk tot het einde van het lopende school- of dienstjaar.

Geen ander geschikt kandidaat gevonden

BELANGRIJK

De verplichting om het tekort aan gekwalificeerde personeelsleden te bewijzen, is geschrapt. Het aantonen van dit tekort is dus niet vereist.

Bij het aanstellen van een zgn. “herindiensttreder” moet uiteraard worden nagegaan of mogelijke andere kandidaten niet in hun rechten worden geschaad. Een geschikt kandidaat is een persoon die voldoet aan de decretale of reglementaire aanstellingsvoorwaarden vastgelegd in de rechtspositieregeling.

De bepalingen betreffende o.a. de regeling omtrent de verdeling van de betrekkingen onder benoemde personeelsleden, de tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur (TADD), ... e.d. blijven dus onverminderd van toepassing.

Verhaal indienen

Verhaal tegen de toewijzing van een betrekking aan een herindiensttreder wordt ingediend en behandeld op dezelfde wijze als het verhaal tegen de toewijzing van prestaties in overwerk of bijbetrekking (zie het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan ) .

Bezwaar bij de inrichtende macht

De persoon die zich benadeeld acht, moet bij de inrichtende macht tegen de toewijzing bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift bevat het bewijs dat de betrokkene zich bij de inrichtende macht kandidaat heeft gesteld voor een betrekking van het toegewezen ambt, vak of de specialiteit en de bevestiging van het verzoek tot aanstelling.

Verhaal bij de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs

De voorwaarden, de termijn en de procedure vindt u in bijlage .

3.2. Personeelsleden die opnieuw in actieve dienst kunnen treden

De inrichtende macht, ... kan een beroep doen op een personeelslid dat:

1° met verlof is voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, of afwezig is voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid;

2° ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden;

3° deeltijds ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen;

4° volledig ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen (VTBS 58+ en bonus);

...

Belangrijk op 1 september 2009

Gepensioneerden vallen niet meer onder de categorie van de herindiensttreders. Dit betekent geenszins dat zij niet opnieuw in actieve dienst kunnen treden. De mogelijkheden zijn zelfs uitgebreid.

De wijze waarop de gepensioneerden in het onderwijs kunnen aangesteld en bezoldigd worden, vindt u in de omzendbrief PERS/2009/ 11 van 25 september 2009 .

...

3.3. Administratieve toestand

Het verlof of de afwezigheid voor verminderde prestaties, of de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden van het personeelslid dat zich in de toestand bevindt zoals bedoeld in punt 3.2, 1° of 2°... wordt geheel of gedeeltelijk opgeschort zodra op haar/hem met toepassing van deze maatregel een beroep wordt gedaan.

Het personeelslid kan tijdens deze opschorting van het verlof, de afwezigheid of de terbeschikkingstelling opnieuw geheel of gedeeltelijk hetzij de betrekking opnemen waarvan het titularis is, hetzij een andere betrekking opnemen.

TOESTAND VAN DE VERVANGER

Als het personeelslid ingevolge de afwezigheid van zijn vervanger opnieuw de betrekking opneemt waarvan hij titularis is, wordt, in afwijking van de bepalingen van de rechtspositieregeling, geen einde gesteld aan de opdracht van de vervanger.

...

3.4. Geldelijke toestand

Belangrijk vanaf 1 september 2009

De geldelijke toestand van de hier bedoelde herindiensttreders is grondig gewijzigd en vereenvoudigd.

...

Bezoldiging als tijdelijke

Het personeelslid krijgt tijdens de opschorting van het verlof, de afwezigheid of de terbeschikkingstelling, als tijdelijk personeelslid het salaris of de salaristoelage waarop het aanspraak kan maken overeenkomstig de toegewezen betrekking.

De bezoldigingsregels die gelden voor elke tijdelijke aanstelling - cfr de bepalingen van artikel 7 van het KB nr. 63 van 20 juli 1982 - gelden eveneens voor de herindiensttreders. Het personeelslid krijgt m.a.w. de bezoldiging volgens de gewone regeling van elke tijdelijke aanstelling.

Afwijking op de bepalingen van de dienstonderbreking

Als het voormelde verlof of de afwezigheid voor verminderde prestaties wordt op geschort, is er in afwijking van de bestaande regelingen m.b.t. dit verlof/afwezigheid voor het be t rokken personeelslid geen beperking meer noch inzake de wekelijkse prestaties die het mag verrichten noch voor de vervangende winstgevende activiteiten - zie omzendbrief 13AC/CR/JVM/hj van 14/11/2000 - die het volgens de in deze omzendbrief vermelde regeling nog mag uitoefenen.

Steeds als hoofdambt

In afwijking van de bepalingen van overwerk en bijbetrekking, worden de prestaties van een personeelslid dat opnieuw in actieve dienst treedt, steeds als hoofdambt bezoldigd. Deze prestaties als herindiensttreder worden niet als overwerk of als bijbetrekking beschouwd.

Geen invloed op andere opdrachten

De andere door het personeelslid uitgeoefende opdrachten worden in geen enkel onderwijsniveau beïnvloed door de prestaties als herind i e n s t treder en worden desgevallend beschouwd als hoofdambt, bijbetrekking, plage of overwerk. Dit betekent dat er voor geen enkel aspect een beïnvloeding is van de andere door het personeelslid uitgeoefende opdrachten.

Zo wordt de noemerbepaling in de derde graad van het secundair onderwijs niet beïnvloed door deze herindiensttreding. Hierbij geldt de regel dat voor de personeelsleden die fungeren in de tweede graad maar tevens belast zijn met een halve lesopdracht in de derde graad, of de vierde graad, of de derde en de vierde graad: het minimum 20 i.p.v. 21 en het maximum 21 i.p.v. 22 lesuren wordt. De voormelde meer voordelige bezoldigingswijze van de prestaties in het kader van de vervanging is een uitzonderingsmaatregel. Deze maatregel mag echter geen aanleiding geven tot een “vermenging” met de bezoldigingsregels die normaal zouden gelden.

Voorbeeld

Een personeelslid dat 13/21 uitoefent in de tweede graad en als gevolg van een herindiensttreding bijkomend belast wordt met 11/20 in de derde graad behoudt dan ook de noemer 21 in de tweede graad.

Ook de wijze waarop in het deeltijds kunstonderwijs de bezoldigingsgrens op het zgn. best bezoldigd ambt wordt bepaald, wordt niet beïnvloed door de herindiensttreding.

Voorbeeld

Een voorbeeld hiervan is een leraar in DKO met een opdracht van 15/20 en 8/22 waarvan de bezoldiging eventueel beperkt wordt tot het best bezoldigd ambt. Deze leraar doet een vervanging van een omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind (DO 119) voor 10/20 en het verlof is korter dan 10 werkdagen. De beperking tot best bezoldigd ambt in de organieke betrekking blijft gelden en de vervangingsopdracht van 10/20 wordt bijkomend betaald in hoofdambt.

De opdrachten van de herindiensttreders beïnvloeden evenmin de vaststelling van de prestaties in hoofdambt of bijbetrekking in het volwassenenonderwijs, waar de “gewone” opdrachten als laatste meetellen om de gepondereerde eenheid te bepalen.

Voorbeeld

Een personeelslid is titularis van volgende opdrachten:

- voltijds secundair onderwijs: 11/22 leraar, waarvoor hij een afwezigheid voor verminderde prestaties voor 5/22 neemt.

- centrum voor volwassenenonderwijs: 10/20 leraar HOSP.

De directie van het voltijds secundair onderwijs vraagt of betrokkene opnieuw in dienst wil treden voor 12/22. Tijdens de herindiensttreding blijven de prestaties in het CVO verder als vast benoemde als hoofdambt betaald en dit voor 10/20. Het hoofdambt wordt dus niet meer beïnvloed zoals voor 1/9/2009, waarbij de opdracht in CVO bijbetrekking werd omdat prestaties in andere onderwijsniveaus bij voorrang als hoofdambt werden bezoldigd.

Twee soorten beperking en

1. Maximale bezoldiging van prestaties in het onderwijs

De personeelsleden kunnen maximaal tot 140 % van het minimum vereiste aantal uren voor een ambt met volledige prestaties worden bezoldigd. De toelichting over deze maximale bezoldigingsgrens vindt u in punt 3 van de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21, waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

2. Het bedrag van het salaris/de salaristoelage uitgekeerd aan het personeelslid dat

  • - deeltijds ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen;(zie BVR 20 april 1994)
  • - volledig ter beschikking is gesteld wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen,(zie BVR 11 februari 2000)

mag voor het geheel van de prestaties die het nog uitoefent in het onderwijs op jaarbasis, niet meer bedragen dan het minimumbedrag dat volgens de reglementering inzake cumulatie van een rustpensioen met een beroepsactiviteit, is toegestaan. De bedragen die thans gelden zijn :

  • - als er geen kinderen ten laste zijn dan wordt het bedrag van het salaris/de salaristoelage beperkt tot een bruto-inkomen van 7421,57 EURper jaar;
  • - als er wel kinderen ten laste zijn bedraagt de grens
  • 11.132,37 EUR .

Deze bedragen worden jaarlijks aangepast.

4. Voorbeelden - elektronische zendingen

4.1. Overwerk - bijbetrekking

De maatregelen die betrekking hebben op overwerk en op bijbetrekking zijn opgenomen in de omzendbrief van 25 oktober 2005, kenmerk PERS/2005/21 , waarin het overzicht van de cumulatieregeling wordt gegeven.

4.2. Opnieuw in actieve dienst treden

De opdrachten waarbij personeelsleden opnieuw in actieve dienst treden worden aangeduid via het veld “Herwaardering” in de opdracht (RL-1). Dit veld moet worden ingevuld met de aanduiding “Herintreder” (code 01).

Mogelijke situaties:

· h et personeelslid neemt een betrekking op die hij of zij heeft verlaten.

· h et personeelslid neemt een betrekking op waarvan hij of zij niet de titularis is.

4.2.1. Basisonderwijs

Voorbeeld 1

Op 1 september 2009 is een onderwijzer voor 24/24 vastbenoemd. Hij neemt voor 12/24 een verlof voor verminderde prestaties omwille van sociale en familiale redenen vanaf 1 september 2009 tot 31 augustus 2010. Hij wordt voor deze 12/24 vervangen door een tijdelijk onderwijzer X. De tijdelijk onderwijzer X wordt echter ziek van 20 november 2009 tot 15 februari 2010. De oorspronkelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk onderwijzer X vervangen.

Eerste zending voor de titula ris (toestand 1 september 2009)

RL-1 onderwijzer Ato4 voor 24/24 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Verlof verminderde prestaties omwille van sociale en familiale redenen” (code 010) voor 12/24.

Voor de verv anger (tijdelijk onderwijzer X)

Toestand 1 september 2009

RL-1 onderwijzer Ato1 voor 12/24 met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden “Verlof verminderde prestaties omwille van sociale en familiale redenen” (code 010).

Toestand 20 november 2009

RL-2 melding ziekteverlof van 20 november 2009 tot 15 februari 2010.

Tweede zending voor de titular is ( toestand 20 november 2009)

RL-1 onderwijzer Ato4 voor 24/24 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Verlof verminderde prestaties omwille van sociale en familiale redenen” (code 010) voor 12/24.

RL-1 onderwijzer Ato1 voor 12/24 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “Herwaardering”; met aanduiding van het stamboeknummer van de tijdelijk onderwijzer “X” en als reden “Ziekteverlof (code 001)” en met einddatum 15 februari 2010.

Beide RL-1's worden doorgestuurd in 1 bericht.

Het personeelslid wordt van 20 november 2009 tot 15 februari 2010 voor 12/24 als vast benoemde betaald en voor 12/24 als tijdelijk personeelslid.

Voorbeeld 2

Een tijdelijke kleuteronderwijzer ASV is aangesteld voor 22 lestijden in school A. Dit personeelslid neemt een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor 22/22. Het personeelslid treedt opnieuw in actieve dienst als zorgcoördinator in school B voor 10/36.

In school A

RL-1 kleuteronderwijzer ASV voor 22/22 en de opdrachtgebonden dienstonderbreking terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden (code 098) voor 22/22.

In school B

RL-1 zorgcoördinator voor 10/36. Indien het gaat om een herintreder (de school heeft geen andere geschikte kandidaat gevonden) wordt dit aangeduid via de code 01 in het veld "herwaardering".

Voorbeeld 3

Op 1 september 2009 is een logopedist voor 30/30 vast benoemd. Hij neemt voor 20/30 een afwezigheid voor verminderde prestaties omwille van persoonlijke aangelegenheid vanaf 1 september 2009 tot 31 augustus 2010. Op 2 oktober 2009 neemt een tijdelijk personeelslid (logopedist voor 20/30) ontslag en de school vindt geen vervanger. De voltijds vast benoemde logopedist is bereid om zijn afwezigheid op te schorten en de betrokken opdracht uit te oefenen.

Eerste zending (toestand 1 september 2009)

RL-1 logopedist Ato4 voor 30/30 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Afwezigheid verminderde prestaties omwille van persoonlijke aangelegenheid” (code 013) voor 20/30.

Tweede zending (toestand 2 oktober 2009)

RL-1 logopedist Ato4 voor 30/30 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking “Afwezigheid verminderde prestaties omwille van persoonlijke aangelegenheid” (code 013) voor 20/30.

RL-1 logopedist Ato2 voor 20/30 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “Herwaardering”.

Beide RL-1's worden doorgestuurd in één bericht.

Het personeelslid wordt vanaf 2 oktober 2009 tot het einde van de bijkomende opdracht voor 10/30 als vast benoemde betaald en voor 20/30 als tijdelijk personeelslid.

4.2.2. Secundair onderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar is tijdelijk aangesteld voor 20u AV Latijn in de 3e graad ASO. Hij neemt voor 10u AV-Latijn in de 3e graad ASO een verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen vanaf 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2010.

Hij wordt voor deze 10u vervangen door een ander tijdelijk leraar X. De tijdelijk leraar X wordt echter ziek vanaf 10 november 2009 tot en met 18 december 2009. De oorspronkelijke tijdelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk leraar X vervangen.

Eerste zending voor de titularis (toestand 1 september 2009)

RL-1 leraar ATO 2 voor 20u AV Latijn 3de graad ASO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010) voor 10u.

Voor de vervanger (tijdelijk leraar X)

Toestand 1 september 2009

RL-1 leraar ATO 1 voor 10u AV Latijn 3e graad ASO met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010).

Toestand 10 november 2009

RL-2 melding ziekteverlof van 10 november 2009 tot 18 december 2009.

Tweede zending voor de titularis (toestand 10 november 2009)

RL-1 leraar ATO 2 voor 20u AV Latijn 3de graad ASO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010) voor 10u.

RL-1 : leraar ATO 1 voor 10u AV Latijn 3de graad ASO met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld "herwaardering" ; ter vervanging van X (naam, voornaam, stamboeknummer) met als reden “ziekteverlof”(code 001) en met als einddatum 18 december 2009.

De beide RL-1's worden doorgestuurd in één bericht.

De betrokkene wordt als tijdelijke betaald voor 20u van 10 november 2009 tot 18 december 2009.

Voorbeeld 2

Een leraar is vastbenoemd voor 29u PV Mechanica in de 2e graad TSO. Hij neemt voor 29u PV Mechanica in de 2e graad TSO een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheid. Omdat in een andere school er geen vervanger wordt gevonden is het personeelslid akkoord om opnieuw in actieve dienst te treden als leraar TV Mechanica in de 3e graad BSO voor 20u in die andere school in de periode van 16 november 2009 tot en met 11 december 2009.

In de school van vaste benoeming (toestand 1 september 2009)

RL-1 leraar ATO 4 voor 29u PV Mechanica 2e graad TSO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "TBSPA" (code 098) voor 29u.

In de school van aanstelling (toestand 16 november 2009)

RL-1 : leraar ATO 1 voor 20u TV Mechanica in de 3e graad BSO met aanduiding van “herintreder” (code 01)  in het veld "herwaardering" en koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

De betrokkene wordt als tijdelijke betaald voor 20u van 16 november 2009 tot en met 11 december 2009.

4.2.3. Deeltijds kunstonderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar is vastbenoemd voor 4/20 tekenen HG en voor 16/20 S.A.A. schilderkunst hogere graad. Hij neemt een halftijdse bonus op voor 10/20 S.A.A. schilderkunst vanaf 1 september 2009. Het personeelslid treedt in dezelfde school opnieuw in actieve dienst als leraar voor 8/20 S.A.A. schilderkunst vanaf 16 januari 2010 tot en met 4 februari 2010.

Eerste zending (toestand 1 september 2009)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20/20 met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus VTBS58+ voor 10/20

Tweede zending (toestand 16 januari 2010)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20/20 met de opdrachtgebonden DO 107 Bonus VTBS58+ voor 10/20

RL-1 leraar ATO 1 voor 8/20 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “herwaardering” en koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

Beide RL-1s worden doorgestuurd in één bericht.

De betrokkene wordt vanaf 01/9/09 als vastbenoemde betaald voor 10u en ontvangt een wachtgeld voor 10. Van 16 januari tot 4 februari 2010 krijgt betrokkene bijkomend 8/20 als tijdelijk personeelslid.

Voorbeeld 2

Een leraar is als tijdelijke aangesteld in school A van 1 september 2009 tot en met 30 juni 2010 voor 12/22 Algemene muzikale vorming LG. Hij neemt een ter beschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden op voor 4/22 vanaf 1 september 2009 tot en met 30 juni 2010.

Hij treedt opnieuw in actieve dienst als leraar piano in school B voor 8/22 en 3/20 vanaf

25 april 2010 tot en met 18 mei 2010.

Eerste zending door school A (toestand 1 september 2009)

RL-1 leraar ATO 2 voor 12/22 met de opdrachtgebonden DO 098 TBSPA voor 4/22.

Tweede zending door school B (toestand op 25 april 2010)

RL-1 leraar ato 2 voor 8/22 en 3/20 met aanduiding van “herintreder” (code 01) in het veld “herwaardering”

4.2.4. Volwassenenonderwijs

Voorbeeld 1

Een leraar SOSP is vast benoemd voor 20u AV Frans in RG3. Hij neemt voor 10u AV Frans in RG3 een verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen vanaf 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2010.

Hij wordt voor deze 10u vervangen door een ander tijdelijk leraar X. De tijdelijk leraar X wordt echter ziek vanaf 10 november 2009 tot en met 22 december 2009.. De oorspronkelijke titularis onderbreekt zijn dienstonderbreking en gaat de tijdelijk leraar X vervangen.

Eerste zending voor de titularis (toestand 1 september 2009)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20u AV Frans RG3 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010) voor 10u Frans RG3.

Voor de vervanger (tijdelijk leraar X)

Toestand 1 september 2009

RL-1 leraar ATO 1 voor 10u AV Frans RG3 met opgave van het stamboeknummer van de titularis en als reden "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010).

Toestand 10 november 2009

RL-2 melding ziekteverlof van 10 november 2009 tot 22 december 2009.

Tweede zending voor de titularis (toestand 10 november 2009)

RL-1 leraar ATO 4 voor 20u AV Frans RG3 met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010) voor 10u AV Frans RG3.

RL-1 : in het veld "herwaardering" invullen "HI" (= herintreder) (code 01) 10u AV Frans RG3 ATO 1 ter vervanging van X (naam, voornaam, stamboeknummer) met als reden “ziekteverlof”(code 001).

De beide RL-1's worden doorgestuurd in één bericht.

De betrokkene wordt voor de opdracht “herintreder” in hoofdambt als tijdelijke betaald.

Voorbeeld 2

Een leraar SOSP is vastbenoemd voor 10/20 TV Mechanica in de 3e graad BSO en 13/25 PV Mechanica in de 2e graad TSO. Hij neemt voor 13/25 PV Mechanica in de 2e graad TSO een afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden. Het personeelslid treedt opnieuw in actieve dienst als leraar TV Mechanica in de 3e graad BSO voor 10/20 in een ander CVO voor de periode van 10 november 2009 tot en met 22 december 2009.

In de school van vaste benoeming (toestand 1 september 2000)

RL-1 leraar ATO 4 voor 10u TV Mechanica in de 3e graad BSO en 13u PV Mechanica in de 2e graad TSO met de opdrachtgebonden dienstonderbreking "Verlof verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen" (code 010) voor 13u PV Mechanica in de 2e graad TSO.

In het CVO van de herindiensttreding (toestand 10 november 2009)

RL-1 : in het veld "herwaardering" invullen "HI" (= herintreder) (code 01) 10u TV Mechanica 3e graad BSO koppelen aan de afwezigheid van de titularis.

De betrokkene wordt voor de opdracht herintreder in hoofdambt als tijdelijke betaald.

5. Bijlage