Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking - Tewerkstelling buiten het onderwijs - Zgn. outplacement

  • Terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking
  • Tewerkstelling buiten het onderwijs
  • Outplacement
  • Regeling vanaf 1 januari 1999

1. Inleiding

Bij het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs -III en het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, werd voor de personeelsleden die in het onderwijs en in de P.M.S.-centra (vanaf 1 september 2000 centra voor leerlingenbegeleiding of CLB's genoemd) ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking de mogelijkheid gecreëerd om voor een tewerkstelling buiten het onderwijs te kiezen.

Bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 1999 worden de voorwaarden voor dergelijke tewerkstelling o.m. op volgende belangrijke punten gewijzigd:

- de diplomavoorwaarden worden afgeschaft;

- er komen meer personeelsleden voor dergelijke tewerkstelling in aanmerking;

- het aantal sectoren van tewerkstelling wordt uitgebreid;

- de nieuwe regeling geldt niet meer voor de personeelsleden van de hogescholen;

- voor sommige personeelsleden moet een gedeelte van de bezoldiging tijdens de tewerkstelling buiten het onderwijs ... worden terugbetaald.

Deze omzendbrief licht de nieuwe regeling toe die geldt vanaf 1 januari 1999.

2. Personeelsleden die in aanmerking komen

2.1. Personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking

De tewerkstelling buiten het onderwijs geldt voor vastbenoemde of tot de proeftijd toegelaten personeelsleden op wie de decreten van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositieregeling van toepassing zijn en die ter beschikking gesteld zijn wegens volledige of gedeeltelijke ontstentenis van betrekking in het onderwijs of in de CLB's.

Eerst binnen het onderwijs

De personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking komen op de eerste plaats in aanmerking voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Deze reaffectatie of wedertewerkstelling in het onderwijs gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992.

Pas dan buiten het onderwijs

Daarna komen deze personeelsleden in aanmerking voor een tewerkstelling buiten het onderwijs. Het gaat dus om personeelsleden die ofwel niet of niet volledig gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn ofwel toegewezen worden in een niet-organieke betrekking van de scholengemeenschap ofwel wedertewerkgesteld zijn,... ofwel wedertewerkgesteld zijn als administratieve ondersteuning.

Verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling tot de eerstbevoegde commissie

Een tewerkstelling buiten het onderwijs kan in principe slechts wanneer alle verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling zijn nageleefd tot op het niveau van de eerstbevoegde reaffectatiecommissie.Het personeelslid kan wel met een tewerkstelling buiten het onderwijs starten op 1 september, in het geval het op die datum duidelijk is dat de eerstbevoegde reaffectatiecommissie geen reaffectatie of wedertewerkstelling zal kunnen uitwerken. De eerstbedoelde reaffectatiecommissie is:

a) voor de scholen die tot een scholengemeenschap behoren: de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap;

b) voor de scholen van het gemeenschapsonderwijs en die niet tot een scholengemeenschap behoren: de reaffectatiecommie van de scholengroep;

c) voor de scholen die niet onder a) of b) vallen: de Vlaamse Reaffectatiecommissie.

Een belangrijk bijkomend element bij de praktische verwerking van de noodzakelijke gegevens is het feit of de school/onderwijsinstelling AL DAN NIET ELEKTRONISCH met het bevoegde werkstation communiceert. Voor de concreet te volgen werkwijze gelieve respectievelijk de volgende omzendbrieven te raadplegen:

§ PERS/2005/11 van 30 juni 2005 Elektronisch communiceren van gegevens over terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen(AHOVOS) Melding van: - personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking - betrekking waarin zij KUNNEN worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

§ PERS/2005/13 van 15 juli 2005 NIET-elektronisch communiceren van gegevens over terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen(AHOVOS) Melding van: - personeelsleden ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking - betrekking waarin zij KUNNEN worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.

§

Uit deze richtlijnen, blijkt aan welke reaffectatiecommissie de school een zending/mail/ PERS formulier moet verzenden om met alle verplichtingen inzake reaffectatie en wedertewerkstelling in overeenstemming te zijn.

Tot de eerstbevoegde reaffectatiecommissie

Voor het personeelslid dat kiest voor een tewerkstelling buiten onderwijs gelden de voormelde verplichtingen dus tot de eerstbevoegde reaffectatiecommissie tenzij het personeelslid voor de opdracht waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, uitdrukkelijk wenst ook na deze reaffectatiecommissie een reaffectatie of wedertewerkstelling te bekomen.

Wijzigingen van de uren waarvoor terbeschikkinggesteld

Het voorgaande betekent dat indien er in de loop van het schooljaar of in de opeenvolgende schooljaren een wijziging komt in het aantal uren waarvoor een personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking - een stijging of een daling - het volume van de opdracht waarvoor het een tewerkstelling buiten het onderwijs heeft bekomen, moet worden aangepast.

Voorbeeld 1

Een personeelslid is voor haar volledige opdracht (20/20) TBS-OB. Zij fungeert sinds 1 september 1998 38 uur buiten het onderwijs. Op 1 september 2010 wordt zij voor 10/20 gereaffecteerd. Uiteraard moet de arbeidsovereenkomst - zie hierna - van betrokkene worden aangepast en moet zij in de instelling nog slechts 19/38 presteren.

Voorbeeld 2

Een personeelslid is voor 10/20 ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en fungeert sinds 1 september 1999 voor 19/38 in "outplacement". De rest van de opdracht waarvoor hij vast benoemd is nl. 10/20 oefent hij in het onderwijs uit. Op 1 september 2010 wordt betrokkene echter ook voor dit deel van zijn onderwijsopdracht ter beschikking gesteld. Hij wordt dus op dat ogenblik TBS-OB voor zijn volledige (20/20) onderwijsopdracht. Vermits het volume van de opdracht buiten het onderwijs steeds in overeenstemming moet zijn met het aantal uren waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld, moet betrokkene, indien hij in "outplacement" wil blijven fungeren, zijn opdracht in de instelling buiten het onderwijs uitbreiden tot een voltijdse betrekking. De arbeidsovereenkomst moet in die zin worden aangepast.

2.2. Een ruil

De personeelsleden die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld zijn en die in een organiek ambt in het onderwijs of de P.M.S.-centra/CLB's gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, komen ook in aanmerking voor een tewerkstelling buiten het onderwijs op voorwaarde echter dat zij via een ruil in het voormelde ambt vervangen worden door een ander ter beschikking gesteld personeelslid dat nog niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is.

Dit betekent dat zij in het ambt van reaffectatie of wedertewerkstelling dat verlaten wordt voor een tewerkstelling buiten het onderwijs, vervangen worden door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige of gedeeltelijke ontstentenis van betrekking en dat nog niet of niet volledig gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is.

De voorwaarde inzake vervanging moet vervuld zijn bij de aanvang van de tewerkstelling buiten het onderwijs en voor de volledige omvang van de opdracht van de reaffectatie en/of de wedertewerkstelling.

Voorbeeld

De leraar ziekenhuisverpleegkunde die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking is gesteld en wedertewerkgesteld is als opvoeder kan ook een tewerkstelling buiten het onderwijs (outplacement) opnemen. De voorwaarde daartoe is echter dat een ander personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en dat nog geen reaffectatie of wedertewerkstelling heeft zijn opdracht van opvoeder in zijn plaats opneemt.

3. Mogelijkheden voor een tewerkstelling buiten het onderwijs

De projecten of activiteiten die voor een tewerkstelling buiten het onderwijs worden aangeboden, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

1. vastgelegd zijn in een overeenkomst gesloten tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, en de minister, belast met het toezicht op de instelling waar de tewerkstelling plaatsvindt,

2. ten goede komen aan het onderwijs of het algemeen belang dienen.

De tewerkstelling buiten het onderwijs kan plaatsvinden :

  • - in een instelling in de gezondheids- en de welzijnssector;
  • - in het kader van de werking en de uitbating van de Natuur- en milieueducatieve centra en bezoekerscentra van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie;
  • - in het kader van jeugdinitiatieven in de sportsector, erkend en/of gesubsidieerd door het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie;
  • - in het kader van educatieve projecten in de culturele sector verbonden aan de educatieve diensten, erkend en/of gesubsidieerd door het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport, Media.

In de laatste twee sectoren, is een tewerkstelling pas mogelijk nadat er tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, en de minister, belast met het toezicht op de jeugdinitiatieven in de sportsector of op de educatieve projecten in de culturele sector, een kaderovereenkomst is afgesloten, waarin o.a. de in aanmerking komende projecten of activiteiten worden vastgelegd. Zodra deze kaderovereenkomsten zijn afgesloten, zullen de praktische modaliteiten van een tewerkstelling in deze sectoren via een aanpassing van onderhavige omzendbrief worden meegedeeld.

4. Terugbetaling van een gedeelte van de bezoldiging van het personeelslid door de verantwoordelijke werkgever

4.1. Algemeen

Een belangrijke voorwaarde voor de tewerkstelling buiten het onderwijs is de verbintenis van de verantwoordelijke werkgever om, in voorkomend geval, een gedeelte van de bezoldiging van het betrokken personeelslid terug te storten. Het terug te storten bedrag is op elk ogenblik gelijk aan het verschil tussen het salaris of salarissentoelage die aan het personeelslid wordt uitbetaald en het wachtgeld of de wachtgeldtoelage waarop het aanspraak kan maken ingevolge zijn terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.

De personeelsleden die reeds vóór 1 januari 1999 een tewerkstelling buiten het onderwijs hadden11 , kunnen deze tewerkstelling behouden, op voorwaarde dat in de overeenkomsten die met deze personeelsleden worden afgesloten de verantwoordelijke werkgever zich ertoe verbindt om, in voorkomend geval een gedeelte van de aan het betrokken personeelslid uitgekeerde bezoldiging terug te storten.

Deze voorwaarde geldt eveneens voor personeelsleden die reeds vóór 1 januari 1999 een tewerkstelling buiten het onderwijs hadden en die momenteel behoren tot het personeel van de hogescholen.

Concreet betekent dit dat de instelling waar het personeelslid tewerkgesteld is geen terugbetaling moet doen in volgende gevallen :

  • - het personeelslid is in het onderwijs ter beschikking gesteld wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking: in dit geval is het activiteitssalaris(sentoelage) immers gelijk aan het wachtgeld of de wachtgeldtoelage;
  • - het personeelslid is in het onderwijs ter beschikking gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking doch in het onderwijs gedeeltelijk gereaffecteerd of wedertewerkgesteld: ook in dit geval is de activiteitssalaris(sentoelage) gelijk aan het wachtgeld of de wachtgeldtoelage;
  • - het personeelslid is in het onderwijs minder dan twee jaar ter beschikking gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking: de eerste twee jaar van de terbeschikkingstelling is de activiteitssalaris of activiteitssalaris(sentoelage) gelijk aan het wachtgeld/de wachtgeldtoelage.

Voor de andere personeelsleden geldt de verplichting tot terugbetaling op grond van de volgende regeling.

Vanaf het derde jaar dat het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking wordt het wachtgeld of de wachtgeldtoelage elk jaar met 20% verminderd. Het wachtgeld of de wachtgeldtoelage mag evenwel niet lager zijn dan een bepaald grensbedrag m.n. niet lager dan zoveel maal 1/30 van activiteitssalaris of activiteitssalaris(sentoelage) als het personeelslid op de datum van zijn terbeschikkingstelling dienstjaren telt. Onder dienstjaren wordt verstaan de jaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. De bonificaties voor het bezit van diploma's en de militaire dienst of burgerdienst verstrekt voor de indiensttreding tellen niet mee.

Het voorgaande impliceert dat vanaf het derde jaar voor het personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens volledigeontstentenis van betrekking 20% van de uitgekeerde bezoldiging moet worden teruggestort. De volgende jaren wordt het terug te storten bedrag telkens verhoogd tot het voormelde grensbedrag wordt bereikt.

4.2. Bijzondere regeling : personeelsleden die minimum twee jaar tewerk zijn gesteld buiten het onderwijs

Voor alle personeelsleden die op 1 januari 1999 minimum twee jaar tewerkgesteld zijn buiten het onderwijs moet met ingang van 1 januari 1999 20% van de uitgekeerde bezoldiging worden teruggestort aan het departement, ongeacht het aantal jaren dat de betrokken personeelsleden reeds ter beschikking zijn gesteld wegens volledige ontstentenis van betrekking. Voor het vaststellen van dit percentage worden zij namelijk beschouwd als zijnde op 1 januari 1999 twee jaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Het terug te storten bedrag is uiteraard beperkt tot het aantal dienstjaren die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen.

4.3. Voorbeelden

4.3.1. Vaststellen van het tijdstip van terugbetaling

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en is vanaf 1 oktober 1997 buiten het onderwijs tewerkgesteld. Op 1 januari 1999 moet de instelling nog geen deel van de bezoldiging terugstorten. Slechts het derde jaar van de tewerkstelling, nl. vanaf 1 oktober 1999, moet 20% van de bezoldiging worden teruggestort.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en is tewerkgesteld buiten het onderwijs. Deze tewerkstelling is gestart op 1 oktober 1995. Vanaf 1 januari 1999 bedraagt het terug te storten bedrag 20% van de bezoldiging vermits betrokkene wordt beschouwd als zijnde twee jaar ter beschikking gesteld.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid is op 1 september 1997 volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking en is niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het onderwijs. Het personeelslid wordt vanaf 1 november 1997 tewerkgesteld buiten het onderwijs.

Vanaf 1 november 1999 moet de instelling 20% van de bezoldiging terugstorten, vermits betrokkene voor de vaststelling van het tijdstip van de terugbetaling op die datum wordt beschouwd als zijnde twee jaar ter beschikking gesteld. De periode 1 september 1997 tot en met 31 oktober 1997 telt hier niet mee om deze periode van 2 jaar vast te stellen.

Voorbeeld 4:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking op 1 september 1996, gedeeltelijk ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking op 1 september 1998 en opnieuw volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking vanaf 1 september 1999. Het personeelslid is sinds 1 januari 1997 ononderbroken tewerkgesteld buiten het onderwijs. Vanaf 1 januari 2000 moet de instelling 20% van de bezoldiging terugstorten. Het personeelslid wordt voor de vaststelling van het tijdstip van de terugbetaling op dat ogenblik beschouwd als zijnde slechts twee jaar ter beschikking gesteld.

Voorbeeld 5:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking op 1 september 1999 en wordt vanaf die datum buiten het onderwijs tewerkgesteld. Vanaf 1 september 2001 moet de instelling 20% van de bezoldiging terugstorten.

4.3.2. Vaststellen van het percentage van terugbetaling

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking vanaf 1 september 1994 en tewerkgesteld buiten het onderwijs vanaf 1 september 1995. Vermits het personeelslid op 1 januari 1999 moet worden beschouwd als zijnde twee jaar ter beschikking gesteld, moet de instelling vanaf dat ogenblik in principe een deel van de bezoldiging terug storten. Het terug te storten bedrag is afhankelijk van de diensten die in aanmerking komen voor de berekening van het rustpensioen. Wanneer betrokkene op 1 januari 1999 meer dan 30 jaren in aanmerking komende diensten heeft, moet er geen terugbetaling gebeuren.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking vanaf 1 september 1993 en tewerkgesteld buiten het onderwijs vanaf 1 september 1995. Vanaf 1 januari 1999 moet de instelling een gedeelte van het bedrag van de bezoldiging terugstorten. Het personeelslid heeft op 1 januari 1999 28 j. en 6 maanden in aanmerking komende diensten voor het rustpensioen. De maximale terugbetaling bedraagt vanaf het derde jaar 20%. In casu is de terugbetaling echter beperkt tot 2/30 zijnde 6,67%. Op 1 juli 1999 heeft betrokkene 29 in aanmerking komende dienstjaren en wordt de terugvordering beperkt tot 1/30 zijnde 3,33%. Op 1 juli 2000 moet er geen terugbetaling meer gebeuren, vermits het betrokken personeelslid op die datum 30 in aanmerking komende dienstjaren heeft.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid is volledig ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking op 1 september 1995 en wordt vanaf 1 september 1996 tewerkgesteld buiten het onderwijs. Het personeelslid heeft op 1 januari 1999 slechts 16 j. in aanmerking komende diensten voor het rustpensioen. De vaststelling van het percentage van de terugvordering gebeurt als volgt :

op 1 januari 1999 : 16 j., terugstorting 14/30 = 46,67 % wordt beperkt tot 20 %;

op 1 januari 2000 : 17 j., terugstorting 13/30 = 43,33 % wordt beperkt tot 40 %;

op 1 januari 2001 : 18 j., terugstorting 12/30 = 40 %, beperkt tot 40 %;

op 1 januari 2002 : 19 j., terugstorting 11/30 = 36,67 % beperkt tot 36,67 %.

4.4. Praktische modaliteiten inzake terugbetaling

Het verzoek tot terugbetaling van een gedeelte van de bezoldiging gebeurt bij aangetekend schrijven. Bij deze brief wordt een gedetailleerde berekening gevoegd van het bedrag dat aan het betrokken personeelslid werd uitbetaald en dat door de instelling, de dienst of het centrum moet worden terugbetaald. Deze bedragen hebben betrekking op één of meer kwartalen.

Voor informatie over de terug te storten bedragen, over de activiteitssalaris(sentoelage) of over het wachtgeld/de wachtgeldtoelage kan men inlichtingen krijgen bij mevr. Jacqueline Van Droogenbroeck

Tel: 02-553 90 98.

5. Tewerkstellingsmodaliteiten

5.1. Vrijwilligheid

De tewerkstelling buiten het onderwijs kan enkel plaatsvinden op vrijwillig initiatief van het personeelslid. Het personeelslid brengt de inrichtende macht van de onderwijsinstelling/het P.M.S.-centrum/CLB die hem ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking hiervan op de hoogte. De toestemming van de inrichtende macht is niet vereist.

5.2. Tewerkstelling buiten het onderwijs als wedertewerkstelling

Deze tewerkstelling is een "wedertewerkstelling" zoals bepaald in artikel 11, § 2, van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992. Dit betekent dat de personeelsleden hun activiteitssalaris(sentoelage) of wachtgeld(toelage) uit het onderwijs ontvangen. Het werkstation betaalt verder de wedde(ntoelage). In een aantal gevallen, zoals vermeld in punt IV, moet de verantwoordelijke werkgever evenwel een gedeelte van de bezoldiging terugstorten.

De personeelsleden behouden eveneens hun recht op bevordering tot een hoger salaris, hun aanspraak op een selectie- of bevorderingsambt en hun recht op pensioen onder de voorwaarden van hun onderwijsopdracht.

5.3. Prestatiestelsel

Het aantal uren dat het personeelslid moet presteren in de instelling, de dienst of het centrum buiten het onderwijs, is gelijk aan het aantal uren van een volledige opdracht van een personeelslid dat de instelling, de dienst of het centrum rechtstreeks heeft aangeworven.

Bij onvolledige prestaties wordt het aantal uren vastgesteld volgens de volgende formule :

a x b / c = x

a = aantal uren waarvoor het personeelslid nog ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking;

b = aantal uren vereist voor een volledige opdracht in de instelling/de dienst/het centrum van tewerkstelling buiten het onderwijs;

c = minimum aantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties in het onderwijs;

x = aantal uren te presteren in de instelling/de dienst/het centrum van tewerkstelling buiten het onderwijs.

Als de uitslag van deze berekening een decimaal getal is, wordt steeds afgerond naar de lagere eenheid.

Als het personeelslid in het onderwijs aangesteld is voor opdrachten waarvan het minimum aantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties verschillend is, dan wordt de voorgaande berekening voor elk van de opdrachten gemaakt. De som van de deelberekeningen wordt afgerond naar de lagere eenheid.

Overgangsregeling :
Personeelsleden die reeds vóór 1 september 1995 2 een tewerkstelling buiten het onderwijs hadden, kunnen hun arbeidsprestaties zoals vastgesteld in hun arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden blijven uitoefenen.

5.4. Afwezigheid wegens ziekte of arbeidsongeval

Bij een afwezigheid wegens ziekte, wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op de weg van en naar het werk of indien de afwezigheid te wijten is aan een ongeval veroorzaakt door de schuld van een derde, moet het personeelslid de procedures volgen die vastgesteld zijn voor de personeelsleden van het onderwijs.

Het personeelslid staaft de afwezigheden wegens ziekte met medische attesten bestemd voor de privé-firma belast met de controle op het ziekteverlof. In het geval van een arbeidsongeval stuurt de betrokkene de vereiste attesten naar de Administratieve Gezondheidsdienst (AGD).

Tevens moet de instelling, de dienst of het centrum buiten het onderwijs waar het personeelslid tewerkgesteld wordt de afwezigheden wegens ziekte of arbeidsongeval tijdens de tewerkstelling aan het werkstation meedelen.
De melding wordt gestuurd naar het werkstation waartoe de school, het centrum of de instelling behoort die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

5.5. Verzekeringen

De verzekering voor arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk komt ten laste van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. De wetgeving van toepassing op de personeelsleden van het onderwijs blijft in deze gevallen geldig. De werkgever bij wie de tewerkstelling gebeurt, draagt de verzekering i.v.m. de burgerlijke aansprakelijkheid.

6. Einde van de tewerkstelling buiten het onderwijs

Wanneer aan het personeelslid de goedkeuring wordt verleend om de tewerkstelling buiten het onderwijs op te nemen, worden de bepalingen van het vermelde besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 inzake reaffectatie en wedertewerkstelling in het onderwijs opgeschort. Hierop bestaat één uitzondering. Er komt verplicht een einde aan de tewerkstelling buiten het onderwijs, indien er een definitieve vacature is in hetzelfde ambt bij de inrichtende macht van de instelling/het P.M.S-centrum/CLB die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking of bij de inrichtende macht die de instelling/het P.M.S.-centrum/CLB waar het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking, heeft overgenomen. In dit geval is de inrichtende macht verplicht het personeelslid opnieuw in dienst te nemen en moet het personeelslid terugkeren naar het onderwijs of het P.M.S-centrum/CLB.

De terugkeer naar het onderwijs/het P.M.S-centrum/CLB is niet verplicht bij :

  • - een niet-vacante betrekking,
  • - een wedertewerkstelling,
  • - een opdracht bij een andere inrichtende macht.

Een personeelslid met een tewerkstelling buiten het onderwijs kan ook vrijwillig terugkeren naar het onderwijs. Hiervoor meldt hij zich vóór 1 juli van het betrokken schooljaar bij zijn inrichtende macht. De reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling is dan opnieuw van toepassing.

7. Praktische richtlijnen i.v.m. de overeenkomst van tewerkstelling buiten het onderwijs

7.1. In de gezondheids- en welzijnsector

7.1.1. Betrokken sectoren

De personeelsleden kunnen worden tewerkgesteld buiten het onderwijs in één van de volgende sectoren :

- sector Zorg en Gezondheid:

  • - ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen;
  • - psychiatrische verzorgingstehuizen;
  • - psychiatrische gezinsverpleging;
  • - beschut wonen;
  • - rust- en verzorgingstehuizen en andere bejaardenvoorzieningen;
  • - thuisgezondheidszorg;
  • - centra voor geestelijke gezondheidszorg;
  • - gezinszorg;

- sector Welzijn en Samenleving:

  • - algemeen welzijnswerk;

- sector gehandicaptenzorg;

- sector Jongerenwelzijn;

- sector Kind en Gezin:

  • - kinderdag- en nachtverblijven;
  • - kinderopvangcentra;
  • - tehuizen voor moeders erkend door Kind en Gezin.

7.1.2. Te volgen procedure

Bij het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kan het personeelslid een uitgebreide lijst van adressen van instellingen opvragen die in aanmerking komen om een tewerkstelling buiten het onderwijs te organiseren.

Naargelang de interesse en voorkeur van het personeelslid voor een bepaalde sector, kan het personeelslid contact opnemen met de volgende personen :

Sector Zorg en Gezondheid :

Mevr. C. VAN DER HEYDEN

Tel: 02-553 36 13

Sector Welzijn en Samenleving :

Mevr. M. ENGHIEN

Tel: 02-553 33 49

Sector Jongerenwelzijn :

Mevr. D. DEWOLFS

Tel: 02-553 31 92

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (IVA) :

de heer M. VERBEIREN

Tel: 02-225 85 27

Vlaams Agentschap Kind en Gezin (IVA) :

de heer VERNIST

Tel: 02-533 13 51

Het personeelslid neemt vervolgens contact op met de instelling waar het wenst tewerkgesteld te worden.

Indien een akkoord wordt bereikt, leggen de bevoegde verantwoordelijke van de instelling en het betrokken personeelslid de arbeidsvoorwaarden vast in een overeenkomst volgens het model gevoegd als bijlage 2 bij deze omzendbrief.

Deze overeenkomst maakt integraal deel uit van de overeenkomst die wordt afgesloten tussen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en de betrokken instelling die als bijlage 1 is opgenomen bij deze omzendbrief.

De overeenkomsten inzake de tewerkstelling buiten het onderwijs die gaan als bijlagen 1 en 2 worden in 3 exemplaren ter goedkeuring gestuurd naar :

Agentschap voor Onderwijsdiensten

T.a.v. de heer Pascal Elet

K. Albert II-laan 15

H. Consciencegebouw

Locatie 3 A 25

1210 Brussel

Tel: 02-553 91 03

Indien het dossier van het betrokken personeelslid elektronisch wordt beheerd, deelt u de gegevens inzake de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en de opdracht die eventueel in het onderwijs nog wordt uitgeoefend, zo snel mogelijk via RL-1 aan het werkstation mee. Als opmerking (RL-3) vermeldt u :

"Tewerkstelling buiten het onderwijs(outplacement) in .... (instelling/dienst/centrum)" met vermelding van de opdracht in de instelling/de dienst/het centrum buiten het onderwijs.

Voor de dossiers die niet elektronisch worden behandeld, voegt u een afschrift van het laatste PERS 2 formulier bij met daarop de vermelding van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en de eventueel in het onderwijs/PMS/CLB nog uitgeoefende opdracht. Op deze PERS 2 vermeldt u "Tewerkstelling buiten het onderwijs (outplacement) in ... (instelling/dienst/centrum) ..." met vermelding van de uitgeoefende opdracht in de instelling/dienst/centrum buiten het onderwijs.

De voormelde overeenkomsten kunnen niet worden goedgekeurd, indien deze gegevens zich niet in het dossier bevinden.

De tewerkstelling kan slechts aanvatten nadat het personeelslid de ... goedgekeurde en ondertekende overeenkomst heeft ontvangen. Indien de tewerkstelling buiten het onderwijs reeds eerder wordt opgenomen, komen eventuele nadelige gevolgen ten laste van het personeelslid en de werkgever buiten het onderwijs.

Het personeelslid stuurt vervolgens een afschrift van zijn goedgekeurde overeenkomst voor kennisneming aan de inrichtende macht van de onderwijsinstelling of het CLB die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

7.2. Tewerkstelling bij het departement Leefmilieu, Natuur en Energie

7.2.1. Betrokken sector

Wat de plaats van tewerkstelling betreft, is er een keuze tussen verschillende natuur- en milieueducatieve centra of de afdeling Milieu-integratie en - subsidiëringen (Dienst Natuur - en Milieu-educatie) te Brussel. De personeelsleden zullen worden ingeschakeld ter ondersteuning (secretariaat, bibliotheek) op het hoofdbestuur te Brussel bij de afdeling Milieu-integratie en - subsidiëringen (Dienst Natuur - en Milieu-educatie) of in de natuur - en milieu-educatiecentra van de Vlaamse Overheid, waar de taakinhoud naast ondersteuning ook logistieke steun, zoals ontvangst, rondleiding, enz. omvat.

7.2.2. Te volgen procedure

De personeelsleden die in aanmerking komen en geïnteresseerd zijn in een tewerkstelling bij de afdeling Milieu - integratie en - subsidiëringen (Dienst Natuur - en Milieu-educatie) of bij de natuur - en milieu-educatiecentra in Vlaanderen, sturen een sollicitatiebrief met curriculum vitae naar de afdeling Milieu - integratie en - subsidiëringen :

Vlaamse Overheid

Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

afdeling Milieu - integratie en - subsidiëringen

T.a.v. ir. M. CHERRETTÉ, afdelingshoofd

Koning Albert II-laan 20, bus 8

1000 Brussel

Een gedetailleerd inlichtingsformulier en alle verdere inlichtingen kunnen worden verkregen bij de dienst Natuur - en Milieu-educatie :

de Hr. EDDY LOOSVELDT,

Tel: 02-553 80 71

De kandidaten zullen worden uitgenodigd voor een interview. De selectie zal gebeuren door het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, afdeling Milieu - integratie en - subsidiëringen.

Het is het departement Leefmilieu, Natuur en Energie dat een beslissing neemt over de tewerkstelling en de arbeidsvoorwaarden bij de organisatie en de uitbating van de natuur- en milieueducatieve sector. De voorwaarden van tewerkstelling worden vastgelegd in een overeenkomst. De overeenkomst die gaat als bijlage 2 bij deze omzendbrief kan als model worden gebruikt.

Het personeelslid stuurt deze overeenkomst inzake de tewerkstelling buiten het onderwijs in 3 exemplaren ter goedkeuring naar:

Agentschap voor Onderwijsdiensten

T.a.v. de heer Pascal Elet

K. Albert II-laan 15

H. Consciencegebouw

Locatie 3 A 25

1210 Brussel

Tel: 02-553 91 03

Indien het dossier van het betrokken personeelslid elektronisch wordt beheerd, deelt u de gegevens inzake de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en de opdracht die eventueel in het onderwijs nog wordt uitgeoefend, zo snel mogelijk via RL-1 aan het departement mee. Als opmerking (RL-3) vermeldt u :

"Tewerkstelling buiten het onderwijs(outplacement) in ..... (instelling/dienst/centrum)" met vermelding van de opdracht in de instelling/dienst/centrum buiten het onderwijs.

Voor de dossiers die niet elektronisch worden behandeld, voegt u een afschrift van het laatste PERS 2 formulier bij met daarop de vermelding van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en de eventueel in het onderwijs/PMS/CLB nog uitgeoefende opdracht. Op deze PERS 2 vermeldt u "Tewerkstelling buiten het onderwijs (outplacement) in ... (instelling/dienst/centrum) ..." met vermelding van de uitgeoefende opdracht in de instelling/dienst/centrum buiten het onderwijs.

De voormelde overeenkomsten kunnen niet worden goedgekeurd, indien deze gegevens zich niet in het dossier bevinden.

8. Slotopmerking

Deze omzendbrief vervangt de omzendbrief met kenmerk OND/III/3/MDC/5 van 28 juli 1995.

Alle personeelsleden moeten in kennis worden gesteld van deze omzendbrief.

9. Bijlagen

- (1): hetzij op grond van de omzendbrief van 10 februari 1993 -kenmerk OND/I/2/NS/na- hetzij op grond van het

- (1): hetzij op grond van de omzendbrief van 10 februari 1993 -kenmerk OND/I/2/NS/na- hetzij op grond van het

- (2): op grond van de omzendbrief van 10 februari 1993 -kenmerk OND/I/2/NS/na