Programmatie in het voltijds gewoon secundair onderwijs

1. Inleidende bepalingen

Deze omzendbrief bevat de onderrichtingen met betrekking tot enerzijds de programmatie van scholen en anderzijds de programmatie op 1 september 2019 en 1 september 2020 van structuuronderdelen in het voltijds gewoon secundair onderwijs. Hoewel het studieaanbod in opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs identiek is aan dat van het gewoon secundair onderwijs, is deze omzendbrief dus nie t op die opleidingsvorm van toepassing. Voor wat de programmatie van scholen betreft, dient de omzendbrief gelezen samen met de omzendbrief SO 42 rond het thema "vestigin gsplaatsen"; voor alles wat structuuronderdelen betreft, dient rekening gehouden met het "studieaanbod in het voltijds secundair onderwijs" zoals dat is opgenomen in de omzendbrief SO 60 .

De progressieve modernisering van het secundair onderwijs voert een nieuwe set van programmatieregels voor structuuronderdelen in (met uitzondering voor het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, waarvoor de bestaande regeling geha ndhaafd blijft). Sommige van die regels hebben een definitief karakter, andere gelden als overgangsmaatregel en worden opgeheven als de modernisering is uitgerold. Omwille van overzichtelijkheid en gebruiksvriendelijkheid worden de programmatieregels voor de gemoderniseerde tweede en derde graad, gebaseerd op de matrix, vooralsnog niet opgenomen in deze omzendbrief. De matrix met het nieuwe studieaanbod, ingedeeld volgens finaliteiten, onderwijsvormen en studiedomeinen, wordt immers pas (geleidelijk) ingevo erd vanaf 1 september 2021. Ook de begrippen "domeinschool" en "campusschool", die relevant kunnen zijn in het kader van programmaties, treden pas vanaf 1 september 2021 in voege. Op termijn zal deze omzendbrief dus verder worden aangevuld.

Aangezien de n ieuwe programmatieregels een versoepeling inhouden in vergelijking met wat tot hiertoe bestond, wordt het overbodig om de techniek van "programmatie via inruil" en de techniek van "overheveling van structuuronderdelen" te hanteren. Vanaf 1 september 2019 k unnen deze mechanismen dan ook niet meer worden gebruikt.

Elke programmatie vangt aan met een initiatief van het betrokken schoolbestuur dat de lokale inspraakorganen consulteert (schoolraad, personeelsvertegenwoordiging) en afspraken maakt binnen de scho lengemeenschap waartoe de school behoort over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod. Dat dit effectief heeft plaats gevonden (behoudens in geval van programmatie van een school die niet ontstaat via fusie en afsplitsing), moet blijken uit volgende stukken die bij elke melding of aanvraag van programmatie zijn gevoegd:

a) het protocol van de onderhandelingen ter zake in het bevoegd lokaal comité (bij programmatie van het onthaaljaar is dat, in voorkomend geval, het protocol van de onderhandelingen o p het niveau van de scholengemeenschap);

b) desgevallend een uittreksel van het PV waaruit moet blijken dat de programmatie conform is aan de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt (deze bepaling is niet van toepassing op de programmatie van het onthaaljaar).

De overheid maakt er abstractie van of het schoolbestuur ook een interne programmatie- of planificatieprocedure volgt bij de vereniging van schoolbesturen waarbij hij is aangesloten en die in voorkomend geval voorafgaat aan de melding of aanvraag van de pr ogrammatie bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI).

Voor de opleiding verpleegkunde HBO geldt een specifieke situatie. Die opleiding behoort weliswaar tot het hoger onderwijs (kwalificatieniveau 5) maar is voorbehouden voor voltijds secundaire s cholen. Bij ontstentenis van een erkende beroepskwalificatie waarop de opleiding verpleegkunde HBO is gebaseerd, zijn vooralsnog geen programmaties toegelaten.

Zoals verder zal blijken zijn meldingen of aanvragen van programmatie aan termijnen gekoppeld. Voor wat aanvragen van programmatie betreft zijn dit vervaltermijnen, wat betekent dat bij overschrijding van de indieningsdatum (postdatum als bewijs) een programmatiedossier onontvankelijk is. AGODI is niet bevoegd om hierop een afwijking toe te staan. O ok voor de Vlaamse Regering, die over de programmatieaanvragen beslist, gelden vervaltermijnen. Als de Vlaamse Regering zonder beslissing die termijnen overschrijdt, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.

Het beantwoorden aan de programmatieregels is één van de decretale financierings- of subsidiëringsvoorwaarden voor scholen en structuuronderdelen. Een school of structuuronderdeel kan echter ook louter worden erkend. De programmatiebepalingen van deze omzendbrief zijn dan niet van toepassing. "Erk enning" is de toekenning van het recht om de van rechtswege geldende studiebewijzen aan regelmatige leerlingen uit te reiken, zonder dat die leerlingen in aanmerking voor de vaststelling van de financiering of subsidiëring van de school.

Naast programmati e of oprichting kan een structuuronderdeel ook worden afgebouwd. De afbouw wordt door de overheid niet opgelegd, tenzij het schoolbestuur in het kader van de verplichte keuze tussen fusie en afbouw (als antwoord op het niet bereiken van de toepasbare ratio nalisatienorm) beslist om de betrokken school op te heffen. Die afbouw kan geheel of gedeeltelijk (één of meer volledige graden) zijn. Gelet op de noodzakelijke rechtsbescherming van de leerling, kan de afbouw van een structuuronderdeel per graad slechts p rogressief, leerjaar na leerjaar, verlopen, beginnend met het eerste leerjaar van de betrokken graad.

2. Programmatie van scholen

2.1. Omschrijving

Onder programmatie van een school wordt de oprichting verstaan van een op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar niet bestaande school met de bedoeling deze school voor financiering (gemeenschapsonderwijs) of subsidiëring (overige netten) in aanmerking te laten komen. Daar waar sprake van scholen in opbouw betekent dit scholen die tijdens aansluitende schooljaren hun aanbod uitbreiden met één of meer leerjaren gelijktijdig.

De oprichting, die steeds op 1 september plaats vindt, kan diverse vormen aannemen.

1) Hetzij de oprichting van een autonome school die het schooljaar voordien niet bestond, bestond als een privé school of uitsluitend in de erkennings- doch niet in de financierings- of subsidiëringsregeling van de overheid was opgenomen.

2) Hetzij de oprichting van een autonome school via afsplitsing als onderdeel van een ruimere herstructurering. Dit houdt in dat twee of meer scholen fusioneren en dat terzelfdertijd uit de ontstane entiteit één of meer zelfstandige scholen worden afgesplitst, zonder dat het oorspronkelijk aantal scholen toeneemt. Deze manier van herstructurering kan enkel bij scholen die bij de start van de herstructurering de toepasbare rationalisatienorm bereiken. Volgende vormen van afsplitsing zijn toegelaten:

a) afsplitsing van de eerste graad, waarbij alle ingerichte structuuronderdelen worden ondergebracht in de nieuwe school (en dus verdwijnen in de moederschool);

b) afsplitsing van één of meer studiegebieden, waarbij alle structuuronderdelen van alle leerjaarniveaus die in de school binnen een bepaald studiegebied worden georganiseerd, ondergebracht worden in de nieuwe school (en dus verdwijnen in de moederschool);

c) afsplitsing door middel van een combinatie van beide voorgaande vormen.

Een school, ontstaan door fusie van scholen, wordt niet als een nieuwe school beschouwd.

Een fusie of een afsplitsing van scholen wordt geacht zich op 1 februari (of de eerstvolgende lesdag erna indien 1 februari een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het voorafgaande schooljaar te hebben voorgedaan voor wat de telling van het aantal leerlingen betreft bij toepassing van de leerlingennormen.

Voor de oprichting van een autonome school die het schooljaar voordien niet of enkel als privé school bestond, wordt het principe van de vo orlopige erkenning ingevoerd. De voorlopige erkenning heeft betrekking op het opstart-schooljaar en gebeurt na gunstige toetsing door de onderwijsinspectie van een beperkt aantal decretale criteria. Als ook aan de programmatienormen (cfr. rubriek 2.2.2.) i s voldaan, wordt het opstart-schooljaar gefinancierd of gesubsidieerd. Tijdens dat eerste schooljaar gaat de onderwijsinspectie na of aan het geheel van de decretale criteria wordt beantwoord, wat moet leiden tot een beslissing over de definitieve erkenning . De definitieve erkenning gaat gepaard met financiering of subsidiëring als de school tijdens haar uitbouw aan de programmatienormen blijft voldoen.

2.2. Gezamenlijke voorwaarden

2.2.1. Al dan niet overheidsgoedkeuring

Met inachtname van de leerlingennorm, is de programmatie van een school via afsplitsing van een bestaande school zonder overheidsgoedkeuring en de programmatie van een school zonder afsplitsing van een bestaande school mét overheidsgoedkeuring, toegelaten.

2.2.2. Norm

De oprichting van een nieuwe school is gekoppeld aan een norm, uitgedrukt in een minimum aantal regelmatige leerlingen. Naar analogie met de rationalisatienormen, worden bij de toepassing van de programmatienormen alle regelmatige leerlingen in beschouwing genomen met uitzondering van de leerlingen van de voorbereidende leerjaren op het hoger onderwijs, de Se-n-Se T.S.O. en K.S.O., en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Indien een school ontstaat door afsplitsing, geldt de norm voor elke afzonderlijke school die bij de herstructurering is betrokken.

De norm dient bereikt:

a) bij programmatie via afsplitsing: op 1 februari (lees binnen de context van deze omzendbrief: of de eerstvolgende lesdag indien 1 februari een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het voorafgaand schooljaar;

b) bij programmatie zonder afsplitsing: op 1 oktober (lees binnen de context van deze omzendbrief: of de eerstvolgende lesdag indien 1 oktober een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het betrokken schooljaar. Daarenboven dient voor een dergelijk opgerichte school die haar gradenstructuur geleidelijk uitbouwt, op 1 oktober van het schooljaar waarin voor het eerst het eerste leerjaar van een bepaalde graad tot stand komt, de programmatienorm bereikt, slaande op de eventueel intussen al volledig georganiseerde graden + de bijkomende nieuwe graad.

Voorbeeld: een nieuwe school die de eerste en de tweede graad voltijds secundair onderwijs volledig, leerjaar na leerjaar, heeft uitgebouwd en op 1 september met het eerste leerjaar van de derde graad start, is op 1 oktober daaropvolgend onderworpen aan de programmatienorm voor een driegradenschool. Een bestaande school is niet onderworpen aan desbetreffende programmatienorm indien haar structuur met één of meer graden uitbreidt.

De respectieve normen zijn:

a) basisnorm voor scholen die niet onder b) vallen:

voor een school met enkel een eerste graad: 282

voor een school met een eerste + tweede graad: 510

voor een school met een tweede + derde graad: 387

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 669

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 300 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

b) basisnorm voor scholen gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en voor scholen met meer dan 75% internen:

voor een school met enkel een eerste graad: 213

voor een school met een eerste + tweede graad: 384

voor een school met een tweede + derde graad: 291

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 504

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 300 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

c) voordeelnorm indien het gaat om de enige school en voor zover het een school is die niet onder d) valt:

- per onderwijsnet (gemeenschapsonderwijs, gesubsidieerd officieel onderwijs respectievelijk gesubsidieerd vrij onderwijs), en

- per zone (in het kader van de vorming van de scholengemeenschappen wordt Vlaanderen in onderwijszones ingedeeld), en

- voor wat het vrij onderwijs betreft: per erkende godsdienst of levensbeschouwing; daarbij wordt abstractie gemaakt van die vrije scholen die cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie (i.p.v. godsdienst/niet-confessionele zedenleer) organiseren en eigen leerplannen hanteren (indien een schoolbestuur binnen de zone slechts één dergelijke vrije school voor voltijds secundair onderwijs beheert, dan valt deze school ook onder de voordeelnorm):

voor een school met enkel een eerste graad: 141

voor een school met een eerste + tweede graad: 255

voor een school met een tweede + derde graad: 194

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 335

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 150 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

d) voordeelnorm indien het gaat om de enige school en voor zover het een school is, gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en voor scholen met meer dan 75% internen:

voor een school met enkel een eerste graad: 107

voor een school met een eerste + tweede graad: 192

voor een school met een tweede + derde graad: 146

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 252

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 150 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

e) voordeelnorm indien het gaat om een afsplitsing van scholen die niet onder f) vallen:

voor een school met enkel een eerste graad: 94

voor een school met een eerste + tweede graad: 170

voor een school met een tweede + derde graad: 129

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 223

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 100 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

f) voordeelnorm indien het gaat om een afsplitsing van scholen gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en van scholen met meer dan 75% internen:

voor een school met enkel een eerste graad: 71

voor een school met een eerste + tweede graad: 128

voor een school met een tweede + derde graad: 97

voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 168

voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 100 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie).

2.3. Administratieve procedure

De programmatie van een school via afsplitsing van een bestaande school wordt uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar aan AGODI gemeld door middel van het modelformulier in (bijlage 1). Naast het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap, wordt bij de melding een formulier gevoegd met betrekking tot de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats. Dit is nodig aangezien de vestigingsplaats(en) die de afgesplitste school in gebruik zal nemen onder de definitie "nieuw" vallen cfr. omzendbrief SO 42. De in deze omzendbrief vermelde uiterste melddatum wordt in onderhavige situatie vervangen door uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar.

De programmatie van een school zonder afsplitsing van een bestaande school wordt uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 2. Bij die aanvraag gaat het formulier met betrekking tot de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats. Dit is nodig aangezien de vestigingsplaats(en) die de school in gebruik zal nemen onder de definitie "nieuw" vallen cfr. omzendbrief SO 42. De in deze omzendbrief vermelde uiterste melddatum wordt in onderhavige situatie vervangen door uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar. Als de programmatie van een school zonder afsplitsing van een bestaande school betrekking heeft op een school die het schooljaar voordien niet of enkel als privé school bestond (m.a.w. nog niet erkend en ipso facto nog niet gefinancierd of gesubsidieerd), beslist de Vlaamse Regering:

a) uiterlijk 31 augustus voorafgaand aan de opstart over de voorlopige erkenning;

b) uiterlijk 31 maart van het eerste schooljaar over de definitieve erkenning va naf het tweede schooljaar.

3. Programmatie van structuuronderdelen

3.1. Omschrijving

Structuuronderdeel is een gemeenschappelijk begrip voor eerste leerjaar A, eerste leerjaar B, basisoptie, studierichting, Se-n-Se, specialisatiejaar, voorbereidend leerjaar op het hoger onderwijs en derde leerjaar van de derde graad B.S.O., niet georganiseerd als een specialisatiejaar (= naamloos leerjaar).

Onder programmatie van een structuuronderdeel wordt de oprichting verstaan van een op 1 oktober van de twee onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerd en/of louter erkend structuuronderdeel, met de bedoeling dit structuuronderdeel voor financiering (gemeenschapsonderwijs) of subsidiëring (overige netten) in aanmerking te laten komen. Voor wat betreft een optie die zich over verschillende leerjaren van een bepaalde graad uitstrekt, hebben de woorden "niet georganiseerd" betrekking op het eerste leerjaar van die graad.

De programmatie van een studierichting die zich over verschillende leerjaren van een bepaalde graad uitstrekt, gebeurt hetzij progressief, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het eerste leerjaar, hetzij door gelijktijdige opstart van de verschillende leerjaren. Een structuuronderdeel waarin op 1 oktober (of 1 maart, in het geval een Se-n-Se pas op 1 februari is opgestart) geen leerlingen zijn ingeschreven, kan nadien in de loop van het schooljaar niet meer worden (her)opgestart.

In een aantal gevallen is de regeling nog iets specifieker.

a) Onder programmatie van een Se-n-Se, wordt de oprichting verstaan van de op 1 oktober en 1 maart van de twee onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerde en/of louter erkende Se-n-Se, met de bedoeling die voor financiering of subsidiëring in aanmerking te laten komen.

b) Onder programmatie van een structuuronderdeel met in de benaming de component "topsport", wordt de oprichting verstaan van een op 1 oktober van de zes onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerd en/of louter erkend structuuronderdeel, met de bedoeling dit structuuronderdeel voor financiering of subsidiëring in aanmerking te laten komen. Opdat de heroprichting van een structuuronderdeel (met topsport) niet als een programmatie wordt beschouwd, moet de betrokken school ten minste één sportdiscipline organiseren die eerder ook al aan die school werd toegewezen.

c) De concordantie van één bestaande naar één nieuwe benaming wordt niet als programmatie beschouwd. In het kader van de progressieve modernisering worden de bestaande benamingen van structuuronderdelen (cfr. omzendbrief SO 60 ) verplicht omgezet naar nieuwe benamingen, de zogenaamde "concordantie". De concordantietabellen gaan in bijlage 3 . In deze tabellen zijn vooralsnog de concordanties voor het derde leerjaar van de derde graad niet opgenomen aangezien het b etrokken studieaanbod ook nog niet in de matrix zit. Anderzijds zijn in bedoelde tabellen ook de concordanties voor het buitengewoon secundair onderwijs (OV 3) en voor het stelsel van leren en werken opgenomen, waarmee echter in het kader van onderhavige p rogrammaties voor het voltijds gewoon secundair onderwijs geen rekening moet worden gehouden.

Uit de tabellen blijkt dat de concordantie soms een één-op-één relatie is maar soms ook keuzemogelijkheden voorziet. Wil het schoolbestuur uit die mogelijkheden diverse keuzes maken, dan gelden vanaf de tweede keuze wel de programmatieregels.

Voorbeeld : derde graad tso: het structuuronderdeel handel kan worden geconcordeerd naar 1° bedrijfswetenschappen, 2° bedrijfsorganisatie, 3° commerciële organisatie en 4° in ternationale handel en logistiek. Per school kan het schoolbestuur voor concordantie uit 1°, 2°, 3° OF 4° kiezen, elke extra keuze staat gelijk met programmatie.

d) De organisatie van een duaal structuuronderdeel valt niet onder programmatie als de aanbie der het desbetreffend structuuronderdeel al experimenteel op 1 oktober 2018 (of 1 maart 2019, in het geval een Se-n-Se pas op 1 februari 2019 is opgestart) heeft ingericht én het niet twee aansluitende schooljaren heeft onderbroken. (Het driejarig tijdelij k project duaal leren gaat per 1 september 2019 over in een organiek systeem).

e) In het vanaf 1 september 2020 gemoderniseerde tweede leerjaar van de eerste graad bestaat voor sommige basisopties de mogelijkheid om de overeenkomstige doelen te realiseren door middel van pakketten. Een pakket bestaat uit een of meer vakken.

Voorbeeld : tweede leerjaar A: de basisoptie Stem-wetenschappen (meer conceptueel)kan eventueel worden gerealiseerd via het pakket Industriële wetenschappen of het pakket Techniek-weten schappen.

Belangrijk is dat pakketten geen structuuronderdelen zijn en bijgevolg niet het voorwerp van programmatie uitmaken. AGODI vraagt het eventuele aanbod van pakketten aan een school op.

3.2. Structuuronderdelen die op 1 september 2019 of 1 september 2020 vrij programmeerbaar zijn

3.2.1. Eerste graad

Per 1 september 2019 zijn vrij programmeerbaar:

- eerste leerjaar A

- eerste leerjaar B

Per 1 september 2020 zijn vrij programmeerbaar:

- eerste leer jaar A

- eerste leerjaar B

- tweede leerjaar A: basisopties:

1) Economie en organisatie

2) Klassieke talen (Grieks en Latijn)

3) Maatschappij en welzijn

4) Moderne talen en wetenschappen

5) Sport

6) Rudolf Steinerpedagogie

7) Stem-technieken (toepassingsgericht )

8) Stem-wetenschappen (meer conceptueel)

9) Voeding en horeca

10 ) Yeshiva

- tweede leerjaar B: basisopties:

1) Economie en organisatie

2) Maatschappij en welzijn

3) Opstroomoptie

4) Sport

5) Stem-technieken

6) Voeding en horeca

Bij dit overzicht hoort volgende duiding.

a) De modernisering die op 1 september 2019 progressief, leerjaar na leerjaar, in werking treedt, verandert de begrippen "eerste leerjaar A" en "eerste leerjaar B" niet. In het tweede leerjaar van de eerste graad daarentegen worden vanaf 1 september 2020 de begrippen "tweede leerjaar A" en "tweede leerjaar B" ingevoerd ter vervanging van de begrippen "tweede leerjaar van de eerste graad" en "beroepsvoorbereidend leerjaar". Zowel in het tweede leerjaar A als B worde n "basisopties" onderscheiden; het begrip "beroepenveld" (van het beroepsvoorbereidend leerjaar) valt weg.

b) Per 1 september 2019, nl. in het schooljaar voorafgaand aan de modernisering in dat leerjaarniveau, zijn uitzonderlijk in het tweede leerjaar van de eerste graad en in het beroepsvoorbereidend leerjaar geen programmaties van basisopties respectievelijk beroepenvelden mogelijk.

c) Zowel in het tweede leerjaar A als B bestaat er ook een basisoptie "Kunst en creatie". Die basisopties dragen het label "niche", wat wijst op volgende concrete aanbodbeperking:

basisoptie Kunst en creatie: maximum scholen:

 

2A  

2B  

gemeenschapsonderwijs 

12 

24 

gesubsidieerd officieel onderwijs 

7 

13 

gesubsidieerd vrij onderwijs 

28 

39 

Deze aantallen komen neer op een bevriezing van de huidige situatie (vóór concordantie). Dit betekent in eerste instantie dat de programmatie van Kunst en creatie per 1 september 2020 in de ene school slechts mogelijk is als een andere school binnen hetzel fde onderwijsnet afziet van concordantie naar Kunst en creatie, zodat aan bovenstaande quota niet wordt geraakt. Er mag worden verwacht dat dit zeer uitzonderlijk is. Daarenboven vergt dergelijke programmatie de goedkeuring door de Vlaamse Regering na aanv raag door het betrokken schoolbestuur. Contacteer in voorkomend geval AGODI.

3.2.2. Derde leerjaar van de derde graad

Per 1 september 2019 zijn voorwaardelijk vrij programmeerbaar:

- op voorwaarde van het studiegebied Bouw, de volgende structuuronderdelen van het studiegebied Bouw:

1) Se-n-Se tso Bouw constructie- en planningstechnieken

2) Se-n-Se tso Industriële bouwtechnieken

3) Se-n-Se tso Weg- en waterbouwtechnieken

4) specialisatiejaar bso Bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen

5) specialisatiejaar bso Bio-ecologische bouwafwerking

6) specialisatiejaar bso Dakwerken

7) specialisatiejaar bso Decoratie en restauratie schilderwerk

8) specialisatiejaar bso Mechanische en hydraulische kranen

9) specialisatiejaar bso Renovatie bouw

10) specialisatiejaar bso Restauratie bouw

11) specialisatiejaar bso Wegenbouwmachines

- op voorwaarde van een van de volgende studiegebieden: Chemie, Land- en tuinbouw, Mechanica-elektriciteit of op voorwaarde van het structuuronderdeel Verpleegkunde HBO , de volgende structuuronderdelen van het studiegebied Chemie:

1) Se-n-Se tso Apotheekassistent

2) Se-n-Se tso Biochemie

3) Se-n-Se tso Chemische procestechnieken

4) Se-n-Se tso Drogisterij-cosmetica

5) Se-n-Se tso Water- en luchtbeheersingstechnieken

- o p voorwaarde van het studiegebied Hout, de volgende structuuronderdelen van het studiegebied Hout:

1) Se-n-Se tso Hout constructie- en planningstechnieken

2) specialisatiejaar bso Bijzondere schrijnwerkconstructies

3) specialisatiejaar bso Industriële hout bewerking

4) specialisatiejaar bso Interieurinrichting

5) specialisatiejaar bso Meubelgarneren

6) specialisatiejaar bso Modelmakerij

7) specialisatiejaar bso Restauratie van meubelen

8) specialisatiejaar bso Restauratie van schijnwerk

9) specialisatiejaar bso Stijl- en designmeubelen

- op voorwaarde van een van de volgende studiegebieden: Bouw, Koeling en warmte, Mechanica-elektriciteit, de volgende structuuronderdelen van het studiegebied Koeling en warmte:

1) Se-n-Se tso Industriële koeltechnieken

2) Se-n-Se tso Industriële warmtetechnieken

3) specialisatiejaar bso Koeltechnische installaties

4) specialisatiejaar bso Non-ferro metalen dakbedekkingen

5) specialisatiejaar bso Verwarmingsinstallaties

- op voorwaarde van een van de volgende studiegebieden: Auto, Maritieme opleidingen, Mechanica-elektriciteit, de volgende structuuronderdelen van het studiegebied Mechanica-elektriciteit:

1) Se-n-Se tso Audio-video en teletechnieken

2) Se-n-Se tso Automoti ve

3) Se-n-Se tso Computergestuurde mechanische productietechnieken

4) Se-n-Se tso Haventechnieken

5) Se-n-Se tso Industriële computertechnieken

6) Se-n-Se tso Industriële elektronicatechnieken

7) Se-n-Se tso Industriële onderhoudstechnieken

8) Se-n-Se tso Kunststofvormgevingstechnieken

9) Se-n-Se tso Mechanica constructie- en planningstechnieken

10) Se-n-Se tso Productie- en procestechnologie

11) Se-n-Se tso Regeltechnieken

12) Se-n-Se tso Stuur- en beveiligingstechnieken

13) Se-n-Se tso Vliegtuigtechnicus

14) specialisatiejaar bso Composietverwerking

15) specialisatiejaar bso Computergestuurde werktuigmachines

16) specialisatiejaar bso Fotolassen

17) specialisatiejaar bso Industrieel onderhoud

18) specialisatiejaar bso Industriële elektriciteit

19) special isatiejaar bso Matrijzenbouw

20) specialisatiejaar bso Metaal- en kunststofschrijnwerk

21) specialisatiejaar bso Pijpfitten-lassen-monteren

Bij dit overzicht hoort volgende duiding.

a) Het vrij programmeren onder voorwaarde impliceert dat binnen de school al een bepaald studieaanbod moet aanwezig zijn.

b) Deze programmatiemogelijkheden zijn een bestendiging van de bestaande situatie en het rechtstreeks gevolg van het feit dat momenteel de matrix nog geen structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad bevat. De regeling cfr. rubriek 3.3.1. kan dus nog niet op de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad worden toegepast. Vooralsnog kan niet worden vooru itgelopen op de toestand per 1 september 2020 en op de al dan niet noodzaak om de regeling inzake voorwaardelijke vrije programmeerbaarheid ook voor het schooljaar 2020-2021 aan te houden.

c) Het specialisatiejaar bso Bio-ecologische bouwafwerking kan per provincie hoe dan ook in maximaal één school van het officieel onderwijs en één school van het vrij onderwijs worden georganiseerd, waarbij de Nederlandstalige scholen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot de provincie Vlaams Brabant worden ger ekend voor wat de toepassing van deze bepaling betreft.

3.2.3. Administratieve procedure

De programmatie wordt hetzij uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar hetzij uiterlijk 30 november van het lopend schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van star t gaat op 1 februari daaropvolgend, aan AGODI gemeld door middel van het modelformulier in bijlage 4 . Bij die melding gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

3.3. Niet-duale structuuronderdelen die op 1 september 2019 of 1 september 2020 programmeerbaar zijn op voorwaarde van goedkeuring door de Vlaamse Regering

3.3.1. Structuuronderdelen

Per 1 september 2019 en per 1 september 2020 zijn structuuronderdelen van de tweede en derde graad aso, kso, tso en bso (dus niet de eerste graad !), die zijn ondergebracht in studiegebieden, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. Het betreft structuuronderdelen van het huidig studieaanbod, dus vóór de modernisering, met uitzondering van:

a) structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad waarop rubriek 3.2.2. van toepassing is;

b) duale structuuronderdelen waarop rubriek 3.4.1. van toepassing is.

De programmatie wordt opgevat als een "voorbereiding op" of een "zetten naar" de toekomstige lokale invulling van het gemoderniseerd secundair studieaanbod. Op die manier kunnen scholen zich nu al in een bepaalde ric hting profileren of herprofileren. Aan de programmatie is dan ook onlosmakelijk het engagement van het schoolbestuur verbonden tot een welbepaalde concordantie van het geprogrammeerde structuuronderdeel op het tijdstip dat het leerjaar in kwestie wordt gem oderniseerd. Die op te geven concordantie houdt rekening met de concordantietabellen in bijlage 3 . Per concordantie kan het schoolbestuur voor een school maar één programmatieaanvraag indienen. Een eventuele gunstige beslissing van de Vlaamse Regering over de programmatie is onder voorwaarde van desbetreffende concordantie.

Voorbeeld : in de derde graad tso organiseert een school binnen het studiegebied Personenzorg enkel het structuuronderdeel Sociale en technische wetenschappen. Op 1 september 2023, als de modernisering wordt ingevoerd in het eerste leerjaar van de derde graad, kan de school dit structuuronderdeel concorderen naar één van volgende structuuronderdelen van het studiedomein Maatschappij en welzijn: 1° Gezondheidszorg (dubbele finaliteit), 2° Opvoeding en begeleiding (dubbele finaliteit), en 3° Welzijnswetenschappen (doors troomfinaliteit). Vermits de school vanaf 2023 in voormeld studiedomein zowel de doorstroom- als de dubbele finaliteit wil aanbieden en zich daar vooraf al wil naar zetten, programmeert het schoolbestuur het huidig structuuronderdeel Gezondheids- en welzij nswetenschappen. Dit structuuronderdeel wordt immers op 1 september 2023 eveneens geconcordeerd naar 1° Gezondheidszorg, 2° Opvoeding en begeleiding, en 3° Welzijnswetenschappen. Het schoolbestuur duidt bij de programmatie van Gezondheids- en welzijnsweten schappen aan wat de toekomstige concordantie(1°, 2° of 3°) zal zijn. Sociale en technische wetenschappen enerzijds en Gezondheids- en welzijnswetenschappen anderzijds zullen dan uiteraard door de school in kwestie verschillend worden geconcordeerd.

3.3.2. Administratieve procedure

De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 5 uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar.

Bij die aanvraag gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

Naast vermelding van de vooropgestelde concordantie, moet de aanvraag worden gemotiveerd en houdt ze in elk geval rekening met alle volgende gezamenlijke criteria:

1° de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting ……) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;

2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair o nderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;

3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;

4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of binnen de scholengemeenschap;

5° als het structuuronderdeel (ook) arbeidsmarktgericht is:

a) de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;

b) de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;

6° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparan t studieaanbod.

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het advies in van:

1° de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR);

2° de onderwijsinspectie en AGODI.

Deze adviezen moeten toelaten de onderwijskundige, juridische en, eventueel, arbeidsmarktgerichte aspecten van het programmatiedossier nader in kaart te brengen.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 maart van het voorafgaand schooljaar een beslissing.

3.4. Duale structuuronderdelen die op 1 september 2019 of 1 september 2020 programmeerbaar zijn op voorwaarde van goedkeuring door de Vlaamse Regering

3.4.1. Structuuronderdelen en aanbieders

Per 1 september 2019 en per 1 september 2020 zijn duale structuuronderdelen tso en bso, waarvoor de Vlaamse Regering uiterlijk 30 november 2018 standaardtrajecten heeft goedgekeurd, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. Duale structuuro nderdelen zijn herkenbaar door het begrip "duaal" dat in hun benaming voorkomt. Voor elk duaal structuuronderdeel is er een eenvormig traject (= standaardtraject) dat de minimale inhoudelijke en organisatorische modaliteiten van het traject bevat.

Duale st ructuuronderdelen zijn voltijds secundair onderwijs maar kunnen worden ingericht door scholen voor voltijds secundair onderwijs, door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en door centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote on dernemingen (Syntra). De programmatieregels gelden voor elk van deze aanbieders. Daar waar aan een voltijds secundaire school een niet-autonoom centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs is verbonden, heeft de programmatie betrekking op de school én op het centrum maar beslist het bestuur, in het geval de programmatie is goedgekeurd, waar het structuuronderdeel wordt ingericht.

3.4.2. Administratieve procedure

De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 6 uiter lijk:

a) 31 december 2018 voor programmaties per 1 september 2019 respectievelijk 30 september 2019 voor programmaties van Se-n-Se per 1 februari 2020;

b) 30 november 2019 voor programmaties per 1 september 2020 respectievelijk 30 september 2020 voor pro grammaties van Se-n-Se per 1 februari 2021.

Bij die aanvraag gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

De aanvraag moet worden gemotiveerd en ho udt in elk geval rekening met alle volgende gezamenlijke criteria:

de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting ……) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;

2° de kwan titatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;

3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;

4° de studiecontinuïteit van leerl ingen binnen de aanbieder duaal leren of binnen de scholengemeenschap;

5° de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;

6° de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;

7° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod;

8° de afstemming binnen het overle gforum duaal leren waaronder de school of het centrum, als aanbieder, ressorteert.

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het advies in van:

1° de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR);

2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen(SERV);

3° de onderwijsinspect ie en AGODI.

Deze adviezen moeten toelaten de onderwijskundige, arbeidsmarktgerichte én juridische aspecten van het programmatiedossier nader in kaart te brengen.

Met kennisname van de adviezen en rekening houdend met alle bovenstaande criteria neemt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 maart van het voorafgaand schooljaar respectievelijk 15 december van het lopend schooljaar voor programmaties van Se-n-Se per 1 februari een beslissing.

3.5. Niet-duale structuuronderdelen op 1 september 2019 of 1 september 2020 programmeerbaar zijn omwille van studiecontinuïteit en op voorwaarde van goedkeuring door de Vlaamse Regering

3.5.1. Structuuronderdelen

Per 1 september 2019 en per 1 september 2020 zijn structuuronderdelen van het eerste en tweede leerjaar van de derde graad as o, kso, tso en bso en van het derde leerjaar van de derde graad bso, die zijn ondergebracht in studiegebieden, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. Het betreft structuuronderdelen van het huidig studieaanbod, dus vóór de modernisering .

De programmatie wordt opgevat als een "noodzaak" om, na verleende programmatie van een structuuronderdeel van de tweede graad of - doch enkel voor het bso - de derde graad, de studiecontinuïteit van de leerlingen te garanderen binnen de school of scholen gemeenschap vanaf het schooljaar dat onmiddellijk volgt op de volledige uitbouw van het eerder geprogrammeerd structuuronderdeel. De studiecontinuïteit strekt ertoe om de leerlingen de mogelijkheid te bieden om binnen de school of scholengemeenschap het dip loma van secundair onderwijs of het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad bso te verwerven. Het principe van rechtsbescherming ligt aan de basis van deze maatregel. Programmatie omwille van studiecontinuïteit moet, zoals gezegd, zij n ingegeven vanuit absolute noodzaak en kan niet zonder meer neerkomen op een verruiming van het al aanwezige aanbod.

Voorbeeld : op 1 september 2017 heeft de school een ander structuuronderdeel ingeruild voor programmatie van het structuuronderdeel Grieks in de tweede graad aso, na goedkeuring door de Vlaamse Regering. Op 1 september 2019 stromen de leerlingen van dit structuuronderdeel normaliter door naar de derde graad. Echter, noch de school noch een andere school van de scholengemeenschap biedt in de derde graad aso een structuuronderdeel aan met component "Grieks" in de benaming. Om de studiecontinuïteit te waarborgen, programmeert de school het structuuronderdeel Grieks-wetenschappen.

3.5.2. Administratieve procedure

De programmatie wordt bij AGODI aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 7 uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar.

Bij die aanvraag gaan het protocol van de personeelsonderhandelingen en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, het uittreksel van het PV-scholengemeenschap.

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het advies in van:

1° de Vlaamse Onderwijsra ad (VLOR);

2° de onderwijsinspectie en AGODI.

Met kennisname van de adviezen neemt de Vlaamse Regering uiterlijk 31 maart van het voorafgaand schooljaar een beslissing.

3.6. Programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers

De programmatie van het structuuronderdeel "onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers" kan gans het schooljaar door aan AGODI worden aangevraagd door middel van het modelformulier in bijlage 8.

Bijzonder is dat de programmatie uitgaat:

a) hetzij "namens de scholengemeenschap" van een bepaald schoolbestuur (van de school die als contactschool geldt). De aanvraag heeft dus geen betrekking op een individueel schoolbestuur. In het geval van toelating tot programmatie wordt op het niveau van de scholengemeenschap zelf bepaald in welke scholen van die scholengemeenschap onthaalonderwijs wordt ingericht. Ook een herschikking van dat aanbod is toegelaten;

b) hetzij van een schoolbestuur voor een school die niet tot een scholengemeenschap behoort.

Over de aanvraag wint de Vlaamse Regering het spoedadvies (binnen 10 werkdagen) in van:

1° de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR);

2° de onderwijsinspectie en AGODI.

Met kennisname van de adviezen neemt de Vlaamse Regering een beslissing uiterlijk twee maanden na de ingediende aanvraag. Die beslissing is gebaseerd op de verwachte instroom van anderstalige nieuwkomers versus het al dan niet behoeften dekkend bestaande aanbod van onthaalonderwijs. Bij gunstige beslissing bepaalt de Vlaamse Regering tevens vanaf welk tijdstip het onthaaljaar kan worden opgericht.

4. Bijlagen