De school en de verkeersveiligheid en -leefbaarheid

  • referentie
    053.10/20/84-85/GDP/EB/IV
  • publicatiedatum
    11/02/1985
  • datum laatste wijziging
    23/10/2000

Met grote bezorgdheid zijn we getuigen van een steeds toenemend gemotoriseerd verkeer dat ieder jaar een aanzienlijk aantal slachtoffers veroorzaakt onder de schoolgaande jeugd en de jongeren. 1984 werd dan ook uitgeroepen tot het Jaar van de Verkeersveiligheid en de Verkeersleefbaarheid.

Vooraleer dat jaar in februari aanstaande met diverse manifestaties af te sluiten, verheugt het ons ten zeerste dat - na een ruime raadpleging van alle onderwijsnetten - een consensus kon worden bereikt over de samenwerking van alle onderwijsinstanties, zodat de richtlijnen en aanbevelingen van de onderhavige omzendbrief aan alle directies en leerkrachten, ouders en andere betrokkenen van het onderwijsgebeuren kunnen worden gezonden.

De zorg en de inzet die de scholen besteedden aan de permanente vorming van de leerlingen en studenten tot goede weggebruikers zijn lovenswaardig. Toch blijft de jeugd zeer kwetsbaar in het wegverkeer. Een te hoog aantal verkeersongevallen met kinderen en jongeren gebeurt bij het afleggen van de weg tussen de woning en de school.

Om deze gesel efficiënter te bestrijden werd het onontbeerlijk geacht, daartoe een gebundelde preventiestrategie uit te schrijven, waarbij alle betrokken instanties t.o.v. de jeugd ingeschakeld worden. Het uiteindelijk te fixeren streefdoel is in essentie drieërlei:

a. Het sensibiliseren van alle jongeren tot voorzichtig, tuchtvol en goed weggebruik;

b. Het creëren van een mentaliteit van zelfdiscipline en solidariteit in het wegverkeer;

c. Het uitbouwen van een leefbaar wegennet.

De aan te wenden middelen hiertoe zijn o.m. :

a. Het actualiseren van de vigerende onderrichtingen, richtlijnen en reglementeringen, via alle opvoedingsinstanties en massamedia;

b. Het intensiveren van de initiatie in veilig wegverkeer, in schoolverband;

c. Het bevorderen van samenwerkingsverbanden tussen de school, de ouders, de rijkswacht, de politie en de beleidsinstanties.

1. HET SCHOOLTEAM EN HET SCHOOLIMAGO

1.1. Het imago van een school wordt mede bepaald door het invoeren van een inwendig reglement van veilig wegverkeer. Onder de leiding van de schooldirectie heeft het schoolteam tot taak dit document op te stellen.

De introductie van dit reglement verloopt in drie fasen :

a. Bij de aanvang van ieder schooljaar wordt de inhoud van dit reglement bekend gemaakt aan de leerlingen, de leerkrachten, de ouders, het oudercomité en de vriendenkring;

b. Bij de start van een schooljaar wordt een onthaalperiode georganiseerd waarin deze richtlijnen met de nodige guidance aan bod komen;

c. Permanent, doorheen het ganse schooljaar, houden de leerkrachten toezicht op het naleven van deze onderrichtingen.

1.2. Inhoudelijk beoogt dit reglement het optimaliseren van de veiligheid van de leerlingen tijdens :

  • De weg naar en van de school;

  • De leerlingenopvang voor de aanvang van de lessen;

  • De verplaatsingen i.v.m. diverse schoolactiviteiten;

  • Het verlaten van de school bij het eindigen van de schooldag.

Dit document dient specifieke onderrichtingen en nuttige informatie te omvatten voor de leerlingen, die als voetganger, fietser, of gebruiker van een motorvoertuig de school bereiken. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de leerlingen die met de bus of met een wagen naar de school worden gebracht.

1.2.1. Als praktische onderrichtingen dient dit reglement o.m. te stipuleren :

a. De volledig omschreven organisatie van begeleide schoolrijen, vooral basis- en buitengewoon onderwijs;

b. De verplichting steeds de schoolingang vrij te houden;

c. De veiligste plaats van de schoolbushalte;

d. De adequate onderrichtingen omtrent het in- en uitstappen, bij vervoer (met inbegrip van de wachttijd);

e. De indicatie van de aangewezen parkeergelegenheid voor de wagens van de ouders die hun kinderen naar de school brengen;

f. De onderrichtingen voor de leerlingen die het schooldomein als voetganger, fietser of gebruiker van motorvoertuig betreden of verlaten;

g. Het aanwenden van reflecterende middelen om jongeren beter zichtbaar te maken in het verkeer.

1.2.2. Informatief worden in dat reglement tevens de veiligste wegen naar de school aanbevolen. In samenspraak met de plaatselijke verkeerspolitie worden hiertoe de veiligste trajecten, vanuit de verschillende invalswegen, op een situatieplan van de school aangestipt.

1.3. In verband met de verkeersveiligheid kan het imago van de school bovendien bevorderd worden door :

a. Het organiseren van oudercontacten of vergaderingen waarop de veiligheid van de leerlingen op de weg naar en van de school wordt besproken in samenwerking met de diverse betrokken instanties;

b. Het oprichten, per school, van een commissie die plaatselijke verkeersproblemen onderzoekt, passende oplossingen uitkient en mogelijke verbeteringen voorstelt. Bij deze commissie wordt de hele schoolgemeenschap betrokken;

c. Het inlassen van een verkeersrubriek in de schoolkrant.

2. DE OPDRACHT VAN DE LEERKRACHTEN

2.1. De leerkrachten in het basisonderwijs en de betrokken vakleraren in het secundair onderwijs zijn verantwoordelijk voor de initiatie in de verkeersveiligheid.

Inherent daaraan verbonden is de opdracht de kinderen en de jongeren te sensibiliseren tot degelijke, voorzichtige, gedisciplineerde en solidaire weggebruikers.

De te benaderen doelstellingen en de te behandelen leerstofinhouden worden voor het basisonderwijs bepaald in het vigerend leerplan. Qua lesfrequentie dient erop gewezen te worden dat naast occasionele ook systematische initiatie in veilig wegverkeer moet aan bod komen in alle leerjaren van het basisonderwijs.

Ook in het secundair onderwijs en het pedagogisch hoger onderwijs moet het veilig wegverkeer geïntegreerd onderwezen worden in een aantal vakken. De leerplannen worden in dat opzicht bijgestuurd.

Qua aan te wenden didactische werkprocédés wordt in de klaspraktijk afwisselend gebruik gemaakt van :

  • Occasionele initiatiemomenten;

  • Opzettelijke en gesystematiseerde lesactiviteiten;

  • Het uitbouwen van belangstellingspunten;

  • Het uitwerken van themata;

  • Het opzetten van projectonderwijs;

  • Het organiseren van geïntegreerde werkperioden.

Bewust van het feit dat het onderricht in het veilig verkeer een probleem is van zowel occasionele als bestendige opvoeding, dient men tevens een beroep te doen op de didactische vindingrijkheid van de leerkrachten.

Zo bevelen wij o.m. ten stelligste aan :

  • Het praktisch oefenen in verkeersparken;

  • Het uitnodigen van gastsprekers;

  • Het vertonen van films of diareeksen;

  • Het bezoeken van of het participeren aan tentoonstellingen.

2.2. In het teken van een grotere verkeersveiligheid van de leerlingen worden de leerkrachten bovendien rechtstreeks betrokken bij :

a. Het opstellen en/of aanpassen van het inwendig schoolreglement;

b. Het toezicht op het naleven van dit reglement;

c. De werkzaamheden van de verkeerscommissie;

d. De begeleiding van de rijen binnen en buiten het schooldomein.

3. DE OUDERS

3.1. Om de veiligheid van hun kinderen optimaal te verzekeren, worden de ouders dringend uitgenodigd ervoor te waken dat hun kinderen

  • in regel zijn met de wettelijke voorschriften qua uitrusting van fiets of motorvoertuig;

  • de elementaire verkeersregels kennen voor de voetganger, de fietser en de gebruiker van een motorvoertuig.

Er wordt van de ouders vanzelfsprekend ook verwacht dat ze zelf altijd het goede voorbeeld geven en zich strikt houden aan de verkeersregels en de wettelijke voorschriften.

3.2. Het is aangewezen dat de ouders, in samenspraak met de schooldirectie, de veiligste weg naar en van de school voor hun kinderen uitstippelen.

3.3. Van de ouders wordt tevens de totale en permanente medewerking gewenst om hun kinderen voortdurend te stimuleren tot en te begeleiden bij het naleven van het schoolreglement.

3.4. De ouders dienen er ook op te letten dat hun kinderen niet méér in hun boekentas stoppen dan strikt nodig is.

Op deze wijze zullen de verplaatsingen - vooral per fiets of bromfiets - veiliger kunnen verlopen.

3.5. Ten bate van hun eigen kinderen wordt van de ouders eveneens een actieve participatie verwacht aan :

a. De onthaalperioden;

b. De oudercontacten- en vergaderingen;

c. De werkzaamheden van de verkeerscommissie;

d. De verkeersrubriek in de schoolkrant.

3.6. In al deze opzichten is de inbreng van de oudercomités of de vriendenkringen van primordiaal belang.

4. INITIATIEVEN VAN DE BELEIDSINSTANTIES

Om de verkeersveiligheid van haar leerlingen te bevorderen en om de verkeersleefbaarheid te verhogen heeft iedere school ook dringend behoefte aan de medewerking van de gemeentelijke, de provinciale en de nationale beleidsinstanties.

Die samenwerkingsverbanden situeren zich o.m. op het vlak van:

a. Het veilig loodsen van de schoolgaande jeugd doorheen het gemotoriseerd verkeer;

b. Het doorvoeren van de nodige aanpassingswerken in functie van de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid in de onmiddellijke omgeving van de bestaande scholen;

c. Het "verkeersveilig" inplanten van nieuwe schoolgebouwen.

4.1. Noch voor de rijkswacht, noch voor de gemeentelijke politie is het haalbaar aan elke school post te vatten om kinderen de straat te laten oversteken.

Volgens de politie-instanties is het niet erg opportuun verkeersbrigadiertjes in te zetten aan de schoolin- of -uitgang. Om allerlei juridische redenen rijzen hier, inderdaad, problemen.

De leerkrachten en de leden van het hulpopvoedend personeel moeten derhalve instaan voor de gepaste begeleiding.

4.2. Het verdient aanbeveling de rijkswacht en de politie om advies te vragen bij :

a. Het bepalen van de veiligste schoolbushalte bij de ingang van de school;

b. Het zoeken naar de meest aangewezen parkeergelegenheid voor de wagens van de ouders die hun kinderen naar de school brengen of afhalen;

c. Het signaleren van veilige en gevaarlijke wegen naar de school en het aanduiden ervan op het situatieplan;

d. Het aanpassen van de omgeving van de school in functie van de verkeersleefbaarheid. Door de gemeentelijke overheid kunnen b.v. zonder noemenswaardige kosten rood-witte-kettingplaatjes aangebracht worden, over een voldoende breedte, voor de schooluitgang. Zo kan worden voorkomen dat leerlingen rechtstreeks op de verkeersweg terechtkomen bij het verlaten van de schooluitgang.

Bovendien zou vóór dezelfde schoolpoort, over een afstand van 20 m, een verkeersbord E1 "parkeerverbod" kunnen worden aangebracht, waarbij op een onderbord de dagen en de uren vermeld worden. Dit biedt o.m. het voordeel van :

a. goed zicht op de rijbaan;

b. mogelijkheid tot vlot in- en uitstappen (bus);

c. mogelijkheid tot vlugge ontruiming van de school.

Ik ben ervan overtuigd dat de toepassing van deze onderrichtingen en aanbevelingen door allen, in een geest van samenwerking, wederzijds begrip en nauwgezetheid, zal bijdragen tot het voorkomen van heel wat jammerlijke en onherstelbare drama's op de weg naar en van school.