Kwaliteitstoezicht in de scholen voor deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    OND/13EA/SBT/ 01/1
  • publicatiedatum
    15/01/2001
  • datum laatste wijziging
    27/03/2001
  • wettelijke basis
    Decreet betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten van 17 juli 1991
  • Krachtlijnen nieuwe aanpak kwalititeitsevaluatie
  • Nieuw doorlichtingsinstrument volgens het CIPO-model

1. Inleiding

Zoals intussen reeds een aantal scholen voor deeltijds kunstonderwijs heeft ervaren, hanteert de onderwijsinspectie vanaf 1 september 2000 een aangepast doorlichtingsinstrument. Voor de doorlichtingen brengt dit nieuwe procedures en werkwijzen met zich mee. Bij het einde van dit eerste trimester stellen we met voldoening vast dat deze innoverende aanpak ook bij de doorgelichte scholen wordt gewaardeerd. In deze omzendbrief willen we ook de andere scholen bondig informeren en de krachtlijnen uiteenzetten en toelichten.

2. Instrument

De wijze van doorlichten hangt nauw samen met het gebruikte doorlichtingsinstrument. Vanuit een breder denkkader met betrekking tot kwaliteit van onderwijs ontwikkelde de inspectie een doorlichtingsinstrument rond vier assen: Context - Input - Proces - Output (= CIPO). Ten aanzien van deze vier assen zijn kwaliteitsindicatoren vastgelegd die verder zijn uitgewerkt in variabelen en beschrijvingen. Dit CIPO-instrument maakt het voor de inspectie mogelijk om de school als organisatie en de kwaliteit van het verstrekte onderwijs in beeld te brengen vanuit de eigenheid van de school. De doorlichting zal aldus resulteren in een zo duidelijk mogelijk beeld van de school waarbij de onderwijsresultaten (de zogenaamde output) gesitueerd worden tegenover de contextuele achtergrond, rekening houdend met de inputgegevens en met de procesmatige aanpak.

In een latere fase zal de inspectie over dit instrument verder informatie verstrekken. In ieder geval krijgen alle scholen die doorgelicht worden alle nuttige informatie zodat ze de conceptuele basis van de doorlichting - inzonderheid het vooropgestelde kwaliteitsmodel - volledig naar waarde kunnen schatten.

3. Methodes en procedures

In de nieuwe werkwijze wordt er geopteerd voor een relatief korte periode van kerndoorlichting en gespreide outputmetingen. Na de kerndoorlichting zal de directie geïnformeerd worden over de eerste vaststellingen via een voorlopig doorlichtingsverslag. In het voorlopig doorlichtingsverslag zijn reeds de voornaamste elementen verwerkt die aan bod komen in het eindverslag van de doorlichting.

Deze eerste evaluatie blijft evenwel onvolledig zolang de inspectie ook geen voldoende breed zicht heeft gekregen op de resultaten van het onderwijsproces. Daarom zal de inspectie bij het einde van de doorlichting met de school afspraken maken over zogenaamde terugkoppelmomenten: dit zijn aanvullende inspectiebezoeken naar aanleiding van initiatieven van de school tijdens dewelke de resultaten van de leerlingen/cursisten kunnen vastgesteld worden (artistieke producties, voordrachten, tentoonstellingen...). Pas na deze confrontatie met de resultaten kan de inspectie de doorlichting definitief afsluiten. In concreto betekent dit dat uiterlijk na één schooljaar het definitief eindverslag zal afgewerkt worden.

4. Perspectief

De nieuwe aanpak van het kwaliteitstoezicht zal bij het einde van dit schooljaar geëvalueerd worden. De inspectie zal daarbij in ieder geval een beroep doen op de ervaringen van de scholen die in de loop van dit schooljaar werden doorgelicht. Op die wijze kan op een harmonische wijze en op grond van wederzijdse reflectie het kwaliteitstoezicht van het deeltijds kunstonderwijs verder geoptimaliseerd worden.

5. Verdere informatie

Zowel de coördinerend inspecteur-generaal als de individuele inspectieleden zijn steeds bereid om verdere toelichting te verstrekken. U kunt hen bereiken via e-mail of op de adressen die vermeld staan op de website van de onderwijsinspectie (www.onderwijsinspectie.be).