Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs

  • Deze omzendbrief geeft toelichting bij de toelatingsvoorwaarden in het gewoon kleuter- en lager onderwijs.
  • Het aantal halve dagen dat kleuters aanwezig moeten zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs wordt verhoogd. Deze maatregel treedt in werking vanaf het schooljaar 2018-2019. Concreet betekent dit dat vijf jarige kleuters tijdens het schooljaar 2017-2018 ten minste 250 halve dagen aanwezig moeten geweest zijn in het kleuteronderwijs om op zesjarige leeftijd re cht streeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2018-2019.

1. Toelatingsvoorwaarden gewoon kleuteronderwijs

1.1. Algemeen 

Kleuters vanaf 2,5 tot 3 jaar mogen in het kleuteronderwijs op school aanwezig zijn op de volgende instapdagen:

- de eerste schooldag na de zomervakantie;

- de eerste schooldag na de herfstvakantie;

- de eerste schooldag na de kerstvakantie;

- de eerste schooldag van februari;

- de eerste schooldag na de krokusvakantie;

- de eerste schooldag na de paasvakantie;

- de eerste schooldag na Hemelvaartsdag;

Dit betekent dat een kleuter wordt toegelaten tot het kleuteronderwijs en als regelmatige leerling beschouwd wordt vanaf de instapdag volgend op de datum waarop het de leeftijd van twee jaar en zes maanden bereikt heeft. Vóór de instapdag mag een kleuter tussen twee jaar en zes maanden en drie jaar niet op school aanwezig zijn.

Kleuters die twee jaar en zes maanden worden op een instapdag, kunnen op die dag in het kleuteronderwijs ingeschreven en onmiddellijk toegelaten worden.

Een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, kan elke dag worden ingeschreven en in de school toegelaten zonder rekening te houden met de instapdagen.

Voorbeelden:

Een kleuter geboren op 1 maart 2014 wordt op 1 september 2016 2,5 jaar. Hij mag in de school worden toegelaten de eerste schooldag van september 2016.

Een kleuter geboren op 8 maart 2014 wordt op 8 september 2016 2,5 jaar. Hij mag pas in de school worden toegelaten vanaf de eerste schooldag na de herfstvakantie. Hij wordt als regelmatige leerling beschouwd vanaf de eerste schooldag na de herfstvakantie.

Een kleuter geboren op 15 juli 2014 wordt op 15 januari 2017 2,5 jaar. Hij mag in het kleuteronderwijs worden toegelaten de eerstvolgende instapdag nadat hij de leeftijd van 2,5 jaar bereikt heeft. De kleuter mag de eerste schooldag van februari 2017starten in het kleuteronderwijs. Hij wordt vanaf de eerste schooldag van februari als regelmatige leerling beschouwd.

Opgelet!
Bij de inschrijving van een kind in het gewoon basisonderwijs moet er naast de toelatingsvoorwaarden ook rekening gehouden worden met een aantal andere wettelijke mechanismen zoals bijvoorbeeld: voorrangsbepalingen, weigeringsgronden, moment waarop men over de documenten moet beschikken, akkoord pedagogisch project ...
Informatie hierover vindt u in de omzendbrief: BaO/2012/01 van 05/06/2012 “Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het basisonderwijs”

1.2. Verlengd verblijf in het kleuteronderwijs

Een leerling die 6 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan nog een schooljaar kleuteronderwijs volgen. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht.

Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.

Het verlengd verblijf in het kleuteronderwijs kan het gevolg zijn van een beslissing van de klassenraad lager onderwijs om het zesjarig kind, dat geen 220 halve dagen aanwezigheid kleuteronderwijs heeft, niet toe te laten tot het gewoon lager onderwijs (zie punt 2.1.1- opgelet: vanaf schooljaar 2018-2019 gaat het om 250 halve dagen).

Het kan evenwel ook zijn dat het zesjarig kind wel voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs (220 halve dagen aanwezigheid of toelating door de klassenraad lager), maar dat de ouders toch de beslissing nemen om het kind nog een jaar langer kleuteronderwijs te laten volgen. Zowel de klassenraad als het bevoegde CLB geven de ouders hierover voorafgaandelijk advies, zodat de ouders met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. Het is noodzakelijk dat de ouders toelichting krijgen bij deze adviezen (eventueel tijdens een gesprek met de directeur en de betrokken klastitularis). Nadat de ouders op de hoogte zijn van de voor- en nadelen en de mogelijke consequenties, nemen zij de uiteindelijke beslissing. Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

Voor een zesjarig kind dat niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs is er uiteraard geen advies van het CLB aan de ouders nodig. Wel dienen de ouders de motivering te krijgen waarom de klassenraad dit zesjarig kind niet tot het gewoon lager onderwijs toelaat (zie 2.1.1).

2. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs

2.1. Nieuwe toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs sinds het schooljaar 2014-2015

Sinds het schooljaar 2014-2015 gelden nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderwijs voor leerlingen die op zes jaar, of vervroegd op vijf jaar, wensen in te stappen. Als zesjarigen worden beschouwd, al wie zes jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar; als vijfjarigen worden beschouwd, al wie vijf jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar (bijvoorbeeld: voor het schooljaar 2016-2017 worden alle kinderen geboren in 2010 beschouwd als zesjarigen, de kinderen geboren in 2011 zijn in functie van dit schooljaar de vijfjarigen).

De klassenraad van de school voor lager onderwijs beslist voortaan over de toelating tot het gewoon lager onderwijs van alle vijfjarigen, alsook over de toelating van de zesjarigen die het jaar ervoor onvoldoende aanwezig waren in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs.

Om dit mogelijk te maken is de decretale definitie van het begrip ‘klassenraad’ gewijzigd. De klassenraad wordt voortaan gedefinieerd als het  team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

De taalproef voor onvoldoend aanwezige kleuters vervalt zowel voor de vijf- als voor de zesjarigen.

Deze wijziging in de toelatingsvoorwaarden voor de vijf- en zesjarigen vloeit voort uit een evaluatie van de taalproef in samenwerking met scholen, CLB’s en experten. Uit deze evaluatie kwam ontevredenheid over de taalproef en de vraag naar meer inschattingsbevoegdheid voor de klassenraad van de lagere school naar boven.

De afschaffing van de taalproef viel chronologisch samen met de invoering van de taalscreening voor elke leerling die voor het eerst in het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs instroomt, en met de invoering van het taaltraject dat op deze screening volgt. Opgelet: de taalscreening heeft een andere finaliteit dan de taalproef. De taalscreening laat de school toe om een taaltraject voor de leerling op te stellen. De screening mag pas na inschrijving afgenomen worden en is dus, in tegenstelling tot de taalproef, geen onderdeel van de toelatingsvoorwaarden (zie omzendbrief BaO

/2014/01, Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs). 

 

2.1.1. Toelatingsvoorwaarden gewoon lager onderwijs (…) voor zesjarigen

Zesjarigen die in het voorgaande schooljaar ingeschreven waren in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en er ten minste 220 halve dagen aanwezig geweest zijn, hebben een recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2017-2018. Aanwezigheid in de rijdende kleuterschool wordt mee in rekening genomen. De ouders van deze voldoend aanwezige leerlingen maken zelf de keuze of de leerling op zes jaar in het gewoon lager onderwijs instapt (of een jaar langer kleuteronderwijs volgt, zie punt 1.2).

Voor zesjarigen die geen 220 halve dagen aanwezigheid in een erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs hebben, beslist de klassenraad van het lager onderwijs over de toelating. De manier waarop de klassenraad deze beslissing neemt bepaalt de school zelf (bijv. contactname met de kleuterschool, advies van het CLB, een oriënterend gesprek met de leerling/ouders, testen, …).  

Vanaf het schooljaar 2018-2019 wordt het a antal halve dagen dat zesjarigen in kleuteronderwijs aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs , verhoogd . Zij moeten het voorgaande schooljaar ingeschreven en ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest in een Nederlandstalige erkende kleuterschool om recht te hebben op toelating tot het gewoon lager onderwijs. Concreet betekent dit dat vijf jarige kleuters tijdens het schooljaar 2017-2018 ten minste 250 halve dagen aanwezig moeten geweest zijn om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs in het schooljaar 2018-2019.

De klassenraad van het lager onderwijs beslist over de toelating voor de leerlingen die niet voldoende aanwezig zijn geweest .

De school deelt de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs mee uiterlijk de tiende schooldag van september, voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Wanneer deze termijnen overschreden worden is de leerling ingeschreven.

Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet deze beslissing schriftelijk meegedeeld worden en gemotiveerd worden.

Voor leerlingen die instappen in het gewoon lager onderwijs in Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied is voldoende aanwezigheid in een Nederlandstalige erkende school voor kleuteronderwijs geen vereiste. Zij hebben op basis van hun leeftijd van zes jaar recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs.

2.1.2. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor vijfjarigen

Sinds het schooljaar 2014-2015 is het steeds de klassenraad die beslist over de toelating van een vijfjarige tot het gewoon lager onderwijs. De modaliteiten en de termijn zoals vermeld onder 2.1.1 zijn ook hier van toepassing. Dit wil zeggen dat de school de beslissing omtrent de toelating tot het gewoon lager onderwijs meedeelt, uiterlijk de tiende schooldag van september voor leerlingen die ingeschreven zijn vóór 1 september. Voor leerlingen die vanaf 1 september ingeschreven worden, deelt de school de beslissing mee uiterlijk tien schooldagen na de inschrijving.

In afwachting van de mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Wanneer deze termijnen overschreden worden, is de leerling ingeschreven. Wanneer de beslissing tot toelating negatief is, moet de beslissing schriftelijk meegedeeld en gemotiveerd worden.


(…)Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.

Deze toelatingsvoorwaarde geldt ook in de Franstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.

 

Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar en lager onderwijs volgt, is onderworpen aan de leerplicht.

2.1.3. Toelatingsvoorwaarde gewoon lager onderwijs voor zevenjarigen en ouder

Als zevenjarigen worden beschouwd: alle leerlingen die zeven jaar geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar. Bijvoorbeeld voor de toelating tot het schooljaar 2016-2017 worden alle leerlingen geboren in 2009 beschouwd als zevenjarigen.

Deze leerlingen hebben op basis van hun leeftijd recht op toelating tot het gewoon lager onderwijs. De vereiste van voldoende aanwezigheid in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs of toelating door de klassenraad is op hen niet van toepassing.

 

(…)

2.2. Duur van het gewoon lager onderwijs

2.2.1. Algemeen principe

Hoe lang een leerling in het lager onderwijs kan doorbrengen wordt vanaf het schooljaar 2016-2017 niet langer uitgedrukt in aantal jaren maar in leeftijden.

In principe duurt het lager onderwijs zes jaar.

2.2.2. Minimumduur lager onderwijs

Het minimum aantal jaren dat een leerling in het lager onderwijs ‘moet’ doorbrengen wordt niet langer vastgelegd in de regelgeving met dien verstande dat het getuigschrift lager onderwijs pas kan uitgereikt worden aan regelmatige leerlingen die voor 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn (zie omzendbrief ‘Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs’ (BaO/98/11) http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9287 ).

2.2.3. Maximumduur lager onderwijs

Een leerling die veertien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan nog één schooljaar lager onderwijs volgen, na gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB nemen de ouders de uiteindelijke beslissing. De ouders kunnen dus niet verplicht worden hun kind op de leeftijd van veertien jaar nog lager onderwijs te laten volgen, ook al is er een gunstig advies van de klassenraad.

Vanaf 1/9/2016 iser dus niet langer een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist voor een leerling die op dertienjarige leeftijd een achtste jaar lager onderwijs wil volgen. Deze adviezen zijn enkel nog vereist indien de leerling veertien jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar en nog een schooljaar lager onderwijs wil volgen (ongeacht het aantal jaren lager onderwijs de leerling al gevolgd heeft).

Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs.

(…)

2.2.4. Getuigschrift basisonderwijs

Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaald heeft kan geen lager onderwijs meer volgen, tenzij na toelating door de klassenraad. Tot en met het schooljaar 2015-2016 kon een school een leerling die reeds in het bezit was van een getuigschrift basisonderwijs maar nog aan de leeftijdsvoorwaarden voldeed om lager onderwijs te volgen, niet weigeren nog verder lager onderwijs te volgen, ook al vond de school dit zelf geen goede keuze voor de leerling. Vanaf het schooljaar 2016-2017 kan dit niet meer, tenzij de klassenraad hiermee akkoord is. Dit laat toe om specifieke situaties op te vangen, waarbij de school het zinvol vindt om de leerling, ook al heeft deze het getuigschrift basisonderwijs al behaald, nog lager onderwijs te laten volgen. In de uitzonderlijke gevallen dat de klassenraad een dergelijke beslissing neemt, is dit meestal zo omdat zowel de ouders als de klassenraad van oordeel zijn dat de leerling emotioneel nog niet klaar is om het secundair onderwijs aan te vatten (vb. hoogbegaafde leerlingen die vervroegd het getuigschrift basisonderwijs behaald hebben of leerlingen die op het einde van het jaar geboren zijn). Meer informatie over het getuigschrift basisonderwijs vindt u in de omzendbrief BaO/98/11 ‘Het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs’ (zie http://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=9287)

3. Regelmatige leerling

Een regelmatige leerling is een leerling die:

  • voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald onder punt 1 en 2.
  • slechts in één school is ingeschreven behalve wanneer het kind ook ingeschreven is in een school voor type 5;
  • in het lager onderwijs of als leerplichtige in het kleuteronderwijs, behoudens gewettigde afwezigheid, aanwezig is en, behoudens vrijstelling, deelneemt aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leerlingengroep worden georganiseerd. Deelname aan een taalbad (sinds 1/9/2014, zie omzendbrief BaO/2014/01, Screening niveau onderwijstaal, taaltraject en taalbad in het gewoon lager onderwijs) wordt als zodanig beschouwd.

Deze bepaling is van belang voor de vaststelling van het werkingsbudget en het lestijdenpakket. Enkel regelmatige leerlingen tellen mee bij de berekening.