Wijziging van de besluiten van de vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting “beeldende kunst” en de studierichtingen “muziek”, “woordkunst” en “dans”

  • Flexibelere leertrajecten, actualisering studieaanbod, meer autonomie voor directie

1. UITGANGSPUNTEN

Het onderwijsdecreet II van 31 juli 1990 en de organisatiebesluiten voor de studierichting Beeldende kunst en de studierichtingen Muziek, Woordkunst en Dans betekenden een mijlpaal voor het deeltijds kunstonderwijs.

Na tien schooljaren ervaart het Ministerie van Onderwijs en Vorming dat er nood is aan vereenvoudiging en verduidelijking, maar ook aan verruiming.

Een eerste stap in die vereenvoudiging werd al vorig school-jaar gezet. Met de versoepelingsomzendbrief werd tegemoet gekomen aan een aantal dringende vragen van het veld. Bij de evaluatie van de versoepelingsomzendbrief met verschillende betrokkenen uit het veld werd duidelijk dat de bijsturingen zeker in de regelgeving opgenomen kunnen worden.

Uit gesprekken met het veld (koepels, directeursverenigingen) is gebleken dat er behoefte is aan een verdere actualisering en vernieuwing van de structuur. Het deeltijds kunstonderwijs werd in 1990 gedefinieerd als complementair aan het leerplichtonderwijs. Tegenwoordig heeft het deeltijds kunstonderwijs ook een belangrijke rol te vervullen in het licht van het levenslang leren. Daarbij wordt de leerling hoe langer hoe meer de 'meester' van zijn eigen leerproces. De leerling bepaalt zelf wat en wanneer hij wil leren.

In een eerste fase wil het deeltijds kunstonderwijs daar op inspelen door te zorgen voor flexibelere leertrajecten en meer keuzemogelijkheden voor de leerlingen. Daarnaast is het belangrijk dat het studieaanbod actueel blijft en inspeelt op vragen en nieuwe behoeften. Dat betekent niet dat elke academie al die vernieuwingen moet realiseren. Een verruiming van het aanbod laat toe dat de academie zelf een eigen profiel kan bepalen op basis van de behoeften van de leerlingen en de mogelijkheden van de academie.

De voorliggende wijzigingen betekenen geen radicale hervorming van de structuur. Ze zijn te begrijpen als een bijsturing of uitbreiding van het bestaande. In een toekomstige fase zal er nog verder nagedacht moeten worden over de afstemming van het DKO op de leerbehoeften van uiteenlopende groepen van participanten.

De wijzigingen vertrekken vanuit drie invalshoeken:

- flexibelere leertrajecten (d.w.z. meer keuzevrijheid voor de leerling),

- actualisering en differentiëring van het studieaanbod,

  • - meer autonomie voor de directie, leerkrachten en schoolbestuur.

2. WIJZIGINGEN

2.1. Flexibelere leertrajecten

2.1.1. Studierichting Muziek

  • - Het vak Stemvorming (nu enkel facultatief vak) wordt voor jongeren een volwaardig alternatief voor het vak Instrument. Naar analogie van de volwassenen zal het vak 'Zang' genoemd worden.

  • - De lagere graad voor volwassenen wordt teruggebracht naar 3 jaar. De leerlingen beginnen al in L1 met het vak Instrument of Zang. Bij volwassenen is dat pedagogisch haalbaar en zeker positief voor de motivatie.

Er wordt een overgangsregeling voorzien. Tot 1 september 2002 kan het schoolbestuur de huidige structuur voor volwassenen in de lagere graad behouden.

  • - De leerlingen die in het laatste leerjaar geslaagd zijn voor het vak Algemene muzikale vorming, kunnen naar het vak Algemene muziekcultuur doorstromen en blijven voor het vak Instrument of Zang in de lagere graad overzitten. Op die manier blijven de leerlingen voor het theoretische vak in dezelfde klasgroep. Deze leerlingen kunnen ook naar de optie Algemene Muziekcultuur doorstromen.

Deze versoepelde doorstromingsregeling werd al gedeeltelijk ingevoerd met de versoepelingsomzendbrief. Ze wordt nu nog uitgebreid en bestendigd in de regelgeving.

De leerlingen die een vak in de lagere graad overzitten, blijven in de lagere graad financierbaar.

  • - De leerlingen van de middelbare graad kunnen vrij kiezen uit de vakken: Samenspel, Koor en Begeleidingspraktijk. De leerlingen van de hogere graad kunnen vrij kiezen uit de vakken: Instrumentaal ensemble, Vocaal ensemble Koor of Begeleidingspraktijk. Begeleidingspraktijk kan uiteraard enkel gevolgd worden door leerlingen die een polyfoon instrument bespelen.

2.1.2. Studierichting Beeldende kunst

  • - In de middelbare graad zitten de leerlingen, net als in de lagere graad, in leeftijdsgroepen die overeenstemmen met de graden van het SO.

Deze wijziging werd al voorlopig ingevoerd met de versoepelingsomzendbrief en wordt nu bestendigd in de regelgeving.

2.1.3. Studierichting Woordkunst

  • - Naar analogie van de studierichting Beeldende kunst stromen de leerlingen in de lagere graad in volgens leeftijd of volgens het leerjaar van het BO.

2.1.4. Alle studierichtingen

  • - De toelatingsproef wordt vervangen door een toelatings-periode.

Deze wijziging werd al voorlopig ingevoerd met de versoepelingsomzendbrief en wordt nu bestendigd in de regelgeving.

  • - De leerling kan vakken van één leerjaar in verschillende academies volgen. Hij is dan in beide scholen voor 50% financierbaar. De directies bepalen in onderling overleg welke academie, het attest van het leerjaar, het eindattest of getuigschrift van de graad uitreikt.

De leerling betaalt slechts in één academie het inschrijvings-geld.

2.2. Actualisering studieaanbod

2.2.1. Studierichting Muziek

  • - In de middelbare graad kan de leerling kiezen voor de nieuwe opties Instrument/jazz en lichte muziek en Zang/jazz en lichte muziek. In de hogere graad wordt er verder gedifferentieerd en komen er vijf nieuwe opties bij: Instrument/jazz en lichte muziek, Samenspel/jazz en lichte muziek, Zang/jazz en lichte muziek, Stemvorming/jazz en lichte muziek en Muziektheorie/ jazz en lichte muziek. Omdat er zowel naar lesinhoud als pedagogische methode een groot verschil bestaat tussen een 'klassieke' muziekopleiding en een opleiding jazz/lichte muziek ontstaan er nieuwe vakken met een eigen invulling(zie bijlage 1).

De directie en leerkrachten bepalen het niveau van de leerlingen van de middelbare en hogere graad die willen overschakelen naar één van de nieuwe opties.

Voor leerlingen die al de stijldifferentiatie jazz en lichte muziek volgden in het vak Samenspel, geldt dat zij in principe gewoon doorstromen naar het volgende leerjaar. Leerlingen die voor het eerst met dit nieuwe genre kennis maken, kunnen indien nodig hun leerjaar overzitten.

2.2.2. Studierichting Woordkunst

  • - Het klassikale vak van de middelbare graad, sectie jongeren, Taalcultuur, wordt om pedagogische redenen volledig vervangen door het groepsgericht individuele vak Voordracht.

Er wordt een overgangsregeling voorzien. Tot 1 september 2002 kan het schoolbestuur het vak Taalcultuur behouden.

  • - Het lessenrooster voor volwassenen in de middelbare graad wordt uitgebreid naar twee lesuren (nu één lesuur). Ze volgen één uur het vak Verbale vorming en één uur een toegepast vak afhankelijk van de gekozen optie: Toneel, Voordracht of Welsprekendheid(zie bijlage 1).

Er wordt een overgangsregeling voorzien. Tot 1 september 2002 kan het schoolbestuur de huidige structuur voor volwassenen in de middelbare graad behouden.

  • - Met de versoepelingsomzendbrief zijn de hogere-graadsvakken Algemene inleiding tot de repertoirestudie, Repertoirestudie voordracht, Repertoirestudie toneel, Repertoirestudie welsprekendheid samengevoegd tot één enkel vak Repertoirestudie woordkunst. De aparte vakken kunnen niet meer georganiseerd worden (zie bijlage 2).

Zoals voor alle andere vakken geldt dat de leerling dit vak slechts eenmaal moet volgen. De bepaling uit de versoepelingsomzendbrief dat er voor dit vak geen vrijstelling mogelijk is, wordt hierbij opgeheven.

  • - Gezien het succes van het experiment Literaire creatie, is het wenselijk om de bestaande opties Toneel, Voordracht en Welsprekendheid in de hogere graad uit te breiden met een optie Literaire creatie (zie bijlage 1).

2.2.3. Studierichting Dans

  • - Jongeren kunnen vanaf 6 jaar in de lagere graad starten. Zij krijgen dan één uur het vak Dansinitiatie. Vanaf het 3e leerjaar volgen de leerlingen zoals voorheen de vakken Algemene artistieke bewegingsleer en Artistieke training (zie bijlage 2).

Er ontstaan door deze wijziging 6 leerjaren in de lagere graad van de studierichting Dans. In de eerste twee leerjaren stromen de leerlingen in volgens leeftijd of volgens het leerjaar van het BO. Vanaf het 3e leerjaar gelden de gewone toelatingsvoorwaarden.

  • - In de middelbare graad kan de leerling kiezen uit de optie Klassieke dans of de nieuwe opties Hedendaagse dans of Dans en muziek. De leerlingen hebben dan per optie één uur Artistieke training en één uur het overeenkomstige vak(zie bijlage 1).

In de middelbare graad wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de sectie jongeren en de sectie volwassenen. De leerkrachten en directie bepalen het niveau van leerlingen uit de optie Klassieke dans die willen overschakelen naar één van de nieuwe opties. Deze leerlingen kunnen eventueel een leerjaar overzitten.

  • - In de hogere graad kan de leerling kiezen voor Klassieke dans of Hedendaagse dans. Daarnaast komen er twee nieuwe opties bij: Dans en muziek en Theorie van de dans. De leerlingen hebben telkens één uur Artistieke training en één uur het overeen-komstige vak (zie bijlage 1).

De leerkrachten en directie bepalen het niveau van leerlingen uit de opties Klassiek ballet en Hedendaagse dans die willen overschakelen naar één van de nieuwe opties. Deze leerlingen kunnen eventueel een leerjaar overzitten.

2.2.4. Studierichting Beeldende kunst

  • - Animatie wordt naast Algemene beeldende vorming een tweede optie vanaf de tweede leeftijdsgroep van de lagere graad(zie bijlage 1).Voor leerlingen die deze nieuwe optie willen volgen, geldt de gewone instroomregeling volgens leeftijdsgroep.

  • - De optie Kantwerk in de middelbare graad krijgt een bredere invulling. Die nieuwe optie Textiele vorming is niet alleen een voorbereiding op de optie Kantwerk in de hogere graad, maar ook op de opties Weefkunst, Textiele kunst en Kunstambacht textiel. De leerlingen volgen de vakken Textiele werkvormen en Waarnemingstekenen.

De naamswijziging van deze optie en het vak wordt automatisch doorgevoerd. Voor de aanpassing van de leerinhoud kan de pedagogisch adviseur meer informatie geven.

  • - In de opties Architecturale vorming en Textiele vorming kan een facultatief vak Digitale beeldverwerking aangeboden worden waarin specifieke digitale grafische technieken aangeleerd worden in functie van de vakken Architecturale vorming of Textiele werkvormen(zie bijlage 2).

Daarnaast komt er vanaf het 3e leerjaar een specifieke optie Digitale beeldende vorming waarin het vak Digitale beeldverwerking naast Waarnemingstekenen een verplicht vak wordt (zie bijlage 1). De huidige optie Beeldende vorming blijft echter ook bestaan, zodat de leerling vanaf het 3e jaar van de middelbare graad kan kiezen uit vier opties.

In de hogere en specialisatiegraad kan het vak Digitale beeldverwerking aangeboden worden. De leerlingen vervangen dan maximaal 2 lesuren van het vak Specifiek artistiek atelier door het vak Digitale beeldverwerking (zie bijlage 2).

  • - In de twee laatste leerjaren van de middelbare graad krijgt de leerling de kans om kennis te maken met verschillende ateliers via een nieuwe optie Oriëntatie beeldende kunst. Naast de verplichte vakken, Waarnemingstekenen en Kunstinitiatie komt er een specifiek vak Initiatieatelier bij, waarin de leerling de mogelijkheid krijgt om zich een concreet beeld te vormen van één of meer ateliers in de hogere graad (zie bijlage 1).

De leerling sluit gedurende een door de directie en leerkrachten bepaalde periode aan bij een atelier in de hogere graad. De leerlingen van deze nieuwe optie worden normaalgesproken gegroepeerd met de leerlingen van de Specifieke artistieke ateliers.

  • - De optie Kunstambacht bloemsierkunst verdwijnt uit de structuur van de hogere graad wegens een gebrek aan interesse.

ALGEMENE OPMERKING

Een academie die één of meer van deze nieuwe opties wil oprichten, meldt dat aan de administratie met een formulier “aanvraag tot oprichting van een nieuwe optie” en de bijhorende “lessentabel met de verdeling van de wekelijkse lestijden (zie bijlage 3 en bijlage 4). Voor de financiering van de nieuwe optie wordt de gebruikelijke procedure gehanteerd. Dat betekent dat de academie de nieuwe optie het eerste schooljaar binnen het toegewezen urenpakket organiseert. Op basis van de leerlingentelling van 1 februari van dat schooljaar wordt het urenpakket verhoogd voor het volgende schooljaar.

Leerlingen van academies die één van de nieuwe opties al als experiment organiseerden, worden bij de financierbare leerlingen van 1 februari 2001 geteld.

3. Meer autonomie voor directie, leerkrachten en schoolbestuur

3.1. Studierichting Beeldende kunst

De directeur krijgt meer autonomie om in samenspraak met de leerkrachten en het schoolbestuur leerlingen voor verschillende vakken over de graden te groeperen.

1° Voor de vakken algemeen beeldende vorming, animatie, waarnemingstekenen, kleurstudie, vormstudie, textiele werkvormen, architecturale vorming, digitale beeldverwerking (middelbare graad), specifiek artistiek atelier en keuzeatelier mogen de leerlingen per graad gegroepeerd worden;

2° Voor het vak kunstgeschiedenis mogen de leerlingen over de opties en de leerjaren gegroepeerd worden;

3° Voor het vak bijzondere kunstgeschiedenis mogen de leerlingen over de leerjaren en over de aanverwante opties gegroepeerd worden;

4° Voor het vak initiatieatelier worden de leerlingen gegroepeerd met de leerlingen uit de desbetreffende optie in de hogere graad;

5° Voor het vak digitale beeldverwerking van de hogere graad worden de leerlingen per optie gegroepeerd;

6° Voor de vakken tekenen en specifiek artistiek atelier mogen de leerlingen van de hogere graad en van de specialisatiegraad gegroepeerd worden;

7° Voor de overige vakken mogen de leerlingen per vak gegroepeerd worden, ongeacht de optie;

8° Leerlingen uit een hogere graad die uit vier leerjaren bestaat, kunnen niet gegroepeerd worden met leerlingen uit een hogere graad die uit vijf leerjaren bestaat.

3.2. Studierichtingen Muziek, Woord, Dans

De directeur krijgt meer autonomie om in samenspraak met de leerkrachten en het schoolbestuur:

  • - leerlingen die jonger zijn dan 15 jaar, toe te laten tot de sectie volwassenen;

Deze wijziging werd al voorlopig ingevoerd met de versoepelingsomzendbrief en wordt nu bestendigd in de regel-geving.

  • - voor een aantal vakken al of niet overgangsproeven te organiseren;

voor de vakken Samenspel, Begeleidingspraktijk, Koor, Luisterpraktijk, Instrumentaal ensemble, Vocaal ensemble, Ensemble/jazz en lichte muziek en Lyrische kunst is er geen verplichting tot het afnemen van proeven.

Deze wijziging werd al voorlopig ingevoerd met de versoepelingsomzendbrief en wordt nu bestendigd in de regelgeving.

  • - voor volwassenen proeven op een aangepaste wijze te organiseren.

voor de vakken Instrument in de lagere graad en in de optie Samenspel, Instrument/jazz en lichte muziek in de optie Samenspel/jazz en lichte muziek, voor Verbale vorming en voor Algemene artistieke bewegingsleer worden de eindproeven afgenomen in een aangepaste vorm.

Deze aanpassing wil het de leerkrachten en directies mogelijk maken om de examenstress bij volwassen leerlingen enigszins te beperken. Het begrip 'aangepast' is heel ruim te interpreteren. De eindproef voor volwassenen kan een proef met gesloten deuren zijn, maar ook een optreden van de leerlingen voor een bepaalde gelegenheid. Dit zijn echter slechts suggesties.

  • - leerlingen voor verschillende vakken over de graden en vakken groeperen:

1° de vakken zang en stemvorming;

2° de vakken zang/jazz en lichte muziek en stemvorming/jazz en lichte muziek;

3° de vakken samenspel en instrumentaal ensemble;

4° de vakken koor, vocaal ensemble en lyrische kunst;

5° de vakken instrumentaal ensemble en vocaal ensemble;

6° de vakken algemene muziektheorie en muziektheorie,

7e de vakken dansinitiatie en algemeen artistieke bewegingsleer.

3.3. Voor alle studierichtingen

  • - Het schoolbestuur kan vrij bepalen hoeveel uren van het totaal aantal toegekende uren-leraar aangewend worden voor de uitvoering van het lessenrooster, de muzikale begeleiding, voor de navorming en voor de pedagogische coördinatie.

  • - De directeur kan in samenspraak met de leerkrachten om pedagogische redenen vrijstelling verlenen voor een bepaald vak. De directeur en leerkrachten bepalen zelf of een leerling de doelstellingen van een bepaald vak bereikt heeft. Enkel in geval van twijfel wordt het advies van de inspectie ingewonnen.

  • - Tweemaal per schooljaar wordt er een schriftelijke evaluatie gemaakt van elke leerling en meegedeeld aan de leerling en/of ouders. Het schoolbestuur kan zelf de vorm van die evaluatie uittekenen.

  • - Iedere academie beschikt over een schoolreglement dat de betrekkingen tussen de inrichtende macht en de leerlingen regelt. Het schoolreglement wordt bij de eerste inschrijving aan de leerling (en zijn ouders) meegedeeld. Ook elke wijziging van het schoolreglement wordt meegedeeld aan de betrokkenen. De concrete invulling van het schoolreglement wordt toevertrouwd aan het schoolbestuur en de directie.

  • - Van elke leerling wordt een individuele fiche bijgehouden die minstens de volgende gegevens bevat: naam, voornaam, adres, geboortedatum, reeds gevolgde studies in een instelling voor deeltijds kunstonderwijs en resultaten, huidige studies in het deeltijds kunstonderwijs en rijksregisternummer.

Deze fiche hoeft verder niet volgens een bepaald model opgemaakt te worden. Het schoolbestuur kan beslissen om ook nog andere gegevens op de fiche te vermelden.

Deze omzendbrief gaat in op 1 september 2001.

4. Bijlagen