Mededeling betreffende ict-coördinatie : maatregelen vanaf het schooljaar 2005-2006

  • ICT-coördinatie
  • Puntenenveloppe
  • Werkingsmiddelen

...

1. Inleiding.

Specifiek voor ICT-coördinatie worden aan (samenwerkende) scholen en centra :

1) extra personeelsomkadering toegekend, die alleen voor ICT-coördinatie kan worden aangewend; deze personeelsomkadering wordt uitgedrukt in een puntenenveloppe;

2) extra werkingsmiddelen toegekend voor de logistieke en materiële ondersteuning van de ICT-coördinatie.

Deze mededeling is van toepassing op de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs, de scholen voor gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, de centra deeltijds beroepssecundair onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs en de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs.

Deze mededeling is niet van toepassing op internaten, tehuizen, semi-internaten en opvangcentra.

Onder inrichtende machten wordt voor het basisonderwijs de schoolbesturen verstaan.

2. Verdeling van de middelen.

Bij het verdelen van de middelen wordt uitgegaan van een 'rugzak' per leerling. Aangezien er naargelang het niveau van de leerlingen verschillende noden zijn, wordt er een wegingsfactor ingebouwd.

Zowel de werkingsmiddelen als de middelen voor personeelsomkadering worden verdeeld volgens het aantal gewogen leerlingen op de gebruikelijke teldatum.

2.1. De wegingsfactor.

De volgende wegingsfactoren worden toegekend :

- voor de leerlingen in het basisonderwijs, de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs, de B-stroom van de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs, de leerlingen van de tweede, derde en vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, het HBO-verpleegkunde, het deeltijds beroepssecundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs : wegingsfactor 1,25;

- voor de leerlingen in de A-stroom van de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs, de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, het kunstsecundair onderwijs en het technisch secundair onderwijs : wegingsfactor 1;

- voor de lesurencursist in de centra voor volwassenenonderwijs : wegingsfactor 0,00136;

- voor de leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs : wegingsfactor 0,25.

2.2. De coëfficiënten.

Om het aantal gewogen leerlingen om te rekenen naar de puntenenveloppe en de werkingsmiddelen moeten deze worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt.

2.2.1. Coëfficiënt puntenenveloppe.

De coëfficiënt voor de puntenenveloppe bedraagt 0,03969

Het gewogen aantal leerlingen x de coëfficiënt voor de puntenenveloppe = puntenenveloppe.

AANDACHTSPUNT : DE AFRONDINGSREGELS

- Het aantal punten wordt afgerond naar de dichtstbijzijnde eenheid. Vanaf het cijfer 5 na de komma wordt naar boven afgerond.

- De afrondingen gebeuren op het niveau van de school/de instelling/het centrum.

VOORBEELDEN :

Voorbeeld 1

Een basisschool met 300 leerlingen :

Puntenenveloppe = 300 x 1,25 x 0,03969 = 14,88375 (afgerond 15 punten)

Voorbeeld 2

Een secundaire school 1e graad met 220 leerlingen in de A-stroom en 30 leerlingen in de B-stroom :

Puntenenveloppe = 220 x 1 x 0,03969 = 8,7318

30 x 1,25 x 0,03969 = 1,488375

Totaal : 10,220175 (afgerond 10 punten)

Voorbeeld 3

Een secundaire school TSO/BSO met 450 leerlingen in TSO en 200 leerlingen in BSO :

Puntenenveloppe = 450 x 1 x 0,03969 = 17,8605

200 x 1,25 x 0,03969 = 9,9225

Totaal : 27,783 (afgerond 28 punten)

Voorbeeld 4

Een BuSO-school met 300 leerlingen :

Puntenenveloppe = 300 x 1,25 x 0,03969 = 14,88375 (afgerond 15 punten)

Voorbeeld 5

Een CVO met 316.840 lesurencursist :

Puntenenveloppe = 316.840 x 0,00136 x 0,03969 = 17,10 (afgerond 17 punten)

Voorbeeld 6

Een instelling DKO met 1000 leerlingen :

Puntenenveloppe = 1000 x 0,25 x 0,03969 = 9,9225 (afgerond 10 punten)

2.2.2. Coëfficiënt werkingsmiddelen.

De coëfficiënt voor de werkingsmiddelen bedraagt 0,7163.

Het gewogen aantal leerlingen x de coëfficiënt voor de werkingsmiddelen = werkingsmiddelen.

AANDACHTSPUNT : DE AFRONDINGSREGELS

- De werkingsmiddelen worden afgerond op de eurocent, dus twee cijfers na de komma.

- De afrondingen gebeuren op het niveau van de school/de instelling/het centrum.

VOORBEELDEN:

Voorbeeld 1

Een basisschool met 300 leerlingen :

werkingsmiddelen = 300 x 1,25 x 0,7163 = 268,61 euro

Voorbeeld 2

Een secundaire school 1e graad met 220 leerlingen in de A-stroom en 30 leerlingen in de B-stroom :

werkingsmiddelen = 220 x 1 x 0,7163 = 157,59

30 x 1,25 x 0,7163 = 26,86

Totaal : 184,45 euro

Voorbeeld 3

Een secundaire school TSO/BSO met 450 leerlingen in TSO en 200 leerlingen in BSO :

Werkingsmiddelen = 450 x 1 x 0,7163 = 322,34

200 x 1,25 x 0,7163 = 179,08

Totaal : 501,41 euro

Voorbeeld 4

Een BuSOschool met 300 leerlingen :

werkingsmiddelen = 300 x 1,25 x 0,7163 = 268,61 euro

Voorbeeld 5

Een CVO met 316.840 lesurencursist.

werkingsmiddelen = 316.840 x 0,001136 x 0,7163 = 257,82 euro

Voorbeeld 6

Een instelling DKO met 1000 leerlingen.

werkingsmiddelen = 1000 x 0,25 x 0,7163 = 179,08 euro

3. Besteding van de middelen d.m.v. samenwerking.

Voor alle onderwijsniveaus, dus zowel voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs geldt dat de scholen de middelen voor ICT slechts enkel kunnen aanwenden, indien ze samenwerken. Samenwerkende scholen leggen hun puntenenveloppe samen en richten op basis hiervan betrekkingen op in één of meer scholen van een samenwerkingsplatform, van de scholengemeenschap, een scholengroep of een consortium. De personeelsleden die in deze betrekkingen worden aangesteld, verzorgen de ICT-coördinatie in de scholen van het samenwerkingsplatform/ de scholengemeenschap/ de scholengroep/ het consortium. Ook de daarbij horende werkingsmiddelen leggen ze zelf samen.

De scholen die in een samenwerkingsplatform stappen, stellen hiertoe een overeenkomst op. Deze overeenkomst moet niet aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming worden opgestuurd. Het volstaat dat deze kan worden voorgelegd bij verificatie of inspectie.

De gesloten overeenkomst loopt gelijk met de duur van de overeenkomsten betreffende de samenstelling van de scholengemeenschappen. Het gevolg hiervan is dat een samenwerkingsplatform gedurende de looptijd kan veranderen indien de samenstelling van de scholengemeenschap wijzigt (zie hiervoor punt 3.1. en 3.2.).

3.1. Het basisonderwijs.

De basisscholen kunnen de middelen als volgt aanwenden :

De punten ICT worden toegekend aan de school en kunnen binnen bepaalde voorwaarden worden samengelegd binnen het samenwerkingsplatform, de scholengemeenschap of de scholengroep.

Scholen die niet tot een samenwerkingsplatform toetreden of die niet in een scholengemeenschap zitten kunnen de toegekende punten niet aanwenden.

Een school in het basisonderwijs kan tot een samenwerkingsplatform toetreden op voorwaarde dat alle scholen binnen de scholengemeenschap akkoord gaan. De basisscholen moeten hun punten aanwenden zoals bepaald in het decreet betreffende de hertekening onderwijslandschap basisonderwijs.

Voor de specifieke voorwaarden van aanwending : zie Omzendbrief puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten.

Basisscholen die niet in een scholengemeenschap zitten kunnen een samenwerkingsplatform afsluiten. Binnen het samenwerkingsplatform kunnen de punten worden samengelegd op het niveau van het samenwerkingsplatform.

Een samenwerkingsplatform moet minstens 1100 gewogen leerlingen omvatten behalve wanneer een scholengemeenschap en/of scholengroep deel uitma(a)k(t)(en) van een samenwerkingsplatform.

Een samenwerkingsplatform kan bestaan uit :

- een scholengemeenschap en/of

- een scholengroep en/of

- één of meer scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs voor zover deze niet tot een scholengemeenschap behoren en/of

- één of meer scholen voor voltijds secundair onderwijs en/of deeltijds beroepssecundair onderwijs voor zover deze niet tot een scholengemeenschap behoren, één of meer scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, een school voor deeltijds secundair zeevisserij onderwijs en/of

- één of meer centra voor volwassenenonderwijs en/of

- één of meer instellingen voor deeltijds kunstonderwijs.

Vanaf 1 september 2005 wordt een samenwerkingsplatform gevormd voor periodes die gelijklopen met de scholengemeenschappen secundair- en basisonderwijs.

Op 1 september 2011 gaat voor de scholengemeenschappen een nieuwe periode van start. Deze periode wordt uitzonderlijk beperkt tot drie schooljaren.

De periode waarvoor scholengemeenschappen gevormd worden, wordt eenmalig teruggebracht tot drie schooljaren, zodat de eerstvolgende periode van samenwerking slaat op de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2014. Daarna wordt de termijn van de scholengemeenschappen weer op zes schooljaren gebracht.

Dit betekent dat samenwerkingsplatformen die gevormd worden vanaf 1 september 2011 slechts gelden voor de duur van drie schooljaren, nl t.e.m. het schooljaar 2013-2014. Vanaf 1/9/2014 worden opnieuw samenwerkingsplatformen voor zes schooljaren gevormd.

Een samenwerkingsplatform kan gedurende deze periodes enkel wijzigen ten gevolge van een wijziging in een scholengemeenschap basisonderwijs (of een scholengemeenschap secundair onderwijs, zie hierover punt 3.2.).

Een scholengemeenschap in het basisonderwijs kan wijzigen ten gevolge

- van het toetreden van een instelling tot een scholengemeenschap

- van het uitstappen van een instelling uit de scholengemeenschap. Uitstap uit een scholengemeenschap kan indien de scholengemeenschap minder dan 900 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum. Ook een school die overgenomen wordt door een schoolbestuur van een andere groep kan uit de scholengemeenschap stappen op voorwaarde dat er binnen de scholengemeenschap een akkoord is over de uitstap.

De wijziging van de overeenkomst m.b.t. het samenwerkingsplatform treedt in werking op dezelfde datum waarop de wijziging in de scholengemeenschap in werking treedt.

Het samenwerkingsplatform, de scholengemeenschap of de scholengroep, maakt afspraken over de aanwending van de punten en de middelen.

3.2. Secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs.

De scholen/centra kunnen de middelen aanwenden binnen :

a) een scholengemeenschap of

b) een scholengroep of

c) en consortium

d) een samenwerkingsplatform tussen :

- een scholengemeenschap en/of

- een scholengroep en/of

- één of meer scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs voor zover deze niet tot een scholengemeenschap behoren en/of

- één of meer scholen voor voltijds secundair onderwijs en/of deeltijds beroepssecundair onderwijs voor zover deze niet tot een scholengemeenschap behoren, één of meer scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, een school voor deeltijds secundair zeevisserij onderwijs en/of

- één of meer centra voor volwassenenonderwijs en/of

- één of meer instellingen voor deeltijds kunstonderwijs.

Een samenwerkingsplatform moet minstens 1100 gewogen leerlingen omvatten behalve wanneer een scholengemeenschap en/of scholengroep deel uitma(a)k(t)(en) van een samenwerkingsplatform. 

Vanaf 1 september 2005 wordt een samenwerkingsplatform gevormd voor periodes die gelijklopen met de scholengemeenschappen secundair- en basisonderwijs.

Op 1 september 2011 gaat voor de scholengemeenschappen een nieuwe periode van start. Deze periode wordt uitzonderlijk beperkt tot drie schooljaren.

De periode waarvoor scholengemeenschappen gevormd worden, wordt eenmalig teruggebracht tot drie schooljaren, zodat de eerstvolgende periode van samenwerking slaat op de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2014. Daarna wordt de termijn van de scholengemeenschap weer op zes schooljaren gebracht.

Dit betekent dat samenwerkingsplatformen die gevormd worden vanaf 1 september 2011 slechts gelden voor de duur van drie schooljaren, nl t.e.m. het schooljaar 2013-2014. Vanaf 1/9/2014 worden opnieuw samenwerkingsplatformen voor zes schooljaren gevormd.

Een samenwerkingsplatform kan gedurende de zesjarige periode enkel wijzigen ten gevolge van een wijziging in een scholengemeenschap secundair onderwijs (of een scholengemeenschap basisonderwijs, zie hierover punt 3.1.).

Een scholengemeenschap in het secundair onderwijs kan wijzigen ten gevolge

- van het toetreden van een instelling tot een scholengemeenschap

- van het uitstappen van een instelling uit de scholengemeenschap. Uitstap uit een scholengemeenschap kan evenwel alleen indien de scholengemeenschap minder dan 900 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum.

De wijziging van de overeenkomst m.b.t. het samenwerkingsplatform treedt in werking op dezelfde datum waarop de wijziging in de scholengemeenschap in werking treedt.

Het samenwerkingsplatform, de scholengemeenschap of de scholengroep, maakt afspraken over de aanwending van de punten en de middelen.

VOORBEELDEN :

- Een samenwerkingsplatform bestaat uit een basisschool van 450 lln. die niet tot een scholengemeenschap behoort en een secundaire school ASO van 600 lln. die niet tot een scholengemeenschap behoren.

Totaal aantal gewogen lln. :

basisschool 450 x 1,25 = 562,5

ASO 600 x 1 = 600

totaal = 1162,5 gewogen lln.

Dit samenwerkingsplatform heeft recht op de volgende middelen :

- De basisschool : 450 lln x 1,25 x 0,7163 = 402,92 euro

450 lln x 1,25 x 0,03969 = 22,325625 (afgerond 22 punten)

- De secundaire school : 600 lln x 1 x 0,7163 = 429,78 euro

600 lln x 1 x 0,03969 = 23,814 (afgerond 24 punten)

In totaal : 832,70 euro en 46 punten

- Een samenwerkingsplatform bestaat uit een basisschool van 550 lln. die niet tot een scholengemeenschap behoort en een BuSOschool van 500 lln.

Totaal aantal gewogen lln. :

basisschool 550 x 1,25 = 687,5

BUSO 500 x 1,25 = 625

totaal = 1312,5 gewogen lln.

Dit samenwerkingsplatform heeft recht op de volgende middelen :

- De basisschool : 550 lln x 1,25 x 0,7163 = 492,46 euro

550 lln x 1,25 x 0,03969 = 27,286875 (afgerond 27 punten)

- De BUSO-school : 500 lln x 1,25 x 0,7163 = 447,69 euro

500 lln x 1,25 x 0,03969 = 24,80625 (afgerond 25 punten)

In totaal : 940,14 euro en 52 punten

- Een samenwerkingsplatform bestaat uit een scholengemeenschap met in school A 525 lln. en in school B 600 lln. De lln. zijn als volgt verdeeld :

1. in 1e graad secundair 425 lln. in de A-stroom (school A 225 lln. + school B 200 lln.)

2. in de B-stroom 50 lln. (in school B)

3. in 2e en 3e graad ASO 300 lln. (in school A) , 200 lln. TSO (in school B) en 150 lln. BSO

(in school B)

Het totaal aantal gewogen lln. bedraagt :

1. in de 1e graad A-stroom 425 x 1 = 425

2. in de 1e graad B-stroom 50 x 1,25 = 62,5

3. 2e en 3e graad ASO 300 x 1 = 300

TSO 200 x 1 = 200

BSO 150 x 1,25 = 187,5

totaal = 1175 gewogen lln

Dit samenwerkingsplatform heeft recht op de volgende middelen :

1. 425 lln x 1 x 0,7163 = 304,43 euro

in school A : 225 lln. x 1 x 0,03969 = 8,93025 punten

in school B : 200 lln. x 1 x 0,03969 = 7,938 punten

2. in school B : 50 lln x 1,25 x 0,7163 = 44,77 euro

50 lln x 1,25 x 0,03969 = 2,480625 punten

3. in school A : 300 lln x 1 x 0,7163 = 214,89 euro

300 lln x 1 x 0,03969 = 11,907 punten

in school B : 200 lln x 1 x 0,7163 = 143,26 euro

200 lln x 1 x 0,03969 = 7,938 punten

in school B : 150 lln x 1,25 x 0,7163 = 134,31 euro

150 lln x 1,25 x 0,03969 = 7,441875 punten

In totaal : 841,65 euro en 47 punten (school A : 20,83725 afgerond 21 punten - school B : 25,7985 afgerond 26 punten)

- Een samenwerkingsplatform bestaat uit een scholengemeenschap met in school X 600 lln. en in school Y 600 lln. De lln. in de scholengemeenschap zijn als volgt verdeeld :

1. in 1e graad secundair in totaal 500 lln. in de A-stroom (in school X 250 lln. en in school Y 250 lln.)

2. in de 2e en 3e graad ASO 350 lln. (in school X) , 200 lln. in TSO (in school Y) en 150 lln in BSO (in school Y)

Tot dit samenwerkingsplatform behoort ook een CVO met 225.000 lesurencursist en een instelling DKO met 200 lln.

Het totaal aantal gewogen lln. bedraagt :

1. in de 1e graad A-stroom 500 x 1 = 500

2. 2e en 3e graad ASO 350 x 1 = 350

TSO 200 x 1 = 200

BSO 150 x 1,25 = 187,5

3. CVO 225.000 x 0,00136 = 306

4. DKO 200 x 0,25 = 50

totaal = 1593,5 gewogen lln.

Dit samenwerkingsplatform heeft recht op de volgende middelen :

1. 500 lln x 1 x 0,7163 = 358,15 euro

in school X : 250 lln. x 1 x 0,03969 = 9,9225 punten

in school Y : 250 lln.x 1 x 0,03969 = 9,9225 punten

2. in school X : 350 lln x 1 x 0,7163 = 250,71 euro

350 lln x 1 x 0,03969 = 13,8915 punten

in school Y : 200 lln x 1 x 0,7163 = 143,26 euro

200 lln x 1 x 0,03969 = 7,938 punten

in school Y : 150 lln x 1,25 x 0,7163 = 134,31 euro

150 lln x 1,25 x 0,03969 = 7,441875 punten

3. CVO : 225.000 x 0,00136 x 0,7163 = 183,09 euro

225.000 x 0,00136 x 0,03969 = 12,15 punten

4. DKO : 200 x 0,25 x 0,7163 = 35,82 euro

200 x 0,25 x 0,03969 = 1,9845 punten

In totaal : 1141,43 euro

63 punten (school X : 23,814 afgerond 24 punten - school Y : 25,302375 afgerond 25 punten - CVO afgerond 12 punten - DKO afgerond 2 punten)

3.3. Mededeling aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Om een controle op de aanwending van de puntenenveloppe te kunnen uitvoeren, moet het Agentschap voor Onderwijsdiensten op de hoogte zijn van de wijze van samenwerking tussen de scholen.

Scholengroepen / scholengemeenschappen / scholen / consortia/ centra / instellingen die tot éénzelfde samenwerkingsplatform behoren sturen per samenwerkingsplatform samen één ingevuld formulier "Mededeling van samenwerkingsplatform met het oog op het bekomen van middelen ten behoeve van ICT-coördinatie" (zie bijlage 1) op.

Dit formulier dient uiterlijk op 15 oktober van het lopende schooljaar verstuurd te worden naar :

Samenwerkingsplatforms ICT

t.a.v. Mevr. Delphine Strobbe

kamer 4A11

Hendrik Consciencegebouw (4de verdieping)

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel.

Gelieve voor inlichtingen/vragen betreffende de samenwerkingsplatforms (en andere) de contactperso(o)n(en) van uw onderwijsniveau te contacteren (zie p.1 van deze mededeling).

De scholen/centra/instellingen die niet behoren tot een samenwerkingsplatform en/of scholengemeenschap en/of scholengroep en die hierdoor geen recht hebben op punten en middelen voor ICT-coördinatie moeten geen document opsturen naar het Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Van een samenwerkingsplatform dat bestaat uit één enkele scholengroep of één enkele scholengemeenschap of één enkel consortium dient wel een formulier opgestuurd te worden.

Indien een samenwerkingsplatform wijzigt ten gevolge van een wijziging in een scholengemeenschap (zie punt 3.1. en 3.2.), moet dit eveneens aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming worden meegedeeld voordat de wijziging in voege treedt. De wijziging treedt in voege op dezelfde datum van de wijziging in de scholengemeenschap. De wijziging moet worden meegedeeld aan het hierboven reeds vermelde adres.

4. Aanwending van de puntenenveloppe.

4.1. Principe.

De puntenenveloppe voor ICT-coördinatie kan worden aangewend voor het oprichten van betrekkingen in de volgende personeelscategorieën.

a) In het basisonderwijs

- beleids- en ondersteunend personeel : ict-coördinator

- volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de lesopdracht van de directeur/adjunct-directeur uren als ict-coördinator.

b) In het gewoon secundair onderwijs

- onderwijzend personeel : leraar, godsdienstleraar, begeleider

- bestuurspersoneel : technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator, coördinator

- ondersteunend personeel : opvoeder, administratief medewerker

c) In het buitengewoon secundair onderwijs

- onderwijzend personeel : leraar ASV, leraar ASV spec. LO, leraar ASV compensatietechniek braille in type 6,leraar BGV, leraar NCZ, godsdienstleraar

- bestuurspersoneel : technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator

- opvoedend hulppersoneel : opvoeder-huismeester, directiesecretaris, studiemeester-opvoeder, secretaris-bibliothecaris.

- administratief personeel : klerk-typist, opsteller

d) In het volwassenenonderwijs

- onderwijzend personeel : leraar secundair volwassenenonderwijs , lector

- bestuurspersoneel : technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator

- administratief medewerker

e) In het deeltijds kunstonderwijs

- onderwijzend personeel : leraar, begeleider

- opvoedend hulppersoneel : studiemeester-opvoeder

- administratief personeel : opsteller

...

4.2. Puntenwaarde van deze personeelsleden.

Elke betrekking die in het kader van ICT-coördinatie wordt opgericht, heeft een puntenwaarde die bepaald wordt door het betreffende ambt.

4.2.1. Beleids- en ondersteunend personeel (enkel in het basisonderwijs).

...

De puntenaanrekening voor het ambt van ict-coördinator in het basisonderwijs, is afhankelijk van het gekozen diplomaniveau en de gekozen weddenschaal.

Zie hiervoor : Omzendbrief puntenenveloppe voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten : rubriek 1.4.1.3. Het puntengewicht van een betrekking : Puntentabel voor het ambt van ICT-coördinator.

...

4.2.2. Onderwijzend personeel (in alle onderwijsniveaus behalve in het basisonderwijs).

Punten kunnen worden omgezet in uren-leraar, leraarsuren, lesuren of lestijden. Er kunnen enkel volledige lesuren of lestijden worden ingericht. Bij onvoldoende punten om een volledig lesuur of een volledige lestijd te bekomen, zijn er geen afrondingen naar boven.

Als een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht waarin een personeelslid wordt aangesteld dat recht heeft op weddenschaal 501, dan worden volgende punten in rekening gebracht :

Uren opdracht 

Wsc. 501 in 20en 

Wsc. 501 in 21en 

Wsc. 501 in 22en 

Wsc. 501 in 24en 

Wsc. 501 in 25en 

Wsc. 501 in 29en 

Wsc. 501 in 30en 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

13 

12 

11 

11 

10 

19 

18 

17 

16 

15 

13 

13 

25 

24 

23 

21 

20 

17 

17 

32 

30 

29 

26 

25 

22 

21 

38 

36 

34 

32 

30 

26 

25 

44 

42 

40 

37 

35 

30 

29 

50 

48 

46 

42 

40 

35 

34 

57 

54 

52 

47 

45 

39 

38 

10 

63 

60 

57 

53 

50 

43 

42 

11 

69 

66 

63 

58 

55 

48 

46 

12 

76 

72 

69 

63 

60 

52 

50 

13 

82 

78 

74 

68 

66 

56 

55 

14 

88 

84 

80 

74 

71 

61 

59 

15 

95 

90 

86 

79 

76 

65 

63 

16 

101 

96 

92 

84 

81 

70 

67 

17 

107 

102 

97 

89 

86 

74 

71 

18 

113 

108 

103 

95 

91 

78 

76 

19 

120 

114 

109 

100 

96 

83 

80 

20 

126 

120 

115 

105 

101 

87 

84 

21 

126 

120 

110 

106 

91 

88 

22 

126 

116 

111 

96 

92 

23 

121 

116 

100 

97 

24 

126 

121 

104 

101 

25 

126 

109 

105 

26 

113 

109 

27 

117 

113 

28 

122 

118 

29 

126 

122 

30 

126 

Als een betrekking in een ambt van het onderwijzend personeel wordt opgericht waarin een personeelslid wordt aangesteld dat recht heeft op een andere weddenschaal dan weddenschaal 501, dan worden volgende punten in rekening gebracht :

Uren opdracht 

Wsc. andere dan 501 in 16en 

 

Wsc. andere dan 501 in 20en 

Wsc. andere dan 501 in 21en 

Wsc. andere dan 501 in 22en 

Wsc. andere dan 501 in 24en 

Wsc. andere dan 501 in 25en 

Wsc. andere dan 501 in 29en 

Wsc. andere dan 501 in 30en 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

Aantal punten 

11 

16 

13 

12 

12 

11 

10 

21 

17 

16 

15 

14 

14 

12 

11 

27 

21 

20 

19 

18 

17 

15 

14 

32 

26 

24 

23 

21 

20 

18 

17 

38 

30 

28 

27 

25 

24 

21 

20 

43 

34 

32 

31 

28 

27 

23 

23 

48 

38 

36 

35 

32 

31 

26 

26 

10 

53 

42 

40 

39 

35 

34 

29 

28 

11 

58 

47 

45 

42 

39 

37 

32 

31 

12 

64 

51 

49 

46 

42 

41 

35 

34 

13 

69 

55 

53 

50 

46 

44 

38 

37 

14 

74 

60 

57 

54 

50 

48 

41 

40 

15 

80 

64 

61 

58 

53 

51 

44 

43 

16 

85 

68 

65 

62 

57 

54 

47 

45 

17 

72 

69 

66 

60 

58 

50 

48 

18 

77 

73 

70 

64 

61 

53 

51 

19 

81 

77 

73 

67 

65 

56 

54 

20 

85 

81 

77 

71 

68 

59 

57 

21 

85 

81 

74 

71 

62 

60 

22 

85 

78 

75 

64 

62 

23 

81 

78 

67 

65 

24 

85 

82 

70 

68 

25 

85 

73 

71 

26 

76 

74 

27 

79 

77 

28 

82 

79 

29 

85 

82 

30 

85 

Voorbeeld

Een samenwerkingsplatform beschikt over 81 punten voor ICT-coördinatie.

Het platform beslist betrekkingen van onderwijzend personeel op te richten.

De 81 punten worden als volgt verdeeld :

- 6/21 leraar GLSO in het SO (wsc = 301) = 24 punten

- 6/20 leraar GHSO in het VWO (wsc = 501) = 38 punten

- 5/22 leraar ASV in het BUSO (wsc = 301) = 19 punten

4.2.3. Bestuurspersoneel (in alle onderwijsniveaus behalve in het basisonderwijs).

Als een personeelslid wordt aangesteld in een betrekking van het bestuurspersoneel, worden voor een voltijdse betrekking steeds 126 punten in rekening gebracht. Een personeelslid kan ook halftijds in een betrekking van het bestuurspersoneel worden aangesteld. Dan worden 63 punten in rekening gebracht.

Opmerking : Adjunct-directeur en directeur zijn uitgesloten.

Voorbeeld

Samenwerkende scholen beschikken over 126 punten voor ICT-coördinatie.

Zij beslissen betrekkingen van bestuurspersoneel op te richten.

De 126 punten worden als volgt verdeeld :

- een halftijdse betrekking van technisch-adviseur = 63 punten

- een halftijdse betrekking van technisch-adviseur-coördinator = 63 punten

4.2.4. Ondersteunend personeel, administratief personeel (inclusief administratief medewerker in een CVO), opvoedend hulppersoneel (in alle onderwijsniveaus behalve in het basisonderwijs).

Als een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel of administratief personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op weddenschaal 200, 201, 202, 203, 122 worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 31,5 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking in het deeltijds kunstonderwijs en in een centrum voor volwassenenonderwijs, wordt per uur 1,5 punten in rekening gebracht.

Als een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel, opvoedend hulppersoneel of administratief personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op weddenschaal 158, 106, 163, 164, 100, 208, 104, 123 of 126 worden voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 41 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking in het deeltijds kunstonderwijs en in een centrum voor volwassenenonderwijs, wordt per uur 2,5 punten in rekening gebracht.

Als een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel wordt opgericht, en het personeelslid dat erin wordt aangesteld heeft recht op weddenschaal 542, worden voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 60 punten in rekening gebracht.

In het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs kunnen in deze categorie enkel voltijdse en halftijdse betrekkingen worden opgericht.

Voorbeelden

Samenwerkende scholen beschikken over 101 punten voor ICT-coördinatie. Zij besluiten administratief en ondersteunend personeel aan te stellen.

- een halftijdse betrekking van opvoeder SO (weddenschaal 542) = 60 punten

- een halftijdse betrekking van directiesecretaris BuSO (ws 106) = 41 punten.

Samenwerkende scholen beschikken over 45 punten voor ICT-coördinatie. Zij beslissen om betrekkingen in zowel opvoedend hulppersoneel als onderwijzend personeel op te richten.

De 45 punten worden als volgt verdeeld :

- 7/22 leraar DKO met andere weddenschaal dan 501 = 27 punten

- 7/32 studiemeester-opvoeder DKO met weddenschaal 158 = 18 punten

Andere voorbeelden

Samenwerkende scholen beschikken over 124 punten voor ICT-coördinatie.

Zij beslissen om zowel betrekkingen in het bestuurs- als onderwijzend personeel aan te stellen.

De 124 punten worden als volgt verdeeld :

- een halftijdse betrekking van technisch adviseur SO = 63 punten

- 6/22 leraar SO met een andere wsc dan 501 = 23 punten

- 6/20 leraar hogere graad DKO met diploma van meester met wsc 501 = 38 punten

Samenwerkende scholen beschikken over 55 punten voor ICT-coördinatie.

Zij richten een betrekking van het onderwijzend personeel op. Het oprichten van een betrekking in het bestuurspersoneel is hier niet mogelijk (Voor dergelijke betrekking zijn

minimum 63 punten vereist).

De 55 punten worden als volgt verdeeld :

- 6/22 leraar SO met andere wsc dan 501 = 23 punten

- 5/20 leraar GHSO met wsc 501 = 32 punten

Samenwerkende scholen beschikken over 121 punten voor ICT-coördinatie.

Zij beslissen om betrekkingen in zowel administratief, bestuurs- als onderwijzend personeel op te richten.

De 121 punten worden als volgt verdeeld :

- een halftijdse betrekking van administratief medewerker VWO met wsc 100 = 41 punten

- 6/22 leraar SO met andere wsc dan 501 = 23 punten

- 9/20 leraar hogere graad DKO met diploma van meester met wsc 501 = 57 punten

4.3. Administratieve toestand van deze personeelsleden.

4.3.1. In het basisonderwijs.

In het basisonderwijs wordt het personeelslid aangesteld in de personeelscategorie van het beleids- en ondersteunend personeel in het ambt van ict-coördinator.

Bij de aanstellingen houdt het schoolbestuur rekening met de bepalingen van de Omzendbrief puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten.

De betrekkingen van ict-coördinator kunnen onder bepaalde voorwaarden worden vacant verklaard en in aanmerking komen voor vaste benoeming (zie hierover ook deOmzendbrief puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten).

4.3.2. In het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs.

Het personeelslid wordt steeds administratief aangesteld in een school/centrum/instelling.

De inrichtende macht beslist in welk ambt de betrekking voor ICT-coördinatie wordt opgericht (zie punt 4.1. en 4.2.).

Concreet betekent dit dat er meerdere mogelijkheden zijn :

Eén personeelslid wordt aangesteld in één school/centrum/instelling. Dit personeelslid kan dan ofwel enkel voor deze school/centrum/instelling werken ofwel voor meerdere scholen werken.

Eén personeelslid wordt aangesteld in de verschillende scholen/centra/instellingen waar het personeelslid werkt.

Meerdere personeelsleden worden in meerdere scholen aangesteld.

De aanstelling is steeds een tijdelijke aanstelling. Indien de inrichtende macht ervoor opteert om een betrekking voor ICT-coördinatie toe te kennen aan een personeelslid dat vast benoemd is, kan dit slechts via het stelsel en onder de voorwaarden van het “verlof tijdelijk andere opdracht”. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vast benoemd zijn”. (Referentie 13AC/GDH/SH/js van 19-06-1998)

De decreten rechtspositie zijn integraal van toepassing op deze personeelsleden, met uitzondering van volgende bepalingen :

a) de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. De inrichtende macht kan een terbeschikkinggesteld personeelslid aanstellen in deze betrekking, maar is daartoe niet verplicht. Voor de aanstelling van het terbeschikkinggesteld personeelslid is de instemming van betrokkene vereist. De uren kunnen evenwel niet gebruikt worden om bij een dreigende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking de opdracht van een vastbenoemd personeelslid binnen “hetzelfde ambt” aan te zuiveren;

b) de inrichtende macht is niet verplicht om in deze betrekking een tijdelijk personeelslid aan te stellen met voorrang of met recht op een aanstelling van doorlopende duur;

c) deze betrekking kan niet vacant worden verklaard en kan geen aanleiding geven tot vaste benoeming. Vastbenoemde personeelsleden kunnen evenmin worden geaffecteerd of gemuteerd in deze betrekkingen.

Onderwijzend personeel.

Het personeelslid wordt aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel.

Deze aanstelling wordt gelijkgesteld met een ambt. Het ambt van leraar wordt gelijkgesteld met een vak/specialiteit in functie van het bekwaamheidsbewijs van het betrokken personeelslid.

Bij de aanstelling in het ambt (en voor het ambt van leraar in een vak/specialiteit) in kwestie moet steeds de bestaande reglementering inzake bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen worden toegepast.

Bestuurspersoneel .

Het personeelslid wordt aangesteld in een ambt van het bestuurspersoneel.

Bij de aanstelling in het ambt in kwestie moet steeds de bestaande reglementering inzake bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen worden toegepast.

Ondersteunend personeel, administratief personeel, opvoedend hulppersoneel, administratief medewerker.

Het personeelslid wordt aangesteld in een ambt van het ondersteunend personeel, administratief personeel, opvoedend hulppersoneel of van administratief medewerker.

Bij de aanstelling in het ambt in kwestie past u steeds de bestaande reglementering inzake bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen toe.

4.3.3. Inzetbaarheid.

Het personeelslid dat belast wordt met ICT-coördinatie kan voor de vervulling van zijn opdrachten in verband met ICT-coördinatie voor en in andere instellingen van de scholengemeenschap, consortium, scholengroep of samenwerkingsplatform worden ingezet.

4.3.4. Mededeling aan het werkstation.

De school/ het centrum/ de instelling waar het personeelslid wordt aangesteld, deelt deze aanstelling mee aan het bevoegde werkstation van het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

De scholen van het basisonderwijs zullen hierover aparte onderrichtingen ontvangen.

Voor het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs gelden de volgende onderrichtingen :

Elektronische scholen: via edison (voor secundair onderwijs, centra voor volwassenenopnderwijs   en deeltijds kunstonderwijs).

Scholen die hun berichten via EDISON doorsturen, doen dit volgens de principes van de gebruikershandleiding. Voor de vermelding van de opdracht van de ICT-coördinator wordt de daartoe voorziene ICT-code gebruikt.

De opdracht voor ICT-coördinatie moet worden gelijkgesteld zoals vermeld in 4.3. De gelijkstelling wordt vermeld op de RL 1.

Voorbeeld

RL-1 : 6/20 BPT (Nederlands 3e graad ASO) ICT (vakcode voor ICT-coördinatie)

RL-1 : 6/20 ICT (tekenen hogere graad)

Indien de opdracht voor ICT-coördinatie uitgeoefend wordt in een gedeelte van een opdracht volstaat het om naast de oorspronkelijke opdracht ook de ICT-opdracht mee te delen. De opdracht wordt dan opgesplitst.

Een betrekking in DKO van 12/20 leraar tekenen hogere graad, die voor 4 lesuren ICT-coördinatie instaat, wordt als volgt meegedeeld :

RL-1 : 8/20 tekenen hogere graad

RL-1 : 4/20 ICT (tekenen hogere graad)

De 2 RL's worden in één en hetzelfde bericht opgestuurd.

RL-1 : 15/30 technisch adviseur (code ICT)

RL-1 : 18/36 opvoeder SO (code ICT)

Niet-elektronische scholen: via persformulieren

Voor die scholen/centra die nog manueel communiceren, geldt de omzendbrief OND/I/6 van 27 mei 1992 betreffende de toelichting bij de formulieren PERS (zie coördinatie van omzendbrieven deel PERS/I/Administratieve documenten). In het vak “opmerkingen” van het betreffende PERS formulier wordt vermeld dat het gaat om een ICT-opdracht.

De niet-elektronische scholen vermelden de ICT-opdracht op de PERS-2.

Voorbeelden

VWO : 6/20 ICT (informaticatoepassingen - TSO 3)

VWO : 5/10 technisch adviseur (ICT)

VWO : 15/32 administratief medewerker (ICT)

5. Aanwending van de werkingsmiddelen voor logistieke ondersteuning.

De werkingsmiddelen kunnen enkel gebruikt worden voor logistieke en materiële ondersteuning van de ICT-coördinatie.

Voorbeelden

- aankoop computermateriaal voor de ICT-coördinatie

- verplaatsingsonkosten ICT-coördinatie

- opleidingscursussen ICT-coördinatie

- ...

Deze lijst is niet limitatief.

De betaling aan de school is een afzonderlijke betaling die gebeurt op het rekeningnummer van de werkingsmiddelen. De verificatie kan de aanwending van deze werkingsmiddelen controleren.

6. Taakomschrijving van het personeelslid belast met ICT-coördinatie.

Er worden geen formele criteria vastgelegd betreffende het takenprofiel. De scholengemeenschap/ de scholengroep/ het consortium/ het samenwerkingsplatform kan na onderlinge afspraken autonoom beslissen welke taken het betrokken personeelslid op zich neemt. Het is uiteraard wel de bedoeling dat hij/zij taken opneemt zowel ten gunste van het leerproces van de leerkracht als van de leerling.

Voorbeelden van taken :

- hulp bieden aan leraars bvb. bij het zoeken naar gepaste software voor bepaalde lessen

- hulp bieden bij het integreren van ICT in de vakken en vakoverschrijdende werking

- websitebeheer

- ontwikkeling of implementatie van een intranet of digitaal leerplatform

- helpdeskfunctie naar leraars

- software-installatie

- netwerkbeheer

- beleidsondersteuning, visieontwikkeling, informatieverstrekking en geven van adviezen i.v.m. het te voeren ICT-beleid op school, met betrekking tot aankopen, enz.

- het sensibiliseren en motiveren van directie en collega's om ICT in de lessen aan te wenden; het geven van praktische tips en adviezen.

Deze lijst is niet limitatief.

7. Bijlagen.