Bijzonder decreet houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    04 APRIL 2003
  • publicatiedatum
    B.S.16/07/2003
  • datum laatste wijziging
    01/10/2013

COORDINATIE

Bijz. decr. 19-3-2004 - B.S. 30-4-2004

Bijz. decr. 13-7-2012 - B.S. 13-8-2012

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Bijzonder decreet houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs.

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit bijzonder decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit bijzonder decreet wordt verstaan onder :

1° associatie : een associatie in het hoger onderwijs, georganiseerd overeenkomstig de regelen, bepaald in Titel I, Hoofdstuk VI, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;

2° decreet : het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

HOOFDSTUK II. - Machtiging tot deelname

Art. 3.

[§ 1.]¹ De autonome organen waaraan met toepassing van artikel 24, § 2, van de Grondwet bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap als inrichtende macht voor hoger onderwijs zijn overgedragen, worden gemachtigd na overeenkomst associaties tot stand te brengen.

De associaties voldoen daartoe aan de structuur, beschreven in de artikelen 97 tot 99 van het decreet, zoals die golden op de dag van de inwerkingtreding van dit bijzonder decreet.

[§ 2. Indien in de bestuursorganen van de associatie stemgerechtigde studenten worden opgenomen :

1° wordt hun aanduiding vastgesteld met inachtname van artikel 11.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals de tekst ervan is vastgesteld bij het decreet van 19 maart 2004;

2° wordt bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening gehouden met de bepalingen van artikel 11.51, § 2, eerste lid, l°, juncto 11.93, § 2, van het in 1° bedoelde decreet, zoals de tekst ervan is vastgesteld bij het decreet van. 19 maart 2004.]¹

[§ 3. De hogescholen, voortgekomen uit de omvorming, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van sommige publiekrechtelijke hogescholen, treden ingevolge de omvorming in de plaats van de Vlaamse autonome hogescholen Erasmushogeschool Brussel, Hogeschool Gent, respectievelijk Hogeschool West-Vlaanderen bij de uitoefening van de rechten en plichten van de lopende associatieovereenkomsten.

De hogeschool, voortgekomen uit de omvorming, vermeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool, treedt ingevolge de omvorming in de plaats van de Vlaamse autonome hogeschool Hogere Zeevaartschool bij de uitoefening van de rechten en plichten van de lopende associatieovereenkomst.

De hogescholen, voortgekomen uit de fusie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen, treden ingevolge de omvorming in de plaats van de Vlaamse autonome hogeschool Artesis Hogeschool Antwerpen, de Plantijn Hogeschool van de provincie Antwerpen, de Vlaamse autonome hogeschool XIOS Hogeschool Limburg, respectievelijk de Provinciale Hogeschool Limburg bij de uitoefening van de rechten en plichten van de lopende associatieovereenkomsten.]²

[ ]¹ Bijz. decr. 19-3-2004; [ ]² Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 4.

[De autonome organen, bedoeld in artikel 3, dragen aan de associatie ten minste bevoegdheden over inzake de aangelegenheden, beschreven in artikel 101 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen zoals vervangen bij decreet van 13 juli 2012 betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 5.

De Vlaamse regering oefent toezicht uit op de associaties die tot stand of mede tot stand zijn gebracht door de autonome organen, bedoeld in artikel 3, overeenkomstig de regelen, vastgelegd in de artikelen 108 tot 110 van het decreet, zoals die golden op de dag van de inwerkingtreding van dit bijzonder decreet.

HOOFDSTUK III. - [Schools of Arts

Art. 6.

Hogescholen, vermeld in het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van sommige publiekrechtelijke hogescholen, respectievelijk het bijzonder decreet van 13 juli 2012 tot regeling van de bestuurlijke organisatie en werking van twee fusiehogescholen, die professioneel gerichte bacheloropleidingen of academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen organiseren in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst of in het studiegebied Muziek en podiumkunsten, bieden deze opleidingen aan in een School of Arts, onder de voorwaarden als bepaald in titel I, hoofdstuk I, afdeling 4bis, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals ingevoegd bij decreet van 13 juli 2012 betreffende de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteiten.]

Bijz. decr. 13-7-2012

HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen

Art. 7.

Aan artikel 13 van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : ...

Art. 8.

Aan artikel 61septies van het bijzonder decreet van 13 juli 1994 betreffende de Vlaamse Autonome Hogescholen wordt een 16° toegevoegd, dat luidt als volgt :

"16° beslist overeenkomstig de bepalingen van het bijzonder decreet van 4 april 2003 houdende de deelname van gemeenschapsinstellingen aan de associaties in het hoger onderwijs over de toetreding tot en de bevoegdheidsoverdracht aan een associatie. Die beslissingen worden, in afwijking van artikel 61novies , genomen bij bijzondere meerderheid van twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen."

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredingsbepaling

Art. 9.

Dit bijzonder decreet treedt in werking op de datum, bepaald voor de inwerkingtreding van Titel I, Hoofdstuk VI, van het decreet.

(voetnoot 1)

- (1): Inwerkingtreding : 1 januari 2003 (Decr. 4-4-2003; Art.139)