Verklaring van de schoollisting

  • referentie
    PERS/2003/16 (13AC)
  • publicatiedatum
    01/10/2003
  • datum laatste wijziging
    22/04/2014
  • contact

INLEIDING.

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) zendt aan de schoolsecretariaten maandelijks een lijst waarop voor de betreffende maand het detail van de salarisberekeningen van de personeelsleden van de school staat vermeld.

De schoollisting wordt toegestuurd ter informatie en ter controle. Deze controle maakt het bijvoorbeeld mogelijk personeelsleden die ten onrechte (niet) op de listing zouden voorkomen, te ontdekken en te signaleren. Bijgevolg is de listing onder meer een belangrijk instrument voor het schoolsecretariaat om de kwaliteit van zijn "input" te toetsen aan de "output".

Op de schoollisting komen rubrieken, afkortingen en codes voor die elk een specifieke betekenis hebben. De hierna volgende handleiding geeft de verklaring van deze aanduidingen. Tevens vindt u onder punt 4. een verklarende lijst van de gebruikte afkortingen. Voor bijkomende vragen kan u terecht bij uw werkstation.

ALGEMEEN.

Op de schoollisting worden de personeelsleden in een welbepaalde volgorde vermeld: eerst worden de mannelijke personeelsleden vermeld, volgens leeftijd, van de oudste tot de jongste en vervolgens worden op dezelfde wijze de vrouwelijke personeelsleden vermeld.

De rubriek "betreft" vermeldt :

de maand en het jaar waarop de betaling betrekking heeft;

het nummer van de betaling (intern gebruik);

de instellingskenmerken;

het nummer van het(de) bevoegde werkstation(s).

Boven deze rubriek kunnen korte mededelingen "ad hoc" voorkomen.

1. VERKLARING VAN DE RUBRIEKEN, AFKORTINGEN EN CODES.

1.1. STAMNUMMER

Het stamnummer is een nummer dat het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) bij wijze van immatriculatie aan ieder personeelslid toekent. Het nummer bestaat uit 11 posities. De eerste positie duidt het geslacht aan: 1 = mannelijk, 2 = vrouwelijk. De volgende 6 posities hebben betrekking op de geboortedatum, nl. het jaar, de maand en de dag. De volgende 2 posities vormen het volgnummer onder de personen die op dezelfde datum geboren zijn. De laatste 2 posities vormen het restgetal na deling van het volledige voorafgaande cijfer door 97 (controlegetal).

Voorbeeld :

Mannelijk/Vrouwelijk 

Geboortedatum 

Volgnummer 

Controlegetal 

57 03 04 

04 

14 

76 05 05 

01 

44 

1.2. NAAM EN VOORNAAM

Hieronder worden de namen en voornamen van de personeelsleden vermeld.

1.3. REKENINGNUMMER

Hieronder worden de rekeningnummers vermeld waarop de bedragen worden gestort (IBAN + BIC).

1.4. KC/RW (KAARTCODE /REGULARISATIE WEDDE)

De hierna vermelde codes worden gebruikt om aan te duiden op welke wijze de uit te betalen bedragen worden verrekend. Hierbij kan het gaan om een positieve verrekening (uitbetaling) of om een negatieve verrekening (terugvordering).

De aanduiding "b" in de tabellen hierna betekent een blanco ruimte op de lijsten.

Algemene principes :

- 0*-codes (b.v. code 05) bevatten bedragen die automatisch worden berekend op basis van de parameters die door de school elektronisch worden doorgestuurd of door het werkstation manueel worden ingegeven.

- 5*-codes (b.v. code 59) bevatten bedragen die automatisch of door het werkstation zijn berekend en die positief worden verrekend.

- 6*-codes (b.v. code 69) bevatten bedragen die automatisch of door het werkstation zijn berekend en die negatief worden verrekend.

KC 

RW 

 

 

05 

 

Code voor het “lopende” maandsalaris 

of 

code voor regularisatie: bevat het "recht op” 

 

Teruggave staking (1 dag) 

 

Teruggave staking (1/2 dag) 

 

Teruggave staking (1 uur) 

06 

Code voor regularisatie: bevat het vroeger ontvangen bedrag. 

 

Afhouding staking (1 dag) 

 

Afhouding staking (1/2 dag) 

 

Afhouding staking (1 uur) 

Bij een regularisatie wordt de code 05/b gebruikt om het bedrag aan te geven waarop het personeelslid recht heeft, en wordt de code 06/b gebruikt om het bedrag aan te geven dat eerder reeds (ten onrechte) werd ontvangen.

Het eindresultaat van de regularisatie kan zowel positief als negatief zijn.

50 en 60 

Toelage voor overwerk (manueel berekend) 

54 en 64 

Regularisatie van salaris 

Opzeggingsvergoeding 

 

Bedrijfsstages 

 

Regularisatie van eindejaarstoelage 

 

CBE-onderbrekingsuitkering 

 

CBE-aanmoedigingspremie 

 

Aanvullende uitgestelde bezoldiging 

 

Arbeidsongevallen - vergoedingen wegens tijdelijke werkonbekwaamheid 

 

Regularisatie van eindejaarstoelage (code voor intern gebruik) 

55 en 65 

Niet-belastbare vergoedingen (Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid of BBSZ, vanaf april 1994) 

Reis- en verblijfskosten 

Begrafenisvergoeding 

 

Compensatie/recuperatie-procedure voor automatische regularisaties (recuperatie via inhouding op het salaris) 

55  

Interne regularisatie. Procedure om negatieve bedragen die ontstaan als gevolg van herzieningen automatisch door het salarissysteem te laten behandelen (recuperatie door middel van een terugvorderingsbrief of manuele inhouding op het salaris)  

Bedragen kunnen op 3 verschillende manieren worden teruggevorderd nl. :

a) manueel door middel van een terugvorderingsbrief

Indien een herziening wordt uitgevoerd (KC 05 en KC 06) wordt voor het ten onrechte ontvangen bedrag automatisch een codelijn 55/8 aangemaakt en wordt een terugvorderingsbrief opgemaakt.

b) manuele recuperatie

Bedragen kunnen manueel van het lopende salaris ingehouden worden (= codelijn 65/7) indien het personeelslid nog bezoldigd wordt, of vanaf het moment dat het opnieuw bezoldigd wordt (dezelfde procedure als a).

c) automatische recuperatie

Na de herziening (KC 05 en KC 06) wordt voor het ten onrechte ontvangen bedrag automatisch een codelijn 55/7 aangemaakt waarna dit bedrag automatisch in schijf/schijven (codelijn 65/7) van het lopende salaris wordt gerecupereerd.

57 en 67 

Regularisatie van inhoudingen (bvb. FOP, bedrijfsvoorheffing, fiscaal voluntariaat) 

67 

Vermindering bedrijfsvoorheffing (bij werkbonus) 

57 en 67 

Regularisatie van bedrijfsvoorheffing inzake gezinslasten: vermindering wegens het fiscaal ten laste hebben van ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die 65 jaar zijn of ouder 

57 en 67 

Regularisatie van bedrijfsvoorheffing inzake gezinslasten: vermindering wegens het fiscaal ten laste hebben van ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die jonger zijn dan 65 jaar, of andere personen ten laste (geen kinderen!) 

57 

en 

67 

Regeling RSZ (vermindering RSZ na herstructurering) 

57 en 67 

Werkbonus 

Bij fiscaal voluntariaat wordt, op schriftelijk verzoek van het personeelslid, van het salaris meer bedrijfsvoorheffing afgehouden dan wettelijk voorzien. Op die manier moet bij de afrekening door de Algemene administratie van de Fiscaliteit minder worden bijbetaald.

De werkbonus heeft tot doel de werknemers met een laag inkomen een hoger netto-inkomen te garanderen, zonder daarbij evenwel het brutoloon te verhogen. Dit wordt verwezenlijkt door werknemers met een laag loon een vermindering te geven van hun persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid.

Tijdelijke en contractuele personeelsleden waarvan het referentiemaandloon lager is dan een bepaalde grens komen voor deze werkbonus in aanmerking.

Deze verrekening gebeurt maandelijks. Het detail vindt u onder de rubrieken JAAR, DAGMAAND en NETTO.

58 en 68 

Regularisatie RSZ 

 

Regeling RSZ met betrekking tot eindejaarstoelage 

 

Regularisatie van inhouding RSZ 

De codes 58 en 68 hebben betrekking op de inhouding van de RSZ. De codes 58/b en 68/b worden gebruikt om het bedrag van de RSZ-inhouding dat vermeld staat op de elektronische bijdragebon van de personeelsleden te corrigeren. De codes 58/2 en 68/2 worden gebruikt om de RSZ-inhouding op de eindejaarstoelage van de tijdelijken te verrichten of te corrigeren.

59 en 69 

Regeling vakantiegeld 

 

Vakantiegeld voor schoolverlaters (KB van 30-1-1979 art. 5/2) of code voor intern gebruik. 

Indien het personeelslid als schoolverlater jonger is dan 25 jaar op 31 december van het referentiejaar en binnen de 4 maanden na het beëindigen van zijn studie een onderwijsbetrekking opneemt, kan het het volgende jaar ook aanspraak maken op het vakantiegeld met betrekking tot de referentieperiode tussen 1 januari en de datum van indiensttreding.

1.5. JAAR

Het jaar waarvoor de betaling gebeurt.

1.6. DAGMAAND

Deze rubriek omvat de begin- en de einddatum (telkens dag, maand) van de periode waarop de betaling of de eventuele regularisatie betrekking heeft.

1.7. SOORT AMBT

Hier kunnen de volgende vermeldingen voorkomen:

- bijbetrekking

- overwerk

- speciaal hoofdambt

Prestaties kunnen kleiner zijn dan de eenheid (onvolledige betrekking), precies gelijk zijn aan de eenheid (voltijdse betrekking) of de eenheid overschrijden. Prestaties die de eenheid overschrijden, worden, naargelang de omstandigheid, uitbetaald als bijbetrekking, overwerk of speciaal hoofdambt.

1.8. OPDRACHT

Hier wordt de onderwijsopdracht vermeld. De opdrachtbreuk is als volgt samengesteld :XXX.X/XXXX

XXX.X = de teller van de opdrachtbreuk. Deze bestaat uit maximaal 3 cijfers voor de komma (= aangeduid als een punt), die het aantal volledige uren per week aangeven en 1 cijfer na de komma, dat het aantal uurgedeelten aangeeft. Dit uurgedeelte wordt steeds uitgedrukt in 8sten. Dit cijfer wordt steeds vermeld, desnoods als 0. Op de salarisbrief wordt dit cijfer bij herzieningen geplaatst onder het getal 8.

XXXX = de noemer van de uit te betalen opdrachtbreuk. Deze bestaat steeds uit 4 cijfers.

Voor opdrachten die niet in breuken kunnen worden uitgedrukt, wordt de code : 111.1/1111 gebruikt. In de rubriek BAR (zie punt 2.10 hierna) staat dan geen code vermeld.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de bezoldiging van gastprofessoren in het hoger onderwijs, of wanneer een vastbenoemd personeelslid voor de tijdelijke uitoefening van een ander ambt een salarissupplement wordt toegekend.

1.9. SC - I - F (SOCIALE CODE - INDEX - FUNCTIE)

Sociale code (SC) :

De sociale code heeft betrekking op de manier van uitbetaling en op de inhoudingen die verricht worden, of op het stelsel waartoe het personeelslid behoort. De uitbetaling kan gebeuren in 12den of in 300sten. Deze betalingswijze kan worden gekoppeld aan verschillende soorten inhoudingen of stelsels: VGZ (Verplichte Geneeskundige Zorgen), FOP (Fonds voor Overlevingspensioenen) en RSZ (Rijkssociale Zekerheid).

De inhouding VGZ maakt deel uit van de RSZ. In principe zijn tijdelijke personeelsleden onderworpen aan het volledige stelsel van de RSZ wat neerkomt op een inhouding van 13,07 %.

De vastbenoemde personeelsleden zijn, in tegenstelling tot tijdelijke, niet aan het volledige stelsel van de RSZ onderworpen. Vastbenoemden zijn in principe slechts onderworpen aan de VGZ-inhouding en aan de FOP-inhouding. Dit komt neer op een inhouding van 3,55 % + 7,5 % = 11,05 %.

 

SC 

 

BETALING IN 

 

INHOUDING/STELSEL 

 

00 

12den 

Geen inhoudingen 

03 

300sten 

Geen inhoudingen 

05 

12den 

Inhouding voor FOP 

06 

12den 

Inhouding voor FOP (werklieden) 

76 

12den 

Stelsel RSZ - werklieden (tijdelijk werkliedenpersoneel) 

81 

12den 

Stelsel RSZ - bedienden (tijdelijken) 

83 

300sten 

Stelsel RSZ - bedienden (tijdelijken) 

90 

12den 

Inhouding VGZ (vastbenoemden) 

95 

12den 

Inhouding VGZ en FOP (vastbenoemden) 

96 

12den 

Inhouding VGZ en FOP(vastbenoemde werklieden) 

Index (I):

 

HERKENNINGSCODE 

 

VERKLARING 

 

 

Een terbeschikkingstelling met wachtgeld, waarop wel indexverhogingen worden toegepast, maar waarvoor geen haard- of standplaatstoelage te betalen is en waarvoor ook de anciënniteit niet verder loopt. 

 

Niet-verworven salarisschaal voor bijzondere diploma's (GHOS, DHOS,...) 

Regeling vergoeding buitengewoon onderwijs 

Niet-verworven salarisschaal Brussel 

Toelage voor hogere functie (TAO) 

4 

Geen controle “boven de eenheid”, wanneer de som van de opdrachten groter is dan 1. 

De som van de decimale waarden van de opdrachtbreuken mag de eenheid niet overschrijden. Met de code 4 wordt die controle niet uitgevoerd. Het salarissysteem berekent de decimale waarden tot op 7 cijfers na de komma. 

Terbeschikkingstelling wegens ziekte met wachtgeld tussen 50 en 75 %. 

6 

Geen controle “boven de eenheid”, wanneer de som van de opdrachten groter is dan 1, wel beperking tot het hoogste barema. 

Het salarissysteem controleert wel of u niet méér ontvangt dan het hoogste salaris dat u zou genieten indien u in één van de hoo fdambten volledige prestaties zou leveren. 

Terbeschikkingstelling wegens ziekte met wachtgeld = 100 %. 

De bedragen worden niet geïndexeerd. 

Functie (F):

In deze rubriek wordt de statutaire toestand als volgt aangeduid:

 

TIJDELIJK 

TIJDELIJK 

STAGIAIR 

VASTBENOEMD 

 

NIET VACANTE BETREKKING 

VACANTE 

BETREKKING 

 

 

HOOFDAMBT 

BIJBETREKKING 

1.10. PTL - B (PERSONEN FISCAAL TEN LASTE - BURGERLIJKE STAAT)

Personen fiscaal ten laste (PTL) :

Voor deze rubriek worden codes gebruikt die meer betekenis hebben dan louter het aantal personen ten laste. Alle factoren die betrekking hebben op de gezinstoestand en die - in combinatie met de burgerlijke staat - invloed hebben op de berekening van de bedrijfsvoorheffing zijn erin verwerkt.

Voor deze rubriek zijn twee posities voorzien. De eerste positie betreft de informatie over de verkrijger en/of zijn echtgeno(o)t(e). Onder echtgeno(o)t(e) moet worden verstaan: de gehuwde partner of de wettelijk samenwonende partner.

De tweede positie vermeldt het aantal kinderen ten laste. Een kind dat gehandicapt is, wordt voor twee geteld.

Opgelet: de rubriek PTL in combinatie met KC/RW = 67/2 of 67/3 vermeldt enkel de volgende gezinslasten/personen ten laste:

- Ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die 65 jaar zijn of ouder, en die niet gehandicapt zijn (KC = 67/2, positie 1)

- Ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die 65 jaar zijn of ouder, en die gehandicapt zijn (KC = 67/2, positie 2)

- Ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die jonger zijn dan 65 jaar, en die niet gehandicapt zijn, of andere personen ten laste (geen kinderen!), die niet gehandicapt zijn (KC = 67/3, positie 1)

- Ascendenten en/of zijverwanten (tot de 2de graad) die jonger zijn dan 65 jaar, en die gehandicapt zijn, of andere personen ten laste (geen kinderen!), die gehandicapt zijn (KC = 67/3, positie 2)

De PTL-code A0 betekent dat er geen bedrijfsvoorheffing wordt afgehouden (dit is met name het geval bij bepaalde categoriën van grensoverschrijdend werken).

Onder punt 3. Overzicht, worden de gebruikte codes schematisch weergegeven.

Burgerlijke staat (B):

Deze rubriek deelt de burgerlijke staat mee :

Ongehuwd/alleenstaand met haardgeld 

Ongehuwd 

Gehuwd/wettelijk samenwonend 

Weduwe of weduwnaar 

Gescheiden 

Feitelijk gescheiden 

Gehuwd met haardgeld/wettelijk samenwonend met haardgeld 

1.11. KENMERK

Om diverse technische redenen krijgen bepaalde personeelsleden een specifiek kenmerk mee in de salarisberekening.

Voorbeeld:

24 onderzoeker (hoger onderwijs)

28 startbaan preventie anti-sociaal gedrag (Vlaamse Gemeenschap)

30 startbaan onderhoudswerkman (Vlaamse Gemeenschap)

1.12. INTEGRATIECODES HOGER ONDERWIJS

Deze codes worden vermeld in het veld “KENMERK”.

UNI = integratiekader

NTO = niet toewijsbaar pers. (integratie)

ART = School of Arts

1.13. BAR (BAREMA)

Met "barema" wordt de code van de salarisschaal bedoeld. De salarisschaalcode wordt in deze rubriek vermeld.

1.14. CP (CATEGORIE PERSONEEL)

Overzicht van de personeelscategorieën:

01 

Werklieden, o.a. TWP (tijdelijk werkliedenpersoneel) in het gemeenschapsonderwijs  

02 

Administratief personeel 

In het basisonderwijs ook administratief medewerker van de categorie beleids- en ondersteunend personeel 

In het secundair onderwijs ook ondersteunend personeel (administratief medewerker)  

03 

Onderwijzend personeel (in elektronisch dossier ook bestuurspersoneel) 

04 

Bestuurspersoneel (niet in elektronisch dossier) 

05 

Wetenschappelijk personeel 

06 

Opvoedend hulppersoneel 

In het basisonderwijs ook beleidsmedewerker van de categorie beleids- en ondersteunend personeel 

In het secundair onderwijs ook ondersteunend personeel (opvoeder) 

07 

Paramedisch personeel  

Medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel 

09 

CLB-personeel 

1.15. % (PERCENTAGE)

Hier zal gewoonlijk 100,0000 % vermeld worden, maar in bepaalde gevallen wordt alleen een percentage van het salaris uitbetaald. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer het personeelslid terbeschikking gesteld wordt wegens ziekte, of wanneer het een terbeschikkingstelling persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen geniet. In deze gevallen wordt een wachtgeld uitbetaald dat overeenkomt met een percentage van de activiteitswedde.

Voorbeelden:

100,0000: het salaris wordt volledig uitbetaald

90,0000: 90 % van het salaris wordt uitbetaald

75,0000: 75 % van het salaris wordt uitbetaald

63,5744: 63,5744 % van het salaris wordt uitbetaald

57,0003: 57,0003 % van het salaris wordt uitbetaald

Voor TWP (tijdelijk werkliedenpersoneel) geeft de rubriek "percentage" in geval van afwezigheid wegens ziekte de duur van die afwezigheid aan. Deze duur is bepalend voor het deel van het salaris dat door de werkgever wordt uitbetaald.

 

 

 

VERKLARING 

0,0000 

Ten laste van de mutualiteit (= meer dan dertig dagen afwezigheid). In dit geval wordt het bericht "ten laste van de mutualiteit" afgedrukt. 

85,8800 

Tweede week van de afwezigheid. 

25,8800 

Van de derde week tot de dertigste dag afwezigheid. 

1.16. ANC (ANCIENNITEIT)

In deze rubriek wordt de geldelijke anciënniteit die het personeelslid verworven heeft, in jaren en in maanden uitgedrukt.

1.17. JAARWEDDE

Het jaarsalaris wordt aan 100 % vermeld, dit betekent dat het niet geïndexeerd is.

1.18. BRUTO

In deze rubriek wordt het bruto-maandsalaris vermeld.

In regel wordt dit bekomen door het jaarsalaris te indexeren en te delen door 12.

1.19. H/S (HAARD- OF STANDPLAATSTOELAGE)

Indien een haard- of standplaatstoelage wordt toegekend, wordt dit bedrag in een tweede rij, onder het bruto-maandsalaris vermeld.

1.20. FOP (FONDS VOOR OVERLEVINGSPENSIOENEN) 

Hier wordt de ingehouden bijdrage voor het Fonds voor Overlevingspensioenen vermeld (zie in dit verband ook punt 2.8 "Sociale code" hiervoor).

1.21. RSZ (RIJKS SOCIALE ZEKERHEID)

In een tweede rij, onder de eventueel ingehouden FOP-bijdrage, worden de bijdragen vermeld die in het kader van de RSZ dienen te worden ingehouden (zie eveneens punt 2.8 "Sociale code" hiervoor).

1.22. BEDVO (BEDRIJFSVOORHEFFING)

In deze rubriek wordt het bedrag van de aan de bron ingehouden bedrijfsvoorheffing vermeld.

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend op het brutobelastbare salaris (het brutosalaris, eventueel aangevuld met de haard- of standplaatstoelage, verminderd met de sociale inhoudingen).

De bedrijfsvoorheffing wordt bovendien op het globale brutobelastbare salaris berekend en vervolgens proportioneel over de deelopdrachten, die zich ook in andere instellingen kunnen situeren, gespreid.

Opgelet: In combinatie met KC/RW = 67/2 of 67/3 vertegenwoordigt het bedrag in de kolom BEDVO de toegepaste vermindering op de bedrijfsvoorheffing.

1.23. NETTO

Indien voor éénzelfde personeelslid verscheidene coderegels voorkomen, wordt het totaal te betalen netto-bedrag onmiddellijk onder de laatste detailregel afgedrukt. Deze regel wordt voorafgegaan door een '*'.

2. BIJLAGE : OVERZICHT

Zoals vermeld onder punt 2.9 wordt de inhouding van de bedrijfsvoorheffing bepaald door de combinatie van de parameters B (burgerlijke staat) en PTL (personen fiscaal ten laste).

Hieronder vindt u een overzicht van de diverse combinaties, rekening houdend met de vigerende onderrichtingen van de Federale Overheidsdienst Financiën.

 

OMSCHRIJVING VAN DE GEZINSSITUATIE(*) 

GEZIN MET TWEE INKOMENS 

 

 

CODES (**) 

PTL 

 

 

CODES (***) 

Echtgeno(o)t(e) van de verkrijger heeft beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten, kleiner dan of gelijk aan 214,00 EUR per maand 

(bedrag op 1 januari 2014) 

 

1x 

 

2,9 

Echtgeno(o)t(e) van de verkrijger heeft beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten, kleiner dan of gelijk aan 428,00 EUR per maand (bedrag op 1 januari 2014) 

 

3x 

 

2, 9 

Verkrijger is gehandicapt 

6x 

2, 9 

Verkrijger is gehandicapt en de echtgeno(o)t(e) heeft beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten, kleiner dan of gelijk aan 186,00 EUR per maand 

 

5x 

 

2, 9 

Verkrijger is gehandicapt en de echtgeno(o)t(e) heeft beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermee gelijkgestelde inkomsten, kleiner dan of gelijk aan 428,00 EUR per maand (bedrag op 1 januari 2014) 

 

9x 

 

2,9 

 

OMSCHRIJVING VAN DE GEZINSSITUATIE5(*) 

ALLEENSTAANDE(****) 

 

CODES (**) 

PTL 

 

 

CODES (***) 

Verkrijger is een niet hertrouwde weduwnaar of weduwe/ongehuwde ouder met kind(eren) ten laste  

2x 

0,1,3 

Verkrijger is gehandicapt 

6x 

0,1,3,4,5 

Verkrijger is gehandicapt en niet hertrouwde weduwnaar of weduwe/ongehuwde ouder met kind(eren) ten laste 

7x 

0,1,3 

 

OMSCHRIJVING VAN DE GEZINSSITUATIE5(*) 

GEZIN MET 1 INKOMEN 

 

CODES (**) 

PTL 

 

 

CODES (***) 

Verkrijger is gehandicapt 

7x 

2,9 

Echteno(o)t(e) is gehandicapt 

4x 

2,9 

Verkrijger is gehandicapt en echtgeno(o)t(e) is gehandicapt 

8x 

2,9 

 

ANDERE  

 

CODES  

(**) 

PTL 

 

Geen inhouding bedrijfsvoorheffing 

A0 

Bedrijfsvoorheffing voor niet-inwoner 

Bx 

(*) Volgens de vigerende reglementering van de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt een gezin gevormd door twee gehuwde/wettelijk samenwonende personen

(**) x = aantal kinderen ten laste. Het gehandicapte kind telt voor twee.

(***) Voor de betekenis van de codes B (burgerlijke staat): zie punt 2.9.

(****) Onder “alleenstaand” moet worden verstaan:

- ongehuwd/niet wettelijk samenwonend

- wettelijk of feitelijk gescheiden

- ongehuwde ouder met kind ten laste

- niet-hertrouwde weduwe/weduwnaar

3. VERKLARING VAN DE AFKORTINGEN

ANC : geldelijke anciënniteit

B : burgerlijke staat

BAR : barema (salarisschaalcode)

Bijz. bijdr. soc. zek. : bijzondere bijdrage sociale zekerheid

BEDVO : bedrijfsvoorheffing

CLB : centra voor leerlingenbegeleiding

CP : categorie personeel

DHOS : diploma van hogere opvoedkundige studies

F : functie

FOP : fonds voor overlevingspensioenen

GHOS : getuigschrift van hogere opvoedkundige studies

H/S : haard- of standplaatstoelage

I : index

JAARWED : jaarwedde

KC : kaartcode

NBV : niet-belastbare vergoeding

P : percentage

PTL : personen fiscaal ten laste

RSZ : Rijks Sociale Zekerheid

RW : regularisatie wedde

SC : sociale code

TAO : tijdelijk andere opdracht

TWP : tijdelijk werkliedenpersoneel

VGZ : verplichte geneeskundige zorgen