Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vorming van het personeel van de centra voor leerlingenbegeleiding

  • goedkeuringsdatum
    19/09/2003
  • publicatiedatum
    B.S. 30/10/2003 (pagina 53149)
  • bron

    Numac : 2003201542
  • datum laatste wijziging
    09/08/2018

HOOFDSTUK I TOEPASSINGSGEBIED

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en het technisch personeel, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, die tewerkgesteld zijn in een centrum voor leerlingenbegeleiding dat gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse overheid en die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° vastbenoemd zijn;
2° tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur;
3° tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur voor een periode van minstens 104 dagen.

HOOFDSTUK II VORMINGSPLAN

ART. 2.

Elk centrum stelt voor het komende schooljaar een vormingsplan op als vermeld in artikel 62, 4°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. Dat jaarlijkse vormingsplan is voorwerp van onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité.

ART. 3.

Het vormingsplan bevat volgende onderdelen:

1° de wijze waarop vorming afgestemd wordt op de werking van het centrum;

2° de finaliteit en de specificatie van de vorming voor alle personeelsleden, individueel of per groep;

3° de eventuele bijkomende vormingsactiviteiten per personeelslid.

ART. 4.

Het vormingsplan is een onderdeel van de doorlichting van het centrum, bedoeld in het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs. Bij de doorlichting wordt het vormingsplan ter beschikking gesteld van de visitatiecommissie.

HOOFDSTUK III ORGANISATIE VAN DE VORMING

ART. 5.

Alle voltijds tewerkgestelde personeelsleden hebben recht op tien werkdagen vorming per schooljaar, voor- zover ze effectief tewerkgesteld zijn. Voor personeelsleden die geen volledig schooljaar zijn tewerkgesteld, wordt het aantal vormingsdagen pro rata berekend, voorzover ze effectief tewerkgesteld zijn. Voor personeelsleden die deeltijds zijn tewerkgesteld, wordt het aantal vormingsdagen eveneens pro rata berekend, voorzover ze effectief tewerkgesteld zijn.

Niet opgebruikte vormingsdagen kunnen enkel naar het volgende schooljaar worden overgedragen. Er kunnen maximaal 3 dagen worden overgedragen. Voor personeelsleden die deeltijds of geen volledig schooljaar zijn tewerkgesteld, wordt het aantal maximaal over te dragen dagen pro rata berekend, voor zover ze effectief tewerkgesteld zijn.

ART. 6.

...

HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

ART. 7.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2003.

ART. 8.

De Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.