Decreet houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen (uittreksel)

  • goedkeuringsdatum
    04 APRIL 2003
  • publicatiedatum
    B.S.14/07/2003
  • datum laatste wijziging
    01/09/2015

COORDINATIE

Decr. 7-5-2004 - B.S. 15-10-2004

Decr. 19-6-2015 - B.S. 21-8-2015

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Decreet houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

...

HOOFDSTUK IV. - Het Universitaire Ziekenhuis

Art. 9.

[§ 1. Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) is een instelling zonder winstoogmerk, die krachtens dit decreet rechtspersoonlijkheid verwerft, zodra de beslissing tot afsplitsing van het UZA door de Universiteit Antwerpen (UA) is genomen.

§ 2. Het doel van het UZA is, in een pluralistisch perspectief, het verlenen van patiëntenzorg met een universitaire dimensie, de ontwikkeling van nieuwe technologieën, de evaluatie van medische activiteiten, klinisch onderzoek en opleiding ten behoeve van de Universiteit Antwerpen. Onder dit doel vallen in elk geval de uitbating van het universitair ziekenhuis en gezondheidsvoorzieningen, medisch-sociale inrichtingen of welzijnsvoorzieningen. Onder dit doel vallen eveneens het stellen van alle rechtshandelingen inzake alle roerende en onroerende goederen van het UZA en alle rechtshandelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks voor de realisatie van dit doel noodzakelijk zijn.

§ 3. De organen van het UZA zijn de algemene vergadering en de raad van bestuur. De volheid van bevoegdheid berust bij de algemene vergadering.

De regeringscommissaris bij de Universiteit Antwerpen en de bevoegde inspecteur van financiën hebben van ambtswege zitting in de organen, bedoeld in dit decreet.

De in het tweede lid bedoelde regeringscommissaris oefent het toezicht uit, beschreven in [[vermeld in artikel IV.102, IV.103 en IV.104 van de Codex Hoger Onderwijs]], mutatis mutandis.

De in het tweede lid bedoelde inspecteur van financiën oefent de functies uit, [[vermeld in artikel IV.105 van de Codex Hoger Onderwijs]], mutatis mutandis.

§ 4. De samenstelling van de algemene vergadering van het UZA, het quorum en de meerderheden voor beslissingen binnen de algemene vergadering worden vooraf vastgelegd door de raad van bestuur van de UA. De leden van de algemene vergadering van het UZA worden aangesteld door de raad van bestuur van de UA. Minstens twee derde van deze leden vertegenwoordigen de Universiteit Antwerpen. De voorzitter van de algemene vergadering van het UZA is de rector van de UA. Hij/zij kan zich als voorzitter laten vervangen door een ander door de Algemene Vergadering aan te wijzen lid.

De Algemene Vergadering heeft de volgende bevoegdheden :

1° het vastleggen en wijzigen van de statuten;

2° het vastleggen van de opdrachtverklaring van het UZA en van de beheersovereenkomst tussen UA en UZA, inclusief het algemene kader voor samenwerking met andere instellingen;

3° het goedkeuren van de begroting en de rekeningen van het UZA;

4° het vastleggen van de bevoegdheden van de Raad van Bestuur, met inbegrip van het recht specifieke aangelegenheden binnen de bevoegdheidssfeer van de Raad van Bestuur naar zich toe te trekken, evenals het verlenen van de kwijting aan de bestuurders;

5° het vastleggen van de samenstelling van de Raad van Bestuur van het UZA;

6° de ontbinding van de rechtspersoon en het vastleggen van de bestemming van de goederen na ontbinding; een dergelijke beslissing kan slechts genomen worden met een drievierde meerderheid.

§ 5. De statuten bevatten minimaal de volgende bepalingen :

1° de zetel van de instelling;

2° de nadere regels met betrekking tot de samenstelling van de Algemene Vergadering en de duur van de mandaten van de leden van de Algemene Vergadering;

3° de nadere regels met betrekking tot de bevoegdheden van de Algemene Vergadering en van de Raad van Bestuur;

4° de wijze van bijeenroeping van de Algemene Vergadering;

5° de samenstelling van de Raad van Bestuur en de wijze van benoeming en afzetting van de niet-ambtshalve bestuurders;

6° de besluitvormingsprocedure inzake de wijziging van de statuten, met inbegrip van quorumvereisten en meerderheden;

7° de nadere regels met betrekking tot de werking en de bevoegdheden van de Raad van Bestuur van het UZA;

8° de besluitvormingsprocedure inzake het sluiten van samenwerkingsakkoorden met andere instellingen.

§ 6. De Algemene Vergadering van het UZA stelt de gedelegeerd bestuurder aan. Hij kan de gedelegeerd bestuurder ad nutum ontslaan. De gedelegeerd bestuurder is belast met de dagelijkse leiding van het UZA.

§ 7. De personeelsleden die op de datum van de inwerkingtreding van de beslissing tot afsplitsing, bedoeld in § 1, in dienst zijn van de Universiteit Antwerpen, afdeling Universitair Ziekenhuis, treden wat hun aanstelling bij het ziekenhuis betreft, op die datum in dienst van het UZA. Ze behouden daarbij alle rechten en verplichtingen en het arbeidsrechtelijk en sociaalrechtelijk statuut dat daarbij op hen van toepassing was, conform de Europese Richtlijn 2001/23/EEG van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan.

§ 8. Alle roerende en onroerende goederen, activa en passiva, rechten en verplichtingen, met inbegrip van alle rechten en verplichtingen van het vermogen, die voorkomen op de door de toezichthoudende overheid goedgekeurde jaarrekening van 31 december 2003 van de UA, afdeling UZA, worden op de datum van de inwerkingtreding van de afsplitsing van rechtswege en om niet en zonder kosten van welke aard, overgedragen aan het UZA. De overdracht van de goederen geschiedt in de staat waarin zij zich bevinden. Het UZA treedt in de rechten en verplichtingen die krachtens de activiteiten van de voornoemde instellingen op het vlak van het universitair ziekenhuis zijn ontstaan en is hiervoor de algemene rechtsopvolger van voornoemde rechtspersonen.

§ 9. Het UZA geniet de vrijstelling opgenomen in artikel 55 van het Wetboek der Successierechten.

§ 10. Het UZA kan, na machtiging van de Vlaamse Regering, overgaan tot onteigening van onroerende goederen die vereist zijn voor het in § 2 vermelde doel.

De onteigeningen gebeuren overeenkomstig de procedure omschreven in de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.

§ 11. Na advies van de Faculteit geneeskunde van de Universiteit Antwerpen, sluiten de Universiteit Antwerpen en de nieuwe rechtspersoon UZA een beheersovereenkomst die verdere uitvoering geeft aan de universitaire verankering van het UZA. De beheersovereenkomst regelt de onderlinge verhoudingen en procedures, de doelstellingen en resultaatsgebieden.]

Decr. 7-5-2004; [[ ]] Decr. 19-6-2015

HOOFDSTUK V. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

Art. 10.

De UA is de algemene rechtsopvolger van het RUCA, de UFSIA en de UIA.

Art. 11.

De beheerders die bij de inwerkingtreding van dit decreet in functie waren bij het RUCA en bij de UIA, respectievelijk op grond van de bepalingen van afdeling 6 van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen, zoals gewijzigd, en van afdeling 3 van de wet van 7 april 1971 houdende oprichting en de werking van de Universitaire Instelling Antwerpen, zoals gewijzigd, treden bij wijze van overgangsmaatregel bij de inwerkingtreding van dit decreet in dienst van de UA als beheerder of als algemeen beheerder. De nadere regelingen worden geregeld door de Raad van Bestuur.

...

Art. 15.

Bij de inwerkingtreding van dit decreet worden, in afwijking van artikel 7 van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen, de leden van de Raad van Bestuur, bedoeld in artikel 7, § 1, 5°, 6°, 7° en 8°, van hetzelfde decreet aangewezen als volgt : per constituerende instelling en per geleding wordt telkens één lid vooraf aangewezen door respectievelijk het RUCA, de UFSIA en de UIA, op voordracht van de betrokken geleding. Wanneer een mandaat voortijdig beëindigd wordt, wordt de regeling van artikel 7 van kracht.

Art. 16.

Dit decreet treedt in werking op 1 oktober 2003. Totdat de bestuursorganen zijn samengesteld volgens de bepalingen van dit decreet, worden de organen, opgenomen in het decreet van 22 december 1995, belast met de overeenstemmende bevoegdheden.

Vanaf het ogenblik van de installatie van de bestuursorganen en uiterlijk tot 30 september 2004, oefent de Rector-Voorzitter het mandaat van rector van de UA uit.