Extramuros activiteiten in het secundair onderwijs

  • referentie
    SO/2004/06
  • publicatiedatum
    05/05/2004
  • datum laatste wijziging
    09/04/2015
  • opheffing
    omzendbrief van 22 juni 1989
  • opheffing
    omzendbrief van 3 augustus 1990
  • opheffing
    omzendbrief van 23 mei 2001
  • contactpersoon
    Chris Dockx, 02/553.96.01
  • contactpersoon
    Marc Van de Meirssche, 02/553.87.03

1. Inleiding.

Met extramuros activiteiten worden alle onderwijsactiviteiten bedoeld die plaats vinden buiten een vestigingsplaats van de school waar de leerling is ingeschreven. Voor leerlingenstages gelden afzonderlijke richtlijnen (SO/2015/01 en SO/2016/01 (BuSO)) en is onderhavige omzendbrief niet van toepassing.

Extramuros activiteiten kunnen evenwel in twee categorieën worden onderverdeeld. Enerzijds kan het gaan om lessen in een andere school of vormingsinstelling, observatieactiviteiten en bedrijfsbezoeken. Anderzijds zijn extramuros activiteiten ook alle binnen- of buitenlandse schooluitstappen of daaraan verwante activiteiten.

Gemeenschappelijk is dat alle extramuros activiteiten door de schoolpolis moeten zijn gedekt.

Onder het begrip "school" moet voor het DBSO het "centrum" worden verstaan.

2. Binnen- of buitenlandse schooluitstappen of daaraan verwante activiteiten.

Voor deze activiteiten gelden onderstaande richtlijnen.

2.1. Criteria: de activiteit:

a) biedt een onderwijzende en opvoedende meerwaarde en mag niet exclusief toeristisch of recreatief van aard zijn. Er moet een directe of indirecte band bestaan met het opvoedingsproject in het algemeen of het lesprogramma in het bijzonder, zodat de afwerking van de goedgekeurde leerplannen op geen enkele wijze in het gedrang wordt gebracht;

b) moet aangepast zijn aan het profiel van de betrokken leerlingen;

c) wordt georganiseerd voor tenminste één klas- of leerlingengroep (een uitbreiding naar alle leerlingen van één of meer structuuronderdelen, graden, onderwijsvormen of zelfs de volledige leerlingenbevolking is derhalve mogelijk). Uitzondering: deelname aan een (buitenlandse) gestructureerde individuele leerlingenmobiliteit (Comenius-programma);

d) is qua duurtijd niet aan een minimum of maximum onderworpen. Het is niet uitgesloten dat de activiteit occasioneel één of meer dagen van een weekend of van een vakantie- of verlofperiode bestrijkt. In het kader van de vigerende regelgeving op de organisatie van het schooljaar, is het evident dat extramuros activiteiten vaak een afwijking op de gebruikelijke lesspreiding inhouden.

2.2. Deelname.

Uitgangspunt is dat alle leerlingen van de doelgroep aan de extramuros activiteit deelnemen. Het schoolreglement zal informatie over het schoolbeleid inzake extramuros activiteiten bevatten. Eventuele kosten voor deze activiteiten die aan ouders/meerderjarige leerlingen worden doorgerekend, zullen voorkomen op de bijdragenlijst die vóór het begin van het schooljaar wordt opgesteld. De school zal ook naar best vermogen initiatieven nemen die financiële belemmeringen vermijden, bv. via het opzetten van een systeem van schoolsparen.

Uitsluitend in volgende gevallen is het toegelaten dat leerlingen niet participeren :

a) indien het een meerdaagse extramuros activiteit betreft, én voor zover het schoolreglement de deelname niet verplicht heeft gesteld, én mits de ouders/meerderjarige leerling de school vooraf en op gemotiveerde wijze in kennis stellen van de niet-deelname;

b) indien het een buitenlandse extramuros activiteit betreft en de leerling niet over de nodige reisdocumenten kan beschikken.

De niet-deelnemende leerlingen zullen op een pedagogisch verantwoorde manier binnen de school worden opgevangen (vrijstelling van schoolbezoek is niet toegelaten), wat betekent dat voor hen activiteiten worden opgezet die aansluiten bij de aanpak van de extramuros activiteit.

Het participatiedecreet van 2 april 2004 bepaalt dat voor wat betreft het gesubsidieerd onderwijs met ingang van 1 april 2005 de schoolbesturen verplicht overleg moet plegen met de schoolraad in een gezamenlijke vergadering over de "jaarplanning" van extramuros activiteiten. Indien bedoeld overleg niet tot een akkoord leidt, dan neemt het schoolbestuur de eindbeslissing. Het decreet stelt ook dat de schoolraad ten behoeve van al het personeel, leerlingen en ouders een communicatie- en informatieplicht heeft over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent.

Het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs bepaalt dat in dit onderwijsnet de schoolraad adviesbevoegdheid heeft ten aanzien van de schooldirectie inzake de organisatie van extramuros activiteiten.

2.3. Begeleiding.

Het schoolbestuur zal er over waken dat de leerlingen worden begeleid door een voldoend aantal personeelsleden. Voor de toepassing hiervan zullen factoren zoals de leeftijd van de leerlingen, de omgeving en de aard van de activiteit, ... in beschouwing worden genomen.

Personen die geen personeelslid zijn van de school kunnen aan de begeleiders worden toegevoegd. De school zal voor deze externen de nodige maatregelen treffen op het vlak van verzekeringen.

Personeelsleden tewerkgesteld in verschillende scholen die in één daarvan aan een extramuros activiteit deelnemen, moeten hun (les)opdracht in de andere scho(o)l(en) ononderbroken verder uitoefenen op basis van een onderling overeengekomen regeling.

2.4. Extramuros activiteiten in het buitenland.

Voor deze activiteiten is het noodzakelijk dat de deelnemende leerlingen over de nodige reisdocumenten beschikken. Voor alle info dienaangaande wordt verwezen naar de federale overheidsdienst buitenlandse zaken via www.diplomatie.belgium.be of "dienst paspoorten", tel. 02/501.81.11.

De situatie kan zich voordoen dat leerlingen met een nationaliteit van buiten de Europese Unie niet beschikken over een individueel identiteits- of reisdocument. Indien de school een extramuros activiteit organiseert in een ander land van de Europese Unie (of Ijsland, Noorwegen, Zwitserland), dan bestaat de mogelijkheid dat eerstbedoelde leerlingen vrijgesteld worden van de verplichting van een individueel identiteits- of reisdocument. In concreto wordt dan verwezen naar de regeling rond de EU-reizigerslijst voor schoolreizen voor niet-EU scholieren (ongeacht hun leeftijd). Deze regeling is van toepassing op het volledig basis- en secundair onderwijs (alle onderwijsvormen). Voor alle info dienaangaande wordt verwezen naar de federale overheidsdienst binnenlandse zaken, dienst vreemdelingenzaken via www.dofi.fgov.be, tel. 02/793.80.00.

Het valt niet uit te sluiten dat zich bij extramuros activiteiten in het buitenland ernstige incidenten (ongeval, ziekte …) voordoen waarbij snelle en deskundige Nederlandstalige ondersteuning vanuit de Belgische autoriteiten nodig is. Elke school die een buitenlandse activiteit organiseert, wordt daarom ui tdrukkelijk verzocht volgende informatie vooraf aan elke individuele begeleider te bezorgen:

1. de contactgegevens van de diplomatieke posten (ambassade, consulaten en ereconsulaten van België), gevestigd in het bezochte land, staan op www.diplomatie.belgium.be

2. het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Dienst "Bijstand aan Belgen", is dag en nacht bereikbaar via het (internationaal) oproepnummer 0032/2/501.81.11 of via het e-mail adres: c1mail@diplobel.fed.be

3. Lessen in een andere school of vormingsinstelling, observatieactiviteiten en bedrijfsbezoeken.

Voor deze activiteiten gelden onderstaande richtlijnen.

3.1. Criteria: de activiteit:

a) omvat lessen verstrekt door een leraar van de school van inschrijving van de leerling of door een leraar van een andere school of vormingsinstelling (VDAB, Syntra ...) op een lokatie van die andere school of vormingsinstelling (het begrip "school" slaat hier NIET op een reguliere onderwijsinstelling); of

b) omvat werkplekleren (uitgezonderd stages) in bedrijven en ondernemingen waarbij leerlingen louter observeren en als dusdanig de hoedanigheid aannemen van "bezoeker" (dit impliceert dat stages nooit observatiestages of kijkstages kunnen zijn!).

3.2. Deelname.

Uitgangspunt is dat alle leerlingen aan de extramuros activiteit deelnemen.

3.3. Begeleiding.

Het schoolbestuur zal er over waken dat, indien hij het nodig acht, de leerlingen worden begeleid vanuit de school van inschrijving van de leerling.