OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende de vaststelling van de procedure voor de vrijstellingen van het inschrijvingsgeld in het volwassenenonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    05 MAART 2004
  • publicatiedatum
    B.S.24/05/2004
  • datum laatste wijziging
    31/08/2007

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 15-6-2007 - B.S. 31-8-2007

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, inzonderheid op artikel 50, § 4;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 1999 houdende de vaststelling van de procedure voor het verlenen van de vrijstellingen van het inschrijvingsgeld;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, gegeven op 10 september 2003;

Gelet op het advies nr. 36.319/1 van de Raad van State, gegeven op 8 januari 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

§ 1. Aan de cursisten bedoeld in artikel 50, § 2, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°, en § 3, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, wordt vrijstelling van inschrijvingsgeld verleend na overlegging van een attest uitgereikt door :

1° het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn, voor de cursisten die aanspraak kunnen maken op een leefloon;

2° de bevoegde dienst, voor de cursisten die, in toepassing van de reglementeringen inzake arbeidsvoorziening en werkloosheid, ingeschreven zijn als uitkeringsgerechtigde werklozen of als niet-werkende verplicht ingeschreven werkzoekenden;

3° de bevoegde dienst, voor de cursisten die ouder dan 25 jaar zijn en in toepassing van de reglementeringen inzake arbeidsvoorziening en werkloosheid, vrij ingeschreven zijn als niet-werkende werkzoekenden;

4° de Dienst Vreemdelingenzaken van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, voor de cursisten die een procedure tot erkenning als politiek vluchteling lopende hebben, voor definitief erkende vluchtelingen volstaat een uittreksel uit het bevolkingsregister;

5° de directeur van de strafinrichting, voor cursisten die als gedetineerden verblijven in één van de Belgische strafinrichtingen;

6° de coördinator van het centrum voor basiseducatie, voor de cursisten die een vooropleiding in de basiseducatie gevolgd hebben.

§ 2. De in § 1 opgesomde administraties of personen vermelden in het attest of de cursist op het ogenblik van zijn inschrijving voor een afdeling, opleiding of optie aan de voorwaarden van de beschreven categorie voldoet om vrijstelling van het inschrijvingsgeld te genieten. De attesten mogen, om aanvaard te worden op het ogenblik van de inschrijving, niet ouder zijn dan 1 maand en moeten binnen de veertien dagen na de inschrijving aan het centrum overhandigd worden.

§ 3. De minister bevoegd voor het Onderwijs kan andere attesten, die aantonen dat de cursist op het ogenblik van zijn inschrijving voor een afdeling, opleiding of optie aan de voorwaarden van één van de in artikel 50, § 2 en 3, beschreven categorieën voldoet om vrijstelling van het inschrijvingsgeld te genieten, aanvaarden.

§ 4. Cursisten die nog leerplichtig zijn op het ogenblik van hun inschrijving moeten geen attest voorleggen. De vrijstelling wordt verleend op basis van hun leeftijd, die zij op basis van een officieel document moeten aantonen.

Art. 2.

Cursisten die ten laste komen van één van de categorieën van cursisten vermeld in artikel 50, § 2, 1° tot 6°, van hetzelfde decreet, kunnen slechts vrijgesteld worden als volgende attesten voorgelegd worden :

1° een attest waaruit blijkt dat de persoon, van wie zij ten laste komen, behoort tot één van de categorieën opgesomd in artikel 50, § 2, 1° tot 6°, van hetzelfde decreet;

2° een gezamenlijke verklaring op eer ondertekend door zowel de cursist als door de persoon van wie hij/zij ten laste is.

Art. 3.

De centra voor volwassenenonderwijs bewaren de in artikel 1 en 2 opgesomde attesten en verklaringen op een overzichtelijke wijze, zodat de daartoe gemachtigde ambtenaren de rechtmatigheid van de verleende vrijstellingen kunnen vaststellen.

Art. 4.

§ 1. Met het oog op de betaling van het inschrijvingsgeld van de vrijgestelde cursisten door het departement Onderwijs deelt het centrum voor volwassenenonderwijs na elk registratiemoment, zoals bepaald conform artikel 28 van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs, de gevraagde cursistenkenmerken aan het departement mede.

§ 2. Alvorens tot uitbetaling van de inschrijvingsgelden over te gaan deelt het departement schriftelijk aan elk centrum voor volwassenenonderwijs het door haar gekende rekeningnummer en vastgestelde bedrag mede. Elk centrum moet binnen de veertien dagen na ontvangst van de brief van het departement schriftelijk haar akkoord, omtrent het rekeningnummer en het vastgestelde bedrag, meedelen aan het departement.

Art. 5.

Het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 1999 houdende de vaststelling van de procedure voor het verlenen van de vrijstellingen van het inschrijvingsgeld wordt opgeheven.

Art. 6.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2002.

Art. 7.

De Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.