Besluit van de Vlaamse Regering houdende de bekrachtiging van de reglementen van de instellingen voor hoger onderwijs met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden tot een bachelorsopleiding

  • goedkeuringsdatum
    14 JULI 2004
  • publicatiedatum
    B.S.09/09/2004
  • datum laatste wijziging
    27/09/2004

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid op artikel 65, § 2, derde lid;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 april 2004;

Gelet op het advies nr. 37.312/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De bij dit besluit gevoegde reglementen in verband met de afwijkende of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding van de hierna genoemde universiteiten en hogescholen worden bekrachtigd.

De universiteiten :

1° Katholieke Universiteit Brussel;

2° Katholieke Universiteit Leuven;

3° Limburgs Universitair Centrum;

4° Transnationale Universiteit Limburg;

5° Universiteit Antwerpen;

6° Universiteit Gent;

7° Vrije Universiteit Brussel.

De hogescholen :

1° Arteveldehogeschool

2° EHSAL, Europese Hogeschool Brussel;

3° Erasmushogeschool Brussel;

4° Groep T-Hogeschool Leuven;

5° Hogere Zeevaartschool;

6° Hogeschool Antwerpen;

7° Hogeschool Gent;

8° Hogeschool Limburg;

9° Hogeschool Sint-Lukas Brussel;

10° Hogeschool West-Vlaanderen;

11° Hogeschool voor Wetenschap en Kunst;

12° Karel de Grote-Hogeschool;

13° Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende;

14° Katholieke Hogeschool Kempen;

15° Katholieke Hogeschool Leuven;

16° Katholieke Hogeschool Limburg;

17° Katholieke Hogeschool Mechelen;

18° Katholieke Hogeschool Sint-Lieven;

19° Katholieke Hogeschool Zuid-West Vlaanderen;

20° Lessius Hogeschool;

21° Plantijn-Hogeschool;

22° Provinciale Hogeschool Limburg.

Art. 2.

Dit besluit treedt in werking met ingang van het academiejaar 2004-2005.

Art. 3.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

Via de inhoudstafel/Bijlage (rechterbovenhoek van uw scherm) kan u de gewenste hogeschool of universiteit aanklikken.

Katholieke Universiteit Brussel

Voorstel reglement voor toelating tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Tot het eerste jaar van een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a), b), c) wordt erkend.

Bij ontstentenis van dergelijke erkenning kan het universiteitsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische bacheloropleiding van de eerste cyclus.

Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden toegelaten enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding indien zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij reeds examens met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands niveau 5 (afgenomen door ILT van de K.U.Leuven of Talencentrum K.U. Brussel);

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Art. 2. Een inschrijving als student in een academische bacheloropleiding kan uitsluitend als men over de vereiste diploma's beschikt. De kandidaat-student heeft tot 31 januari van het lopende academiejaar om te voldoen aan de toelatingsvoorwaarde. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire diensten of een vorm van ondersteuning, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode.

Art. 3. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling, ...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle mogelijke middelen van recht bewijzen dat hij toch over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze testen omvatten ten eerste een taalproef, zoals beschreven in artikel 1, derde paragraaf, aangevuld met een ad hoc test opgesteld in overleg met de faculteit die verantwoordelijk is voor de opleiding waartoe de kandidaat-student toegang vraagt. De ad hoc-test wordt slechts afgenomen nadat de kandidaat-student geslaagd is voor de taaltest.

Katholieke Universiteit Leuven

Raamreglement voor toelating tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Algemene toelatingsregels

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Aanvullende bepalingen voor de K.U.Leuven bij het algemeen toelatingsreglement van de associatie

1) In aanvulling op artikel 1, § 1, e), onderwerpt de K.U.Leuven kandidaat-studenten van buiten de Raad van Europa in elk geval aan een bijkomende toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

2) In navolging van artikel 1, § 3, bepaalt de K.U.Leuven dat kandidaat-studenten die niet reeds voldoen aan één van de in het reglement vermelde voorwaarden, moeten slagen voor niveau 5 van het examen Nederlands georganiseerd door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de K.U.Leuven, behoudens als de kandidaat-student op een andere manier afdoende aantoont over een voldoende taalbeheersing te beschikken. De evaluatie gebeurt hiervan door het Bureau Internationaal Onthaal.

Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van taalvaardigheid verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding.

3) Beroep tegen beslissingen genomen ingevolge artikel 1, § 1, e) laatste zin, artikel 2, 2e lid, c) en artikel 3, twee laatste zinnen is mogelijk bij de Coördinator studentenbeleid tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bekrachtiging van het reglement inzake de toelating tot een bachelorsopleiding van de Katholieke Universiteit Leuven,

Brussel, 14 juli 2004.

Limburgs Universitair Centrum

Overige academische aangelegenheden

Nadere vooropleidingseisen, Toelatingsvoorwaarden tot bacheloropleiding

Artikel 1. Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot talenkennis.

1. Alleen studenten die voldoende kennis hebben van het Nederlands worden toegelaten tot een bacheloropleiding of tot een onderdeel van een bacheloropleiding met het Nederlands als onderwijstaal. De kennis van het Nederlands wordt daarom getoetst.

2. Studenten die ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes hebben voltooid zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands. (artikel 70, § 4).

3. De toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding of een opleidingsonderdeel dat volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden kan afhankelijk worden gesteld van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal. (artikel 70, § 5).

Art. 2. Algemene voorwaarden voor toelating tot de bacheloropleiding.

1. Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift pedagogische bekwaamheid (artikel 65, § 1).

2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met het bepaalde in lid 1 wordt eveneens toegelaten. (artikel 65, § 1)

Art. 3. Bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de bacheloropleiding (artikel 65, § 2).

1. Wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde en 21 jaar is of ouder kan worden toegelaten op basis van een toelatingsonderzoek. Omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen kan van de leeftijdsgrens worden afgeweken. Afwijking is ook mogelijk omwille van het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het academisch onderwijs in dat land, kan worden toegelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding (zie ontwerpdecreet 6 oktober 2003, toevoeging bij structuurdecreet artikel 65, § 1) mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek.

3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding. De onderwerpen die deel uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling. De onderwerpen worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs.

4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 september respectievelijk 1 december ingediend bij de toelatingscommissie. In uitzonderlijke gevallen kan de toelatingscommissie ook een verzoek dat haar bereikt na deze data in behandeling nemen.

5. De toelatingscommissie beslist voor 1 oktober, respectievelijk 1 januari over het verzoek.

6. De toegelaten kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van de beslissing waarbij hij wordt toegelaten tot een bepaalde bacheloropleiding. Kopie van die beslissing wordt ook bezorgd aan het studentensecretariaat en wordt opgenomen in het dossier van de student.

Art. 4. Samenstelling toelatingscommissie.

1. Een toelatingscommissie per opleiding is als volgt samengesteld :

1° de voorzitter van de curriculumraad die tevens voorzitter is van de toelatingscommissie;

2° twee overige leden met een coördinerende onderwijsopdracht in de opleiding;

3° als adviserend lid, tevens secretaris, wordt een studieadviseur voor de opleiding aangesteld.

2. De faculteitsraad stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de curriculumraad. Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld.

3. De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen.

Toelatingsproef arts :

1. De toegang tot de bacheloropleiding arts is decretaal onderworpen aan een toelatingsproef. Enkel wie geslaagd is voor deze toelatingsproef in een bepaald burgerlijk jaar en uiterlijk 31 december van dat burgerlijk jaar in het bezit is van het diploma secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig of gelijkgesteld studiebewijs kan voor deze bacheloropleiding inschrijven.

Transnationale Universiteit Limburg

Overige academische aangelegenheden

Nadere vooropleidingseisen, Toelatingsvoorwaarden tot bacheloropleiding

Artikel 1. Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot talenkennis.

1. Alleen studenten die voldoende kennis hebben van het Nederlands worden toegelaten tot een bacheloropleiding of tot een onderdeel van een bacheloropleiding met het Nederlands als onderwijstaal. De kennis van het Nederlands wordt daarom getoetst.

2. Studenten die ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes hebben voltooid zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands. (artikel 70, § 4).

3. De toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding of een opleidingsonderdeel dat volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden kan afhankelijk worden gesteld van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal. (artikel 70, § 5).

Art. 2. 1. Algemene voorwaarden voor toelating tot de bacheloropleiding.

Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift pedagogische bekwaamheid (artikel 65, § 1).

2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met het bepaalde in lid 1 wordt eveneens toegelaten. (art. 65, § 1).

Art. 3. Bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de bacheloropleiding (artikel 65, § 2).

1. Wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde en 21 jaar is of ouder kan worden toegelaten op basis van een toelatingsonderzoek. Omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen kan van de leeftijdsgrens worden afgeweken. Afwijking is ook mogelijk omwille van het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het academisch onderwijs in dat land, kan worden toegelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding (zie ontwerpdecreet 6 oktober 2003, toevoeging bij structuurdecreet art. 65, § 1) mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek.

3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding. De onderwerpen die deel uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling. De onderwerpen worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs.

4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 september respectievelijk 1 december ingediend bij de toelatingscommissie. In uitzonderlijke gevallen kan de toelatingscommissie ook een verzoek dat haar bereikt na deze data in behandeling nemen.

5. De toelatingscommissie beslist voor 1 oktober, respectievelijk 1 januari over het verzoek.

6. De toegelaten kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van de beslissing waarbij hij wordt toegelaten tot een bepaalde bacheloropleiding. Kopie van die beslissing wordt ook bezorgd aan het studentensecretariaat en wordt opgenomen in het dossier van de student.

Art. 4. Samenstelling toelatingscommissie.

1. Een toelatingscommissie per opleiding is als volgt samengesteld :

1° de voorzitter van de curriculumraad die tevens voorzitter is van de toelatingscommissie;

2° twee overige leden met een coördinerende onderwijsopdracht in de opleiding;

3° als adviserend lid, tevens secretaris, wordt een studieadviseur voor de opleiding aangesteld.

2. De faculteitsraad stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de curriculumraad. Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld.

3. De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen.

Toelatingsproef arts :

1. De toegang tot de bacheloropleiding arts is decretaal onderworpen aan een toelatingsproef. Enkel wie geslaagd is voor deze toelatingsproef in een bepaald burgerlijk jaar en uiterlijk 31 december van dat burgerlijk jaar in het bezit is van het diploma secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig of gelijkgesteld studiebewijs kan voor deze bacheloropleiding inschrijven.

Universiteit Antwerpen

UA-Voorstel van reglement met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden

Procedure :

1. De kandidaat-student richt een schriftelijke gemotiveerde aanvraag aan het departement Studentgerichte diensten. Deze aanvraag moet uiterlijk op 15 oktober van het betreffende academiejaar gesteld zijn.

2. De kandidaat-student vult deze vraag aan met een curriculum vitae dat de vraag ondersteunt.

3. Het departement Studentgerichte diensten zal op basis van de gemotiveerde aanvraag en het curriculum vitae, de vraag van de student al dan niet ontvankelijk verklaren. De vraag wordt zoveel mogelijk gestaafd met officiële documenten.

4. Het departement Studentgerichte diensten gaat na of het dossier ontvankelijk kan verklaard worden op basis van algemene of bijzondere voorwaarden.

De algemene voorwaarden zijn :

a) ten minste 25 jaar zijn (mature age admission);

b) Nederlandskundig zijn.

De bijzondere voorwaarde is :

a) vluchteling zijn, zoals bepaald in het Verdrag van Génève (1951).

5. De bijzondere voorwaarde bij vluchtelingen is dat zij ook kunnen toegelaten worden als -25-jarige wanneer het vermoeden bestaat dat zij hun secundair onderwijs hebben beëindigd maar dat niet kunnen staven met officiële documenten.

6. De student levert het bewijs dat hij/zij Nederlands kent door :

- secundair onderwijs gevolgd te hebben, minstens tot en met de tweede graad, of

- een taalexamen Nederlands af te leggen.

7. Indien het departement Studentgerichte diensten het dossier ontvankelijk verklaart, dient de kandidaat-student een geschiktheidsonderzoek te ondergaan.

8. Het geschiktheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een toelatingscommissie bestaande uit vier leden, waarvan één het proces en de eenduidigheid van beslissing bewaakt. De overige drie leden zijn ZAP-leden die de drie wetenschapsgebieden vertegenwoordigen.

De leden van de toelatingscommissie worden aangeduid door het instellingsbestuur op voordracht van de Onderwijsraad, voor hernieuwbare mandaten van vier jaar.

De toelatingscommissie regelt haar interne werking en wordt administratief ondersteund door het departement Studentgerichte diensten. De toelatingscommissie rapporteert jaarlijks over de genomen beslissingen aan het instellingsbestuur.

9. De toelatingscommissie neemt een gemotiveerde beslissing over de aanvraag en deelt deze gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat.

10. Indien de kandidaat een handicap heeft, is het mogelijk dat niet elke opleiding aan de instelling kan gevolgd worden of de vereiste faciliteiten op de campus aanwezig zijn. De toelatingscommissie houdt hier rekening mee bij de besluitvorming en kan bij een negatieve beslissing een doorverwijzing naar een andere instelling voorstellen.

11. Beroep tegen de beslissing is mogelijk bij de rector of zijn vertegenwoordiger, al dan niet met bemiddeling van de centrale ombudspersoon.

Universiteit Gent

Reglement m.b.t. de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding

Artikel 1. Dit reglement regelt de toelating voor kandidaat-studenten conform artikel 65 van het structuurdecreet.

Voor de toelating tot de bachelorsopleiding kunnen, onverminderd de bijkomende toelatingsvoorwaarden zoals deze in het structuurdecreet worden bepaald, vier categorieën worden onderscheiden :

1. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma;

2. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend;

3. kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt;

4. kandidaat-studenten die geen diploma kunnen voorleggen dat toegang verleent tot het hoger onderwijs.

Art. 2. Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma.

Volgende kandidaat-studenten hebben rechtstreeks toegang tot de bachelorsopleidingen :

- houders van een Vlaams diploma Secundair Onderwijs;

- houders van een diploma Hoger Onderwijs Korte Type (HOKT) / Hoger onderwijs van 1 cyclus;

- houders van een diploma van het Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) (met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid);

- houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Franstalige Gemeenschap;

- houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 3. Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.

Voor deze kandidaat-studenten volstaat voorlegging van hun diploma. Het is aan de kandidaat-student zelf om - in geval van twijfel - aan te tonen dat zijn diploma als gelijkwaardig wordt erkend. Dit kan aan de hand van het formulier "Certificate attesting the equivalence of a foreign diploma for the purpose of access to the first cycle at a Flemish university" (formulier in bijlage).

De inschrijvingsdienst zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan.

Art. 4. Kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt.

De toelating van personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs, kadert binnen UGent. de algemene "procedure tot toegang tot de UGent op basis van een buitenlands diploma".

Art. 5. Kandidaat-studenten die omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen geen diploma hebben dat toegang verleent tot hoger onderwijs kunnen onder bepaalde voorwaarden aan de UGent worden toegelaten. De UGent onderscheidt twee groepen.

1° (Erkende) vluchtelingen, ontheemden die geen diploma kunnen voorleggen, worden toegelaten aan de UGent mits zij slagen in een speciaal daartoe georganiseerd toelatingsexamen of slagen in het toelatingsexamen arts/tandarts.

2° Kandidaat-studenten zonder diploma secundair onderwijs kunnen "voorlopig" inschrijven aan de UGent mits voorleggen van het bewijs van actuele inschrijving voor de "Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap Secundair Onderwijs', en mits zij zich akkoord verklaren met de procedure die op hun geval van toepassing is.

Art. 6. Van de in Artikel 2 en artikel 5, 2°, bedoelde kandidaat-studenten wordt verondersteld dat de communicatieve vaardigheden in het Engels, Frans of het Nederlands afdoende zijn.

Kandidaat-studenten zoals bedoeld in Artikelen 3, 4 en 5, 1°, moeten aantonen dat zij het Nederlands machtig zijn. Als bewijs wordt aanvaard :

- De kandidaat-student heeft reeds één jaar van een Nederlandstalige opleiding met succes gevolgd; hetzij aan een andere Universiteit/Hogeschool, hetzij aan een secundaire school.

- Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) door de "Nederlandse Taalunie".

- Het attest afgeleverd door het Universitair Centrum voor Talenonderwijs. Attest niveau 5 is vereist om te kunnen inschrijven. Voor studenten waarvan de moedertaal dicht bij het Nederlands aanleunt (Duits, Zuid-Afrikaans, bep. Scandinavische talen) volstaat niveau 3. Deze studenten moeten wel bewijzen dat ze zijn ingeschreven voor niveau 4 en 5 alvorens te kunnen inschrijven.

Voor de in artikelen 3, 4 en 5, 1°, bedoelde kandidaat-studenten kan de faculteit een bijkomend taalexamen opleggen om de taalkennis Frans en/of Engels na te gaan.

Art. 7. Dit reglement treedt in voege op 1 juli 2004 en is geldig voor de inschrijvingen voor het academiejaar 2004-2005.

Vrije Universiteit Brussel

Reglement afwijkende toelatingsvoorwaarden

Voor personen die niet voldoen aan de in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet vermelde toelatingsvoorwaarde kunnen toch toegelaten worden tot een bachelor-opleiding indien deze kan gemotiveerd worden aan de hand van één van de volgende elementen :

- Humanitaire redenen;

- Medische, psychische of sociale redenen;

- Het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

A. Omschrijving van de verschillende categorieën :

1. Humanitaire redenen :

Voor vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen omtrent hun vooropleiding in hun land van herkomst en dat zij aldus voldoen aan de toelatingsvoorwaarde zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet, kunnen toelating tot een bacheloropleiding krijgen, indien ze slagen voor een taaltest en een specifieke toelatingsproef, zoals omschreven onder punt B.

Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd :

- Bewijs van vluchteling, ontheemde of dat men nog niet officieel erkend is als vluchteling;

- Verklaring van het niet in bezit zijn van het vereiste diploma, evenals de verklaring waarom;

- Omschrijving van de vooropleiding die men genoten heeft.

Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren.

De taaltest die dient afgelegd te worden en het niveau van de taaltest zal bepaald worden volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure "taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten". Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef.

Voor alle kandidaten die geslaagd zijn in de taaltest duidt de Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat student wenst te volgen, de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen.

2. Medische, psychische of sociale redenen :

Voor personen die wegens medische, psychische of sociale redenen niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet kunnen toelating krijgen tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een specifieke toelatingsproef zoals omschreven onder punt B.

Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd :

- Bewijs tot staving van medische, psychische of sociale redenen;

- Overzicht van het reeds gevolgde studietraject;

- Bewijs van voldoende kennis van de onderwijstaal, namelijk ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal heeft voltooid. Indien dit niet kan bewezen worden dient de student een taaltest af te leggen.

Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren.

Indien een taaltest dient afgelegd wordt het niveau van de taaltest bepaald volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure "taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten". Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef.

De Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat-student wenst te volgen, duidt de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen.

3. Het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

Voor personen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet kunnen toelating krijgen tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een specifieke toelatingsproef zoals omschreven in punt B.

Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd :

- Gemotiveerd verzoek;

- Attesten tot staving van het algemeen kwalificatieniveau, verdiensten of competenties;

- Overzicht van het reeds gevolgde studietraject;

- Bewijs van voldoende kennis van de onderwijstaal, namelijk ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal heeft voltooid. Indien dit niet kan bewezen worden dient de student een taaltest af te leggen;

- Overzicht van werkervaringen.

Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren.

Indien een taaltest dient afgelegd wordt het niveau van de taaltest bepaald volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure "taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten". Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef.

De Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat student wenst te volgen, duidt de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen.

B. Specifieke toelatingsproef.

De examencommissie verantwoordelijk voor de gekozen opleiding zal de voorkennis toetsen. Hierbij wordt uitgegaan van de kennis en vaardigheden zoals vastgelegd in de leerplannen van het secundair onderwijs. Men neemt hierbij als leidraad het niveau Diploma 3e graad ASO conform de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. Het examen van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap omvat een gemeenschappelijk gedeelte met 3 domeinen en een specifiek gedeelte met richtinggebonden vakken.

Het gemeenschappelijk gedeelte bestaat uit :

Domein 1 : talen Nederlands, Frans en Engels

Domein 2 : humane vakken : Geschiedenis en Aardrijkskunde

Domein 3 : wiskunde/wetenschappen : - Wiskunde en geïntegreerde wetenschappen : Chemie, Fysica en Biologie

Het specifiek gedeelte maakt een keuze uit deze 2 afdelingen die beide een uitbreiding van de drie domeinen omhelst :

De afdeling Moderne Talen

De afdeling Wetenschappen.

Indien de kandidaat-student geslaagd is voor de specifieke proef verkrijgt hij een attest op basis waarvan hij een inschrijving kan nemen.

Arteveldehogeschool

Reglement m.b.t. de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bacheloropleiding

Artikel 1. Dit reglement regelt de toelating voor kandidaat-studenten conform artikel 65 van het structuurdecreet.

Voor de toelating tot de bacheloropleiding kunnen, onverminderd de bijkomende toelatingsvoorwaarden zoals deze in het structuurdecreet worden bepaald, vier categorieën worden onderscheiden :

1. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma;

2. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend;

3. kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt;

4. kandidaat-studenten die geen diploma kunnen voorleggen dat toegang verleent tot het hoger onderwijs.

Art. 2. Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma.

Volgende kandidaat-studenten hebben rechtstreeks toegang tot de bacheloropleidingen :

- houders van een Vlaams diploma Secundair Onderwijs;

- houders van een diploma Hoger Onderwijs Korte Type (HOKT)/Hoger onderwijs van 1 cyclus;

- houders van een diploma van het Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) (met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid);

- houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Franstalige Gemeenschap;

- houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 3. Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.

Voor deze kandidaat-studenten volstaat voorleggen van hun diploma. Het is aan de kandidaat-student zelf om - in geval van twijfel - aan te tonen dat zijn diploma als gelijkwaardig wordt erkend. De inschrijvingsdienst zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan.

Art. 4. Kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt.

De toelating van personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs, kadert binnen de algemene "procedure toegang tot de Arteveldehogeschool op basis van een buitenlands diploma".

Art. 5. Kandidaat-studenten die omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen geen diploma hebben dat toegang verleent tot hoger onderwijs kunnen onder bepaalde voorwaarden aan de Arteveldehogeschool worden toegelaten. De Arteveldehogeschool onderscheidt twee groepen.

1° (Erkende) vluchtelingen, ontheemden die geen diploma kunnen voorleggen, worden toegelaten aan de Arteveldehogeschool mits zij slagen in een speciaal daartoe georganiseerd toelatingsexamen.

2° Kandidaat-studenten zonder diploma secundair onderwijs kunnen "voorlopig" inschrijven aan de Arteveldehogeschool mits voorleggen van het bewijs van actuele inschrijving voor de "Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap - Secundair Onderwijs', en mits zij zich akkoord verklaren met de procedure die op hun geval van toepassing is.

Art. 6. Van de in artikel 2 en artikel 5, 2°, bedoelde kandidaat-studenten wordt verondersteld dat de communicatieve vaardigheden in het Engels, Frans of het Nederlands voldoende zijn.

Kandidaat-studenten zoals bedoeld in artikelen 3, 4 en 5, 1°, moeten aantonen dat zij het Nederlands machtig zijn. Als bewijs wordt aanvaard :

- De kandidaat-student heeft reeds één jaar van een Nederlandstalige opleiding met succes gevolgd; hetzij aan een andere Universiteit/Hogeschool, hetzij aan een secundaire school.

- Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) door de "Nederlandse Taalunie'.

- Het attest afgeleverd door het Universitair Centrum voor Talenonderwijs in Gent. Attest niveau 5 is vereist om te kunnen inschrijven. Voor studenten waarvan de moedertaal dicht bij het Nederlands aanleunt (Duits, Zuid-Afrikaans, bep. Scandinavische talen) volstaat niveau 3. Deze studenten moeten wel bewijzen dat ze zijn ingeschreven voor niveau 4 en 5 alvorens te kunnen inschrijven.

Art. 7. Dit reglement treedt in voege op 25 juni 2004 en is geldig voor de inschrijvingen voor het academiejaar 2004-2005.

Europese Hogeschool Brussel

Voorstel van reglement m.b.t. de afwijkende algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen legt de instelling op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

d) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

e) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

f) De hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Erasmushogeschool

Voorstel van reglement i.v.m. afwijkende toelatingsvoorwaarden n.a.v. de gecoördineerde tekst van artikel 65, § 1 en § 2, van het structuurdecreet en van het aanvullingsdecreet

1. Algemene toelatingsvoorwaarden :

Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.

Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het Bestuurscollege, bij een met redenen omklede beslissing, personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift behaald hebben dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding van het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs.

De student dient hiertoe een schriftelijk gemotiveerde aanvraag in bij het departementshoofd.

De aanvraag moet bevatten :

- de attesten, getuigschriften en diploma's;

- een verklaring, vermeldend de studies waartoe de houder in het land waar het diploma of het getuigschrift uitgereikt werd, toegang heeft. Deze verklaring wordt uitgereikt door de bevoegde ambassade tenzij volgens internationale verdragen een andere regeling geldt;

- documenten die bijkomend geëist worden door de departementsraad.

De documenten vermeld onder a) en b) moeten uitgereikt worden door de schooldirectie van het land waar de studies gevolgd werden. Ze moeten bovendien voor echt verklaard worden door een bevoegd diplomatiek agent. Voor de diploma's of getuigschriften die opgesteld werden in een andere taal dan één van de officiële talen van België of van zijn buurlanden, dient een vertaling door een Belgisch beëdigd vertaler bijgevoegd te worden.

2. Algemene en specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden :

Het hogeschoolbestuur bepaalt algemene en specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan de in 1 bedoelde voorwaarden voldoen, kunnen worden ingeschreven voor een bacheloropleiding.

De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen rekening houden met volgende elementen :

- humanitaire redenen;

- medische, psychische of sociale redenen;

- het algemene kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

2.1. Algemene afwijkende toelatingsvoorwaarden : Het diploma secundair onderwijs zal vóór 15 januari van het betreffende academiejaar worden verworven.

Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die het diploma van secundair onderwijs niet kunnen voorleggen bij aanvang van het academiejaar, onder voorbehoud toelaten zich in te schrijven voor de opleiding op voorwaarde dat zij kunnen aantonen dat ze in het bezit zullen zijn van het diploma tegen 15 januari van het academiejaar waarvoor ze een inschrijving vragen.

De kandidaat-student dient een schriftelijk verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven. Hierin wordt gemotiveerd waarom hij het diploma secundair onderwijs nog niet bezit en verklaart hij hoe en wanneer hij het diploma secundair onderwijs zal verwerven vóór 15 januari van het academiejaar waarvoor hij wenst in te schrijven.

Na een positieve beoordeling van de departementsraad of het departementshoofd bij delegatie, mag de student zich inschrijven onder voorbehoud van het behalen van het diploma secundair onderwijs tegen de hierboven gestelde termijn.

Het diploma moet uiterlijk tegen 15 januari van het betreffende academiejaar aan het studentensecretariaat zijn overgemaakt. Indien niet, dan volgt een onmiddellijke stopzetting van de inschrijving zonder terugbetaling van enig inschrijvings- of examengeld.

Specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden :

2.2. Regeling voor de toelating tot inschrijving van vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling.

Het hogeschoolbestuur kan - in afwijking van de geldende vooropleidingseisen - vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen over hun vooropleiding in hun land van herkomst, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek. Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltoets.

Uiterlijk tegen 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven. Dit verzoek wordt vergezeld van een dossier samen dat uit twee luiken bestaat :

Enerzijds bevat het dossier :

- documenten waaruit de status blijkt van vluchteling, ontheemde of persoon die nog niet officieel als vluchteling erkend is;

- een geldige verblijfsvergunning in België;

Anderzijds moet de kandidaat-student een dossier samenstellen met :

- Een verklaring onder ede dat hij in het land van herkomst wel degelijk de vereiste vooropleiding heeft genoten, maar enkel het officiële diploma niet kan voorleggen.

- Een bewijs dat het diploma waarover hij beweert te beschikken maar niet kan voorleggen, gelijkgesteld is met een Belgisch diploma dat toegang verleent tot het hogeschoolonderwijs.

- Staving aan de hand van gegevens van allerlei aard die indirect aangeven dat de student daadwerkelijk de vereiste vooropleiding in het land van herkomst heeft genoten.

- Een bewijs van voldoende kennis van het Nederlands om de gewenste opleiding in het Nederlands te kunnen volgen.

De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltoets is vereist. Indien wel, dan is slagen voor de taaltoets noodzakelijk vooraleer tot een bekwaamheidsproef kan worden overgegaan. Indien niet, dan kan onmiddellijk worden overgegaan tot het inrichten van de bekwaamheidsproef en wordt een toelatingscommissie samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd.

De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten.

2.3. Regeling voor de toelating tot de inschrijving op basis van medische, psychische of sociale redenen :

Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die omwille van medische, psychische of sociale redenen niet kunnen voldoen aan de geldende vooropleidingseisen zoals vermeld in § 1, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek. Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltest.

Om een dergelijke aanvraag te kunnen indienen wordt vereist dat ten minste drie jaar is verstreken tussen de datum waarop de kandidaat-student het secundair onderwijs heeft verlaten en de datum van aanvraag tot inschrijving in de hogeschool. Dit minimumtijdsinterval van drie jaar geldt niet voor kandidaat-studenten die zich aanbieden voor kunstopleidingen.

Uiterlijk op 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven en stelt een dossier samen dat bestaat uit :

- Attesten en/of documenten ter staving van het medische, psychische of sociale dossier

- Attesten/getuigschriften van reeds gevolgde studiejaren die niet leiden tot een diploma

- een motivering waarom het kanaal van het examen van de Vlaamse examencommissie (middenjury) niet is gebruikt

Een overzicht van het studieverloop :

De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltoets vereist is. Indien wel, dan is slagen voor de taaltest noodzakelijk vooraleer wordt overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef. Indien niet, dan kan onmiddellijk worden overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef waarvoor een selectiecommissie wordt samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd.

De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten.

2.4. Regeling voor de toelating tot de inschrijving op basis van het algemene kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die niet kunnen voldoen aan de geldende vooropleidingseisen zoals vermeld in § 1, maar wel een speciaal kwalificatieniveau, verdiensten of verworven competenties kunnen aantonen, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek of toelatingsexamen.Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltest.

Om een dergelijke aanvraag te kunnen indienen wordt vereist dat ten minste drie jaar is verstreken tussen de datum waarop de kandidaat-student het secundair onderwijs heeft verlaten en de datum van aanvraag tot inschrijving in de hogeschool. Dit minimumtijdsinterval van drie jaar geldt niet voor kandidaat-studenten die zich aanbieden voor kunstopleidingen.

Uiterlijk tegen 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven en stelt een dossier samen dat bestaat uit :

- Attesten en/of documenten ter staving van het algemene kwalificatieniveau, van andere verdiensten en competenties;

- Attesten/getuigschriften van reeds gevolgde studiejaren die niet leiden tot een diploma;

- een motivering waarom het kanaal van het examen van de Vlaamse examencommissie (middenjury) niet is gebruikt;

- Een overzicht van het studieverloop en/of arbeidssituatie.

De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltest wenselijk is. Indien wel, dan moet de kandidaat-student geslaagd zijn voor de taaltoets alvorens kan worden overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef. Indien niet, dan kan onmiddellijk een bekwaamheidsproef worden ingericht en wordt een toelatingscommissie samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd. De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten.

Groep T Hogeschool Leuven

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

Beroep tegen deze beslissing is mogelijk bij het departementshoofd tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.

§ 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoren aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

§ 4. Kandidaat-studenten die voldoen aan de voorwaarden uit § 1 worden enkel tot een in het Engels georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Engels hebben afgelegd;

- zij leggen een certificaat voor van :

a) De Test of English for International Communication (TOEIC) met een minimumscore van minstens 605, of

b) De Test of English as a Foreign Language (TOEFL) met een minimumscore van minstens 507 (pen-and-paper versie) of 180 (computer-based versie)

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Engels dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hierboven aangehaalde niveaus.

- zij slagen voor een toegangsproef Engels. Deze toets bestaat uit een luistervaardigheids-, een leesvaardigheids- en een spreekvaardigheidsgedeelte die overeenkomen met het niveau van de hogervermelde testen.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij het departementshoofd tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessmentprocedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, of artikel 1, § 4, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Beroep tegen deze beslissing is mogelijk bij het departementshoofd tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.

Hogere Zeevaartschool

Reglement met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden

Procedure :

1. De kandidaat-student richt een schriftelijke gemotiveerde aanvraag aan de dienst die op instellingsniveau belast is met studentenzaken. Deze aanvraag moet uiterlijk op 15 oktober van het betreffende academiejaar gesteld zijn.

2. De kandidaat-student vult deze vraag aan met een curriculum vitae dat de vraag ondersteunt.

3. De dienst die op instellingsniveau belast is met studentenzaken zal de vraag op basis van de gemotiveerde aanvraag en cv van de student al dan niet ontvankelijk verklaren. De vraag wordt zoveel mogelijk gestaafd met officiële documenten.

4. De dienst die op instellingsniveau belast is met studentenzaken gaat na of het dossier ontvankelijk kan verklaard worden op basis van algemene of bijzondere voorwaarden.

De algemene voorwaarden zijn :

a) ten minste 25 jaar zijn (mature age admission);

b) Nederlandskundig zijn.

De bijzondere voorwaarde is :

a) vluchteling zijn.

5. De bijzondere voorwaarde bij vluchtelingen is dat zij ook kunnen toegelaten worden (als -25-jarige) wanneer het "vermoeden" bestaat dat zij hun secundair onderwijs hebben beëindigd (maar geen papieren kunnen voorleggen).

6. De student levert het bewijs dat hij Nederlands kent door :

- secundair onderwijs gevolgd te hebben, minstens tot en met de tweede graad of

- een taalexamen Nederlands af te leggen.

7. Indien de dienst die op instellingsniveau belast is met studentenzaken het dossier ontvankelijk verklaart, dient de kandidaat-student een geschiktheidsonderzoek te ondergaan.

8. Het geschiktheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een toelatingscommissie bestaande uit vier leden, waarvan één het proces en de eenduidigheid van beslissing bewaakt. De overige drie leden zijn departementsleden die verschillende disciplines vertegenwoordigen.

De leden van de toelatingscommissie worden aangeduid door het instellingsbestuur voor hernieuwbare mandaten van vier jaar.

De toelatingscommissie regelt zijn eigen interne werking en wordt administratief ondersteund door de dienst die op instellingsniveau belast is met de studentenzaken. De toelatingscommissie rapporteert jaarlijks over de genomen beslissingen aan het instellingsbestuur.

9. De toelatingscommissie neemt een gemotiveerde beslissing over de aanvraag en deelt deze gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat.

10. Indien de kandidaat een handicap heeft, zal niet elke studie mogelijk zijn, noch zullen steevast de faciliteiten op de campus aanwezig zijn. De toelatingscommissie houdt hier rekening mee bij de besluitvorming en kan bij een negatieve beslissing een doorverwijzing naar een andere instelling voorstellen.

11. Beroep tegen de beslissing is mogelijk bij het instellingshoofd (de rector c.q. algemeen directeur of zijn vertegenwoordiger) al dan niet met bemiddeling van de centrale ombudspersoon.

Hogeschool Antwerpen

Studenten kunnen in afwijking van punt 4.1. toegelaten worden tot een bacheloropleiding, ook wanneer zij niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden.

Bij het toekennen van de toelating wordt rekening gehouden met :

- humanitaire redenen;

- medische, psychische of sociale redenen;

- het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

Er wordt een speciale onderzoekscommissie opgericht bestaande uit de verantwoordelijke voor studentenaangelegenheden en het departementshoofd of zijn afgevaardigde.

Deze onderzoekscommissie formuleert een gemotiveerde beslissing.

Een student die beroep wil doen op de bijzondere maatregel richt, uiterlijk op 1 december een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag aan het departementshoofd. In de aanvraag vermeldt de student de elementen uit artikel 62, § 2, die in aanmerking kunnen worden genomen bij de beslissing van de onderzoekscommissie. De aanvraag wordt vergezeld van een curriculum vitae en wordt zoveel mogelijk gestaafd met officiële documenten.

De commissie hoort steeds de student alvorens een beslissing te nemen.

Deze tekst kwam tot stand in overleg met de partners van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen.

Hogeschool Gent

Voorstel van reglement met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden

Academiejaar 2004-2005

Rekening houdende met het Decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, in het bijzonder artikel 65, § 2, wordt voorgesteld :

A. Volgende kwalificaties rechtstreeks toe te laten tot het eerste jaar bachelor :

1. Belgische diploma's of getuigschriften

- een brevet van het aanvullend secundair beroepsonderwijs

2. Buitenlandse diploma's of getuigschriften

- een buitenlands diploma of getuigschrift dat niveaugelijkwaardigheid gekregen heeft met een diploma van het Vlaams Hoger Onderwijs

- een Nederlands diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO)

- een Nederlands diploma middelbaar beroepsonderwijs (MBO) van ten minste 3- 4 jaar met kwalificatieniveau 4

- een "high school" diploma (USA) met een "record of transcript" (puntenlijst), dat ten minste 4 AP's (Advanced Placements) vermeldt;

- een Nederlands getuigschrift van met goed afgelegd propaedeutisch examen.

3. Diploma's of getuigschriften die toegang hadden tot de tweede cyclus

1. een diploma van eerste prijs, uitgereikt door een muziekconservatorium of het Lemmensinstituut, met uitzondering van een diploma eerste prijs notenleer;

2. een diploma van technisch ingenieur;

3. een diploma van hoger muziekonderwijs van de eerste graad met volledig leerplan, uitgereikt door een conservatorium;

4. een diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan van de tweede graad;

5. een diploma van het hoger kunstonderwijs met volledig leerplan van de derde graad;

6. een diploma van de hogere technische school van de derde graad;

7. een diploma van binnenhuisarchitect.

8. een getuigschrift waaruit blijkt dat men geslaagd is in ten minste 2 studiejaren met volledig leerplan van een opleiding die leidt tot één van de diploma's bedoeld in 4°, 5°, 6° en 7°.

B. Bij ontstentenis van een erkenning, zoals bedoeld in het herstructureringsdecreet artikel 65 § 1, kan de Hogeschool Gent, personen die in een land buiten de EU een diploma of getuigschrift hebben behaald, dat toelating geeft tot universitair onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bachelorsopleiding.

Betreft : Toelating tot Hogeschool Gent als buitenlands student

Beste Student,

Om te worden toegelaten tot Hogeschool Gent is er één belangrijke voorwaarde : je moet bewijzen dat je kan worden toegelaten tot gelijk welke staatsuniversiteit in je land van herkomst. Heb je al een universitair diploma behaald of ben je in het verleden al ingeschreven geweest aan de universiteit, dan kan dit gelden als bewijs. Het is ook mogelijk dat op je middelbaar diploma vermeld staat dat je algemene toegang hebt tot universitair onderwijs.

Als dit niet het geval is, dan kan je vroegere middelbare school of het Ministerie van Onderwijs in jouw land dit bewijs voor je opmaken.

Wij hebben van alle documenten steeds een voor eensluidend verklaard afschrift nodig van het origineel in de taal waarin ze werden uitgegeven, evenals een beëdigde vertaling ervan in het Nederlands of Frans (indien de originele taal niet Nederlands of Frans is)

Waar kan je voor eensluidend verklaarde afschriften en beëdigde vertalingen laten maken ?

- voor eensluidend verklaarde afschriften :

als je in België bent : bij eender welke gemeente in België;

als je niet in België bent : bij de Belgische ambassade in jouw land.

- beëdigde vertaling(en) :

als je in België bent : een beëdigd vertaler bij een Belgische rechtbank;

als je niet in België bent : een beëdigde vertaler bij de Belgische ambassade in jouw land.

Op basis van deze documenten kan je een uitnodiging krijgen van de Hogeschool om zo een studentenvisum voor België aan te vragen.

Kandidaat-studenten voor de kunstrichtingen (audiovisuele en schone kunsten, muziek en drama) moeten eerst slagen voor een artistieke toelatingsproef. Deze toelatingsproeven worden twee maal per jaar georganiseerd : in juli en in september. De precieze data verschillen per optie en kunnen worden gegeven op aanvraag.

Als bijlage sturen wij je alvast een exemplaar van onze "Foreign Students Guide" (in het Engels) en een "Vragenlijst voor Buitenlandse Studenten" (in het Nederlands). Kan je deze vragenlijst ingevuld en ondertekend terugsturen? Van zodra wij hem terug ontvangen hebben, samen met de documenten vermeld op pagina 4 van de vragenlijst, kunnen wij je dossier openen en je aanvraag onderzoeken.

Wil je meer informatie over de verschillende opleidingen die Hogeschool Gent aanbiedt, neem dan eens een kijkje op onze website : www.hogent.be. De links "studeren" en "wegwijzer", evenals "curricula and degrees" en "subjects" in het onderdeel "international office" (in het Engels) zullen je zeker een heel eind op weg helpen !

Alle cursussen hier worden in het Nederlands gegeven, maar misschien is dit niet je moedertaal. Dan moet je bewijzen dat je beschikt over een zeer goede kennis van het Nederlands (niveau 4 - Effectiveness in Europees referentiekader - niveau 5 Universiteit Gent) vooraleer je studies aan te vatten. We sommen enkele plaatsen op waar je Nederlands kan leren :

- Centrum voor Volwassenenonderwijs : www.pcvo-gent.net

- Talencentrum van de Universiteit Gent : www.taalnet.rug.ac.be

- Zomercursussen Nederlands : www.taalunie.org

- Programma voor afstandsonderwijs (zelfstudie) van de Vlaamse Gemeenschap : www.bis.vlaanderen.be

- Avondschool Oostende : www.deavondschool.be

Uiteraard kan je ook zelf een erkende talenschool zoeken waar je een cursus op maat kan gaan volgen.

Met alle vragen die je nog hebt over de toelating van buitenlandse studenten, kan je me contacteren via de gegevens onderaan.

Hogeschool Limburg

Uittreksel uit de beslissing van de Hogeschool Limburg inzake algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden - RvB 2004-018

Motivatie :

Omwille van :

- de verwevenheid van de materie met het flexibiliseringsdecreet en meer in het bijzonder de nog op te stellen procedures m.b.t. tot EVC en EVK

- de interferentie die ontstaat tussen dergelijk reglement en de grondige aanpassingen die moeten aangebracht worden aan de onderwijsregeling

- het belang van de materie

lijkt het wenselijk om hierover een discussie ten gronde te voeren, zodat geen tegenstrijdigheden sluipen in de regelgeving van de hogeschool. Bovendien is een uitgebreid overleg op associatie niveau wenselijk om te komen tot evenwichtige reglementen.

Bijkomend dient vermeld, dat tot op heden, bij toepassing van art 26 ter van het hogescholendecreet (intussen opgeheven door het structuurdecreet) betreffende de toelating van vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen omtrent hun vooropleiding in hun land van herkomst, het bekwaamheidsonderzoek in de Hogeschool Limburg vervat is in OR artikel 9bis en in principe neerkomt op een doorverwijzing naar de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs.

Bij wijze van overgang lijkt het ons aangewezen om voor academiejaar 2004-2005 dit principe uit te breiden tot alle studenten die niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden.

Beslissing :

Artikel 1. Bij wijze van voorlopige regeling voor academiejaar 2004-2005, studenten die niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden zoals vermeld in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet d.d. 04/04/03, in uitvoering van § 2 van hetzelfde artikel, door te verwijzen naar de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs of het tweedekansonderwijs.

Art. 2. Na het definitief in uitvoering stellen van het aanvullings- en flexibiliseringsdecreet een voorstel van reglement m.b.t. afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden conform artikel 65, § 2, voor te bereiden voor academiejaar 2005-2006, na grondig overleg met de partners van de associatie.

Art. 3. De algemeen directeur te verzoeken deze beslissing kenbaar te maken aan de voorzitter van de associatie

Art. 4. De algemeen directeur te verzoeken een afschrift van deze beslissing over te maken aan de commissaris van de Vlaamse Regering.

Hogeschool Sint-Lukas Brussel

Reglement voor toelating tot een bacheloropleiding (1)

Artikel 1. § 1 Tot een bacheloropleidingen worden de personen toegelaten die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met de diploma's uit de categorieën a), b) of c).

e) personen die in een land van de Raad van Europa een diploma hebben behaald, kunnen zich inschrijving voor een bacheloropleiding, op voorwaarde dat zij aantonen dat zij, op grond van dat diploma, in hun land worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding als diegene waarvoor zij zich in de hogeschool wensen in te schrijven. Personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald, kunnen zich inschrijving voor een bacheloropleiding op voorwaarde dat zij aantonen dat zij, op grond van dat diploma, in hun land worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies.

§ 2. Voor personen die zich wensen in te schrijven in een bacheloropleiding in de audiovisuele of in de beeldende kunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde dat zij slagen voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool.

§ 3 Personen met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij slagen voor een taalproef Nederlands, georganiseerd door de hogeschool. In de taalproef wordt nagegaan of communicatie in het Nederlands mogelijk is. Personen die kunnen aantonen dat zij met succes een Nederlandse taalproef hebben afgelegd aan een binnen of buitenlandse hogeschool of universiteit of aan een door de Vlaamse Gemeenschap erkend Centrum voor Volwassenvorming, kunnen hiervan vrijgesteld worden.

Art. 2. Personen uit de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van één van de diploma's of getuigschriften vermeld in § 1 van artikel 1 worden tot een bacheloropleiding toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij zijn minstens 21 jaar of worden 21 jaar in de loop van het academiejaar van inschrijving. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat-student bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken;

b) tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar van inschrijving moet minimaal 3 jaar verlopen zijn;

c) zij richten een aan de hogeschool, met vermelding van de opleiding waarvoor zij wensen in te schrijven. Op grond van een door de kandidaat-student samengesteld portfolio onderzoekt de inschrijvingscommissie van de hogeschool het gemiddelde geschiktheidsniveau van de kandidaat-student en beslist of hij/zij al dan niet toegelaten wordt om zich in te schrijven;

d) zij betalen 25 euro administratiekosten die terugbetaalbaar zijn bij definitieve inschrijving;

e) personen die in één van de partnerinstellingen van de Associatie K.U.Leuven voor een gelijkaardige opleiding met succes de assessmentprocedure hebben doorlopen, kunnen zich voor deze opleiding inschrijven in de Hogeschool Sint-Lukas Brussel;

f) § 2 en § 3 van artikel 1 blijven van toepassing voor deze kandidaat-studenten.

Art. 3. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling, ...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de kandidaat-student zich inschrijven na het succesvol slagen van een bijkomende test. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, aangevuld met een ad hoc test.

Art. 4. § 1. Een kandidaat-student moet uiterlijk op 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Kandidaat-studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

§ 2. Personen die zich enkel voor het afleggen van examens inschrijven, moeten uiterlijk één maand voor de examenperiode voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Deze afwijking is niet van toepassing op kandidaat-studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

(1) Dit reglement werd op 23/03/04 goedgekeurd door de Academische Raad en op 30/03/04 door de Raad van Bestuur van de hogeschool.

Hogeschool West-Vlaanderen

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005.- Toelatingsvoorwaarden

Gelet op het decreet op de hogescholen van 13 juli 1994, zoals gewijzigd, artikelen 55, 56 en 282 in het bijzonder;

Gelet op het decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003;

Gelet op het onderwijs- en examenreglement 2003-2004, goedgekeurd door de raad van bestuur van 22 mei 2003 (RVB/BSL/02.170);

Gelet op het gunstig advies van de studentenraad d.d. 4 maart 2004;

beslist de raad van bestuur in de onderwijs- en examenregeling voor academiejaar 2004-2005 de wijzigingen van de artikels over de toelatingsvoorwaarden, zoals in bijlage, goed te keuren.

II.3. Toelatingsvoorwaarden academiejaar 2004-2005

Art. 4. Algemene toelatingsvoorwaarden.

1. Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. In het bijzonder worden hier de toelatingsvoorwaarden bedoeld zoals omschreven in Besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 1995 inzake de gelijkstelling van de toegang tot de basisopleiding aan de Vlaamse hogescholen of de Europese Conventie van de Raad van Europa (nr. 15) van 11 augustus 1953 inzake de gelijkwaardigheid van diploma's die toegang verlenen tot het hoger onderwijs. De student bezorgt daartoe een eensluidend verklaarde kopie van het diploma of getuigschrift.

2. Bij ontstentenis van een in het eerste lid bedoeld diploma of getuigschrift kan het departementshoofd een student voorlopig inschrijven voor een bacheloropleiding indien de betrokken student een bewijs van inschrijving kan voorleggen bij de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap tot het behalen van een diploma van secundair onderwijs. De inschrijving wordt definitief bij het voorleggen van bewijs van slagen.

3. Bij ontstentenis van een in het eerste lid bedoelde erkenning kan de hogeschool, bij een met redenen omklede beslissing van het departementshoofd, personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma behaald hebben dat toelating verleent tot gelijkwaardig hoger onderwijs van dat land, toelaten tot inschrijving voor een bacheloropleiding. De student bezorgt het departementshoofd hiertoe een schriftelijk gemotiveerde aanvraag.

De aanvraag moet bevatten :

1° de eensluidend verklaarde kopieën van diploma's van secundair en/of hoger onderwijs;

2° een verklaring van de betrokken ambassade of consulaat die de opleidingen en/of de niveaus vermeldt waartoe de houder in het land waar het diploma of getuigschrift uitgereikt werd, toegang heeft;

3° bij ontstentenis van 1° en 2° moet het getuigschrift van een buitenlands studiejaar hoger onderwijs door de bevoegde Vlaamse administratie gelijkwaardig verklaard worden;

4° opleidingsgebonden bijkomende vereisten omschreven in het aanvullend departementaal onderwijsreglement.

De documenten vermeld onder 1° en 2° moeten uitgereikt worden hetzij door de schooldirectie of officiële instanties van het land waar de (voor)opleiding(en) gevolgd werd(en) of hetzij door de instanties die de documenten officieel erkend hebben. Bovendien moeten zij echt verklaard worden door een bevoegd diplomatiek agent.

Voor de diploma's of getuigschriften die niet opgesteld zijn in het Nederlands, het Frans, het Engels of het Duits, dient een vertaling door een Belgisch beëdigd vertaler bijgevoegd.

4. Het departementshoofd kan de toelating tot de eerste inschrijving in één of meerdere opleidingen afhankelijk stellen van het bewijs dat een student hetzij geslaagd is voor een proef over voldoende kennis van het Nederlands, hetzij dat hij de examens van ten minste één studiejaar in het hoger secundair of hoger onderwijs in het Nederlands met goed gevolg heeft afgelegd.

De bijkomende proef over de kennis van het Nederlands is opleidingsgebonden en wordt dus opgesteld om te meten of de graad van het beheersen van het Nederlands voldoende is om de opleiding en het studiejaar waarin de student zich wenst in te schrijven te volgen en erin te slagen. De toets wordt afgenomen door het departementshoofd en een vertegenwoordiger van de opleiding, eventueel bijgestaan door een externe taaldeskundige. Bij verandering van inschrijving conform artikel 8 van dit reglement dient de student een nieuwe toets af te leggen, indien de nieuwe opleiding een hogere kennis van en/of taalvaardigheid in het Nederlands veronderstelt.

Een opleiding kan de instantie die de proef over de kennis van en vaardigheid in het Nederlands afneemt en het niveau van slagen expliciteren in het departementaal aanvullend onderwijsreglement.

5. Het departementshoofd kan, in afwijking van de hoger vermelde vooropleidingseisen, vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling, en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen omtrent hun vooropleiding in hun land van herkomst, toegang geven tot een bacheloropleiding, de tweede cyclus van een basisopleiding, of een voortgezette opleiding, indien ze slagen voor een door de hogeschool daartoe speciaal ingericht bekwaamheidsonderzoek. Dit bekwaamheidsonderzoek wordt uitgewerkt per individueel dossier door het betrokken opleidingsteam en onder supervisie van het betrokken departementshoofd, rekening houdend met de vereiste begincompetenties vermeld in de studiegids. Zij beslissen in consensus over het al dan niet slagen. Het departementshoofd deelt de uitslag mee in een gemotiveerd schrijven binnen de maand en bij inschrijving wordt het gebeuren in het proces verbaal van de examencommissie opgenomen.

Art. 5. Andere toelatingsvoorwaarden.

1. Voor de inschrijving voor de tweede cyclus van een basisopleiding geldt als toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van de eerste cyclus van deze of een aansluitende basisopleiding.

2. Het hogeschoolbestuur kan eveneens tot de tweede cyclus toelaten :

1° de houders van een diploma van de eerste cyclus van een verwante basisopleiding van academisch niveau;

2° de houders van een diploma van de eerste cyclus van een verwante academische opleiding;

3° personen die een beperkt jaarprogramma op grond van overdracht van examencijfers naar het volgend academiejaar of vrijstelling van minstens 15 studiepunten volgen in het laatste jaar van de eerste cyclusopleiding.

In uitvoering van artikel 22, § 2, van het hogescholendecreet bepaalt de betrokken departementsraad elk jaar vóór 15 maart welke verwante basisopleidingen van academisch niveau en welke academische opleidingen in aanmerking komen als voor andere toelatingsvoorwaarden.

3. Onverminderd de bepalingen inzake de toelatingsvoorwaarden moet een regelmatig student, om tot een volgend studiejaar te worden toegelaten, geslaagd zijn voor de examens van het vorig studiejaar.

4. Een vrij student is vrijgesteld van de toelatingsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 3 van dit reglement. Het aanvullend onderwijsreglement per departement kan toelatingsvoorwaarden expliciteren.

5. Een gaststudent wordt toegelaten mits een schriftelijke overeenkomst tussen de Hogeschool West-Vlaanderen en de hogeschool waar de student is ingeschreven, of volgens de bepalingen inzake de Europese internationale projecten.

6. De inschrijving voor een voortgezette opleiding, een posthogeschoolvorming, een bachelor-na-bachelor, een master-na-master en een postgraduaat is onderworpen aan de voorwaarden bepaald door het hogescholendecreet, dit algemene onderwijsreglement of het eventuele onderwijs- en examenreglement specifiek voor het aanbieden van dergelijke opleidingen in samenwerking met andere instellingen, de eventuele specifieke bepalingen krachtens de beslissing van de hogeschool tot organisatie van dergelijke opleidingen, en het aanvullend departementaal onderwijsreglement indien het bepalingen inhoudt over de dergelijke opleidingen.

Een student die in het laatste jaar van een 1-cyclusbasisopleiding aan een hogeschool overdracht van examencijfers naar het volgend academiejaar, conform artikel 64, krijgt van minstens 30 studiepunten, kan nog voor het behalen van het diploma van de basisopleiding, eveneens ingeschreven worden in een aansluitende voortgezette opleiding, posthogeschoolvorming, bachelor-na-bacheloropleiding en/of master-na-masteropleiding aan de Hogeschool West-Vlaanderen.

Een student van het tweede jaar van de tweede cyclus van een academische 2-cyclusopleiding of een 2-cyclusopleiding van academische niveau die enkel nog het eindwerk moet afleveren of overdracht van examencijfers naar het volgend academiejaar, conform artikel 64, kreeg van minstens 30 studiepunten, kan nog voor het behalen van het diploma van de 2de cyclus, eveneens ingeschreven worden in een aansluitende voortgezette opleiding, posthogeschoolvorming, bachelor-na-bacheloropleiding en/of master-na-masteropleiding aan de Hogeschool West-Vlaanderen.

In beide bovenstaande, uitzonderlijke gevallen kan de student evenwel slechts het diploma van de vermelde opleiding halen na het behalen van het diploma van de betreffende basisopleiding of het slagen in het tweede jaar van de betreffende tweede cyclus.

Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

Artikel 1. Toepassingsgebied.

§ 1 Dit reglement is van toepassing op de toelatingen tot de Nederlandstalige professionele en academische bacheloropleidingen van de hogeschool.

§ 2 Dit reglement is niet van toepassing op de toelatingen tot de masteropleidingen, de bachelor-na-bachelor-opleidingen, de master-na-master-opleidingen en de anderstalige bacheloropleidingen van de hogeschool.

Art. 2. Bevoegdheden.

§ 1 De Raad van Bestuur is bevoegd om onderhavig reglement op te stellen en in voorkomend geval te wijzigen, onder voorbehoud van de bekrachtiging van het reglement door de Vlaamse Regering.

§ 2 De algemeen directeur en de departementshoofden zijn, ieder wat hen betreft, verantwoordelijk voor de uitvoering van dit reglement. Daarbij zal rekening gehouden worden met de afspraken die in de Associatie K.U.Leuven hierover zouden gemaakt worden.

Art. 3. Algemene toelatingsregels.

§ 1 Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a), b), c) wordt erkend; voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kunnen personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, worden toegelaten tot inschrijving voor een bacheloropleiding; een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen; het bevoegde departementshoofd kan beslissen om de toelating afhankelijk te maken van bijkomende voorwaarden en/of van een toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2 Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door het bevoegde departement van de hogeschool.

Art. 4. Bijzondere afwijkende toelatingsregels.

§ 1 Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen.

§ 2 Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de in artikel 3, § 1 vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij bereiken in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar;

b) er is minimaal drie jaar verstreken tussen het laatste jaar dat in het secundair onderwijs gevolgd werd en de aanvang van het academiejaar waarvoor zij zich inschrijven;

c) zij leggen met succes een geschiktheidstest af.

Art. 5. De geschiktheidstest.

§ 1 De geschiktheidstest bedoeld in artikel 4, § 2, vertrekt van een door de kandidaat-student op te maken portfolio. De aard en de inhoud van de test verschillen naargelang van een vraag tot toelating tot een professionele of een academische bacheloropleiding.

§ 2 De geschiktheidstest wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van het bevoegde departementshoofd, dat zich kan laten bijstaan door een commissie bestaande uit stafleden en/of opleidingscoördinatoren en/of leden van de studiedienst.

§ 3 De resultaten van een aan een partnerinstelling van de Associatie K.U.Leuven uitgevoerde geschiktheidstest worden automatisch erkend, voor zover het gaat om de toelating tot gelijkaardige opleidingen.

Art. 6. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating.

Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk binnen een vervaltermijn van vijf kalenderdagen die ingaat op de dag na deze waarop de kandidaat-student heeft kennis genomen van de beslissing van niet-toelating. Dit beroep wordt schriftelijk ingesteld bij de algemeen directeur van de hogeschool. Een college van beroep, onder het voorzitterschap van de algemeen directeur en aangevuld met twee niet-betrokken departementshoofden, doet binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, die ingaat op de dag na deze waarop het beroep is ingesteld, uitspraak over het beroep. Het college vraagt hiertoe bij het betrokken departementshoofd alle stukken op op grond waarvan hij de beslissing van niet-toelating nam.

Art. 7. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. § 1 Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig te worden beschouwd met één van de in artikel 3, § 1 vermelde diploma's, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het juiste diploma beschikt.

§ 2 Indien met voldoende zekerheid kan vastgesteld worden dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot de inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan het bevoegde departementshoofd toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van een ad-hoctest.

Karel De Grote-Hogeschool

Bijzondere toelatingsvoorwaarden bacheloropleiding :

Het hogeschoolbestuur kan beslissen om in afwijking van punt 4.1 een kandidaat-student die niet voldoet aan deze algemene toelatingsvoorwaarden toch toe te laten tot een bacheloropleiding.

Hiertoe richt zij een speciale onderzoekscommissie op bestaande uit het hoofd Studentenzaken en het departementshoofd. Deze onderzoekscommissie houdt, conform artikel 65, § 2, van het structuurdecreet, bij zijn gemotiveerde beslissing rekening met volgende elementen :

- humanitaire redenen;

- medische, psychische of sociale redenen;

- het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

Een student die wil beroep doen op deze bijzondere maatregel, richt uiterlijk op 31 december een schriftelijke gemotiveerde aanvraag aan het hoofd Studentenzaken. In de aanvraag vermeldt de student elementen uit artikel 65, § 2, die in aanmerking kunnen worden genomen bij de beslissing van de onderzoekscommissie. De aanvraag wordt tevens vergezeld door een curriculum vitae en in de mate van het mogelijke zoveel mogelijk gestaafd met officiële documenten.

De commissie hoort steeds de student alvorens een beslissing te nemen.

Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende

Beslissing van het hogeschoolbestuur houdende voorstel van reglement met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor inschrijving in een bachelorsopleiding

Het hogeschoolbestuur van de v.z.w. Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende,

Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals gewijzigd, inzonderheid op artikel 65, §§ 1 en 2;

Overwegende dat de Vlaams minister van Onderwijs en Vorming bij schrijven van 15 december 2003 heeft gevraagd tegen 1 maart 2004 een voorstel van reglement voor te leggen waarin het instellingsbestuur de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden bepaalt op grond waarvan personen, die niet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 65, § 1, van voormeld decreet voldoen, kunnen worden ingeschreven voor een bachelorsopleiding; dat hiervoor bij later schrijven uitstel werd gegeven tot 5 april 2004;

Overwegende dat de Raad van Bestuur van de v.z.w. Associatie K.U.Leuven op 20 februari 2004 een ontwerp van reglement heeft goedgekeurd; dat dit ontwerp van reglement slechts een raamreglement vormt dat de instellingen die lid zijn van de Associatie kunnen aanvullen of in bepaalde gevallen wijzigen naar eigen behoeften; dat uitgaande van deze kadertekst en van de versie die werd goedgekeurd door de Academische Raad van de K.U.Leuven op 8 maart 2004 een eigen voorstel van reglement werd uitgewerkt voor toepassing in de KHBO; dat dit voorstel werd besproken en aangenomen door de directieraad van de KHBO op 16 maart 2004;

Na beraadslaging,

Beslist :

Artikel 1. Voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding die niet volgt op een andere bachelorsopleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van :

a) een in België behaald diploma van secundair onderwijs, of

b) een in België behaald diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, of

c) een in België behaald diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid, of

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met één van de hiervoor onder a), b) of c) vermelde diploma's.

Studenten die in het bezit zijn van een buitenlands diploma, behaald in één van de landen van de Raad van Europa, hebben toegang tot het hoger onderwijs in Vlaanderen als zij in dat land toegang hebben tot een gelijksoortige opleiding.

Bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan de algemeen directeur personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bachelorsopleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk worden gemaakt van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

Art. 2. In afwijking van de bepalingen van artikel 1 kan een kandidaat-student van binnen de Europese Unie die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarde inzake diploma voldoet, inschrijven voor een bachelorsopleiding die niet volgt op een andere bachelorsopleiding, als voldaan is aan de volgende voorwaarden :

1° de kandidaat-student heeft bij de aanvang van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt of zal die leeftijd in de loop van dat academiejaar bereiken; en

2° er zijn ten minste drie academiejaren verlopen tussen het einde van het laatste schooljaar waarin de kandidaat-student secundair onderwijs volgde en de aanvang van het academiejaar waarin hij zich in de hogeschool wenst in te schrijven.

Van de leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst een meer dan gemiddelde begaafdheid te bezitten.

De kandidaat-student dient een aanvraag in om te worden toegelaten. Bij de aanvraag voegt hij/zij een dossier (portfolio) dat alle elementen bevat die de aanvraag kunnen ondersteunen en waaruit moet blijken dat hij/zij het gemiddeld geschiktheidsniveau van de instromende studenten heeft bereikt. De aard en de inhoud van een assessment verschillen naargelang van een vraag tot toelating tot een academische dan wel tot een professionele bachelorsopleiding.

Het departementshoofd van het departement waaronder de opleiding waarvoor de kandidaat wenst in te schrijven ressorteert, richt een toelatingscommissie op die hij voorzit en waarvan minstens één opleidingscoördinator van het departement en de directeur onderwijsbeleid deel uitmaken. Deze commissie onderzoekt het aanvraagdossier, hoort de kandidaat en brengt een advies uit aan de algemeen directeur die over de toelating beslist. Tegen een beslissing tot niet-toelating kan de kandidaat-student beroep aantekenen bij het hogeschoolbestuur. Het hogeschoolbestuur neemt binnen een redelijke termijn een beslissing. Elke instelling van de Associatie K.U.Leuven erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessmentprocedure.

Art. 3. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig te worden beschouwd voor toelating tot inschrijving, maar die wegens zijn bijzondere situatie (vluchteling, ontheemde ...) in de onmogelijkheid verkeert om deze diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Als de hogeschool met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma werkelijk behaald werd, wordt de kandidaat toegelaten. Als het niet mogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, dan kan de kandidaat alsnog worden ingeschreven op grond van bijkomende testen.

Art. 4. De onderwijstaal is het Nederlands, tenzij anders vermeld. Een anderstalige student moet bij de eerste inschrijving in de hogeschool het bewijs leveren van voldoende kennis van het Nederlands. Deze voldoende kennis kan o.a. blijken uit :

- het bewijs dat de student geslaagd is voor een examen over de voldoende kennis van het Nederlands, georganiseerd door een universiteit, een hogeschool of een andere organisatie; of

- het bewijs dat de student ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes heeft voltooid; of

- het bewijs dat de student met succes het hoogste niveau van een cursus Nederlands voor anderstaligen heeft gevolgd; of

- een gesprek in het Nederlands tussen de student en het departementshoofd dat bevoegd is voor de opleiding waarvoor de student wenst in te schrijven; het departementshoofd kan bij het gesprek andere leden van het departement betrekken of iemand van het departement aanwijzen die het gesprek met de student voert; desgevallend kan een mondelinge of schriftelijke proef worden georganiseerd.

Katholieke Hogeschool Kempen

Raamreglement van de Associatie K.U.Leuven voor toelating tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Aanvullende bepalingen voor de Katholieke Hogeschool Kempen bij het algemeen toelatingsreglement van de associatie :

1) In navolging van artikel 1, § 3, bepaalt de KH Kempen dat kandidaat-studenten die niet voldoen aan één van de in het reglement vermelde voorwaarden, moeten slagen voor een taalproef Nederlands, niveau 4 (Proficiency level 4).

2) In aanvulling op artikel 2 bepaalt het hogeschoolbestuur van de Katholieke Hogeschool Kempen de procedure om na te gaan of kandidaat-studenten die niet aan de in artikel 65, § 1, van het Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen bedoelde voorwaarden voldoen, kunnen worden ingeschreven voor een bacheloropleiding.

Het hogeschoolbestuur stelt hiervoor een commissie van minstens drie leden samen die voor elke individuele aanvraag een dossier aanlegt. Dit dossier bevat minstens

- een schriftelijke aanvraag tot inschrijving van de kandidaat

- een schriftelijke motivatie van de kandidaat waarin hij aangeeft waarom hij recht meent te hebben op een afwijking van de algemene toelatingsvoorwaarden

- eventueel het verslag van het intakegesprek met de kandidaat (zie verder).

Op basis van het dossier verklaart de commissie de aanvraag al of niet ontvankelijk. Als de aanvraag ontvankelijk verklaard wordt, wordt de kandidaat uitgenodigd voor een intakegesprek. De commissie kan bijkomende testen opleggen. Een verslag van het intakegesprek en de resultaten van eventueel bijkomende testen komen bij in het dossier.

De commissie formuleert een advies voor het hogeschoolbestuur en zal op basis van het dossier enkel een positief advies geven omwille van

- humanitaire redenen

- medische, psychische of sociale redenen

- het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

Het hogeschoolbestuur deelt zijn gefundeerde beslissing aan de kandidaat mee ten laatste een maand nadat de kandidaat alle nodige documenten heeft ingeleverd. Het kan de toelating tot inschrijving afhankelijk maken van een voorbereidingsprogramma.

Dossiers kunnen ingediend worden tegen 1 mei en tegen 1 september. Mensen die een dossier hebben ingediend krijgen een antwoord tegen 31 mei of tegen 30 september.

De kandidaat kan beroep aantekenen tegen de beslissing van het hogeschoolbestuur. Dit beroep moet schriftelijk ingediend worden bij de algemeen directeur. De kandidaat heeft vijftien dagen de tijd om beroep aan te tekenen. De beroepscommissie bestaat uit drie leden die geel uitmaken van de commissie die de eerste beslissing genomen heeft.

Voor de dossierbehandeling betaalt de kandidaat 25 euro bij het indienen van de aanvraag. Dit bedrag wordt terugbetaald als de student zich naderhand inschrijft in de hogeschool.

Katholieke Hogeschool Leuven

Voorstel van raamreglement voor toelating tot een bachelorsopleiding aan de Katholieke Hogeschool Leuven

Overwegende dat :

- artikel 65, § 1, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen ("Structuurdecreet") de algemene toelatingsvoorwaarden bepaalt voor de bacheloropleiding

- artikel 65, § 2, van het structuurdecreet het instellingsbestuur de mogelijkheid geeft in een reglement afwijkende algemene of bijzondere voorwaarden te bepalen voor kandidaat-studenten die niet over de noodzakelijke diploma's beschikken of die omwille van hun statuut niet kunnen bewijzen dat ze over de nodige diploma's beschikken

- de Raad van Bestuur van de associatie K.U.Leuven een Raamreglement voor toelating tot een bacheloropleiding heeft goedgekeurd op 20 februari 2004

- dat elke instelling van de associatie dit Raamreglement kan aanvullen naargelang de eigen behoeften en keuzes

- dat het raamreglement en de aanvullende bepalingen voor KHLeuven door de Academische Raad en de Raad van Bestuur KHLeuven werden goedgekeurd respectievelijk op 24 maart 2004 en 25 maart 2004

- dat het reglement door de Vlaamse Regering werd bekrachtigd op ......

zijn aan de KHLeuven volgende bepalingen van toepassing vanaf 20 september 2004 :

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Aanvullende bepalingen voor de KHLeuven bij het algemeen toelatingsreglement van de associatie K.U.Leuven :

1° In navolging van artikel 1, § 3, bepaalt de KHLeuven dat kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap voor alle opleidingen moeten beschikken over een certificaat Nederlands als vreemde taal niveau 5 (gevorderde kennis), zoals afgeleverd door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de K.U.Leuven of over een gelijkwaardig certificaat van een andere instelling.

Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van profiency verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding.

2° Beroep tegen beslissingen genomen ingevolge artikel 1, § 1, e) laatste zin, artikel 2, 2e lid, c) en artikel 3, twee laatste zinnen is mogelijk bij de Coördinator Onderwijsbeleid van de KHLeuven, en dit tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.

Katholieke Hogeschool Limburg

Toelatingsvoorwaarden tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

Beroep tegen een beslissing genomen ingevolge dit punt e) is mogelijk bij de directeur studentenzaken van de KHLim tot uiterlijk één week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.

§ 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool.

§ 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor het examen Nederlands niveau 5, zoals georganiseerd door het Instituut voor Levende Talen aan de K.U.Leuven of voor een examen van een niveau dat door de Katholieke Hogeschool Limburg als gelijkaardig wordt erkend.

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de KHLim als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor het hierboven aangehaalde niveau.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek georganiseerd door de Katholieke Hogeschool Limburg.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen legt de KHLim in voorkomend geval op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Unie moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Unie die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

c) De KHLim richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. Deze commissie bestaat uit de departementshoofden. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij de directeur studentenzaken van de KHLim tot uiterlijk één week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student. De KHLim erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen door elke instelling van de associatie K.U.Leuven in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Unie : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Katholieke Hogeschool Mechelen

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de kandidaat-studenten die beschikken over :

a) een Belgisch diploma van het secundair onderwijs;

b) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;

c) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het hogeschool personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden tot een opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij beschikken over een diploma in Nederland uitgereikt;

- zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs; (Certificaat Nederlands als Tweede Taal);

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands op niveau 5 dat door het Instituut voor Levende Talen van de KULeuven is uitgereikt.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een intakegesprek door de jury van het taalexamen op grond van een ingediend portfolio waardoor de kandidaat-student aantoont over het vereiste taalniveau te beschikken.

Kandidaat-studenten die niet aan deze voorwaarden voldoen dienen te slagen in een taalexamen door de hogeschool ingericht. De administratiekosten voor dit examen bedragen euro 100, waarvan euro 50 wordt terugbetaald bij inschrijving.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode. Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De associatie onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een professionele bachelor bereikt. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. De kostprijs voor dit onderzoek bedraagt euro 25.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode (i.c.1 december, 1 mei en 1 juli) Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de hogeschool met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat het taalexamen zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Katholieke Hogeschool Sint-Lieven

1. Situering :

Dit reglement geeft uitvoering aan artikel 65 van het structuurdecreet van 4 april 2003. Dat artikel bepaalt de toelatingsvoorwaarden tot een bacheloropleiding, maar geeft de instellingen de mogelijkheid/verplichting om bij reglement hiervan af te wijken voor :

a) kandidaat-studenten die (nog) niet over de noodzakelijke diploma's beschikken;

b) kandidaat-studenten die omwille van hun statuut (vluchtelingen, ontheemden) niet kunnen bewijzen dat ze over de nodige diploma's beschikken.

Het ontwerpreglement dat de instellingen hieromtrent opstellen moet door de Vlaamse Regering bekrachtigd worden. Bij brief van 15 december vroeg de Minister van Onderwijs haar de reglementen uiterlijk per 1 maart 2004 te bezorgen, zodat zij nog tijdig voor aanvang van het academiejaar kunnen bekrachtigd worden.

Voor de associatie K.U.Leuven besliste de Raad van Bestuur dat zoveel mogelijk een vergelijkbaar stramien wordt gevolgd. Volgens de decretale bepalingen blijft het wel zo dat alle instellingen hun eigen voorstel moeten voorleggen aan de overheid. Dit betekent ook dat waar gewenst ad hoc afwijkingen op de kadertekst kunnen worden aanvaard door besturen van de deelinstellingen van de associatie K.U.Leuven.

De associatie K.U.Leuven vroeg formeel uitstel aan de Minister. Naar verluidt vertrok een identieke vraag ook uit de associatie Gent. Officieus werd een uitstel met een maand toegekend.

2. Principiële stellingnamen :

Toen het decreetartikel bekend geraakte, ontstond er in de pers reeds enige controverse. Strikt genomen laat dit artikel de instellingen toe om studenten toe te laten die in het secundair onderwijs problemen hadden. De enige randvoorwaarde is dat de instelllingen een dergelijke toelating moeten kunnen verantwoorden op een objectieve manier. Dit is echter niet eenvoudig en zal gevoelige situaties creëren ten aanzien van het secundair onderwijs (waar men niet graag zal hebben dat beslissingen van klassenraden op die manier zouden gecontourneerd worden).

Na discussie op de Raad van Bestuur werd beslist geen onderscheid te maken tussen academische en professionele bachelors wat betreft het al dan niet invoeren van een toelatingsprocedure. Daardoor wordt het voor alle opleidingen mogelijk om op grond van een assessment te worden toegelaten. De motivering hiervoor is onder meer :

- ook diploma's zijn geen garanties voor het aankunnen van hoger onderwijs; door het zich uitsluitend houden aan diploma's verhindert men (in waarschijnlijk een beperkt aantal gevallen) een verantwoorde toegang voor kandidaten (bv. hoogbegaafde studenten);

- het is moeilijk om het onderscheid tussen een professionele bachelor en academische bachelor in de praktijk toe te passen. Als iemand na assessment wordt toegelaten tot een professionele bachelor, maar in de loop van het parcours wenst te reoriënteren naar een academische bachelor, wordt dit onmogelijk.

Daarnaast nam de Raad van Bestuur ook volgende principiële stellingnamen in, die zich niet moeten weerspiegelen in het reglement zelf :

a) er worden rond de assessmentmethodes en -uitvoering op het niveau van de associatie afspraken gemaakt. Het principe dat er onderscheid kan gemaakt worden voor toelatingen tot professionele dan wel academische bachelors wordt goedgekeurd. De instellingen erkennen de assessmentbeslissingen van de andere partners van de associatie.

b) er moet nagegaan worden of het wenselijk is op het niveau van de associatie een centrale gegevensbank te ontwikkelen waardoor voor alle toelatingsbeslissingen een overzicht ontstaat. Op die manier kan men duidelijk zicht houden op wie welke aanvragen indient en welke beslissingen zijn genomen.

Het is alleszins nuttig een uitzonderingssituatie toe te staan voor studenten die geen materiële bewijzen meer kunnen voorleggen omwille van hun specifieke situatie.

3. Concrete uitwerking van het reglement :

Dit reglement is niet van toepassing op de toelatingen tot masters, bachelor na bachelor- of master na masteropleidingen. Het is evenmin van toepassing op de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen.

Artikel 1 herneemt hierna de algemene regeling voor toegang tot een Nederlandstalige bachelor, zoals opgenomen in het decreet zelf. Hieraan wordt de taalvoorwaarde gekoppeld, zoals voorheen.

Artikel 2 maakt duidelijk tot wanneer aan de toelatingsvoorwaarden kan worden voldaan.

Artikel 3 bevat op basis van de hogergenoemde principes een mogelijke uitzonderingsregeling opgrond van een assessment.

Artikel 4 bevat een regeling voor de studenten die bewijsproblemen met buitenlandse diploma's hebben. De grondregel is dat zij met alle mogelijke elementen, andere dan diploma's, kunnen bewijzen dat het beschikken over een diploma aannemelijk is. Als het bewijs toch afdoende is, hoeft geen verdere test meer te worden afgenomen. Als het bewijs niet afdoende kan worden geleverd, zal een ad hoc toets nodig blijven. In elk geval blijft KaHo St Lieven in beide gevallen vereisen dat men over de nodige taalcapaciteiten beschikt.

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij bovendien aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor het examen Nederlands niveau 5 georganiseerd door :

- het Instituut Levende Talen van de K.U.Leuven

of

- het Centrum voor Taalonderwijs van de Universiteit Gent;

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door het Talencentrum van KaHo Sint-Lieven als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek georganiseerd door het Talencentrum van KaHo Sint-Lieven.

Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast.

Art. 2. Bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Art. 3. Bijzondere afwijkende toelatingsregels.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken;

b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel de opleiding waarvoor zij toelating wensen. De associatie-toelatingscommissie onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidsniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio;

c) Zij voldoen aan de taalvoorwaarde zoals beschreven in artikel 1, § 2;

d) Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de associatie aangeduid orgaan.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 4. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen

Reglement met betrekking tot de toelating tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het hogeschoolbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

a) zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

b) zij slagen voor een examen Nederlands dat door het Hoger Instituut voor Talen en Economie (HITEK Kortrijk) wordt georganiseerd, behoudens als de kandidaat student op een andere manier afdoende aantoont over een voldoende talenkennis te bezitten. Voor alle opleidingen moet men slagen voor een examen van richtniveau vier zoals bepaald in het decreet volwassenenonderwijs;

c) zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.

Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

g) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

h) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de hogeschool en opleiding waarvoor zij toelating wensen. De hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een professionele bachelor bereikt. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

l) De hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen. De samenstelling van de commissie wordt vastgelegd in de onderwijsregeling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij de algemeen directeur, tot uiterlijk vijf werkdagen na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat student.

Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de hogeschool met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Lessius Hogeschool

Reglement voor toelating tot een bacheloropleiding

Artikel 1. Algemene toelatingsregels.

§ 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over :

a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;

b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;

c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;

d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend. Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating;

e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding. Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De hogeschool onderwerpt de kandidaat-studenten van buiten de Raad van Europa in elk geval aan een bijkomende toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.

§ 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

- zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;

- zij slagen voor een examen Nederlands waaruit blijkt dat zij een niveau bereikt hebben gelijk aan dat van het Profiel Academische Taalvaardigheid van het Certificaat Nederlands als vreemde taal (CNaVT). (vroeger : uitgebreide kennis of niveau 5) Dit profiel wordt gelijkgesteld met het profiel C1 binnen het Common European Framework of Reference (CEF). Het komt ook overeen met Alte level 4.

- zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.

Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.

Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van taalvaardigheid verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding.

Art. 2. Bijzondere afwijkende toelatingsregels.

Een kandidaat-student kan zich tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar in regel stellen om aan de toelatingsvoorwaarde te voldoen.

Studenten van buiten de Europese Unie moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

Kandidaat-studenten van binnen de Europese Unie die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken. Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken.

b) zij voldoen aan de taalvoorwaarde zoals vermeld in art. 1 § 2.

c) zij richten een vraag aan de Lessius Hogeschool met vermelding van de opleiding waarvoor zij toelating wensen.

De toelatingscommissie van de Associatie K.U.Leuven onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidsniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio.

d) Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de Associatie K.U.Leuven aangeduid orgaan.

Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student zich in regel stellen met de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Unie : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.

Art. 3. Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.

Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.

Plantijn-Hogeschool

Afwijkende toelatingsvoorwaarden :

Het hogeschoolbestuur kan beslissen om in afwijking van punt 1.2 een kandidaat-student die niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden toch toe te laten tot een bacheloropleiding.

Het hogeschoolbestuur richt daartoe een onderzoekscommissie op bestaande uit één of meer departementshoofden en de Directeur Onderwijszaken. Deze commissie houdt conform artikel 65.2. van het structuurdecreet rekening met de volgende elementen :

- humanitaire redenen

- medische, psychische of sociale redenen

- het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat

Een kandidaat-student die aanspraak wil maken op deze bijzondere maatregel, dient uiterlijk tot 15 oktober of uiterlijk 14 dagen na het moment van inschrijving een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag in bij het hogeschoolbestuur.

In de aanvraag vermeldt de kandidaat-student elementen uit artikel 65, § 2, die in aanmerking kunnen worden genomen bij de beslissing van de onderzoekscommissie. De kandidaat-student voegt bij deze aanvraag zijn curriculum vitae en zoveel mogelijk officiële documenten ter staving.

De commissie hoort steeds de student vooraleer een gemotiveerde beslissing te nemen. De commissie behoudt het recht om aanvragen af te wijzen.

Beroep tegen deze beslissing is mogelijk bij de Studentendecaan.

Binnen de associatie AUHA wordt door de partners eenzelfde procedure afgesproken.

Provinciale Hogeschool Limburg

Toelatingsvoorwaarden in het kader van art. 65 van het structuurdecreet d.d. 4 april 2003 :

1. Bachelorsopleiding.

1.1. Algemene toelatingsvoorwaarden :

Voor een bachelorsopleiding is de algemene toelatingsvoorwaarde :

- het bezit van een diploma van het secundair onderwijs;

- of een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;

- of een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid;

- of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.

1.2.Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de talenkennis :

De hogeschool kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding afhankelijk stellen van het bewijs dat een student :

- geslaagd is voor een door de hogeschool georganiseerd examen over de voldoende kennis van het Nederlands;

- of de examens van ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs in het Nederlands met goed gevolg heeft afgelegd, of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes heeft voltooid.

De hogeschool kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding die volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden afhankelijk gesteld worden van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal.

1.3. Bijzondere toelatingsvoorwaarden :

1. De PHL kan personen die niet voldoen aan de in punt 1.1 gestelde voorwaarden onderwerpen aan een toelatingsonderzoek, en afwijkende toelatingsvoorwaarden in aanmerking nemen. Deze afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen rekening houden met volgende elementen :

a) humanitaire redenen;

b) medische, psychische of sociale redenen;

c) het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.

2. De PHL kan ook personen die beschikken over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het hoger professioneel of academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bachelorsopleiding mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek.

3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie opgericht per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding.

De competenties die het voorwerp uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.

Deze competenties worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs.

4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 december ingediend bij de toelatingscommissie.

5. De toelatingscommissie beslist binnen een redelijke termijn over de aanvragen die werden ingediend.

De kandidaat ontvangt een bewijs van de gemotiveerde beslissing van de toelatingscommissie.

6. De toelatingscommissie zal bestaan uit minimum 4 leden :

1° het opleidingshoofd als voorzitter;

2° drie leden uit de opleidingsraad.

Het departementshoofd stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de opleidingsraad. Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld.

De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen.