OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de procedure voor het indienen van de aanvragen en van de voorwaarden tot het toekennen van de studietoelagen voor het secundair onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    14 MEI 2004
  • publicatiedatum
    B.S.15/10/2004
  • datum laatste wijziging
    19/07/2007

COORDINATIE

impliciet opgeheven door Decr. 8-6-2007 - B.S. 19-7-2007

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, inzonderheid artikel 1, § 5, artikel 3, eerste lid, artikel 5, derde lid en artikel 10;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de procedure voor het indienen van de aanvragen en van de voorwaarden voor het toekennen van de studietoelagen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 september 1973, 4 maart 1974, 30 september 1976 en 21 december 1978;

Gelet op het advies van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, gegeven op 10 december 2003;

Gelet op het advies 36.683/1 van de Raad van State, gegeven op 31 maart 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De aanvragen voor een studietoelage om de lessen te volgen in een instelling voor secundair onderwijs, worden door de leerling of door zijn wettelijke vertegenwoordiger gericht aan de provinciale dienst voor studietoelagen van de provincie waar de leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn wettelijke woonplaats heeft.

Leerlingen of hun wettelijke vertegenwoordiger waarvan de wettelijke woonplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is, richten hun aanvraag aan de afdeling Studietoelagen van het departement Onderwijs.

Leerlingen of hun wettelijke vertegenwoordiger waarvan de wettelijke woonplaats in het buitenland of in het Waals Gewest gelegen is, richten hun aanvraag aan de provinciale dienst voor studietoelagen van de provincie waarin de school gelegen is die in het bedoelde schooljaar wordt bezocht, tenzij de school gelegen is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in het buitenland, in welk geval zij hun aanvraag richten aan de afdeling Studietoelagen van het departement Onderwijs.

De aanvragen moeten, door middel van formulieren opgesteld door de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs, naar de betrokken provinciale dienst voor studietoelagen of, desgevallend, afdeling Studietoelagen van het departement Onderwijs verstuurd worden uiterlijk 30 juni van het betrokken schooljaar waarbij de poststempel geldt als bewijs. Aanvragen die worden ingediend na 30 juni van het betrokken schooljaar, worden niet meer behandeld.

Art. 2.

De niet-leerplichtige leerling heeft recht op een studietoelage indien hij met vrucht het vorige schooljaar beëindigd heeft en, ofwel de lessen volgt van een leerjaar van hoger niveau, ofwel de lessen volgt van een leerjaar van een zelfde niveau op advies van de klassenraad van de onderwijsinstelling die bezocht werd.

Art. 3.

Geen studietoelage mag worden verleend aan de niet-leerplichtige leerling die meer dan éénmaal na het vervullen van de leerplicht een schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd.

Art. 4.

De volgens artikel 1 bevoegde provinciale dienst voor studietoelagen of, desgevallend, afdeling Studietoelagen van het departement Onderwijs onderzoekt de aanvragen en zendt alle nuttige gegevens over aan de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs, die de toelage verleent.

Art. 5.

Na afloop van het schooljaar waarvoor de toelage werd verleend, onderzoekt de volgens artikel 1 bevoegde provinciale dienst voor studietoelagen of, desgevallend, afdeling Studietoelagen van het departement Onderwijs of de leerlingen regelmatig de lessen en alle voorziene oefeningen hebben bijgewoond en of zij zich op alle eindejaarsexamens hebben aangemeld, herexamens en tweede zittijd inbegrepen.

Art. 6.

In de gevallen bepaald in artikel 10 van de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen wordt de beslissing tot totale of gedeeltelijke terugvordering van een studietoelage genomen door de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs.

Art. 7.

Het Koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de procedure voor het indienen van de aanvragen en van de voorwaarden voor het toekennen van de studietoelagen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 14 september 1973, 4 maart 1974, 30 september 1976 en 21 december 1978, wordt opgeheven.

Art. 8.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2004.

Art. 9.

De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.