Besluit van de Vlaamse Regering tot gelijkschakeling van graden uitgereikt voor het academiejaar 2004-2005 met de graden van bachelor of master

  • goedkeuringsdatum
    17 SEPTEMBER 2004
  • publicatiedatum
    B.S.08/12/2004
  • datum laatste wijziging
    08/12/2004

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid op de artikelen 128, § 4 en 129, § 5;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 april 2004;

Gelet op het advies nr. 37.304/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De hierna opgesomde diploma's die de instellingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan of de centrale examencommissie hebben verleend vóór het academiejaar 2004-2005, zijn gelijkgeschakeld met de graad van bachelor :

- het diploma van assistent in de klinische laboratoria/chemie;

- het diploma van assistent voor industriële laboratoria/chemie;

- het diploma van diëtiste;

- het diploma van laboratoriumassistent(e);

- het diploma van officier-werktuigkundige 1e klasse;

- het diploma van officier-radiotelegrafist voor de zeevaart;

- het diploma van specialist in de elektronica voor de zeevaart;

- het diploma van de afdeling binnenhuiskunst;

- het diploma van binnenhuisontwerper;

- het diploma van de afdeling binnenhuisarchitectuur;

- het diploma van bouwkundig tekenaar;

- het diploma van de afdeling dek, behaald vóór het academiejaar 1979-1980;

- het diploma van een afdeling van het hoger kunstonderwijs van de eerste graad;

- het diploma van een afdeling van het hoger kunstonderwijs van de tweede graad;

- het bekwaamheidsbewijs van de studies die qua niveau gelijkgeschakeld zijn met een basisopleiding van één cyclus;

- het einddiploma van een opleiding van het hoger onderwijs met volledig leerplan waarvan de studieomvang tenminste het equivalent van 2 studiejaren bedraagt;

- het einddiploma uitgereikt door een centrale examencommissie waarvoor een overeenstemmende opleiding bestaat in een instelling voor hoger onderwijs met volledig leerplan waarvan de studieomvang tenminste het equivalent van 2 studiejaren bedraagt.

De houders van voornoemde diploma's zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.

Art. 2.

§ 1. De hierna opgesomde diploma's die de instellingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan of de centrale examencommissie hebben verleend vóór het academiejaar 2004-2005, zijn gelijkgeschakeld met de graad van master :

- het diploma voor cultuurspreidingstechnieken;

- het diploma van de afdeling industriële vormgeving;

- het diploma van de afdeling productontwikkeling;

- het diploma van geassimileerde technisch ingenieur;

- het diploma van tolk, uitgereikt tot 31 augustus 1964;

- het diploma van de afdeling dek, behaald vanaf het academiejaar 1979-1980;

- het diploma van een afdeling van het hoger kunstonderwijs van de derde graad;

- een niet in artikel 1 van dit besluit genoemd einddiploma van een opleiding van het hoger onderwijs met volledig leerplan waarvan de studieomvang tenminste het equivalent van 4 studiejaren bedraagt;

- het einddiploma uitgereikt door een centrale examencommissie waarvoor een overeenstemmende opleiding bestaat in een instelling voor hoger onderwijs met volledig leerplan waarvan de studieomvang tenminste het equivalent van 4 studiejaren bedraagt.

De houders van voornoemde diploma's zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van master.

§ 2. De diploma's van bijzonder licentiaat of van ingenieur die specialisatiestudiën van de 3de cyclus aan de universiteiten bekrachtigen en waarvan het geheel van cursussen, werkzaamheden en oefeningen tenminste 300 uren bedraagt, zijn gelijkgeschakeld met de graad van master. De houders van voornoemde diploma's zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van master.

Art. 3.

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2005.

Art. 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs en Vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.