Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een bepaalde niet-verworven salarisschaal aan sommige personeelsleden van het onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    15 APRIL 2005
  • publicatiedatum
    B.S.24/06/2005
  • datum laatste wijziging
    01/09/2010

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 20-7-2006)

COORDINATIE

B.Vl.R. 30-9-2005 - B.S. 16-12-2005

B.Vl.R. 20-7-2006 - B.S. 20-10-2006

B.Vl.R. 21-9-2007 - B.S. 14-11-2007

B.Vl.R. 24-7-2009 - B.S. 16-10-2009

B.Vl.R. 18-12-2009 - B.S. 30-12-2009

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek, inzonderheid op artikel IX. 8, tweede lid en artikel IX.9;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 1970 houdende toekenning van een bijwedde aan sommige leden van het onderwijzend personeel die houder zijn van bijzondere diploma's, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1974 en het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 1993;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 8 december 2003;

Gelet op het protocol nr. 525 van 13 januari 2004 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 292 van 13 januari 2004 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies 37.307/1 van de Raad van State, gegeven op 29 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

De in artikel 3, § 1, bedoelde niet-verworven salarisschaal wordt toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn, in een betrekking in het voltijds en/of deeltijds gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs in één van de volgende ambten en waarvoor de Vlaamse Gemeenschap een salaris uitbetaalt :

1° een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel;

2° een ambt van het opvoedend hulppersoneel;

3° een ambt van opvoeder behorend tot de personeelscategorie van het ondersteunend personeel.

Art. 2.

§ 1. De in artikel 3, § 1, bedoelde niet-verworven salarisschaal wordt toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn, in een betrekking in één van de volgende ambten en waarvoor de Vlaamse Gemeenschap een salaris uitbetaalt :

1° de directeur van een lagere school of een basisschool van het gewoon of het buitengewoon onderwijs of de directeur van een medisch-pedagogisch-instituut;

2° de onderwijzer aan een lagere school of een basisschool van het gewoon of het buitengewoon onderwijs;

3° de leermeester aan een kleuterschool, een lagere school of een basisschool van het gewoon of het buitengewoon onderwijs.

§ 2. De niet-verworven salarisschaal vermeld in artikel 3, § 1, 4°, 4bis en 5°, wordt toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in één van de volgende ambten en waarvoor de Vlaamse Gemeenschap zijn/haar salaris of salaristoelage uitbetaalt :

1° de directeur van een kleuterschool van het gewoon of het buitengewoon onderwijs;

2° de kleuteronderwijzer aan een kleuterschool of een basisschool van het gewoon of het buitengewoon onderwijs;

3° de ICT-coördinator en de zorgcoördinator in het basisonderwijs.

Art. 2bis.

De in artikel 3, § 1, vermelde niet-verworven salarisschaal wordt eveneens toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een ambt bedoeld in artikel 1 en 58 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten of in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

Art. 3.

§ 1. De in artikel 1 en 2 genoemde personeelsleden die houder zijn van de hierna vermelde bijzondere diploma's of getuigschriften krijgen de volgende salarisschaal :

1° diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of het diploma van master in de pedagogische wetenschappen :

034;

2° diploma van licentiaat in de beroepsoriëntering en -selectie of diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of het diploma van master in de psychologie :

034;

3° diploma van doctor in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van doctor of van speciaal doctor in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen :

036;

4° getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën, uitgereikt door een hoger instituut voor opvoedkunde erkend door de Staat of door de Vlaamse Gemeenschap, of diploma van kandidaat in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van kandidaat in de psychologie of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of van academisch gerichte bachelor in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen :

031;

4°bis het diploma van voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren of het diploma van voortgezette lerarenopleiding gediplomeerde in de voortgezette studie van zorgverbreding en remediërend leren of het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren : 047;

5° diploma van hogere opvoedkundige studiën, uitgereikt door een hoger instituut voor opvoedkunde erkend door de Staat of door de Vlaamse Gemeenschap :

032;

6° getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze ingesteld bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1936 betreffende het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt adviseur inzake beroepskeuze, of van assistent inzake beroepskeuze, of gelijkwaardigheidsbewijs verleend krachtens artikel 3 van hetzelfde besluit, alsook het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan, of het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor sociale promotie :

032;

7° diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen en bovendien het diploma van licentiaat in de beroepsoriëntering en -selectie :

035;

8° diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of het diploma van master in de pedagogische wetenschappen en bovendien het diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of het diploma van master in de psychologie :

035;

8°bis het diploma van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen en bovendien het diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of het diploma van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of het diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of het diploma van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen :

035;

9° diploma van licentiaat in de beroepsoriëntering en -selectie of diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of het diploma van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen en bovendien het diploma van doctor in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van doctor of van speciaal doctor in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen :

037;

10° diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen, en bovendien het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze, ingesteld bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1936 betreffende het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt adviseur inzake beroepskeuze of van assistent inzake beroepskeuze of het gelijkwaardigheidsbewijs, verleend krachtens artikel 3 van hetzelfde besluit alsook het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan, of het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor sociale promotie :

035;

11° diploma van doctor in de opvoedkundige wetenschappen of diploma van doctor of van speciaal doctor in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen en bovendien het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze ingesteld bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1936 betreffende het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt adviseur inzake beroepskeuze of van assistent inzake beroepskeuze of het gelijkwaardigheidsbewijs verleend krachtens artikel 3 van hetzelfde besluit alsook het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan of het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor sociale promotie :

037;

12° diploma van hogere opvoedkundige studiën, uitgereikt door een hoger instituut voor opvoedkunde erkend door de Staat, en bovendien het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze, ingesteld bij het koninklijk besluit van 22 oktober 1936 betreffende het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt adviseur inzake beroepskeuze of van assistent inzake beroepskeuze of het gelijkwaardigheidsbewijs verleend krachtens artikel 3 van hetzelfde besluit alsook het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan of het diploma van assistent inzake beroepskeuze afgeleverd door een instelling voor sociale promotie :

033.

§ 2. Het jaarbedrag van de niet-verworven salarisschaal wordt vastgesteld naar rato van de omvang van de betrekking waarin het personeelslid is geaffecteerd of aangesteld.

§ 3. De in artikel 3, § 1, opgesomde diploma's of getuigschriften op basis waarvan aan een personeelslid een salarisschaal wordt toegekend, kunnen voor het betrokken personeelslid niet tezelfdertijd recht geven op een niet-verworven salarisschaal.

§ 4. De niet-verworven salarisschalen, vermeld in artikel 3, worden vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. Zolang het personeelslid aan de voorwaarden voldoet, maakt de niet-verworven salarisschaal integraal deel uit van de salarisschalen waarop de betrokkene overeenkomstig zijn tijdelijke aanstelling, zijn toelating tot de proeftijd of zijn vaste benoeming recht heeft en vormt die schaal mede de grondslag voor de berekening van het salaris van het betrokken personeelslid.

Bij de berekening van de beperking van het salaris tot de eenheid of tot het best bezoldigd ambt, wordt met het bedrag van een niet-verworven salarisschaal echter geen rekening gehouden.

§ 5. De diploma's en getuigschriften, vermeld in § 1, uitgezonderd het diploma of getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën, moeten uitgereikt zijn, hetzij door een Belgische universiteit of door een door een wet of decreet daarmee gelijkgestelde instelling of door een door de staat of door de gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling, hetzij door een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, hetzij door een door de staat of de gemeenschap ingestelde examencommissie.

De diploma's of getuigschriften, vermeld in § 1, die ingevolge de toepassing van artikel 4, § 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs gelijkwaardig zijn verklaard, komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van een niet-verworven salarisschaal vermeld in § 1.

Art. 4.

De niet-verworven salarisschalen mogen niet gecumuleerd worden als ze zijn vastgesteld :

1°voor de diploma's van doctor in de opvoedkundige wetenschappen of het diploma van doctor of speciaal doctor in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen, of het diploma van licentiaat in de opvoedkundige wetenschappen of het diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische of pedagogische wetenschappen of het diploma van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen enerzijds, en voor de diploma's van kandidaat in de opvoedkundige wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of van kandidaat in de psychologie of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van academisch gerichte bachelor in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen anderzijds;

2° voor het diploma van hogere opvoedkundige studiën enerzijds, en voor het getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën anderzijds;

3° voor de diploma's van doctor, van licentiaat en van kandidaat in de opvoedkundige wetenschappen, of de diploma's van doctor, speciaal doctor, licentiaat en voor de diploma's van kandidaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen, de diploma's van academisch gerichte bachelor en master in de psychologie of van master in de pedagogische wetenschappen, van licentiaat in de beroepsoriëntering en -selectie enerzijds, en voor het diploma van hogere opvoedkundige studiën of het getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën of het diploma van voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren of het diploma van voortgezette lerarenopleiding gediplomeerde in de voortgezette studie van zorgverbreding en remediërend leren of het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren anderzijds;

4° voor het diploma van licentiaat in de beroepsoriëntering en -selectie of het diploma van licentiaat in de psychologie of in de psychologische wetenschappen of in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van master in de psychologie of in de pedagogische wetenschappen enerzijds, en voor het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze of van assistent inzake beroepskeuze, afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan, of het gelijkwaardigheidsbewijs of van het diploma van assistent inzake beroepskeuze, afgeleverd door een instelling voor onderwijs met volledig leerplan, of vanaf 1 september 1995 het diploma van assistent inzake beroepskeuze, afgeleverd door een instelling voor sociale promotie, anderzijds;

5° voor het getuigschrift van bekwaamheid tot het ambt van adviseur inzake beroepskeuze of het gelijkwaardigheidsbewijs enerzijds, en voor het getuigschrift van hogere opvoedkundige studiën of het diploma van voortgezette lerarenopleiding zorgverbreding en remediërend leren, of het diploma van voortgezette lerarenopleiding gediplomeerde in de voortgezette studie van zorgverbreding en remediërend leren of het diploma van bachelor in het onderwijs : zorgverbreding en remediërend leren anderzijds.

Art. 5.

De niet-verworven salarisschaal volgt de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.

HOOFDSTUK II. - Wijzigings-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 6.

§ 1. Het bedrag van de bijwedde vermeld onder a) tot en met k) van artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 16 januari 1970 houdende toekenning van een bijwedde aan sommige leden van het onderwijzend personeel die houder zijn van bijzondere diploma's, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1974 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 1993, wordt voor de periode van 1 september 1989 tot en met 31 december 1989 vervangen door het volgend bedrag :

a) 10.217 frank;

b) 10.217 frank;

c) 13.624 frank;

d) 5.108 frank;

e) 6.812 frank;

f) 6.812 frank;

g) 11.921 frank;

h) 15.327 frank;

i) 11.921 frank;

j) 15.327 frank;

k) 8.514 frank.

§ 2. Het bedrag van de bijwedde vermeld onder a) tot en met k) van artikel 1, § 1 van hetzelfde besluit wordt voor de periode van 1 januari 1990 tot en met 31 december 2001 vervangen door het volgend bedrag aan 100 % :

a) 25.916 frank;

b) 25.916 frank;

c) 34.557 frank;

d) 12.956 frank;

e) 17.277 frank;

f) 17.277 frank;

g) 30.236 frank;

h) 38.875 frank;

i) 30.236 frank;

j) 38.875 frank;

k) 21.595 frank.

§ 3. Het bedrag van de bijwedde vermeld onder a) tot en met k) van artikel 1, § 1 van hetzelfde besluit wordt voor de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 augustus 2005 vervangen door het volgend bedrag aan 100 % :

a) 642,45 euro;

b) 642,45 euro;

c) 856,65 euro;

d) 321,18 euro;

e) 428,29 euro;

f) 428,29 euro;

g) 749,54 euro;

h) 963,69 euro;

i) 749,54 euro;

j) 963,69 euro;

k) 535,33 euro.

Art. 7.

Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 januari 1970 wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : ...

Art. 8.

In artikel 1, § 1 van hetzelfde besluit worden aan de punten f), i), j), en k) de volgende woorden toegevoegd : ...

Art. 9.

In artikel 2 van hetzelfde besluit worden in punt 2, d) de volgende woorden toegevoegd : ...

Art. 10.

Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : ...

Art. 11.

Het koninklijk besluit van 16 januari 1970 houdende toekenning van een bijwedde aan sommige leden van het onderwijzend personeel die houder zijn van bijzondere diploma's gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1974 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 1993, wordt opgeheven.

Art. 12.

De toekenning van een bijwedde vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt beschouwd als uitgekeerd volgens de regels die dit besluit voorschrijft.

Deze uitkering heeft met betrekking tot de bezoldiging geen gevolgen voor de personeelsleden, noch voor de inrichtende machten.

Art. 13.

Dit besluit treedt in werking vanaf 1 september 2005 met uitzondering van :

1° artikel 10 dat uitwerking heeft op 1 september 1989;

2° de artikelen 8 en 9 die uitwerking hebben op 1 oktober 1991;

3° artikel 7 dat uitwerking heeft op 1 september 1999.

Art. 14.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

- (1): Het besluit wordt vanaf 1-9-2010 opgeheven voor de personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een selectie- of bevorderingsambt en voor de personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn in een betrekking in een ambt bedoeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs of in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van het eerste lid blijven de bepalingen van de in het eerste lid vermelde besluiten van de Vlaamse Regering van toepassing voor de personeelsleden die vóór 1 september 2010 een diploma of getuigschrift hebben behaald dat in één van deze besluiten is vermeld. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om de voorgaande bepalingen te wijzigen, te vervangen of geheel of gedeeltelijk op te heffen. (Decr. 18-12-2009; Art. 74)