OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het tijdelijk project ter ondersteuning van het unieke studiegebied maritieme opleidingen voor de varende bemanning van de opleidingsschepen van de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde instelling Koninklijk Technisch Atheneum van het Gemeenschapsonderwijs Zwijndrecht

  • goedkeuringsdatum
    14 MEI 2004
  • publicatiedatum
    B.S.08/11/2004
  • datum laatste wijziging
    03/01/2007

COORDINATIE

opgeheven door Art. 8 van ditzelfde besluit.

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, inzonderheid op artikel 46, § 1, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

Gelet op het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor, inzonderheid op hoofdstuk X, afdeling 1;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 9 december 2003; Gelet op het protocol nr. 129 van 6 april 2004 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het Sectorcomité X;

Gelet op advies 36.933/1 van de Raad van State, gegeven op 27 april 2004, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde instelling Koninklijk Technisch Atheneum Zwijndrecht, Scheldedijk 20, 2070 Zwijndrecht.

Dit tijdelijk project heeft tot doel het unieke 'studiegebied maritieme opleidingen' ten aanzien van de varende bemanning van de opleidingsschepen te ondersteunen.

Art. 2.

Er wordt aan het KTA Zwijndrecht gedurende de looptijd van het tijdelijk project elk schooljaar een forfaitaire puntenenveloppe toegekend.

Voor het schooljaar 2003-2004 bedraagt deze puntenenveloppe 605 punten. Op basis van een jaarlijkse evaluatie kan de Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs, deze puntenenveloppe aanpassen. De eerste evaluatie zal plaatsvinden op 30 juni 2005.

De in het eerste lid bedoelde puntenenveloppe wordt uitsluitend aangewend voor personeelsomkadering ter ondersteuning van het tijdelijk project.

Art. 3.

§ 1. Voor de duur van het tijdelijk project wordt de personeelscategorie van het varend personeel opgericht.

§ 2. De punten van de puntenenveloppe kunnen worden aangewend om één of meer betrekkingen op te richten in ambten van het varend personeel.

De aanwending van deze puntenenveloppe gebeurt door het KTA Zwijndrecht na onderhandelingen in het daartoe bevoegd onderhandelingscomité.

Art. 4.

§ 1. De ambten van de personeelscategorie van het varend personeel zijn kapitein/master, dekofficier, officier-werktuigkundige, schipper, matroos-motordrijver, matroos, volmatroos, lichtmatroos en leerlingbegeleider. 1° Voor de hiernavolgende ambten zijn de bekwaamheidsbewijzen vereist die worden vastgelegd door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Maritiem Transport. Aan deze ambten zijn volgende salarisschalen verbonden :

Ambt

Salarisschaal

Kapitein/master

501

Dekofficier

542

Officier-werktuigkundige

302

Schipper

301

Matroos-motordrijver

158

Matroos

202

Volmatroos

203

Lichtmatroos

202

2° Voor het hiernavolgende ambt worden de volgende bekwaamheidsbewijzen en salarisschalen vastgelegd :

Ambt

Bekwaamheidsbewijs

Salarisschaal

Leerlingbegeleider

HSO

202

Tenminste HOKT

158

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de definiëring van de in 2° vermelde bekwaamheidsbewijzen gelden de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

§ 2. Aan elk van de ambten bedoeld in § 1 wordt per betrekking onderstaand aantal punten in rekening gebracht :

Wekelijkse uren opdracht

Wsc 501

Wsc 542

Wsc 302

Wsc 301

Wsc 158

Wsc 202/203

1

3

3

2

2

2

2

2

6

6

4

4

4

3

3

9

9

6

6

6

5

4

13

12

9

9

8

6

5

16

15

11

11

10

8

6

19

18

13

13

12

9

7

22

21

15

15

14

11

8

25

24

17

17

16

13

9

28

27

19

19

18

14

10

32

30

21

21

21

16

11

35

33

23

23

23

17

12

38

36

26

26

25

19

13

41

39

28

28

27

20

14

44

42

30

30

29

22

15

47

45

32

32

31

24

16

50

48

34

34

33

25

17

54

51

36

36

35

27

18

57

54

38

38

37

28

19

60

57

40

40

39

30

20

63

60

43

43

41

32

21

66

63

45

45

43

33

22

69

66

47

47

45

35

23

72

69

49

49

47

36

24

76

72

51

51

49

38

25

79

75

53

53

51

39

26

82

78

55

55

53

41

27

85

81

57

57

55

43

28

88

84

60

60

57

44

29

91

87

62

62

59

46

30

95

90

64

64

62

47

31

98

93

66

66

64

49

32

101

96

68

68

66

50

33

104

99

70

70

68

52

34

107

102

72

72

70

54

35

110

105

74

74

72

55

36

113

108

77

77

74

57

37

117

111

79

79

76

58

38

120

114

81

81

78

60

39

123

117

83

83

80

61

40

126

120

85

85

82

63

Art. 5.

§ 1. De personeelsleden die fungeren in de extra betrekkingen, bedoeld in artikel 3, § 2, worden aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs zijn van toepassing op deze personeelsleden, met uitzondering van volgende bepalingen :

1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake ter beschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. De inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling wordt beschouwd als een wedertewerkstelling. Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid;

2° de inrichtende macht van de instelling waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in deze betrekking een personeelslid aan te stellen dat voorrang voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikel 21 en 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;

3° de betrekking kan niet worden vacant verklaard. De inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

§ 2. De gemiddelde wekelijkse prestatie in een ambt bedoeld in artikel 4, § 1, bedraagt 38 uur van 60 minuten. De personeelsleden die worden aangesteld in een betrekking in één van deze ambten kunnen ook nacht- en weekendprestaties vervullen, naargelang de behoeften.

Rekening houdend met deze behoeften kan de gemiddelde wekelijkse prestatie aldus tot 40 uur van 60 minuten gaan, met dien verstande dat op jaarbasis de grens van 38 uur van 60 minuten niet wordt overschreden.

§ 3. Voor de personeelsleden die een ambt van het varend personeel uitoefenen, gelden principes die van toepassing zijn op het administratief personeel voor wat betreft :

- de bezoldigingsregeling;

- de verlofregeling;

- de jaarlijkse vakantieregeling.

§ 4. In afwijking op § 3, kan bij de inschaling van de personeelsleden in de in artikel 4, § 1 bedoelde salarisschalen, rekening worden gehouden met specifieke ambtsgebonden prestaties.

Voormelde prestaties kunnen, beperkt tot een maximum van 10 jaar, in aanmerking genomen worden voor de geldelijke anciënniteit, na onderhandelingen in het bevoegde onderhandelingscomité van de instelling.

Art. 6.

§ 1. Vóór 30 september na de start van het schooljaar bezorgt het KTA Zwijndrecht aan de administratie secundair onderwijs van het departement Onderwijs een overzicht van de wijze van toekenning aan de individuele personeelsleden van de in artikel 4, § 1, bedoelde ambten.

§ 2. In afwijking op § 1 en uitsluitend voor het schooljaar 2003-2004 bezorgt het KTA Zwijndrecht vóór 1 juni 2004 aan de administratie secundair onderwijs van het departement onderwijs een overzicht van de wijze van toekenning aan de individuele personeelsleden van de in artikel 4, § 1, bedoelde ambten.

§ 3. Eventuele wijzigingen ter zake die zich in de loop van het schooljaar voordoen, worden onmiddellijk aan dezelfde administratie meegedeeld.

Art. 7.

Het KTA Zwijndrecht zal zijn medewerking verlenen aan de evaluatie bedoeld in artikel 81 van het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor.

Art. 8.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004 en houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2007.

Art. 9.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.