OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering betreffende een tijdelijk project tot ondersteuning van sommige leerlingen in de optie verzorging van de derde graad BSO van het gewoon voltijds secundair onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    16 SEPTEMBER 2005
  • publicatiedatum
    B.S.06/12/2005
  • datum laatste wijziging
    01/09/2008

COORDINATIE

opgeheven door Art. 10 van ditzelfde besluit.

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII-Ensor, inzonderheid op hoofdstuk X, afdeling 1;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 24 januari 2005;

Gelet op protocol nr. 571 van 15 juli 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 336 van 15 juli 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het overkoepelend onderhandelingscomité vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies 38.916/1/V van de Raad van State, gegeven op 23 augustus 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° BuSO-school : de instelling voor buitengewoon secundair onderwijs waar de leerling het getuigschrift logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen heeft behaald en die instaat voor de ondersteuning van deze leerling in de optie verzorging van de derde graad beroepssecundair onderwijs in een instelling voor gewoon voltijds secundair onderwijs;

2° BSO-school : de instelling voor gewoon voltijds beroepssecundair onderwijs waar de leerling de optie verzorging volgt in de derde graad beroepssecundair onderwijs;

3° leerling : de leerling die het getuigschrift logistiek assistent in de ziekenhuizen en zorginstellingen heeft behaald in een BuSO-school en die enerzijds van de klassenraad van deze BuSO-school een gunstig advies heeft verkregen om de optie verzorging in de derde graad van het gewoon voltijds beroepssecundair onderwijs te volgen en die anderzijds van de toelatingsklassenraad van deze BSO-school een gunstige beslissing heeft gekregen om de optie verzorging te volgen.

Art. 2.

Dit besluit is van toepassing op scholen van het gewoon voltijds secundair onderwijs die de optie verzorging in de derde graad van het beroepssecundair onderwijs inrichten en op scholen van het buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 die de opleiding Logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen aanbieden en die aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, voldoen.

Scholen die aan voormelde voorwaarden voldoen, kunnen rekening houdend met de duurtijd, vermeld in artikel 3, tweede lid, instappen in het project op 1 september 2005 en/of op 1 september 2006.

Art. 3.

Dit tijdelijk project heeft tot doel de doorstroming te bevorderen van leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs naar het gewoon secundair onderwijs binnen de zorgsector door hen via extra ondersteuning de kans te geven een volwaardige kwalificatie van het gewoon secundair onderwijs te behalen.

Dit tijdelijk project loopt tijdens de schooljaren 2005-2006, 2006-2007 en 2007-2008.

Art. 4.

§ 1. Een BSO-school kan vanwege een BuSO-school extra ondersteuning krijgen voor de leerling. De BSO-school neemt hiertoe contact op met de BuSO-school.

Als beide partijen zich akkoord verklaren over de ondersteuning van de leerling, sluiten zij hierover een samenwerkingsakkoord af.

Een afschrift van dit samenwerkingsakkoord wordt voorgelegd aan de overheid.

§ 2. Het samenwerkingsakkoord, vermeld in § 1, moet minimaal volgende elementen bevatten :

1° Vooraf : deelnemende partners en datum van overeenkomst.

2° Aanleiding : het begeleiden/ondersteunen van een of meerdere leerlingen tijdens de twee leerjaren van de derde graad BSO in de optie verzorging in het kader van het tijdelijk project.

3° Doelstellingen : de vorm en wijze van begeleiding/ondersteuning worden hier vermeld. Deze moeten voldoende concreet, evalueerbaar, acceptabel voor alle betrokken, realistisch en tijdsgebonden zijn.

4° Toepassingsgebied : opsomming van de aspecten of items waarover afspraken worden gemaakt.

5° Engagementen van de partners : vermelding van de engagementen die voor alle partners gelden (bv. Organisatie van overleg, samenwerkingsmodaliteiten, ...)

6° Duurtijd : de periode waarbinnen het samenwerkingsakkoord geldt, wordt hier vermeld. Hierbij wordt rekening gehouden met de duurtijd van het tijdelijk project.

7° Uitstapregeling : de modaliteiten met betrekking tot het uitstappen van een of meer partners worden vooraf bepaald en in het samenwerkingsakkoord opgenomen.

Ook de modaliteiten m.b.t. het voortijdig stopzetten van het samenwerkingsakkoord worden hier vastgelegd.

8° Uitwerking : de datum van inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord wordt uitdrukkelijk vermeld.

Naam en adres van de partners worden vermeld, elke betrokkene ondertekent het document.

Art. 5.

§ 1. De BuSO-school heeft per leerling en per schooljaar waarin de leerling de optie verzorging in de BSO-school volgt wekelijks recht op 4 uren extra ondersteuning.

Deze uren worden toegekend voor de duur van het lopende schooljaar.

Als de leerling in de loop van het schooljaar vroegtijdig stopt, wordt deze ondersteuning onmiddellijk stopgezet.

§ 2. De uren, vermeld in § 1, kunnen worden aangewend onder de vorm van uren-leraar of lesuren om betrekkingen op te richten in ambten van de categorie van het onderwijzend personeel of onder de vorm van uren om betrekkingen op te richten in ambten van de categorie van het medisch, orthopedagogisch, paramedisch, psychologisch en/of sociaal personeel.

De betrekkingen kunnen worden ingericht in de BuSO-school en/of in de BSO-school. De BuSO-school kan hiertoe de uren, vermeld in § 1, of een deel ervan overdragen naar de BSO-school. Deze overdracht geldt voor de in § 1 vermelde duur van het lopende schooljaar, tenzij de leerling vroegtijdig stopt. Beide partners maken hierover afspraken en nemen de afspraken over de exacte aanwending van de uren op in het samenwerkingsakkoord, vermeld in artikel 4.

Art. 6.

Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking, vermeld in artikel 5, § 2, wordt steeds als tijdelijk personeelslid aangesteld. De bepalingen van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, blijven verder van toepassing, met uitzondering van de volgende bepalingen :

1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. De inrichtende macht van de instelling die de betrekking organiseert, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor die reaffectatie of wedertewerkstelling is steeds de instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid vereist;

2° de inrichtende macht van de instelling die de betrekking organiseert, is niet verplicht om in die betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven overeenkomstig artikel 21 en 21bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en artikel 23 en 23bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs;

3° de betrekking kan niet vacant worden verklaard. De inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.

Art. 7.

Het personeelslid dat in de betrekking vermeld in artikel 5, § 2, wordt aangesteld, blijft personeelslid van de inrichtende macht van de school die hem aanstelt.

Tijdens de uitvoering van de activiteiten beschreven in het samenwerkingsakkoord valt dit personeelslid onder de verantwoordelijkheid van de directie van de betrokken school.

Art. 8.

Het personeelslid dat in de betrekking vermeld in artikel 5, § 2, wordt aangesteld in de BuSO-school en de ondersteuning van de leerling verzorgt in de BSO-school, wordt beschouwd als behorend tot de groep van de personeelsleden die in de BSO-school bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerling betrokken is en kan aldus ambtshalve met raadgevende stem door de voorzitter tot de klassenraadsvergaderingen worden uitgenodigd, zoals bepaald in artikel 4, § 2, 1° en artikel 5, § 2, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs van 19 juli 2002.

Art. 9.

De instellingen die deelnemen aan dit project zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie, vermeld in artikel 81 van het decreet van 20 oktober 2000 betreffende het onderwijs XII - Ensor.

Art. 10.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 augustus 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2008.

Art. 11.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.