Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van een niet-verworven salarisschaal aan personeelsleden die houder zijn van een getuigschrift of diploma buitengewoon onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    30 SEPTEMBER 2005
  • publicatiedatum
    B.S.10/02/2006
  • datum laatste wijziging
    01/09/2015

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 20-7-2006)

COORDINATIE

B.Vl.R. 20-7-2006 - B.S. 20-10-2006

B.Vl.R. 21-9-2007 - B.S. 14-11-2007

B.Vl.R. 24-7-2009 - B.S. 16-10-2009

B.Vl.R. 21-11-2014 - B.S. 14-1-2015

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek, inzonderheid op artikel IX. 8, tweede lid;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 4 april 2005;

Gelet op het protocol nr. 550 van 10 juni 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 315 van 10 juni 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies 38.645/1/V van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

§ 1. De in artikel 4 bedoelde niet-verworven salarisschaal wordt toegekend aan de tijdelijke, tot de proeftijd toegelaten of vastbenoemde personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn, in een betrekking en waarvoor het departement Onderwijs zijn/haar salaris uitbetaalt :

1° in een school of instelling of een afdeling voor buitengewoon onderwijs, met inbegrip van de opleidingsvorm 4;

2° in een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerd internaat gehecht aan een instelling voor buitengewoon onderwijs, tehuis voor buitengewoon onderwijs, semi-internaat en internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen.

§ 2. De niet-verworven salarisschaal wordt eveneens toegekend aan de in § 1 vermelde personeelsleden die :

1° aangewezen zijn om deel te nemen aan het experimenteel project betreffende de ondersteuning van kinderen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager onderwijs;

2° tewerkgesteld zijn in het gewoon onderwijs op basis van lestijden, lesuren, uren of uren-leraar in het kader van het geïntegreerd onderwijs.

§ 3. De niet-verworven salarisschaal wordt eveneens toegekend aan de zorgcoördinator in het gewoon en buitengewoon onderwijs.

Art. 2.

Om recht te hebben op deze niet-verworven salarisschaal moeten de in artikel 1, § 1 en § 2 bedoelde personeelsleden aangesteld zijn in een betrekking in een ambt van :

1° het bestuurs- en onderwijzend personeel, met inbegrip van de godsdienstleerkrachten;

2° het opvoedend hulppersoneel;

3° het paramedisch personeel;

4° het sociaal personeel;

5° het psychologisch personeel;

6° het medisch personeel;

7° het orthopedagogisch personeel.

Art. 3.

§ 1. De in artikel 4 bedoelde [niet-verworven salarisschaal]¹ wordt toegekend aan de houders van een hierna vermelde diploma of getuigschrift :

1° getuigschrift van bekwaamheid tot het opvoeden van abnormale kinderen uitgereikt door de Commissie ingesteld bij ministerieel besluit van 10 mei 1924;

2° getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Commissie ingesteld bij ministerieel besluit van 10 mei 1924;

3° getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Normaalleergang voor buitengewoon onderwijs;

4° bekwaamheidsgetuigschrift buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Normaalleergang voor buitengewoon onderwijs;

5° getuigschrift van navorming buitengewoon onderwijs uitgereikt door de Centrale Examencommissie volgens besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991;

6° diploma voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs;

7° diploma voortgezette lerarenopleiding buitengewoon onderwijs en remedial teaching;

8° bachelor in het onderwijs : buitengewoon onderwijs.

§ 2. De diploma's of getuigschriften, vermeld in § 1, die ingevolge de toepassing van artikel 5, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs gelijkwaardig zijn verklaard, komen eveneens in aanmerking voor de toekenning van een niet-verworven salarisschaal vermeld in artikel 4, § 1 van dit besluit.

Art. 4.

§ 1. De personeelsleden vermeld in artikelen 1 en 2, die houder zijn van een diploma of getuigschrift vermeld in artikel 3, hebben recht op de niet-verworven salarisschaal 030 die vastgesteld wordt bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs. Zolang het personeelslid aan de voorwaarden voldoet, maakt de niet-verworven salarisschaal integraal deel uit van de salarisschalen waarop de betrokkene overeenkomstig zijn tijdelijke aanstelling, zijn toelating tot de proeftijd of zijn vaste benoeming recht heeft en vormt die schaal mede de grondslag voor de berekening van het salaris van het betrokken personeelslid.

Bij de berekening van de beperking van het salaris tot de eenheid of tot het best bezoldigd ambt, wordt met het bedrag van een niet-verworven salarisschaal echter geen rekening gehouden.

§ 2. Het jaarbedrag van de niet-verworven salarisschaal wordt vastgesteld naar rato van de omvang van de betrekking waarin het personeelslid geaffecteerd of aangesteld is.

§ 3. De personeelsleden aan wie op basis van de in artikel 3 opgesomde diploma's of getuigschriften een salarisschaal werd toegekend, hebben geen recht op een niet-verworven salarisschaal.

Art. 5.

De niet-verworven salarisschaal bedoeld in artikel 4 volgt de evolutie van het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.

Art. 6.

De vergoedingen die vóór 1 september 2005 werden toegekend, hebben met betrekking tot de bezoldiging geen gevolgen voor de inrichtende machten en de personeelsleden en zijn in hoofde van de personeelsleden definitief verworven.

Art. 7.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.

Art. 8.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.