Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de oprichting en instandhouding van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken, die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds gewoon secundair onderwijs worden ingezet

  • goedkeuringsdatum
    10 MAART 2006
  • publicatiedatum
    B.S.12/05/2006
  • datum laatste wijziging
    12/05/2006

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 59, 1°;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken, die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds secundair onderwijs worden ingezet, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 november 1993 en 18 mei 1994;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 1 december 2005;

Gelet op protocol nr. 589 van 23 december 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op protocol nr. 354 van 23 december 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies nr. 39.768/1 van de Raad van State, gegeven op 9 februari 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Onverminderd de uren-leraar die worden toegekend op basis van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor voltijds gewoon secundair onderwijs die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal uren-leraar toegekend.

Dat specifieke aantal uren-leraar, dat overeenstemt met twee dan wel meer voltijdse betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, moet de instelling toestaan :

1° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;

2° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit worden alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.

Art. 3.

§ 1. Aan elke instelling worden minstens 58 uren-leraar, wat overeenkomt met twee voltijdse betrekkingen, toegekend.

§ 2. Het aantal, vermeld in § 1, wordt vermeerderd met :

1° 29 uren-leraar, wat overeenkomt met één betrekking, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 71 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 61 regelmatige leerlingen;

2° 58 uren-leraar, wat overeenkomt met twee betrekkingen, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 101 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 91 regelmatige leerlingen;

3° 87 uren-leraar, wat overeenkomt met drie betrekkingen, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 171 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 161 regelmatige leerlingen.

Het desbetreffende aantal uren-leraar blijft toegekend gedurende twee opeenvolgende schooljaren waarin de behoudsnorm niet wordt bereikt. Vanaf het daaropvolgende schooljaar wordt de toekenning stopgezet tot de oprichtingsnorm opnieuw wordt bereikt.

§ 3. Het aantal uren-leraar dat overeenkomt met een betrekking die op 31 december 2005 wordt georganiseerd met toepassing van de op dat ogenblik vigerende regelgeving, blijft gedurende het schooljaar 2005-2006 toegekend als die betrekking op 1 februari 2005 de overeenstemmende behoudsnorm, vermeld in § 2, bereikt.

Art. 4.

Als eenmalige overgangsmaatregel voor het schooljaar 2005-2006 blijft het aantal uren-leraar dat overeenkomt met een betrekking die op 31 december 2005 wordt georganiseerd met toepassing van de op dat ogenblik vigerende regelgeving doch die met toepassing van artikel 1, eerste lid, van dit besluit zou verdwijnen, gedurende het schooljaar 2005-2006 toegekend.

Deze overgangsmaatregel geldt evenwel niet, indien in de gemeente van de betrokken instelling een andere instelling is gelegen, behorend tot dezelfde inrichtende macht en met een derde graad van het studiegebied land- en tuinbouw, waaraan in toepassing van dit besluit tenminste zoveel betrekkingen meer worden toegekend dan het aantal betrekkingen dat in eerstgenoemde instelling wordt opgeheven.

Art. 5.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken, die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds secundair onderwijs worden ingezet, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 november 1993 en 18 mei 1994, wordt opgeheven.

Art. 6.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006.

Art. 7.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.